Een kleinere overheid begint bij jezelf

Door Redactie

19 september 2004

Milieu. Al jarenlang is het verbeteren van het biologische leefklimaat een belangrijk thema op de agenda van vele linkse organisaties. Via grote maatschappelijke organisaties, actiegroepen, lobbyisten en politieke partijen proberen de ‘milieufundamentalisten’ de greep van de overheid te vergroten op bepaalde processen in de samenleving en het bedrijfsleven om ‘het milieu te verbeteren’. Vaak zit hier een nobel streven achter. Soms ook een overdreven en vreemde visie op hoe ver men hierin moet gaan. Echter, in deze manier van het nastreven van een schoner milieu schuilt een gevaarlijke doctrine. Men gaat vaak uit van de lange arm van de overheid. Daardoor mijden vele rechtse mensen milieuthema's. Maar het nastreven van een beter biologisch leefklimaat is juist een uitstekende manier om deze lange arm te bestrijden.

Tocqueville
Om een goed beeld te kunnen krijgen van deze ‘doctrine’ en om de laatste stelling wat beter te begrijpen, zal ik eerst een citaat aanhalen uit ‘Democratie in Amerika’ van Alexis de Tocqueville(1805-1859).

“Ik wil mij voorstellen welke nieuwe trekken despotisme in deze wereld kan aannemen. Ik zie dan een ontelbare menigte van vergelijkbare en gelijke mensen die rusteloos om zichzelf heen draaien, op zoek naar vulgaire pleziertjes waarmee ze hun ziel vullen. Ieder van hen, teruggetrokken en apart, is als een vreemdeling ten opzichte van de bestemming van alle anderen: zijn kinderen en bijzondere vrienden zijn voor hem het gehele menselijke geslacht; en wat samenwonen met zijn medeburgers betreft, is hij wel naast hen, maar hij ziet hen niet; hij raakt ze aan maar voelt ze niet; hij bestaat alleen in zich zelf en voor zichzelf, en ook al houdt hij nog wel van zijn familie, men kan in ieder geval zeggen dat hij geen geboorteland meer heeft.

Boven hen is een enorme bevoogdende macht opgetrokken, die als enige zorg draagt voor hun genoegens en die hun lot bewaakt. Die macht is absoluut, getailleerd, geregeld, met een wijde blik en mild. Hij zou op een vaderlijke macht lijken als hij tot doel had mannen op hun man-zijn voor te bereiden, maar hij probeert hen integendeel onomkeerbaar vast te houden in hun kinderjaren. Hij wil graag dat burgers zich vermaken op voorwaarde dat zij alleen aan hun eigen vermaak denken. Hij zet zich graag in voor hun geluk, maar wil daarin de enige agent en scheidsrechter zijn. Hij zorgt voor hun veiligheid, voorziet in hun behoeften en stelt die veilig, faciliteert hun pleziertjes, regelt hun belangrijkste zaken, stuurt hun inspanningen aan, reguleert hun bezittingen, verdeelt hun erfenissen –kan hij hen niet volledig ontlasten van het probleem van nadenken en de moeite van het leven?
Op deze manier maakt hij het beoefenen van de vrije wil iedere dag minder nuttig en zeldzamer. Hij dringt de handelingen van de wil in een kleinere ruimte en ontneemt iedere burger beetje bij beetje het gebruik ervan. Gelijkheid heeft de mensen op dit alles voorbereid. Zij heeft ze ervoor klaargemaakt dit alles te verdragen en al deze zaken zelfs als een zegen op te vatten.

Aldus trekt de soeverein, door ieder individu één voor één in zijn machtige handen te nemen en iedereen naar eigen inzicht te kneden, zijn arm over de gehele samenleving uit. Hij bedekt haar oppervlakte met een netwerk van gedetailleerde, gecompliceerde nauwgezette, uniforme regels, waardoor de meest originele geesten en meest edele zielen zich geen weg kunnen banen om de massa te overstijgen. Hij breekt de wil niet, maar maakt hem zachter, buigt hem en geeft hem richting. Hij dwingt zelden iemand tot handelingen, maar stelt zich voortdurend op tegen iedere poging tot handelen op. Hij vernietigt niet, maar voorkomt dat dingen worden geboren. Hij tiranniseert niet, maar hindert, sluit compromissen, maakt slap, dooft, bedwelmt, en reduceert ieder natie uiteindelijk tot niets meer dan een kudde verlegen en arbeidzame dieren waarvan de overheid de herder is.”

(Democratie in Amerika, boek II, deel 4 , hoofdstuk 6 – Alexis de Tocqueville-)

In het eerste gedeelte kun je de steeds dalende interesse van de mens in zijn omgeving constateren. Dit zou je ook kunnen reflecteren op het biologische leefklimaat. De mens interesseert zich niet meer voor de toestand van het milieu en daardoor verloedert het. De vraag is dan, wie grijpt er in?

Overheidsingrijpen
Het gevolg van een dergelijke houding is dat de overheid zich dan geroepen voelt om in te grijpen ten behoeve van het milieu. Want als de mensen het zelf niet doen, wie doet het dan? Luidt dan de redenering. Het gevaar hiervan is dat dit een bepaald mechanisme in gang zet dat vaak onomkeerbaar is. De overheid kan haar taken uitvoeren door de belastingbetalende burger. Dit betekent dat voor het uitvoeren van milieubeleid belasting wordt geheven. Voor het ontwerpen en uitvoeren van dat beleid zijn ambtenaren nodig. Dit betekent dus een groei van de overheid.

In het tweede en derde gedeelte van het citaat beschrijft de Tocqueville de gevolgen van dit mechanisme. De overheid treedt op als een despoot die de burgers voorschrijft hoe zij moeten leven, denken, eten, etc.. In de context van milieu is het ‘Kyoto-pact’ hier een goed voorbeeld van. Dit plan om op mondiaal niveau het idee van een planeconomie weer te introduceren is niet meer dan een nieuwe manier om belasting te heffen. Vele wetenschappers en beleidsmakers twijfelen ten zeerste of dit project effect zal hebben en of de opwarming van de aarde überhaupt een probleem is. Milieu is in deze kwestie slechts het argument om het financieel desastreuze project te kunnen lanceren. De ideologie erachter is echter een despotische zoals de Tocqueville beschrijft. Het is dan ook geen wonder dat dit pact door een groot deel van de linkse organisaties in deze wereld word gesteund.

'Doordat de overheid de rol van ‘verzorger’ op zich heeft genomen is de samenhang en de wil en motivatie om voor elkaar te zorgen verdwenen en is iedereen afhankelijk geworden van de staat in plaats van elkaar.'
Om het nog te verduidelijken kun je het citaat ook reflecteren op de verzorgingsstaat. Doordat de overheid de rol van ‘verzorger’ op zich heeft genomen is de samenhang en de wil en motivatie om voor elkaar te zorgen verdwenen en is iedereen afhankelijk geworden van de staat in plaats van elkaar. Laten we er dus voor zorgen dat onze leefomgeving afhankelijk is van ons, en niet van de staat.

Milieu als wapen
Om ervoor te zorgen dat de individuele burger zijn soevereiniteit en vrijheid nog kan behouden zal hij zich bewust moeten gaan worden van zijn verantwoordelijkheid tegen over zijn medemens en de samenleving. Hoe meer verantwoordelijk we ons gaan gedragen ten opzichte van onze leefomgeving, hoe minder deze verloedert en hoe minder overheidsingrijpen er dus nodig is. Er is niets mis met maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor een beter milieu, maar zij zullen zich er van bewust moeten worden dat de oplossing niet altijd in de politiek ligt. We zouden ons dus goed kunnen wapenen tegen de macht van de groeiende overheid door beter te letten op en te zorgen voor onze leefomgeving.

Ook voor bedrijven zal een dergelijke ‘ethische houding’ meer voordelen opleveren dan wanneer zij het milieu vervuilen. Door zelf zorg te dragen voor een goede afhandeling van afvalstoffen en het schoonhouden van de interne en externe leefomgeving voorkomen zij overheidsingrijpen.

Daarom is het ook belangrijk dat ethiek een grotere rol gaat spelen in het onderwijs. Het pleidooi van onze minister-president Jan Peter Balkende voor meer aandacht voor ‘normen en waarden’ en het wijzen van mensen op hun individuele verantwoordelijkheid valt dan ook zeer te prijzen. Mensen dienen weer trotse, onafhankelijke en vooral verantwoordelijke wezens te worden in plaats van een ‘kudde verlegen en arbeidzame dieren’ die worden verzorgd door vadertje staat.

René Schmitt
namens International Capitalism.


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl