Het klassiek liberalisme en internationale betrekkingen

Door Edwin van de Haar

13 augustus 2009

Kwesties rond oorlog en vrede, of buitenlandse politiek in het algemeen zijn de meest dramatische in de politiek.

Menig buitenlandse klassiek liberale denktank publiceert daarom over internationale vraagstukken. Vaak gaat het om reacties op de actualiteit in een bepaalde nationale context, bijvoorbeeld commentaar op de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Zelden wordt geprobeerd om duidelijk te maken of en hoe deze actuele standpunten zich verhouden tot het klassiek liberale gedachtegoed. Dit roept de vraag op: bestaat er een klassiek liberale benadering van de internationale betrekkingen?

In dit artikel wordt betoogd dat dit inderdaad het geval is. Het is mogelijk om actuele standpunten in de buitenlandse politiek te beoordelen vanuit het klassiek liberalisme. Er kan een klassiek liberale theorie van de internationale betrekkingen worden ontwikkeld, met een bijbehorende buitenlandspolitieke agenda. Op basis van een studie van het werk van vier van de belangrijkste klassiek liberale denkers, David Hume, Adam Smith, Ludwig von Mises and Friedrich Hayek, wordt getracht aan te tonen dat de klassiek liberale beginselen toepasbaar zijn op zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek.1

In de academische theorie van de internationale betrekkingen (IB) domineert de Amerikaanse liberale variant, die het meest overeenkomt met de Europese sociaaldemocratie. Een gevolg hiervan is dat liberalisme in IB-theorie gelijk wordt gesteld aan door Immanuel Kant en Woodrow Wilson geïnspireerde plannen voor een mensheid omvattende wereldfederatie, kosmopolitisme, een geloof in de goedheid van de mens en de mogelijkheid oorlog voor altijd af te schaffen, optimisme over de vredebevorderende effecten van vrijhandel en intergouvernementele internationale organisaties, enzovoort.2

Het klassiek liberalisme wordt gezien als een politieke theorie die zich kenmerkt door het vertrouwen in het individualisme, negatieve vrijheid, seculier natuurrecht, spontane orde, een beperkte rechtstaat.3

In dit artikel worden deze voor het klassiek liberalisme centrale begrippen geïntroduceerd en daarna toepast op de internationale politiek. Hiermee worden de contouren geschetst van een klassiek liberale benadering van de internationale betrekkingen. Deze verschilt aanzienlijk van het Amerikaanse liberalisme. Het artikel is daarmee ook een oproep om de betekenis van het liberalisme in IB te herzien.

Individualisme en vrijheid

Voor klassiek liberalen is de individu van ultieme waarde, wat betekent dat alle politieke processen ten goede moeten komen aan de individuele mens. Dit idee is gebaseerd op het klassiek liberale mensbeeld: waartoe is de mens in staat, fysiek en verstandelijk, wat zijn de fundamentele menselijke behoeften en natuurlijke instincten, hoe verhoudt de individu zich tot andere mensen? Belangrijk is het klassiek liberale beginsel om uit te gaan van de mens zoals hij is, niet de mens zoals hij zou moeten worden volgens een bepaald ideaalbeeld.

Het klassiek liberale denken begint daarom met een realistische inschatting van de menselijke mogelijkheden. De mens wordt gedreven door een combinatie van de emotie en de ratio. De menselijke intellectuele capaciteiten zijn imposant, maar altijd gelimiteerd: de ratio is begrensd, zeker waar het om het verwerken van grote hoeveelheden informatie gaat of wanneer er geprobeerd wordt complexe sociale processen planmatig te benaderen. De menselijke ratio is een belangrijk hulpmiddel voor individuen om hun omgeving te begrijpen en om zich aan te passen aan de wisselende omstandigheden, maar de ratio is niet in staat om natuurlijke emotionele eigenschappen te verdringen als autonome invloed op het menselijk handelen.

De menselijke natuur is kwetsbaar en zoals Hume stelde in A Treatise of Human Nature ’man is and ought to be the slave to the passions’. De mens is niet voorbestemd om moreel verkeerd te handelen, maar neigt daar wel naar. Er zijn op enig moment maar enkele mensen die altijd verkeerd en laakbaar handelen, maar een veel grotere groep is vaak ‘seduced from the more important but more distant interest, by the allurement of the present though often very frivolous temptations. This great weakness is incurable in man’.4

Mensen zijn dus geen engelen, zoals Madison opmerkte in de Federalist Papers.

Een belangrijk gevolg is dat het daarom onmogelijk is om alle bronnen voor menselijk conflict weg te nemen. Elk handelen van de staat is menselijk handelen, dat betekent dat het daarom ook onmogelijk is om oorlog uit te bannen. Afhankelijk van de omstandigheden is het natuurlijk mogelijk om militair conflict soms te voorkomen of te minimaliseren in omvang, maar het verschijnsel oorlog kan nimmer geheel verdwijnen uit de internationale betrekkingen. Dit is vergelijkbaar met de binnenlandse maatschappelijke situatie.

Zelfs het beste rechtssysteem (hoe ook gedefinieerd) slaagt er niet in om criminaliteit, misdaad of conflict uit te roeien. Klassiek liberalen stellen daarom dat pogingen om ‘eeuwige vrede’ te bewerkstelligen gedoemd zijn om te falen en zij houden zich ver van de bijna oneindige stroom plannen voor dergelijke utopieën in de ideeëngeschiedenis.5

Het klassiek liberale mensbeeld is niet zomaar een willekeurige keus die makkelijk vervangen kan worden door enige andere normatieve opvatting over de menselijke capaciteiten. De oude klassiek liberale inzichten worden steeds vaker bevestigd door modern onderzoek in de evolutiebiologie en neurowetenschappen. Deze tonen aan dat strijd, competitie, de verdediging van eer en tribale en etnische conflicten cruciale elementen zijn in de verklaring van individueel menselijk gedrag en dat van groepen.6

Het uiteindelijke klassiek liberale doel in de internationale betrekkingen is gelijk aan dat in binnenlandse politiek: de maximalisering van de individuele vrijheid van alle mensen. Individuen gedijen het beste wanneer zij in vrijheid de kansen en bedreigingen in het leven aan kunnen gaan. Klassiek liberalen definiëren vrijheid ‘negatief’, als een domein vrij van inmenging door andere mensen en zeker ook de staat. In het klassiek liberale gedachtegoed is het terugwinnen en vergroten van de individuele vrijheid de belangrijkste taak, vooral in de moderne (Westerse) wereld. In internationaal historisch opzicht vond deze claim expressie in het verwerpen van imperialisme en kolonialisme.

Hume en Smith waren bijvoorbeeld sterke voorstanders van onafhankelijkheid van de Amerikaanse koloniën en Hayek en Mises steunden de dekolonialisering in de twintigste eeuw. Oorlog heeft op diverse manieren een negatief effect op de menselijke vrijheid,7 maar het is een onlosmakelijk gevolg van de menselijke natuur. Voor klassiek liberalen is daarom de relevante vraag in de internationale betrekkingen niet hoe oorlog kan worden afgeschaft, maar hoe er met oorlog moet worden omgegaan.

Natuurrecht

Een deel van het antwoord op die vraag kan worden gevonden in de klassiek liberale basis in het natuurrecht en het bijbehorende belang van de individuele natuurrechten op leven, eigendom en vrijheid. Dit zijn onvervreemdbare individuele rechten en het respect ervoor zorgt voor een rechtvaardige orde, waarin mensen -sociale wezens als zij van nature zijn - kunnen samenleven en samenwerken. Het natuurrecht is een stelsel van regels met het doel de natuurlijke rechten te beschermen en daarmee de beginselen van de rechtvaardige samenleving te borgen.8

Er is altijd veel discussie geweest over het natuurrecht, maar de behandeling daarvan past niet in dit artikel. Van belang is dat er in de internationale betrekkingen een duidelijke samenhang bestaat tussen het natuurrecht en het klassieke liberalisme. Dat komt het meest duidelijk naar voren in de klassiek liberale omarming van de rechtvaardige oorlogtraditie, die wordt geassocieerd met natuurrechtdenkers als Hugo de Groot. Kort gezegd limiteert de rechtvaardige oorlogtraditie het aantal motieven voor een gerechtvaardigde oorlog en geeft het een aantal hoofdregels voor de wijze waarop een oorlog gevoerd dient te worden. Het uiteindelijke doel is om oorlog te beperken in aantal en impact.

In Hume’s werk zijn veel voorbeelden terug te vinden waarbij hij teruggreep op de rechtvaardige oorlogtraditie. Smith eindigde zijn Theory of Moral Sentiments met expliciete loftuitingen op het werk van De Groot, terwijl Hayek de beginselen van rechtvaardige oorlog toepaste in zijn talrijke commentaren op de actuele wereldpolitiek, zoals zijn kritiek op het Amerikaanse gebrek aan actie tijdens de gijzeling in de Amerikaanse ambassade in Teheran aan het eind van de zeventiger jaren en zijn steun aan de Britten in de Falklands-oorlog in 1981.9

De natie en de beperkte staat

Het liberalisme is de politieke uitdrukking van het individualisme, die echter wel samenwerking in groepen positief waardeert. Voor klassiek liberalen is de natie, of het vaderland, de grootste groep in de samenleving die het object van menselijke passie is. Die emotie kan zowel positief zijn in de vorm van nationale trots of patriottisme, of negatief in de vorm van schaamte of vernedering. Hume merkte op dat er ‘maar weinig mensen zijn die volledig onverschillig zijn ten opzichte van hun land’ en zowel hij als Smith onderstreepte dat mensen nu eenmaal een sterkere band hebben met mensen die nabij zijn, dan met vreemdelingen of buitenlanders. Nationale gevoelens zijn sterke en natuurlijke drijfveren voor individueel gedrag.10

Dit geldt ook in onze tijd van moderne staatsvorming en nationalisme. Ondanks de misdaden die in naam van het nationalisme zijn gepleegd in de twintigste eeuw, pleitten Hayek noch Mises er ooit voor om de nationale staten af te schaffen. Mises dacht dat taal de essentie van het nationalisme was en met de fragmentatie van het multinationale Oostenrijks-Hongaarse rijk in gedachten stelde hij dat landen met meerdere officiële talen gedoemd waren te mislukken. Zijn oplossing was het vergroten van de mogelijkheden voor individuele zelfbeschikking en het recht op afscheiding van groepen van een zekere omvang. Maar hij verwachtte niet dat dit de wereld van soevereine staten fundamenteel zou veranderen.11

Hayek beschouwde de gevoelens voor de natie als een primaire band tussen mensen en een bron van individuele loyaliteit, maar onderkende net als Mises de negatieve kanten van het nationalisme. Hij had ‘waardering voor de natie, maar nationalisme was een gif’,12 niet in de laatste plaats omdat hij een sterk verband zag tussen nationalisme en imperialisme. Het is immers maar een kleine stap van het hebben van waardering voor je land enerzijds en anderzijds het trachten om inferieure geachte landen te overheersen en proberen te beschaven. Vaak, hoewel zeker niet altijd, heeft de natie als cultureel groepsverband een politieke expressie in de nationale staat. In klassiek liberale ogen zijn staten daarom de meest belangrijke actoren in de internationale betrekkingen.

Om de individuele vrijheid te maximaliseren is het noodzakelijk om de taken van de staat te bepreken. De staat is weliswaar een belangrijke beschermer van de natuurlijke rechten, maar de geschiedenis wijst uit dat de staat ook de grootste bedreiging vormt voor de individuele vrijheid. Het beginsel van de rechtsstaat dient ter bescherming van de individuele negatieve vrijheid. Klassiek liberalen denken dat de staat het best beperkt kan worden door een combinatie van een grondwet, scheiding der machten en de beperking van het positieve recht.

In de internationale betrekkingen betekent dit dat staten terughoudend moeten zijn met het afsluiten van internationale verdragen en andere vormen van positief recht. Dit zijn vaak bindende afspraken die moeilijk zijn te veranderen of te eindigen, met een mogelijk grote impact op de individuele vrijheid. Sommige internationale afspraken kunnen noodzakelijk of nuttig zijn vanuit klassiek liberaal perspectief, bijvoorbeeld om de werking van de internationale samenleving van staten te vergemakkelijken, of om praktische zaken te regelen. Maar de gevaren van de overmatige regulering zijn net zo denkbaar en bedreigend in de internationale als de binnenlandse politiek. Expliciete grensoverschrijdende zaken uitgezonderd is de gulden klassiek liberale regel dan ook dat er geen noodzaak is om iets op internationaal niveau te regelen als het geen nationale staatstaak is.

Dat betekent dat pogingen om een betere wereld te construeren door middel van het oprichten en uitbreiden van het aantal internationale gouvernementele organisaties worden verworpen. Mises en Hayek waren bijvoorbeeld vroege en krachtige criticasters van de Volkenbond en zijn opvolger de Verenigde Naties. Hayek had ook veel kritiek op de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie). Hun belangrijkste zorg was dat deze en vele andere organisaties teveel taken naar zich toe trokken, op gebieden waarover ze helemaal niets te zeggen zouden moeten hebben, net zoals overactieve nationale staten. Sociaal constructivisme is slecht, onafhankelijk van het niveau waarop het wordt bedreven.13

Maar dat wil niet zeggen dat klassiek liberalen de nationale staat als de enige denkbare vorm van politieke organisatie zien. In sommige uitzonderlijke gevallen is het onmogelijk om een internationale samenleving van staten te vormen. Zowel Mises als Hayek dacht dat de geschiedenis van het interbellum en de gebeurtenissen daarna hadden aangetoond dat er in Europa iets anders moest worden geprobeerd. Zij steunden daarom de initiatieven om te komen tot een Europese federatie, op voorwaarde dat deze federatie zou voldoen aan de klassiek liberale eisen ten aanzien van de beperkte staat.

Zij verwierpen de Europese superstaat met veel centrale taken [het ligt daarom voor de hand dat beide denkers de huidige Europese Unie sterk zouden afkeuren, EvdH]. Mises was geruime tijd actief lid van de Pan-Europese beweging en Hayek bleef zijn leven lang federalisering zien als een ultimum remedium in bijzondere omstandigheden. In de zeventiger jaren probeerde hij zelfs om steun te krijgen van Israëlische politici als Moshe Dayan en Teddy Kolek voor zijn idee om van Jeruzalem een federatie te maken.14

Spontane orde

Het geloof in spontane ordeningsprocessen is een van de meest kenmerkende karakteristieken van het klassieke liberalisme. De essentie van het idee dat je geen centrale autoriteit die expliciet regels uitvaardigt nodig hebt om orde te krijgen is het best samengevat door de Schotse Verlichtingsdenker Adam Ferguson: ‘the result of human action but not human design’. Het bekendste voorbeeld van spontane orde is de vrije markt, maar zoals Hayek vaak duidelijk maakte, het gaat ook om de ontwikkeling van de moraal, taal, gebruiken en tradities.

Spontane orde in de internationale betrekkingen heeft diverse uitingsvormen. Volgens klassiek liberalen is in een wereld zonder ultieme rechter of oppermacht is de machtsbalans het belangrijke ordeningsmechanisme. Staten verschillen in macht en het is daarom belangrijk om te voorkomen dat er een staat zoveel militaire macht krijgt dat het de andere staten kan overheersen. Zoals in de Koude Oorlog moeten staten allianties vormen, die soms kunnen veranderen naar gelang de omstandigheden. Om de balans te behouden moeten er soms kleinschaliger oorlogen worden gevoerd en natuurlijk kunnen in dit systeem niet altijd iedereen zijn natuurlijke rechten worden gewaarborgd. Maar veel vaker is de machtsbalans een stabiliserende factor die het voor veel mensen wel mogelijk maakt te overleven en hun vrijheid te vergroten.15 Hume dacht dat de machtsbalans een kwestie van ‘common sense’ en logisch nadenken was.16

Klassiek liberalen staan pal voor de vrijhandel in de internationale economie. Hun ideaal is de volledige vrijhandel zonder tussenkomst van nationale staten. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht zien zij geen relatie tussen vrijhandel en vrede. Sterker, zowel Hume als Smith zag juist een sterk verband tussen vrijhandel en oorlog. Handelsbetrekkingen zorgen vaak voor internationale frictie en rijkere landen kunnen ook meer uitgeven aan militaire zaken en oorlogsvoering.17 Vrijhandel kan andere oorzaken van oorlog niet wegnemen, zoals religieuze conflicten of geografische kwesties, zoals de recente oorlog tussen handelspartners Rusland en Georgië.

Een ander wezenlijk kenmerk van klassiek liberale spontane orde in de internationale betrekkingen is de verwerping van alle vormen van intergouvernementele ontwikkelingssamenwerking. Onder invloed van het baanbrekende werk van ontwikkelingseconoom Peter Bauer bekritiseerden Mises en Hayek dit vanaf het begin. In hun ogen kon ontwikkeling nooit van de grond komen als het afhankelijk was van buitenlandse hulp. Westerse landen hoefden geen schuldgevoelens te hebben over de miserabele staat van de hun voormalige koloniën, gelet op het desastreuze collectivistische beleid van de nieuwe leiders. Alleen invoering en omarming van het kapitalisme en liberalisme zou voor positieve veranderingen kunnen zorgen.18 De recente ervaringen van een groot aantal Aziatische landen bevestigt hen postuum in dit oordeel.

Conclusie

Dit vanzelfsprekend beperkte overzicht van de toepassing van de klassiek liberale beginselen op de internationale betrekkingen maakt duidelijk dat het liberalisme veel meer te zeggen heeft over internationale politiek dan vaak wordt gedacht. Klassiek liberalen willen de individuele vrijheid maximaliseren, waarvoor het ook nodig is om de staatstaken in de internationale politiek te beperken en op spontane ordeningsprocessen te vertrouwen. Het uitbannen van conflict en oorlog is onmogelijk gegeven de menselijke natuur. Het nastreven van utopische denkbeelden als de instelling van een wereldregering is daarom zinloos. Zelfs de broodnodige uitbreiding van vrijhandel brengt geen vrede.

De internationale samenleving van staten is noodzakelijkerwijs imperfect. Internationale orde hangt af van een samenspel tussen rechtvaardige oorlog, de machtsbalans, een minimum aan internationale rechtsregels en een zeer beperkt aantal gouvernementele organisaties. De klassiek liberale buitenlandspolitieke agenda is gericht op verandering en richt zich onder andere op het afschaffen van: alle handelsbelemmeringen, veel internationale organisaties, ontwikkelingshulp en het opzeggen van veel internationale verdragen. Het vergroten van de individuele vrijheid is het klassiek liberale doel op alle politiek niveaus, waar ook ter wereld.

Dit is een vertaling van een recent artikel van de auteur, getiteld ‘Classical LIberalism and International Relations’, gepubliceerd in het blad Policy 25(1), Autumn 2009, pp. 35-38, uitgegeven door het Australische Centre For Independent Studies (www.cis.org.au).

Noten

1.) Dit artikel is gebaseerd op: Edwin van de Haar, Classical Liberalism and International Relations Theory. Hume, Smith, Mises, and Hayek (New York and Houndmills: Palgrave Macmillan, september 2009).

2.) De literatuur is talrijk. Voorbeelden M.W. Zacker and R.A. Matthew, ‘Liberal International Theory: Common Threads, Divergent Strands’, in Controversies in International Relations Theory. Realism and the Neoliberal Challenge, ed. C.W. Kegley (New York: St. Martin’s Press, 1995), 107-150; Michael Doyle, Ways of War and Peace. Realism, Liberalism and Socialism (New York and London: W.W. Norton & Company, 1997); Tim Dunne, ‘Liberalism’ in The Globalization of World Polics. An Introduction to International Relations, eds. J. Baylis and S. Smith (Oxford: Oxford University Press, 2005), 185-201.

3.) Zie bijvoorbeeld John Gray, Liberalism (Buckingham: Open University Press, 1995), 45-77; Norman P. Barry, On Classical Liberalism and Libertarianism (New York: St. Martin's Press, 1987), 1-43; Robert Higgs and Carl P. Close, The Challenge of Liberty. Classical Liberalism Today (Oakland: The Independent Institute, 2006), xii-xxii; Hannes Gissurarson, Hayek’s Conservative Liberalism (New York en London:  Garland Publishing, 1987), 10-41; David Conway, Classical Liberalism, The Unvanquished Ideal  (Houndmills: Macmillan Press, 1995), 1-24.

4.) David Hume, A Treatise of Human Nature (Oxford: Oxford University Press, 2000), 266; David Hume, Essays. Moral, Political and Literary (Indianapolis: Liberty Fund, 1987), 38.

5.) Waar sociaal liberalen zich overigens wel mee bezighouden en hebben gehouden.

6.) Stephen P. Rosen, War and Human Nature (Princeton en Oxford: Princeton University Press, 2005); Bradley A. Thayer, Darwin and International Relations. On the Evolutionary Origins of War and Ethnic Conflict (Lexington: University of Kentucky Press, 2004).

7.) Zoals aangetoond door Robert Higgs, zie bijvoorbeeld zijn Depression,War And Cold War. Studies in Political Economy (Oxford: Oxford University Press, 2006).

8.) Bijvoorbeeld Douglas B. Rasmussen and Douglas J. Den Uyl, Liberalism Defended. The Challenge of Post-Modernity (Cheltenham: Edward Elgar, 1997), 37-59; Frank van Dun, ‘Natural Law. A Logical Analysis, Etica & Politica V:2 (2003).

9.) Van de Haar, Classical Liberalism, chapters 3,4,6,7.

10.) Hume, Treatise,79, 317; Adam Smith, The Theory of Moral Sentiments (Indianapolis: Liberty Fund, 1982), 299; zie ook Edwin van de Haar, ‘David Hume and International Political Theory: A Reappraisal’, Review of International Studies, 34:2 (April 2008), 225-242.

11.) Ludwig von Mises, Nation, State, and Economy. Contributions to the Politics and History of Our Time (New York en London: Institute for Humane Studies & New York University Press, 1983), 39-40, 82.

12.) Friedrich Hayek, Studies in Philosophy, Politics and Economics (New York: Simon and Schuster, 1967), 143.

13.) Mises, Nation, State and Economy, 90-91; Ludwig von Mises, Omnipotent Government. The  Rise  of the Total State and Total War (Grove City: Libertarian Pres, 1985), 292-294; Friedrich Hayek, The Road to Serfdom (London: Routledge, 1997), 176.

14.) Mises, Omnipotent Government, 43-49; Friedrich Hayek, Socialism and War. Essays, Documents, Reviews, Ed. Bruce Caldwell, The Collected Works of F.A. Hayek, volume X (Chicago: Chicago University Press, 1997), 161-164; F.A. Hayek, Letter to  the Editor, The Times (London, 21 April 1985).

15.) Herbert Butterfield,’The Balance of Power’, in Diplomatic Investigations. Essays in the Theory of International Politics, eds. H. Butterfield and M. Wight (London: Allen & Unwin, 1966), 142-144.

16.) David Hume, Essays, 337.

17.) R.A. Manzer, ‘The Promise of Peace? Hume and Smith on the Effects of Commerce on War and Peace’, Hume Studies XXII (1996), 369-382.

18.) Mises, Omnipotent Government, 290-292; Friedrich Hayek, The Constitution of Liberty, (London: Routledge, 1993) 322, 366-367.




Over de auteur

Edwin van de Haar (1971) is politicoloog. Momenteel is hij werkzaam als universitair docent internationale betrekkingen aan Ateneo de Manila University in de Filipijnen.

In 2008 promoveerde hij aan de Universiteit Maastricht op een proefschrift over het klassieke liberalisme en internationale betrekkingen. Hij behaalde Masters-graden in internationale betrekkingen aan de London School of Economics and Political Science en in politicologie aan de Universiteit Leiden. 

Van zijn hand is het boek Classical Liberalism and International Relations Theory. Hume, Smith, Mises, and Hayek,New York en Basingstoke: Palgave Macmillan (september 2009).

Van de Haar schrijft regelmatig over de Filipijnen voor de buitenlandrubriek van Elsevier en publiceerde tientallen artikelen en geschriften over het liberalisme, de internationale betrekkingen, politieke theorie en de Nederlandse politiek.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl