“Every joke is a tiny revolution. ”
George Orwell

Vrije meningsuiting? Nu even niet voor moslims!

Door Bart Croughs

29 mei 2001

De onschendbaarheid van de islam is opgeheven; de homo's hebben de strijd om de gunst van de publieke opinie voorlopig gewonnen. Hoe is deze machtsverschuiving te verklaren?

Twee dingen werden na de uitspraken van de Rotterdamse imam El-Moumni en zijn collega's vrij snel duidelijk: vrijheid van meningsuiting is nog steeds niet echt populair in Nederland, en de tot voor kort bijna onschendbare positie van de moslims is ernstig aangetast.

Het COC en hoofdredacteur Krol van de Gay Krant eisten dat de overheid krachtig stelling zou nemen tegen de homovijandige uitlatingen van de imams; justitie stelde vrijwel direct een onderzoek in, en vanuit de Tweede Kamer kwam de suggestie om de imams vanwege hun afwijkende opvattingen het land uit te zetten. De doorsnee buitenlandse crimineel kan rustig in Nederland blijven na een veroordeling, maar om dit soort opiniemisdadigers hier te laten blijven - dat gaat te ver!

Het voorstel van minister Van Boxtel om imams voortaan te verplichten een inburgeringcursus te volgen, getuigde al evenzeer van grote tolerantie. Maar de veronderstelling dat een verplichte inbugeringscursus voldoende zou zijn om de religieus geïnspireerde opvattingen van de imams omtrent homoseksualiteit te wijzigen, lijkt nogal optimistisch. Een heropvoedingskamp biedt dan toch meer kans op resultaat - anders dan de verplichte inbugeringscursus is dat een beproefd middel, waarmee al uitstekende resultaten zijn behaald in de voormalige Sovjet-Unie, communistisch China, en vele andere landen die te kampen hadden van ongewenste meningen.

Ook vermakelijk was de reactie van Pim Fortuyn, zelf een enthousiast beoefenaar van de herenliefde. Eerder in dit blad luid k1agend (het coververhaal 'mag je alles zeggen wat je denkt?', HP/De tijd, 29 september 2000) over de politiek-correcte scherpslijpers die hem zo dwarszaten zonder dat er overigens ooit een strafrechtelijk onderzoek tegen hem is in gesteld - veroordeelde hij de Rotterdamse imam scherp: de man had natuurlijk het recht om zijn mening te uiten, 'tenzij hij oproept tot fysiek geweld. In dit geval komt dat er dicht bij'. Taboes doorbreken is iets heel moois, tenzij het gaat om Fortuyn's eigen taboes. Dan ligt de zaak toch anders.

Het argument dat de homovijand opvattingen van de imams kunnen bijdragen aan agressie tegen homo's, en dat imams daarom hun mond moeten houden werd ook door Wim Kok naar voren gebracht. Echt nieuw is dat argument niet ook Janmaat, Bolkestein en andere zijn in het verleden veelvuldig gemaand hun mond te houden omdat hun woord al zouden kunnen aanzetten tot agressie niet tegen homo's, maar tegen allochtonen.

Opmerkelijk is wel de selectieve wijze waarop dit argument altijd wordt gehanteerd. Het werd nooit gebruikt om linkse denkbeelden de kop in te drukken, hoewel er in het verleden toch genoeg links geweld is gepleegd in Nederland. Of het nu ging om de aanslag op de centrum Democraten in Kedichem, de aanslag op staatssecretaris Kosto, of de aanslagen op Makro-vestigingen, nooit is er met de beschuldigde vinger gewezen naar de intellectuelen die Janmaat en Kosto demoniseerden, of naar de ant-apartheidsactivisten die een boycot van Zuid-Afrika bepleiten; in al deze gevallen waren de geweld plegers steeds zelf volledig verantwoordelijk voor hun daden. Het is een merkwaardig natuurverschijnsel: alleen foute rechtse opinies hebben magische kracht anderen tot geweld aan te zetten: bij goede linkse opinies ontbreekt deze eigenschap volledig.

De overheid heeft de imams inmiddels uitgenodigd voor een gesprek. 'De eerste lijn, naast strafrechte onderzoek, moet zijn om te komen tot een dialoog', aldus Wim Kok. Met de dreiging van de justitie op de achtergrond zal deze ontmoeting ongetwijfeld tot een eerlijke en openhartige uitwisseling van ideeën leiden, in een sfeer van wederzijds respect.

Het gebrek aan enthousiasme voor de vrijheid van meninguitingen in Nederland is niet iets van de laatste jaren. Een paar decennia terug was het nog riskant om vrijmoedig over sex te schrijven, katholieken voor het hoofd te stoten, God te lasteren, of het koningshuis te beledigen. De heilige koeien van toen zijn inmiddels vervangen; de bevoorrechte positie van het koningshuis, God, de katholieken en de anti-seks-brigade is inmiddels ingenomen door groepen als homo's, negers, joden en moslims; rechtse onderdrukking van afwijkende meningsuitingen heeft plaats gemaakt voor linkse onderdrukking. Joop Glimmerveen, Jenny Goeree, Leen van Dijke, kardinaal Simonis, Hans Janmaat, CP86. Theo van Gogh, Prosper Ego, Propria Cures en vele anderen zijn inmiddels voor de rechter gesleept vanwege hun foute rechtse opinies.

Nieuw is wel dat dit wapen nu ook tegen moslims dreigt te worden ingezet. In het verleden genoten moslims speciale protectie als het ging om het beledigen van homo's. Zo was er eind jaren tachtig in Zwo1le ruzie tussen het COC en een groep moslims, die het vertikten om het COC te accepteren als buren in een schoolgebouw. De homo's maakten er geen halszaak van; een proces wegens discriminatie bleef achterwege. Kort daarvoor had het COC wel een proces aangespannen tegen een katholieke gezagsdrager, Simonis, die voor de radio verklaarde dat hij zich kon voorste1len dat een katholieke huisbaas zijn kamer niet aan een homo wilde verhuren. Daadwerkelijke discriminatie door moslims, dat kon er voor het COC nog mee door, maar vrije meningsuiting door een katholiek? Dat ging te ver.

Ook Mohamed Rabbae van Groen Links kon een paar jaar later nog een lange neus trekken naar de homo's, zonder dat er veel aanstoot aan werd genomen. Rabbae liet weten dat Nederlanders er maar aan moesten wennen dat 'wij islamieten' homoseksualiteit nu eenmaal niet accepteren. Gerry van der List en Leen van Dijke riepen in de jaren negentig vanwege hun homo-onvriendelijke uitlatingen wel een rel over zich af; de laatste werd ook voor de rechter gesleept.

De reden ligt voor de hand: de homo-vijandige moslims waren zelf lid van een officiële onderdrukte minderheidsgroepering, en hadden daarom de status van onschendbaarheid; voor Simonis, Van der List en Van Dijke gold dat niet. Aan agiteren tegen de moslims viel niet zoveel eer te behalen - er was altijd de kans dat je van racistische motieven zou worden beticht of van 'het aanzetten tot vreemdelingenhaat'. Aan agiteren tegen Simonis, Van der List en Van Dijke viel dubbele eer te behalen - niet alleen toonde je op die manier dat je v66r homo's was, maar in een moeite door nam je stelling tegen rechtse rakkers en christenen. De onschendbaarheid van moslims is nu dus opgeheven; de homo's hebben de strijd met de moslims om de gunst van de overheid voorlopig gewonnen. Hoe is deze machtsverschuiving te verklaren?

Er is niet veel reden om aan te nemen dat de homo's de laatste jaren populairder zijn geworden in hun rol van onderdrukte minderheid. Het is vooral de populariteit van de moslims bij weldenkend Nederland die de laatste paar jaar sterk is afgenomen. Het heil dat de multiculturele samenleving zou brengen, is nooit gearriveerd; problemen des te meer. Het aantal verlichte denkers dat gelooft dat de immigratie uit de derde wereld onze samenleving werkelijk verrijkt, is drastisch afgenomen - en niet zolang geleden gold dit idee nog als de lakmoesproef voor het progressieve geweten. Het zijn niet meer alleen foute rechtse figuren als Hans Janmaat, Frits Bolkestein en Pim Fortuyn die wijzen op de nadelen van de multiculturele samenleving; zelfs in PvdA-kringen (Paul Scheffer, Jacques WaIlage) en bij Trouw-redacteuren (Jaffe Vink) is de realiteit uiteindelijk doorgedrongen. De schroom om moslims te bekritiseren is afgenomen, en de homo's plukken daar nu de vruchten van. Kortom, de tijden zijn veranderd, en de moslims zullen daar voortaan rekening mee moeten houden als ze verdere botsingen met de Nederlandse gedachtepolitie willen vermijden.

Bart Croughs

Dit artikel verscheen op 25 mei 2001 in HP/De Tijd.

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl