'Het olietekort is als de horizon; het verdwijnt als je er in de buurt komt'

Door Addo van der Eijk

12 oktober 2004

Fossiele brandstoffen beheersen momenteel de wereldenergievoorziening. Olie, aardgas en kolen zijn echter eindig. Eens breekt dus de tijd aan dat alternatieven hun plaats innemen. Maar wanneer? Uiteenlopende prognoses doen de ronde, variërend van tien tot honderden jaren. Addo van der Eijk van het blad Duurzame Energie ging op zoek naar het omslagpunt en liet deskundigen hierover hun licht schijnen. In deze aflevering is dat Hans Labohm, als econoom verbonden aan het Instituut Clingendael.

De twee vorige deskundigen in deze serie benaderden het omslagpunt vanuit de voorraden van fossiele brandstoffen. Labohm ziet dat anders. Economen kijken niet primair naar voorraden, maar naar de marktvraag. 'Volgens geologen pieken de fossiele brandstoffen over vijftien jaar, waarna ze gaan dalen. Dat lijkt me erg pessimistisch. De bewezen voorraden nemen, als percentage van het gebruik, niet echt af. En naarmate de prijzen zullen stijgen, neemt de prikkel om naar nieuwe voorraden te zoeken toe.' Om zijn positieve kijk kracht bij te zetten, citeert Labohm Morris Adelman, een Amerikaanse olie-analist: 'The great oil shortage is like the horizon, always receding as one moves toward it (Het olietekort is als de horizon; het verdwijnt als je er in de buurt komt).' Een prachtige uitspraak, vindt hij, die zichzelf telkens weer bewijst. 'Al dertig jaar hoor ik voorspellingen, en telkens komen ze niet uit. De reserves zijn enorm. Er zijn schattingen in omloop van zes- tot zevenhonderd jaar.'

Bjørn LomborgTechnologie-optimisten
Labohm is een rasoptimist. Hij behoort tot de school van neoliberale 'vrije markt denkers' en milieusceptici als Pim Fortuyn en de Deense politicoloog-statisticus Bjørn Lomborg, auteur van het geruchtmakend boek 'The Skeptical Environmentalist'. Deze stroming van technologie-optimisten staat lijnrecht tegenover de doemdenkers, ook wel Neo-Malthusianisten genoemd, naar de Engelse dominee Malthus die meende dat de grenzen in zicht kwamen. Prominentste en extreemste technologie-optimist is waarschijnlijk wijlen econoom Julian Simon. Het leven op aarde wordt steeds prettiger, zo luidde zijn vrolijke boodschap. En niet ondanks het toenemen van de wereldbevolking, maar juist dankzij. Net als Labohm stoorde Simon zich aan het zwelgen in pessimisme over milieu, overbevolking en klimaatverandering. Simons bekendste wapenfeit is zijn weddenschap met een milieuactivist over de prijs van grondstoffen. Simon voorspelde dat deze grondstoffen steeds minder schaars worden en daarom juist goedkoper. Hij won.

Julian SimonIn zijn nieuwe boek, dat hij samen schreef met Simon Rozendaal en Dick Thoenes, wijdt Labohm er een heel hoofdstuk aan: doemscenario's. 'In onze Westerse beschaving heerst een traditie van doemscenario's. Dat begint al met de zondvloed, veroorzaakt door zondig gedrag. Noah, een deugdzaam man, moest met zijn ark de biodiversiteit redden. Van alle narigheid die ons is voorspeld, is niets terecht gekomen. Integendeel zelfs. Lomborg laat in zijn boek met wetenschappelijk cijfermateriaal zien dat het juist beter gaat in plaats van slechter. Zo zijn energie en andere natuurlijke rijkdommen overvloediger, wordt er meer en goedkoper voedsel geproduceerd dan ooit in de wereldgeschiedenis en zijn de meeste plaatselijke vormen van milieuverontreiniging juist dankzij economische groei opgelost.' Er is dus geen reden tot ongerustheid, ook niet wat ons klimaat betreft. Labohm noemt het Kyoto-verdrag dan ook een ernstig geval van collectieve verstandsverbijstering. 'Gelukkig is het nagenoeg van de baan, nu Amerika en Rusland niet meewerken. Het gevaar dreigt dat Europa toch de CO2-doelen wil gaan halen, wat catastrofale gevolgen zal hebben voor onze economie', aldus de econoom.

Speculatief
Dat Labohm vooralsnog geen tekorten aan fossiele brandstoffen voorziet, wil niet zeggen dat volgens hem duurzame energie geen kans maakt. Hij haalt de Amerikaan Amory Lovins aan, ook een technologie-optimist. 'Volgens Lovins zijn de prijzen van duurzame energie de afgelopen dertig jaar gehalveerd. Zet deze trend door, dan maakt duurzame energie rond 2026 een substantieel aandeel uit van de totale energiemarkt. Dat betekent een einde van fossiele brandstoffen rond 2065. Deze getallen zijn heel speculatief. Mijn gevoel zegt me dat fossiele brandstoffen nog lange tijd een belangrijke rol zullen spelen.' Van het hele palet aan duurzame energiebronnen zet Labohm zijn geld het liefst op zonne-energie. In windenergie ziet hij in ieder geval geen muziek. 'Windmolens kosten driemaal zoveel als fossiele en nucleaire brandstoffen. Ze kunnen nooit de conventionele centrales vervangen, hooguit nemen ze gedurende de tijd dat het flink waait een klein deel van de stroomopwekking over. Zo'n windmolenpark in zee is natuurlijk belachelijk.' Meer dan voor de traditionele duurzame energiebronnen ziet hij in de toekomst kansen voor kernenergie. 'Daar moeten we serieus aan denken. Laten we om te beginnen niet de bestaande kernreactoren sluiten. Dat is een enorme kapitaalvernietiging.'


"Het probleem van de wereld is niet dat er teveel mensen zijn, maar een gebrek aan politieke en economische vrijheid."

Julian Lincoln Simon

Groene Rekenkamer
Labohm wil de groei van duurzame energie graag overlaten aan de markt. Verandert de prijsverhouding, dan voorspelt hij een groeiend aandeel. Komt er echter overheidsgeld bij kijken, dan vindt Labohm dat projecten moeten worden onderworpen aan een maatschappelijke kosten-batenanalyse. In navolging van Stichting HAN - die vindt dat in Nederland teveel eenzijdige berichtgeving bestaat over milieurisico's - pleit hij voor een onafhankelijke 'Groene Rekenkamer'. Deze rekenkamer, een wetenschappelijk instituut vergelijkbaar met dat van Lomborg in Denemarken, rekent van tevoren de consequenties van duurzame projecten door. 'Er zijn talloze maatschappelijke behoeften. Neem de gezondheidszorg, de ouderenzorg. Ontzettend veel mensen in de wereld hebben geen toegang tot drinkwater. Wegen we al deze behoeften tegen elkaar af, dan zetten geldverslindende windmolens geen zoden aan de dijk. De milieubeweging heeft goed werk verricht, maar we zijn te ver doorgeschoten. In de toekomst zal de politiek maatschappelijke prioriteiten scherper moeten stellen. We moeten toe naar een rationeler milieubeleid, in plaats van kapitalen uit te geven aan nutteloze milieumaatregelen. Daar is uiteindelijk ook het milieu bij gebaat.'

Addo van der Eijk

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Duurzame Energie

Gerelateerde links:
- Bjørn Lomborg: Running out of resources (in PDF)
- Telegraph: Anti-Christ of the green religion

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl