“Om sociaal te zijn met je eigen geld heb je geen politiek nodig. Om "sociaal" te zijn met andermans geld wel.”
Onbekend

De leraar als dompteur

Door Fleur Jurgens

14 mei 2004

Hoe gaat het er nu werkelijk aan toe op een zwarte school? Leerlingen vinden leraren maar 'rare Nederlanders'. 'Crimineel' is een beroep met status. Bedreigingen zijn normaal. De on-Hollandse wereld van een vmbo in Amsterdam-West. 'Ze vinden ons een beetje dom, omdat we zoveel accepteren.'

Hij loopt met zijn degelijke schooltas door het trappenhuis. Snoeppapiertjes, boterhamzakjes en bekertjes markeren de route naar de aula van 'Het Calvijn met Junior College'. "Ze gooien nooit iets in de vuilnisbak," zegt leraar Jacob (30) verontschuldigend. In het trapportaal hangen groepjes Marokkaanse jongens, twee turven hoog, met de intimiderende uitstraling van een roedel wilde honden. Voor Jacob gaan ze opzij. "Meester, ik had een voldoende voor biologie," meldt er één trots. "Goed gedaan, Abdullah," zegt Jacob.

Buiten waaien plastic zakken tussen het mistroostige beton. De storm speelt met het onkruid, want bomen groeien hier niet - dit is Amsterdam-West, het land van vriendelijke toezichthouders en angstaanjagende schimmen op het metrostation. 'Scholieren: één tegelijk', staat er op de ruit van de stationswinkel Lelylaan. Jongens met petjes hangen bij de roltrappen om naar vrome meisjes te kijken. Mensen op straat spreken een andere taal. Ze verplaatsen zich uitsluitend groepsgewijs. En sommigen spugen gele fluimen op de grond.

Het schoolgebouw heeft zijn glorie van de jaren zeventig verloren. De bruine vitrages hangen er nu als vodden bij. Leuzen als 'Samira, love you' en 'Fuck school' zijn op de buitenmuren gekalkt, aangevreten door betonrot of een fikkie. De school lijkt eerder op een oude bunker. Voor de ramen prijken vrolijke affiches voor de open dag: 'Het Calvijn met Junior College, jouw school'.

Het is dinsdag 13 januari. In de aula komt een Surinaams meisje met een kort rokje op Jacob afgerend. Ze begint hem zomaar uit te schelden. "Even rustig, Sharon," zegt Jacob stoïcijns. Ze wordt bedreigd, zegt ze. En niemand gelooft haar. Via haar mobieltje heeft ze een groep vrienden opgetrommeld om haar te beschermen. "Ze komen zo," zegt ze met grote ogen.

De meisjes met hoofddoekjes, puntschoenen en parelmoer op hun ogen schijnen het voorval niet eens op te merken. Ze lopen heupwiegend voorbij, hun lesboeken nonchalant onder de arm en smoezend in hun mengel-Marokkaans.

Jacob heeft 'afspraken' met Sharon gemaakt, zegt hij na een serieus onderhoud met haar op de gang. De 'veiligheidscoördinator', een vriendelijke man die alle kinderen in de aula 'goedemorgen' wenst, heeft haar nu onder zijn hoede.

"Het zal de storm zijn," zegt Jacob, "Ze worden er onrustig van." Met een immense sleutelbos opent hij zijn klaslokaal. Iedere leraar van het Calvijn met Junior College heeft zo'n sleutelbos.

'Ook leraar Jacob heeft meerdere keren gedacht: waar doe ik het voor? Ik lijk een slaaf van deze kinderen. Agressie en minachting krijg ik van ze terug.'
Jacob Eikelboom (30) is alweer vier jaar leraar Nederlands. In die tijd is het Calvijn twee keer verhuisd, wegens bezuinigingen en fusies. Sinds de laatste fusie heeft de school de door docenten verfoeide naam 'Calvijn met Junior College'. Een compromis van de fuserende besturen, waar mannen met stropdassen vergaderen over onderwijsinstellingen alsof het pionnen in een monopoly -spel zijn. "We hadden een school van driehonderd leerlingen. Ik kende er iedere leerling, maar nu zijn we verspreid over twee gebouwen en hebben we 750 leerlingen," vertelt Jacob. Zulke maatregelen vindt hij bijna nog 'verlammender' dan de leerlingen zelf.

En die leerlingen maken het soms heel erg bont. Jacob zag in de afgelopen jaren acht van zijn collega's afknappen. Ze werden geslagen, bedreigd, uitgescholden. Of hun auto werd vernield. Ook Jacob heeft meerdere keren gedacht: waar doe ik het voor? "Ik lijk wel een slaaf van deze kinderen. Agressie en minachting krijg ik van ze terug." Sociale bewogenheid heeft Jacob afgeleerd. "Je moet realistisch zijn. Deze leerlingen zijn je niet dankbaar, eerder het tegenovergestelde."

Zijn jas en portemonnee zijn zelfs tijdens de les niet veilig. En zijn naam heeft hij uit het telefoonboek laten halen, nadat hij een paar keer door leerlingen was bedreigd.

Toch is Jacob steeds gebleven. Hij noemt zijn baan zelfs de 'leukste baan van Nederland'. Tachtig procent van zijn werktijd bestaat uit opvoeden. En daar geniet hij juist zo van. "Het gaat over de meest basale dingen: dat je normaal binnenkomt en niet vecht. Dat je elkaar niet aanspreekt met 'Kankerhoer, ik maak je dood'." Liever werkt hij op een vmbo in West dan op een witte vwo, waar leerlingen hun leraar nauwelijks nodig hebben. "Hier gebeurt tenminste wat."

Als een van de weinige blanke Nederlanders staat hij midden in de multiculturele samenleving. De school telt zestig procent Marokkanen, twintig procent Turken en twintig procent Surinamers. Als er drie autochtonen op zitten, is dat veel. Jacob ziet het niet eens meer. Dit is zijn dagelijkse wereld. En soms blijkt hij die helemaal niet te kennen. Zoals na de aanslagen van 11 september, toen veel van zijn leerlingen juichend op school kwamen omdat Bin Laden de Amerikanen een lesje had geleerd.

Vroeger woonde Jacob in Bos en Lommer, een zwarte wijk in de buurt van de school. Midden tussen zijn leerlingen. Hij zag hoe deze kinderen opgroeien: op kleine, verpauperde etages met zes kinderen, waar privacy niet bestaat. Op straat, omdat ze eigenlijk niet eens in de woning passen.

Huiswerk maken is er niet bij. De meeste ouders begrijpen helemaal niet waar hun kinderen mee bezig zijn. Sommigen hebben zelf nooit op een school gezeten. Ze zijn analfabeet en kunnen niet eens het rapport van hun kinderen lezen, vertelt Jacob. '"Als niet goed, geef klap', is steevast hun advies." Toen een collega eens de ouders van een leerling belde omdat die zich had misdragen, lag de hoorn er een tijdje naast. Toen hoorde ze hoe het kwam dat deze leerling het normaal vond om te schreeuwen. Veel kinderen groeien op zonder liefde, krijgen hun leven lang commando's. Vind je het gek dat ze wat heetgebakerd worden?

Nee, in vooruitgang gelooft Jacob niet meer. "Van het idee 'ik kan mijn leerlingen verder brengen' ben je snel genezen. Wat nu gebeurt, gebeurde tien jaar geleden ook al. Er is geen vooruitgang in het denken, in de beleving van cultuur of religie, in taalachterstand. West blijft gewoon West."

Als zijn leerlingen al een beetje leren lezen en schrijven, dan is de vraag: voor hoe lang. "Ik kwam laatst een oud-leerlinge tegen. Een Turks meisje. Ze heeft drie jaar geleden examen gedaan. En ze sprak nauwelijks nog een woord Nederlands. Dat kwam doordat ze niet meer op school zat, zei ze. Ze was nu getrouwd met een Turk uit Turkije en zat alleen nog maar thuis."

'Ik kwam laatst een oud-leerlinge tegen. Een Turks meisje. Ze heeft drie jaar geleden examen gedaan. En ze sprak nauwelijks nog een woord Nederlands.'
De schoolbel gaat. Een vierde klas druppelt het lokaal binnen, voornamelijk jongens. Ze dragen leren jassen met bontkragen en grote sportschoenen die nauwelijks onder de tafeltjes passen. "Vandaag gaan we het hebben over meervouden," zegt Jacob. Hij schrijft op het bord: "mv: -en, 's, -s". Achter in het lokaal wordt er in het Marokkaans gefluisterd. Jacob, bestraffend: "Saïd, geef eens een voorbeeld van een meervoud op -en." "Pijpen," roept een jongen met een beginnende snor. "Ga jij maar even naar buiten om na te denken over je taalgebruik," zegt Jacob. De jongen slentert naar buiten.

Een Surinaams meisje met een laag decolleté zit voortdurend omgedraaid met haar achterbuurman te kletsen. "Hallo, hier sta ik," zegt Jacob. Voor straf moet ze naar het bankje voor in de klas, waar een affiche voor een Arabische-gedichtenwedstrijd hangt. "Waajoo, lekker kontje," roept Mohammed haar na. "Zeg je dat thuis ook, waar je moeder bij is?" vraagt Jacob.

Na een onderhoud op de gang ("Heb je al nagedacht over hoe we hier communiceren?") en het benadrukken van de regels ("Ik wil de woorden 'kanker' en 'bitch' hier niet meer horen. Dit is mijn huis") is Jacob klaar met de laatste les van vandaag.

In de grote hal speurt zijn blik over de marmoleum vloer. De veiligheidscoördinator zit gebogen over zijn kruiswoordraadsel. Geen Sharon te bekennen, noch haar opgetrommelde lijfwachten. "Zo te zien is het goed afgelopen," zegt Jacob nuchter. "Ik zie in elk geval geen bloedsporen."

Het is dinsdag 13 januari en het stormt nog steeds. Op precies dat moment ligt er in een andere school wél een plas bloed in de hal. Het is de middag dat conrector Hans van Wieren door leerling Murat D. in zijn hoofd is geschoten.

De volgende dag verwacht Jacob een school in shocktoestand, maar het is rustig in de docentenkamer. "Veel collega's hadden het wel aan zien komen. Het moest er een keer van komen," vertelt hij later.

"Hoe komt zo'n jongen aan een pistool?" vraagt Jacob tijdens zijn eerste les. "Mijn vader heeft er één thuis," zegt een meisje. "Ja, mijn broer ook," merkt een ander op. In een vierde klas zegt een van Jacobs leerlingen over Hans van Wieren: "Dat heeft hij verdiend - moet je maar geen ruzie zoeken met leerlingen."

De sympathie voor Murat D. blijkt groot, die week op het Calvijn met Junior College. "Ik ben vóór Murat," zeggen sommige leerlingen. Ze gniffelen tijdens de herdenking en weigeren het condoleanceregister te tekenen. "Is dit pure provocatie?" vragen leraren in de lerarenkamer zich af. "Zet je zulke leerlingen nog even makkelijk de klas uit?"

Een zestienjarige leerlinge van het Calvijn is door de politie van haar bed gelicht. Op een weblog voor leerlingen, smoel.nl, had zij geschreven een van haar docenten om het leven te willen brengen. In navolging van Murat D.

Het is kleine pauze, dinsdag een week later. In de docentenkamer staan leraren in de rij voor de koffieautomaat. Ze rollen hun shaggies, eten hun witte boterhammen met kaas.

Carolien van Aken (34), lerares geschiedenis, heeft er de pest in. Ze moet straks lesgeven aan de tweede klas, waarin het meisje met de moordplannen zat. Het kind heeft onder haar medeleerlingen de heldenstatus bereikt. In de lerarenkamer wordt nagepraat over de docentenbijeenkomst van gistermiddag. Door de moord in Den Haag waren bij sommige leraren trauma's van vroeger naar boven gekomen. Zo vertelde Ans Boelé (58), lerares mode en kleding en stagecoördinator, over haar ervaringen van twee jaar geleden.

Ans zat rustig les te geven toen een geschorste leerling ineens witheet binnenkwam. "Als ik van school moet, ga jij eraan," had hij geschreeuwd. 'Peng', een klap in haar gezicht, ten overstaan van haar leerlingen. Op de gang klapte hij haar vingers dubbel en smeet haar tegen de muur. De jongen werd van school gestuurd. En Ans deed aangifte bij de politie. Een paar dagen later stond ze alweer voor de klas, want ze wilde haar leerlingen niet in de steek laten. De meesten deugen namelijk wel, benadrukt ze.

'"Ik heb toen al gezegd: er moet eerst een moord worden gepleegd voordat er wat gebeurt," zegt Ans nu.'
Van de politie hoorde ze niets. De auto van haar collega was intussen vernield. Een andere collega was met een lineaal in elkaar geslagen en de toenmalige directrice was opgestapt wegens bedreigingen. Toen ze de politie na anderhalf jaar belde, kwamen ze met allerlei smoezen: haar aangifte was met die van haar vertrokken collega's in één dossier gestopt en bij een andere afdeling terechtgekomen. De dader is nooit vervolgd. "Ik heb toen al gezegd: er moet eerst een moord worden gepleegd voordat er wat gebeurt," zegt Ans nu.

Vol goede moed begeeft Carolien zich naar het geschiedenislokaal. "Geen discussies aangaan. Alleen maar de les afdraaien," heeft ze zich voorgenomen. Rumoerig komen de eerste kinderen binnen. Een kauwgum kauwend meisje mag onmiddellijk haar mond ledigen in de prullenbak. "Er wordt niet gegeten in de klas," zegt Carolien streng.

Twee jongens achter in de klas vliegen elkaar aan. Carolien komt schreeuwend tussenbeide. Ze moeten onmiddellijk naar de coördinator. Een meisje heeft haar werkboek niet bij zich. "Vervelend, wat ga je daaraan doen?" vraagt Carolien, terwijl ze een kruisje noteert. Twee kruisjes betekent dat een leerling zich op het 'nulde uur' (7.45 uur) moet melden.

De les van vandaag gaat over de American dream. Een meisje met hoofddoek leest voor uit het boek: 'Door hard te werken word je beloond.' "Wie van jullie gaat later werken?" vraagt Carolien. Nog niet de helft van de klas steekt zijn hand op. "Ik word huisman," verklaart Karim. "Ik ga bolletjes verkopen," zegt een jongetje met een zakdoek om zijn krullen. "Ik ga naar de sociale dienst: thuis zitten," zegt Karima. "Dat kun jij helemaal niet, daar ben je veel te beweeglijk voor," zegt Carolien.

En Sari? "Die wordt later pornoster," roept een Marokkaanse jongen van achter in de klas. "Ga jij maar op de gang staan om over jezelf na te denken," zegt Carolien. De jongen steekt provocerend zijn billen omhoog terwijl hij de klas uit loopt.

Sari blijkt een meisje met sluik zwart haar, grote zilveren oorbellen en een blauw oog. Ze draait zich om naar de journaliste. "Heeft u het gehoord, wat er in Den Haag is gebeurd? Murat is mijn broer." Sari heeft twee keer in de gevangenis gezeten, zegt ze. "Normaal heb ik een tongpiercing, maar die ligt nu thuis." Ze steekt uitdagend haar maagdelijk roze tong uit.

Carolien heeft haar vak teruggebracht tot het hoogst noodzakelijke. Wat dat is? "Open your mind," zegt ze na even nadenken. En ze heeft de illusie dat dat haar een heel klein beetje lukt. "Anders bleef ik hier niet zitten."

'Alleen leerlingen in de onderbouw krijgen [nog geschiedenis]. Maar hun vergaarde kennis wordt nooit getoetst. "Dat zou slecht zijn voor hun zelfvertrouwen,"'
Geschiedenis als eindexamenvak op het vmbo is een paar jaar geleden afgeschaft. Alleen leerlingen in de onderbouw krijgen het vak nog. Maar hun vergaarde kennis wordt nooit getoetst. "Dat zou slecht zijn voor hun zelfvertrouwen," denkt Carolien. "Op de basisschool kregen ze altijd onvoldoendes."

Veel van haar leerlingen hebben een negatief zelfbeeld, merkt Carolien. "Ze zien zichzelf als de losers van de maatschappij. Dit zijn de toekomstige vakkenvullers, verzorgers in bejaardenhuizen, verkopers. De Bounty-reclame is niet aan hen besteed. Er is slechts één sociale groep nóg lager: die van de zwervers en de junkies.

"Als je ze vraagt wat ze willen worden, zeggen ze: crimineel." Dat is tenminste een beroep met status. Carolien kwam laatst een oud-leerling met zijn vrienden tegen in de supermarkt. "Juf, zeg eens wat voor 'n gangsta ik op de middelbare school was. Zeg hoe moeilijke man ik was!"

Sommige kinderen zitten al in het criminele circuit. Zo'n tien procent op school is weleens aangehouden voor een tasjesroof, een autokraak of voor ernstiger delicten. "Dan verdwijnt er zomaar een kind voor dertig dagen uit je klas," vertelt Carolien. Ze wil er niet altijd het fijne van weten. "Ze komen in elk geval gevaarlijker terug uit de gevangenis dan toen ze erin gingen."

Toen Carolien zeven jaar geleden via het arbeidsbureau een baan als geschiedenislerares aanvaardde, schrok ze van de 'jungle' die ze op deze school aantrof. Vooral het taalgebruik van de leerlingen ervoer ze als schokkend: "Ik maak je dood." En: "Jij met je kankermoer," werd er zomaar tegen haar gezegd. Maar tegenwoordig geeft ze daar niet meer om. "Ik zeg alleen: als jij dit later tegen je baas zegt, denken ze dat je uit het gekkenhuis komt."

Ze heeft in haar onderwijscarrière heel wat bodems gezien. Maar ze houdt vol, dankzij de collega's die net als zij wél zijn gebleven. "Soms was het elkaars handen vasthouden, elkaar in de ogen kijken en zeggen: jongens we zetten door."

En ze doet het voor haar leerlingen: hun onbevangenheid. Ze hebben weliswaar hardnekkige vooroordelen over joden, homo's en Nederlanders, maar in sommige dingen zijn ze weer ontwapenend naïef. "'Boeren', die kennen ze bijvoorbeeld niet. Daarover hebben ze geen enkel vooroordeel. Denk niet dat ze ooit een wandeling in de natuur gaan maken. Amsterdam-West is hun wereld. Daar komen ze niet uit. Ze denken dat er in heel Nederland zoveel allochtonen wonen als hier. Ze zijn oprecht boos als er wat onder Marokkanen is gebeurd en dat niet in de krant staat."

'Amsterdam-West is hun wereld. Daar komen ze niet uit. Ze denken dat er in heel Nederland zoveel allochtonen wonen als hier.'
Een maand later gaat het in de lerarenkamer weer over de 'gewone' dingen: het wel en wee van de leerlingen. Sommigen mogen vanavond niet op het schoolfeest komen. Mohammed omdat hij een baksteen door een schoolruit heeft gegooid. En Samira omdat ze heeft gelogen tegen haar stagewerkgever. Ze heeft gezegd dat haar moeder een hartinfarct heeft gehad. "Ik heb tegen haar gezegd dat ze dom is." "Maar ze komt van de havo!" "Weet ik, tegen iemand die echt dom is, zou ik dat ook niet zeggen."

Jacob Eikelboom en Henk de Gruiter (66), leraar informatica, hebben een tussenuur. Ze drinken koffie uit een plastic bekertje. Henk klaagt dat hij nog op uitje moet met zijn 'mentorklas' (iedere leraar op het Calvijn is 'mentor' van een klas, waarmee hij geacht wordt een vertrouwensband op te bouwen). "Ik heb tegen ze gezegd: ik ga alleen als iedereen meegaat." Jacob: "Weet je al wat je gaat doen?" Henk: "Nee. Naar de film, denk ik, en daarna eten bij de Italiaan." Jacob, verontwaardigd: "Maar dan gaan de meisjes niet mee. Ga toch met ze bowlen, lekker jaren tachtig. Kunnen ze tenminste niemand tot schande zijn."

'Schande' en 'respect' zijn in de lerarenkamer volledig ingeburgerde termen. Hun leerlingen hebben het er de hele dag over. "Je maakt me te schande als je je jas aanhoudt," zei Henk net nog tegen een leerling in het computerlokaal. "Zo'n jongen doet meteen zijn jas uit. Als een leraar dat vroeger op de middelbare school had gezegd, had je toch gedacht dat-ie gestoord was."

Henk had allang gepensioneerd kunnen zijn. "Ze zijn me vergeten te ontslaan," zegt hij droogjes. Hij houdt van zijn vak, en het leraarschap kost hem nauwelijks moeite. Hij heeft er nog een baan naast, als leraar Nederlands op een hbo in Diemen, zodat zijn pensioen lekker aantikt.

Op het vmbo is hij vooral 'organisatorisch' bezig. Hij moet zijn leerlingen aan het werk houden, zorgen dat ze op tijd klaar zijn, dat ze hun diploma halen. "Ik ben een dompteur," zegt Henk. Zijn leerlingen zijn moeilijk te temmen. Dat komt doordat ze niet van theorie houden: ze hebben een concentratievermogen van vijf minuten. Daarnaast hebben ze vanwege hun afkomst een 'zuidelijk' temperament, denkt Henk. "De een noemt het 'opvliegend', ik noem het 'spontaan'."

In het computerlokaal, waar Henk leerlingen achter de computer onderwijst in sollicitatiebrieven schrijven en personeelsadvertenties lay-outen, schalt moderne hiphopmuziek. "Deze kinderen kunnen zich beter mét muziek concentreren dan zonder," legt Henk uit. "Ze kunnen de stilte niet verdragen."

"Ze begrijpen vaak helemaal niet wat een Nederlander tegen ze zegt. [...] En wij hebben nauwelijks door dat ze het niet begrijpen. Er is een gigantische miscommunicatie aan de gang."
Hij leeft in een andere wereld dan zijn leerlingen, ondanks het feit dat hun paden zich op dit ongewone 'eiland' elke dag kruisen. "Het wordt door velen onderschat in wat voor een chaos deze kinderen leven," denkt Henk. Ze begrijpen vaak helemaal niet wat een Nederlander tegen ze zegt. En dat komt niet alleen door hun gebrekkige intellect of taalvermogen. "Die ervaring hebben ze al vanaf hun geboorte. Daar weten ze creatief mee om te gaan, maar vatten doen ze het niet. En wij hebben nauwelijks door dat ze het niet begrijpen. Er is een gigantische miscommunicatie aan de gang."

De meeste leraren op het Calvijn vangen daar kleine signalen van op. Zo wilde Carolien een leerling in de hal gelukkig nieuwjaar wensen. Ze liep op hem af en stak haar hand uit. Hij keek haar aan of ze gek was en stootte zijn buurman aan: "Heb jij haar?"

Het is steeds vaker 'wij allochtonen' (de leerlingen) tegen 'jullie Nederlanders' (de leraren). Henk: "Dan vraag ik: wie is 'wij' nou? Je bent een gewone Amsterdamse Truus en je heet toevallig Fatima." Leraren zijn 'rare Nederlanders'. Ze kijken bijvoorbeeld naar het 'gecensureerde' NOS Journaal. "Daar zenden ze niet de echte beelden uit," zeggen leerlingen bloedserieus. Zelf kijken ze alleen naar het Arabische journaal via de schotelantenne. Het enige programma dat ze op de Nederlandse tv zien is Goede Tijden, Slechte Tijden, wat hun beeld van de Nederlander niet erg nuanceert.

Maar het opmerkelijkste signaal van buitenaardsheid is wel dat het de meeste leerlingen ontbreekt aan een 'geweten', vertelt Henk. "Oneerlijk zijn, stiekem zijn, liegen, stelen - dat zijn dingen die in de islamitische cultuur gewoon handig zijn."

Dat liegen botst enorm met hoe wij denken, volgens Carolien. "Wij willen weten waaróm iemand iets heeft gedaan. We willen het proberen te begrijpen. Maar zij vinden toegeven juist een soort zwakte." Als een leerling op diefstal wordt betrapt, gaat het gesprek ongeveer zo: "Ben jij dat op de beveiligingsvideo die daar naar het kluisje gaat?" "Ja." "Het kluisje gaat nu open, ben jij dat?" "Ja." "Ben je nu iets aan het stelen?" "Nee."

Een leraar kan maar beter geen moeite doen om de waarheid boven tafel te krijgen. "Het boek is gescheurd, er moet een nieuw boek komen," luidt vaak de beste constatering. Islamitische leerlingen hebben namelijk een stilzwijgend clubverband. "Als je zegt: ga dan maar met zijn vieren een nieuw boek betalen, dan doen ze dat," vertelt Carolien. "Maar je zult nooit weten wie het heeft gedaan."

Er wordt op school wel een cursus 'hoe ga je met elkaar om' aan leerlingen gegeven. Daar worden ze misschien ietsje sociaal wenselijker van, denkt Jacob. Maar niet gewetensvoller. Ze weten precies wat ze moeten zeggen over tolerantie jegens joden, vrouwen en homo's, om Nederlanders naar de mond te praten, maar in hun hart denken ze iets heel anders.

Jacob: "Ik ben een totale vreemde voor deze leerlingen, en zij zijn totale vreemden van mij. Ik ben 'de Nederlander', de ongelovige. Sommige gesprekken ga ik uit de weg, zoals: 'Waarom vind jij Saddam Hoessein zo leuk?' Anders zou ik ontzettend afstompen."

'Ze weten precies wat ze moeten zeggen over tolerantie jegens joden, vrouwen en homo's, om Nederlanders naar de mond te praten, maar in hun hart denken ze iets heel anders.'
De meeste leerlingen van het Calvijn zijn ervan overtuigd dat ze op een islamitische school zitten. "Vind je het gek?" zegt Henk. "Dit is een christelijke school, en deze school viert wel het Suiker-feest, maar geen Kerst." Jacob: "Ik had eens kerstlampjes in mijn lokaal hangen. Toen riepen sommige kinderen: 'Haal die lampjes weg. Jullie hebben geen respect voor ons. Wij zijn moslims.'"

Leraar Jan de Vries (33), afdelingsleider van de sector economie, denkt dat het een illusie is te denken dat de werelden van 'wij' en 'zij' ooit zullen samenkomen. "Onze wereld vertegenwoordigt in de ogen van veel allochtonen het kwaad. Het is uitgesloten dat ze ooit in de zomer net als wij naar het strand zullen gaan, waar vrouwen topless liggen. Dat kunnen we maar beter onder ogen zien."

Dat de integratie is mislukt, is vooral te wijten aan een veel te softe aanpak, denkt Henk. "In het begin vroegen ze me hier op school: 'Het is ouderavond, heb jij een tolk nodig?' Natuurlijk heb ik geen tolk nodig, ik spreek toch goed Nederlands? Draai de boel niet om. Dat hebben we echt te lang gedaan.

Zo organiseert het Calvijn nog steeds een Surinaamse en een Marokkaanse middag, maar nooit een Hollandse. "Er zitten tóch geen Nederlanders op school," luidt de redenering van de commissie buitenschoolse activiteiten. "Maar waarom zou je voor een Marokkaan een Marokkaanse middag moeten organiseren?" vraagt Henk zich af. Het wordt allochtone kinderen veel te makkelijk gemaakt, denkt hij. "Ik sprak gisteren een oud-leerling. Ze zit nu op het mbo. Een Turks meisje. Ze fietste zo door het vmbo heen, zonder problemen. Ik vroeg: hoe gaat het? 'Heerlijk,' zegt ze, 'ik hoef niet meer zo hard te werken.' Dat is jammer. Allochtone kinderen hebben een achterstand. Dat komt door hun achtergrond, maar dat wil niet zeggen dat ze geen kwaliteiten hebben. Alleen die kwaliteiten komen er niet uit. Die halen wij er ook niet uit."

Niet voor niets is het taalprobleem onder leerlingen zo enorm. Het verschil tussen de aanwijzende voornaamwoorden 'dat' en 'die' kennen de leerlingen niet. Ze spreken consequent van 'die meisje' en schrijven geen enkel woord met een hoofdletter. Een simpele wiskundesom kunnen ze niet maken, omdat ze de vraag niet begrijpen.

"Er lopen op school allerlei hotemetoten: schoolartsen, psychologen en zorgwerkers. Prachtig, maar er is nul aandacht voor de normale leerling."
Jan is opgegroeid in Friesland. Zijn eerste taal is Fries. Maar hij heeft in tegenstelling tot zijn leerlingen op school vlekkeloos Nederlands leren spreken. "Wat is eigenlijk het verschil? Waarom is het taalprobleem onder mijn leerlingen zo groot, terwijl ze hier ook zijn geboren? Ze hebben acht jaar basisschool achter de rug als ze hier op school komen. Het kan niet anders dan dat er wat misgaat in het onderwijsprogramma. Er worden te weinig eisen aan ze gesteld."

En dat komt niet zozeer door hun analfabete ouders, denkt Henk. "Dat komt doordat wij het verkeerd doen, denk ik." De school - en dat geldt voor elke vmbo-school - heeft zeer veel aandacht voor leerlingen die uit de pas lopen. Voor leerlingen met buitenschoolse problemen. 'Zorgbreedte' noemen ze dat: extra individuele aandacht voor leerlingen. "Er lopen op school allerlei hotemetoten: schoolartsen, psychologen en zorgwerkers. Prachtig, maar er is nul aandacht voor de normale leerling."

Wat een school zou moeten zijn - een leerinstituut - is volledig uit het oog verloren. Een school is een sociale instelling geworden: een pedagogisch, psychologisch, sociologisch opvangcentrum. En een diploma krijg je er uiteindelijk toch wel.

Het principe 'eigen schuld, dikke bult' bestaat niet meer in het onderwijs, volgens Henk. "Denk niet dat je vroeger op een middelbare school met een smoes kon komen als je je les niet had voorbereid. Of je nou naar de tandarts moest of je moeder was overleden - het proefwerk was voorbij. Maar hier is altijd een escape. Je loopt nooit vast. Desnoods heb je je 'mentor' nog, die 'excuus-meneer'. Dat is een boodschap die ze thuis ook krijgen: als je je huur niet kunt betalen, krijg je huursubsidie.

"Deze kinderen worden te weinig geconfronteerd met de gevolgen van hun daden. Als een leerling zich misdraagt, willen we dat oplossen met 'praten', of hij krijgt straf en dan is het de volgende dag weer goed." Het is een aanpak waar zijn leerlingen om lachen. "Ze vinden ons een beetje dom, dat we zoveel van ze accepteren." Laatst vroeg Henk aan een Marokkaanse leerling: "Waarom steel je niet bij de Marokkaanse supermarkt, maar wel bij de Albert Heijn?" "Bij de Marokkaanse supermarkt krijg ik op mijn lazer," zei de jongen. "Bij de Albert Heijn word ik 'begeleid'."

Henk pleit voor afschaffing van het 'begeleiden'. Hij hanteert al jaren de methode van de 'eigen verantwoordelijkheid'. En die blijkt zeer effectief. "Als een leerling zijn boek niet bij zich heeft, zeg ik: 'Doei!' Iemand zonder boek heeft in mijn les niets te zoeken." Maar veel collega's zien hem als een vreemde eend. Leerlingen op deze school hebben nu eenmaal de grootste problemen: incest, geweld, armoede. "Ze hebben mijn hand op hun schouder nodig," denkt Jan. Daar haalt hij juist zijn voldoening uit. "Ik heb het idee dat ik wat kan betekenen voor een groep kansarme jongeren in Amsterdam-West."

'Een school is een sociale instelling geworden: een pedagogisch, psychologisch, sociologisch opvangcentrum. En een diploma krijg je er uiteindelijk toch wel.'
"Als docent kom je tijd te kort," zegt ook de Surinaamse lerares biologie, Marjorie Narain (44). "Ik gebruik mijn pauzes om met leerlingen te praten als ik merk dat ze niet meekomen. Als leraar moet je ook psycholoog zijn. Ik wil weten waarom een kind zich op een bepaalde manier gedraagt. Vandaag de dag kun je niet meer alleen maar je lesjes afdraaien. Dan overleef je het niet."

Onder het zeventigkoppige lerarenkorps is sinds kort één lerares met een hoofddoekje. In de lerarenkamer zit Saïda Ait Haddou Ali (21), van Marokkaanse afkomst. Ze is geboren in Amsterdam-West. Ze eet verse groenten uit een tupperware-bakje, terwijl ze haar les voorbereidt. Sinds drie jaar geeft ze de vakken 'algemene economie' en 'handel & verkoop'. Ze staat door haar leeftijd dicht bij haar leerlingen, zegt ze. Zelf heeft ze ook op een zwarte school gezeten.

Saïda is teleurgesteld over de integratie in Nederland. Toen ze onlangs besloot een hoofddoekje te gaan dragen, omdat haar islamitische geweten 'ging knagen', zoals ze dat omschrijft, vroegen haar collega's haar steeds om uitleg. Die dachten allemaal dat ze het doekje droeg vanwege haar kersverse Marokkaanse echtgenoot. Haar leerlingen waren veel toleranter. "Die hadden er helemaal geen moeite mee."

Een ander minpuntje vindt ze dat de lesboeken nog steeds vanuit 'eurocentrisch oogpunt' worden geschreven. "De namen die erin worden gebruikt, zijn meestal Nederlandse namen, zoals 'Kees' en 'Marie', terwijl niemand hier zo heet." Ze heeft zelf een syllabus gemaakt met namen van haar keuze: Ismaïl, Abdul, Saïd, Mohammed, Hassan.

Ze is heel fanatiek als lerares. Ze bereidt altijd keurig haar lessen voor. "Ik vind het een uitdaging om als autochtoon mijn kennis over te dragen aan kinderen uit andere culturen," zegt ze. Hebben we dat goed verstaan? Ja, Saïda beschouwt zichzelf als autochtoon'. "Ik ben hier opgegroeid. Ik spreek de taal. Ik heb hier mijn perspectieven ontwikkeld." Ja, waarom eigenlijk niet? Een autochtoon uit Amsterdam-West.

Fleur Jurgens

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd en werd met de toestemming van de auteur overgenomen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl