“The true remedy for most evils is none other than liberty, unlimited and complete liberty, liberty in every field of human endeavor.”
Gustave de Molinari

De puinhopen van John Maynard Keynes - deel 1

Door Richard Ebeling

22 mei 2008

Hoeveel ellende kan één econoom veroorzaken?


Meer dan 70 jaar geleden, op 4 februari 1936, publiceerde de Engelse econoom John Maynard Keynes (1883 - 1946) wat al snel zijn beroemdste boek zou worden "The General Theory of Employment, Interest, en Money". Er zijn maar weinig boeken die in zo'n korte tijd zo'n grote invloed hebben gehad en wier impact op overheidsbeleid zo destructief zijn geweest. Keynes slaagde erin een rechtvaardiging te geven voor wat overheden altijd het liefste doen: geld uitgeven en speciale diensten aan belangengroeperingen verlenen. 

Tijdens dit proces hielp Keynes in het ondermijnen van wat drie van de meest essentiële institutionele ingrediënten van een vrije markteconomie zijn: de goudstandaard, een sluitende begroting en open competitieve markten. In hun plaats liet Keynes ons fiatgeld-inflatie, begrotingstekorten en meer politieke inmenging in de markt na. 

Er zijn maar weinig boeken die in zo'n korte tijd zo'n grote invloed hebben gehad en wier impact op overheidsbeleid zo destructief zijn geweest.
Het zou natuurlijk overdreven zijn om te claimen dat zonder Keynes en de Keynesiaanse revolutie zaken als inflatie, begrotingstekorten en interventionisme niet zouden hebben plaatsgevonden. Al in de decennia voordat Keynes' boek verscheen, verschoof het politieke en ideologische klimaat naar een steeds grotere overheidsinmenging in economische en sociale zaken, door de groeiende invloed van collectivistische ideeën onder intellectuelen en beleidsmakers.

Maar voordat "The General Theory" verscheen moesten de meeste voorstanders van collectivistische maatregelen nog een manier vinden om de inzichten van de economische wetenschap te omzeilen welke immers nog steeds stelde dat de beste aanpak was dat overheden zich niet met de markt bemoeien, maar enkel een stabiele munteenheid gebaseerd op goud handhaven en haar belastingen en uitgaven binnen de perken houden.
De klassieke economen van de achttiende en negentiende eeuw hadden overtuigend aangetoond dat overheidsinterventie het soepele functioneren van de markt verstoort.

De klassieke economen van de achttiende en negentiende eeuw hadden overtuigend aangetoond dat overheidsinterventie het soepele functioneren van de markt verstoort. Ze ontwikkelden economische theorieën die duidelijk lieten zien dat de overheid noch de kennis noch de bekwaamheid heeft om de economie te besturen. 

Vrijheid en welvaart worden het best gegarandeerd wanneer de overheid zich in het algemeen beperkt tot het beschermen van leven en eigendom van mensen, waarbij de competitieve krachten van vraag en aanbod voor de noodzakelijke prikkels en coördinatie van menselijk handelen zorgen. 


Tijdens de Napolitaanse oorlogen van de negentiende eeuw kampten veel Europese landen met serieuze inflatie omdat overheden hun toevlucht zochten tot de geldpers om hun oorlogsactiviteiten te financieren. De les die de klassieke economen leerden was dat de hand van de overheid van de hendels van de geldpers verwijderd moest worden als monetaire stabiliteit het doel was. De beste manier om dit te doen was het verbinden van de munteenheid van een land aan een goed ('commodity') zoals goud, het verplichten van banken om al de door hen uitgegeven bankbiljetten voor goud tegen een vaste wisselkoers in te wisselen wanneer klanten daarom vroegen, en het limiteren van elke stijging in de hoeveelheid bankbiljetten in circulatie aan de gestegen hoeveelheid goudeenheden die door klanten bij banken werden ondergebracht.

[V]oordat "The General Theory" verscheen moesten de meeste voorstanders van collectivistische maatregelen nog een manier vinden om deze inzichten van de [klassieke economen] te omzeilen.
Ze concludeerden ook dat meer geld uitgeven dan je binnenkrijgt een gevaarlijke manier was om overheidsprogramma's te financieren. Het stelde overheden in staat om de illusie te creëren dat ze geld kunnen uitgeven zonder dat het de samenleving iets kost in de vorm van hogere belastingen; ze kunnen vandaag geld lenen en uitgeven en de belastingkosten uitstellen tot ergens in de toekomst wanneer de leningen moeten worden terugbetaald. De klassieke economen riepen op tot het elk jaar hebben van sluitende begrotingen zodat het electoraat duidelijker kan zien wat de kosten van overheidsuitgaven zijn. Als er een nationale ramp zoals een oorlog voorkomt waardoor de overheid gedwongen wordt om geld te lenen, dan moet de overheid wanneer de crisis voorbij is, zorgen voor begrotingsoverschotten totdat de schuld is afbetaald.

Richard Ebeling

Dit was het eerste deel van de Nederlandse vertaling van John Maynard Keynes: The Damage Still Done by a Defunct Economist dat eerder in The Freeman verscheen. Het tweede deel vindt u hier. Vertaling door Koen Swinkels.

Gerelateerde link:
- Keynes is dood - leve Keynes?!
- Alternatief voor Keynes: Friedrich von Hayek

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl