“The trouble with socialism is that you eventually you run out of other people’s money.”
Margaret Thatcher

De vacature Fortuyn

Door Marcel Roele

17 mei 2003

Nauwelijks een halve dag voor de moord op Fortuyn voorspelde directeur Van Dijk van onderzoeksbureau Intomart in de Volkskrant dat de Lijst Pim Fortuyn 38 kamerzetels zou halen.

Het werden er op 15 mei 2002 uiteindelijk 26 en daar waren op 22 januari van dit jaar nog 8 van over. Vanaf het moment van de moord op 6 mei tot en met de begrafenis op 10 mei rouwde het Nederlandse volk massaal, emotioneel en expressief - alsof men een geliefde leider en redder des vaderlands had verloren. "LPF" en "Wij gaan door", scandeerde de menigte bij de Laurentiuskathedraal en langs de route van de rouwstoet. De spreekkoren die "Pim"  of  "Pimmetje" riepen, waren niet van de lucht - met geen politicus was het Nederlandse volk zo familiair. Tien maanden later kwamen bij het proces tegen de moordenaar anderhalve man en een paardekop opdagen. Pims broers raken de herdenkingsvlaggen die we op 6 mei kunnen uitsteken aan de straatstenen niet kwijt.

Fortuyn beschreef de ideale leider (zoals hij wilde zijn) in De verweesde samenleving: "Hij is voortdurend bezig het huis te bouwen, waarin het goed toeven is en spoort anderen aan zijn voorbeeld te volgen en zich gereed te maken de fakkel over te nemen." Pim zag zichzelf als een leraar en "het loon van de goede leermeester" is: "weten dat het zaad gezaaid is en dat je zult worden voortgedragen tot in lengte van dagen, ook al is het lichaam reeds lang tot stof wedergekeerd." Tegen Andries Knevel verklaarde hij op 19 maart 2002: "Ik vertolk iets wat veel breder en groter is dan ikzelf. Als ik morgen onder de tram zou komen en ik ben er niet meer, dan blijft het probleem daar liggen. Dat is nu benoemd en daar gaan allerlei mensen in het land mee aan de slag."

Fortuyn heeft zich vergist. De oude politieke machtsverhoudingen zijn in een mum van tijd hersteld en wat Fortuyn "de dans om het gouden kalf, de afgoderij van het getal" noemde, is weer volop bezig; de gevestigde politieke partijen soebatten over rekenmodelletjes tot ver achter de komma. De terugkeer van de menselijke maat in leefgemeenschappen, het onderwijs en de gezondheidszorg, die Fortuyn zo hartstochtelijk bepleitte, staan niet op de agenda. Via gezinsvorming en -hereniging stromen moslims nog steeds ons land binnen, terwijl Fortuyn zei: "als ik het juridisch rond kon krijgen, kwam er wat mij betreft geen islamiet meer binnen." Fortuyn zelf lijkt bijna net zo snel in vergetelheid te raken als hij het laatste half jaar van zijn leven populair werd.

Eén van de redenen waarom Fortuyn onopvolgbaar lijkt te zijn, is dat hij niet een normale politicus was, maar een soort messias. Hij vergeleek zichzelf herhaaldelijk met Mozes die veertig jaar lang zijn volk door de woestijn leidde en eindigde De verweesde samenleving met de woorden: "Ik ben gereed. U ook? Op weg naar het beloofde land!" Wie zou in plaats van Pim de kudde kunnen leiden? Fortuyn schetste het functieprofiel: iemand die vader en moeder tegelijk is. "De bekwame leider is de bijbelse goede herder. Hij is de normsteller én bruggenbouwer. Hij is streng én barmhartig. Hij is ongenaakbaar én begripvol. Hij wijst de weg én deelt zijn aarzelingen over de juistheid daarvan met de troepen. Hij schildert ons het beeld van de toekomst, ontwerpt handelingsmogelijkheden, maar doet dat alles in het besef van falen en zondigheid, in de wetenschap dat de weg belangrijker is dan het doel." Het zal duidelijk zijn dat Herben, Heinsbroek, Wijnschenk, Winny de Jong en wie er verder al niet de fakkel van Fortuyn had willen overnemen, niet uit het juiste hout gesneden zijn.

Toch zijn er wel degelijk messiaanse leiders geweest die aan het begin van een langdurig succesvolle politieke beweging stonden. De historicus Henk te Velde wees er in het winternummer van Pluche op dat het fenomeen Fortuyn absoluut niet 'on-Nederlands' was of een typisch product van de "postmoderne mediawereld met popsterren en vips van wie de meest intieme details op straat liggen." Volgens Te Velde lijkt Fortuyn in een aantal opzichten sprekend op Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Pieter Jelles Troelstra en Abraham Kuyper. Domela werd in 1888 het eerste en (toen nog) enige socialistische kamerlid, werd door de Friese arbeiders 'Us Ferlosser' genoemd en door Jan en Annie Romein in Erflaters van onze beschaving de 'apostel der arbeiders.' Troelstra was één van de 'twaalf apostelen' die in 1894 der SDAP oprichtten en gaf ruim dertig jaar leiding aan de partij. Kuyper was (in 1879) oprichter en 41 jaar lang leider van de Anti-Revolutionaire Partij.
Hun publiek optreden kenmerkte zich door passie, een 'religieuze' missie en narcisme. Fortuyn schreef: "Aansprekende politiek kan eenvoudigweg niet zonder passie. Geen passie, dan ook geen contact met de mensen in het land." Ook Domela, Troelstra en Kuyper vonden een direct en gepassioneerd contact met de achterban essentieel. Te Velde: "Zoals Fortuyn zich tegen de 'autistische regentencultuur' uit Den Haag keerde, zo keerden zij zich tegen het liberale establishment van beschaafde burgerheren." Troelstra en Kuyper vergeleken zich met Mozes; Domela met Jezus op de Via Dolorosa. Kuyper deelde in zijn wekelijkse meditaties zijn religieuze gevoelens, persoonlijk verdriet (bijvoorbeeld om de dood van zijn vrouw) en nieuws over zijn depressies met zijn volk. Van Fortuyn mochten we ook alles weten: zijn depressies, zijn grote (onbeantwoorde) liefde, de overleden broer, een vriend die aan AIDS stierf enzovoort. Alle vier schreven ze autobiografische herinneringen en alle vier waren ze podiumpersoonlijkheden. Alsof ze een bijna persoonlijke relatie hadden met hun publiek. Te Velde: "Deze leiders waren zichzelf op een podium en straalden daar een gevoel van verbondenheid uit dat ze met hun narcisme in hun persoonlijke vriendschappen vaak niet lang volhielden."

Kuyper, Domela en Troelstra waren dus net als Fortuyn getroubleerde persoonlijkheden die de nadruk legden op gemeenschappelijk lijden en strijden om hun volk te mobiliseren. Op het moment dat hun aanhang eenmaal was gemobiliseerd, werden de profeten opgevolgd door bekwame organisatoren en beleidsmakers die trouw aan de partijlijn voorop stelden. De messias hoeft dus niet vervangen te worden door iemand die net zo charismatisch is als hij, mits hij een stabiele schare aanhangers achterlaat - en daar schortte het bij Fortuyn aan.

Voor Kuyper bestond zijn achterban uit orthodoxe kleine luiden; Domela en Troelstra richtten zich op de arbeiders. Twee groepen die op dat ogenblik nog niet in de Tweede Kamer werden gehoord; twee groepen die hulp zochten om te emanciperen. Voor wie sprak Pim?

Fortuyn meende dat hij een opdracht had van God. Die kwam er kortweg op neer dat Pim ons zou helpen onze Opdracht in het leven te vinden en realiseren. Door ons vrijheid te geven maar ook verantwoordelijkheid. Door enerzijds in technologisch opzicht te moderniseren en anderzijds in sociaal opzicht de menselijke maat terug te brengen.

Fortuyn wilde de samenleving teruggeven aan de burger. De dokter moet weer de baas worden over zijn praktijk. Geen groepspraktijk van parttimers die buiten kantooruren naar een Centrale Doktersdienst laten bellen, maar een fulltime werkende, ouderwetse dorps- of wijkdokter die alle patiënten persoonlijk kent. Geen studiehuis, geen les gegeven door een computer, maar een onderwijzer die op pakkende wijze een verhaal kan vertellen - en die niet wordt lastig gevallen door managers en richtlijnen uit Zoetermeer. Geen politie die thuis voor de buis zit of in bed ligt wanneer inbrekers werken en in kantooruren formulieren over alle onoplosbare inbraken invult, maar een Bromsnor op straat die ook echt de baas is van de straat. Geef de bus terug aan de chauffeur en de trein aan de conducteur, maar dan moeten ze ook hard aan het werk en niet zeuren. Een bijzonder beroep deed Fortuyn op zijn generatiegenoten, de babyboomers, die zich altijd als egoïstische verwende kinderen zijn blijven gedragen en niet de moeite hebben gedaan om volgende generaties te onderwijzen in normen en waarden.

Verder moeten de mensen in de onderklasse achter de geraniums vandaan, hun eigenwaarde terugvinden en hun broek leren ophouden. Forrtuyn wees erop dat het onmogelijk is om de onderklasse te emanciperen, in alle buurten goed onderwijs te geven en de wachtlijsten in de gezondheidszorg weg te werken, als er ondertussen een voortdurende stroom van nieuwe onderklasse vanuit het buitenland binnenkomt. De immigratie moet dus drastisch worden beperkt. En tot slot waarschuwde Fortuyn tegen de islamisering van onze samenleving: het risico dat een zeer aanzienlijke minderheid van de bevolking integratie afwijst en niet veel moet hebben van de idealen van de Verlichting, onze vorm van democratie, onze rechtsstaat en vrijheden voor vrouwen en homo's.

Fortuyn eiste van iedereen een offer. Er gaat geen cent extra naar gezondheidszorg, onderwijs of politie. Eerst reorganiseren - zo doe je dat toch ook als in het bedrijfsleven de zaak niet goed loopt? De WAO? Dat was vroeger toch een arbeidsongevallenverzekering - en in die tijd konden we de zaak in de hand houden. Dus terugdraaien naar de oude situatie. Huursubsidie? Te duur en funest voor de werking van de woningmarkt. Projectsubsidie (subsidie voor de bouw van betaalbare woningen voor de gewone man) werkte vroeger wel - dus terug naar de oude situatie. Fortuyn wilde minder ministeries en dus minder rijksambtenaren. Het leger mocht ook wel wat kleiner en de Joint Strike Fighter kun je later altijd nog van de plank kopen als die per se nodig is.

Onder premier Pim had iedereen moeten inleveren en harder moeten werken. Een messiaanse leider kan zoiets vragen, omdat hij in plaats van materiële welvaart geestelijke rijkdom levert: respect en acceptatie die je eerlijk hebt verdiend.
De messiaanse leider brengt zelf het hoogste offer. Pim meende het oprecht wanneer hij "At your service" zei en salueerde. Dat herkende men ook. "It's a hell of a job" sprak Pim, maar hij was bereid zich "vier jaar lang volledig te geven aan het Nederlandse volk", in een "glazen huisje te gaan zitten" en toegankelijk te zijn voor het electoraat, via constante reisjes per helikopter naar de regio's en het openstellen van de ambtswoning "waar ze in mijn arm mogen knijpen om te zien of ik het werkelijk wel ben". En al in 1994 schreef hij: "Ik begrijp nu beter dan ooit dat de hoogste rekening die je kunt krijgen die van je eigen leven is. De politicus die sterft voor zijn ideaal. Ik denk dat ik uiteindelijk de prijs zal moeten betalen en wel de hoogste: mijn eigen leven." Fortuyn leek te voorzien dat er aan opstand tegen de gevestigde orde persoonlijke risico's voor hem verbonden waren.

Pim riep onderbuikgevoelens op - letterlijk: half Nederland was een beetje verliefd op hem - maar sprak als kampioen van het vrije woord ook het hoofd aan. Imams mochten wat Pim betreft zeggen dat homoseksualiteit een doodzonde is; als Pim maar mocht zeggen dat de islam een achtergebleven godsdienst is. De vrijheid van meningsuiting woog wat Fortuyn betreft zwaarder dan het verbod op discriminatie op basis van seksuele geaardheid, geloof enzovoort. De liefhebbers van Pims charme en libertarisme zijn na zijn dood politiek ontheemd; zij hebben geen enkele reden om achter de LPF aan te lopen.

De enigen die thuis horen in de politieke partij die zogenaamd 'het gedachtegoed van Pim' beheert, zijn het klootjesvolk dat erkenning van zijn noden zoekt, zoals ooit de machteloze arbeiders zich aan de politieke erfgenamen van Troelstra en de genegeerde calvinistische kleine luiden aan die van Kuyper bonden. Het klootjesvolk bestaat uit twee groeperingen. Ten eerste de autochtonen uit de oude wijken op wie de lasten van de multiculturele samenleving zijn afgewenteld. Zij hebben jarenlang van de politieke elite te horen gekregen dat de verpaupering van hun buurt een culturele verrijking was, dat mensen die klaagden over criminaliteit en asociaal gedrag van allochtonen racisten waren en dat ze blij moesten zijn met een uitkering of een Melkertbaantje. De uitkering en het Melkertbaantje, alsmede de rekening voor de opvang van allochtonen in achterbuurten, gevangenissen en asielzoekerscentra werd betaald door de hardwerkende kleine ondernemers uit het MKB. Niet dat het geld naar de nieuwkomers ging; die leven immers op bijstandsniveau, maar ambtenaren en sociaal werkers verdienen een dik belegde boterham aan het verlenen van eeuwigdurende bijstand aan een immer hulpeloze en hopeloze onderklasse. Deze profiteurs van andermans ellende zijn goed vertegenwoordigd in het kader van de gevestigde politieke partijen en hebben media - zoals de NOS, NRC en Volkskrant - die voor hun belangen opkomen. De vadsige diknekken uit het MKB zijn rancuneus daarover en hebben in de vorm van de LPF nu een partijtje dat ze zelf kunnen besturen en waarop gefrustreerde autochtone paupers stemmen.

Dit was niet wat Pim had gewild, maar Pim wilde ook helemaal niet aan de basis staan van een ouderwetse politieke partij die deelbelangen vertegenwoordigt. Hierin verschilde hij principieel van Domela, Troelstra en Kuyper. Fortuyn fantaseerde over een zakenkabinet Fortuyn - niet over een politieke beweging of een politieke partij. Zo'n zakenkabinet zou per issue beslissingen nemen, gesteund door steeds wisselende coalities in de samenleving. Zoals Domela, Troelstra en Kuyper als messiaanse leiders succesvol konden zijn doordat ze voorlopers waren van het tijdperk waarin we werden geregeerd door elites uit politieke partijen die in onderling overleg naar overeenstemming zochten; zo was Fortuyn succesvol doordat hij deze oligarchie naar haar graf hielp dragen.

Fortuyn formuleerde al in 1989 zijn ambitie om premier te worden en schreef daarna diverse boeken waarin hij de rol die hij wenste te spelen invulde, zoals Aan het volk van Nederland (1992) en Het zakenkabinet Fortuyn (1994), maar hij wachtte ("Als een panter die zit te loeren op een prooi", zoals hij in 1994 zei) zorgvuldig het juiste moment af. Onder de paarse kabinetten was Nederland materieel rijk, maar moreel stuurloos geworden. De burgers werden geacht voor lief te nemen dat de overheid de problemen rond de gezondheidszorg, het onderwijs, het openbaar vervoer, de criminaliteit, de immigratie en de multiculturele samenleving schouderophalend op hun beloop liet. Via de stembus kon de burger nog maar weinig invloed uitoefenen, want de politieke partijen die voor regeringsdeelname in aanmerking kwamen waren het over de belangrijke kwesties ruwweg met elkaar eens. Deze politieke partijen waren inmiddels al lang niet meer brede sociale bewegingen: ze hadden bijna net zoveel leden als ze bestuursfuncties konden vergeven. Het oude bestel is vermolmd. Pim hoefde maar met zijn pink tegen kopstukken als Melkert, Dijkstal, De Graaf en Rosenmöller aan te duwen of ze vielen nors en apathisch achterover.

Pogingen om de oude partijen nieuw leven in te blazen door elementen van Fortuyns succesformule te imiteren, lijken tot mislukken gedoemd. De spindoctors van de VVD meenden dat 'Jip en Janneketaal' vereist was. Volstrekt onjuist. Fortuyn sprak en schreef eerder in de tale Kanaans. Maar hij kon ook grof uit de hoek komen en zeer onbetamelijk zijn. "U bent een etter" en "Ga koken", sprak hij tot Wouke van Scherrenberg, toen zij hem na een debat hinderlijk volgde en voor "slechte verliezer" uitmaakte. Een normale politicus zou zich dergelijke opmerkingen niet kunnen permitteren; een journalist zou zich niet zo opdringen bij een normale politicus (Wouke had Melkert nooit zo durven belagen). Wouke gedroeg zich als een normaal mens en Pim ook: eventjes een pittige verbale aanvaring zonder dat de verhoudingen daardoor werden verstoord. Het leek Pim zelfs wel een leuk idee om, als hij eenmaal premier was, Eef Brouwers als RVD-baas te vervangen door Wouke.

Pim meende dat ze bij de PvdA de zuurpruim Melkert moesten inruilen voor het "lekkere ding" Wouter Bos. Zo gezegd, zo gedaan en er bleken 19 zetels winst aan Wouters lekkere kontje te hangen. Maar Wouter is wel een draaikontje, waardoor de PvdA niet alleen geen standpunt kon bepalen inzake de oorlog in Irak en de kabinetsformatie verkwanselde, maar ieder publiek optreden van Bos ten koste gaat van zijn populariteit. Of hij nu met een oranje das op de tribune staat bij een wedstrijd van het Nederlands elftal of in modieus zwart Marco Borsato een TMF-award overhandigd - hij is onecht. De Pim Fortuyn die naar voren komt in de fax correspondentie met zijn beste vriend is dezelfde als die in boeken zoals Babyboomers en De verweesde samenleving of in het Volkskrantinterview van 9 februari 2002 (waarvan hij zich niet wilde distantiëren al kostte hem dat het lijsttrekkerschap van Leefbaar Nederland) en in zijn publieke optredens. Pim was authentiek.

De vacature Fortuyn wordt pas vervuld als een politicus annex mediapersoonlijkheid opstaat die authentiek is en die de problemen van onze verzorgingsstaat en de islamisering consequent, onomwonden, eerlijk en in heldere bewoordingen aan de orde durft te stellen. Deze problemen liggen er nog steeds en worden alleen maar groter. Zoals Geert Mak na Fortuyns dood constateerde, kent een revolutie doorgaans een voorrevolutie. De Russische Februarirevolutie van 1917 had een voorloper in 1905; de revolutie van Hitler in 1933 volgde bijna tien jaar na de Bürgerbraukellerputsch in München. Jezus werd voorafgegaan door Johannes de Doper. Pas als de opvolger van Fortuyn op het toneel verschijnt, wordt duidelijk wat de historische rol van Pim is geweest.

Marcel Roele


Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd
Marcel Roele (1961) is columnist van AD Magazine en schrijft over sociobiologie voor HP/De Tijd en Intermediair. Naast "De Mietjesmaatschappij" publiceerde hij De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties (tweede druk, 1996), De menselijke soort .

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage www.marcelroele.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl