De leugens rond aids

Door Bart Croughs

25 februari 2002

Al jarenlang is onze overheid bezig de Nederlandse hetero-bevolking voor te lichten omtrent de gevaren van aids.

Kreten als 'Welterusten Jaap!' en 'Ik Vrij veilig of ik vrij niet' overspoelen radio, televisie, publiekstijdschriften en bushaltes. Opmerkelijk aan deze campagnes is het geringe informatieve gehalte. Iemand die wil weten wat nu precies de risico's zijn van homo-seks, seks met biseksuelen, seks met intraveneuze-drugsgebruikers, met hemofiliepatiënten, met hetero's die afkomstig zijn uit landen waar verspreiding onder hetero's normaal is - zo iemand komt bedrogen uit. En de bij de spotjes behorende folders leveren nauwelijks meer informatie op. Het gevolg is dat de werkelijk interessante informatie over aids hier nauwelijks bekend is, hoezeer het Nederlandse publiek na alle campagnes ook meent op de hoogte te zijn van de gevaren van de ziekte.

Er is slechts één boodschap waarop voortdurend gehamerd wordt: de gemiddelde hetero is bijzonder dom en onverantwoordelijk bezig wanneer hij geen condoom gebruikt bij het aangaan van nieuwe seksuele contacten. In feite is er nauwelijks of geen sprake van voorlichting, maar slechts van pogingen tot gedragsmanipulatie. Een kreet als 'Ik vrij veilig of ik vrij niet' betekent in feite niets anders dan: 'Nederlanders, vrij veilig of vrij niet!'

De laatste folder uit de reeks, gemaakt in opdracht van het ministerie van WVC, is typerend voor de 'voorlichting' die onze overheid bedrijft. Ook in deze folder wordt het risico voor heteroseksuelen op aids als zeer reëel voorgesteld, en wordt er voor hetero's maar één remedie geleverd om dit gevaar uit te schakelen: het condoom. De folder heeft op de voorkant een afbeelding van een vrijend paartje (man en vrouw uiteraard), en opent aldus: 'De meeste mensen weten intussen het nodige over aids. En ze beseffen zich ook dat je met een nieuwe partner veilig moet vrijen' (de taalfouten zijn van de overheid). Andere citaten: 'Veilig vrijen is echt de enige oplossing.' 'Bij vaginale geslachtsgemeenschap gebruik je natuurlijk altijd een condoom.' 'Voor je 't weet, ben je onveilig en dus onverantwoordelijk bezig.'

De boodschap is tweeledig: een hetero die bij een nieuw contact geen condoom gebruikt, is onverantwoordelijk bezig, en veilig vrijen staat gelijk aan vrijen met een condoom. Onveilig vrijen staat gelijk aan vrijen zonder condoom. Deze boodschap is zacht gezegd misleidend. Maar na tien jaar overheidspropaganda is ze wel goed doorgedrongen tot het Nederlandse volk, en ze hoort inmiddels tot de categorie algemeen geaccepteerde waarheden.

Niet alleen door de overheid, ook door de media wordt die boodschap er dagelijks ingestampt. De nietsvermoedende televisiekijker die afstemt op een als erotisch bedoeld programma van Veronica wordt door een proleterige stem toegeroepen: 'Use a rubber when you do it!' En zelfs de blootbladen, die het toch moeten hebben van een sfeer van vrolijke seks, hebben sombere ondertonen gekregen. Voortdurend wordt de heteroseksuele lezer erop gewezen dat seks zonder condoom gelijk staat aan Russische roulette.

Is geslachtsgemeenschap zonder condoom werkelijk zo riskant voor de gemiddelde hetero? Wie heeft gelijk, onze overheid of Frank en Eline die geen condooms gebruiken 'omdat ze elkaar al drie weken kennen'? Oftewel: hoe groot is het risico voor de hetero om door onbeschermde geslachtsgemeenschap aids op te lopen?

In Nederland is helaas nooit getracht de risico's te berekenen die heteroseksuele geslachtsgemeenschap met zich meebrengt. In Amerika is dit wel geprobeerd in een opmerkelijk (en onopgemerkt) artikel dat in 1988 verscheen in de Journal of the American Medical Association. De verspreiding van aids bevond zich toen in Amerika in hetzelfde stadium als waarin ze zich nu in Nederland bevindt, dus deze cijfers zijn ook voor Nederland interessant. Zie het hieronder afgebeelde overzicht.




Hoewel de schrijvers conservatieve schattingen gebruikten, en de risico's waarschijnlijk overdreven, beliep de kans op infectie bij heteroseksuele geslachtsgemeenschap met iemand die zich niet in een groep met een hoog risico bevindt, 1 op de 5 miljoen per onbeschermd contact. Om dit risico nog eens te gaan verminderen tot 1 op 50 miljoen door condooms te gebruiken, zoals onze overheid wil, grenst aan paranoia. De schrijvers van het artikel merken op dat de kans om in een dergelijk onbeschermd contact aids op te lopen 'ongeveer even groot is als de kans te worden gedood door een verkeersongeluk als je tien kilometer moet rijden om de betreffende partner te bereiken'. En om te zeggen dat een kans van 1 op 5 miljoen onveilig en onverantwoordelijk is, maar dat een kans van 1 op 50 miljoen veilig en verantwoordelijk is, is natuurlijk slaande waanzin.

Erger nog, onze overheid laat in de voorlichtingsspotjes en folders impliciet weten dat ze ook een kans van 1 op 11 om aids te krijgen veilig en verantwoordelijk acht: zo groot is namelijk de kans dat iemand aids oploopt bij 500 seksuele contacten (met condoom, dus 'veilig') met een partner die besmet is met het HIV-virus.

Veel mensen die via heteroseksueel contact aids hebben opgelopen, wisten dat hun vaste partner drugs gebruikte, biseksueel was, uit een 'endemisch gebied' afkomstig was of bloedprodukten had ontvangen. Maar de overheidsspotjes reppen nooit over de risico's die een vaste seksuele relatie met personen uit dergelijke risicogroepen met zich meebrengt; de enige boodschap luidt: condoomgebruiken bij nieuwe contacten! Als deze ongelukkigen de tv-spotjes met 'voorlichting' van onze overheid serieus hebben genomen, dachten ze naar alle waarschijnlijkheid dat ze niet veel risico liepen, omdat ze monogaam waren of omdat ze een condoom gebruikten. De desinformatiecampagne van onze overheid is direct verantwoordelijk voor deze aidsgevallen.

De kans voor een doorsnee-Nederlander om de afgelopen twaalf jaar via heteroseksueel contact aids te hebben opgelopen, is grof geschat niet meer dan zo'n 0,0000158.
Hoezeer heeft de aids-epidemie al toegeslagen in Nederland? Laten we beginnen met de risico's voor de 'rijpere schooljeugd' omdat veel aidscampagnes van de laatste jaren, gezien de leeftijd van de in de spotjes optredende acteurs, vooral op deze categorie lijken te zijn gericht. In de leeftijdscategorie tussen de 15 en 19 jaar zijn in de afgelopen tien jaar niet meer dan 6 aidspatiënten geteld. Ook onder twintigers komt beduidend minder aids voor dan onder dertigers en veertigers. Welterusten, Frank en Eline!

Hoezeer is aids verspreid onder de totale Nederlandse bevolking? De meest recente cijfers in Nederland (tot 1 juli 1994) luiden als volgt: de afgelopen twaalf jaar is in Nederland bij 3147 mensen aids geconstateerd. 75,3 procent van hen waren homoseksuele en biseksuele mannen, 9,4 procent intraveneuze-drugsgebruikers, 1 procent homoseksuele en biseksuele drugsgebruikers, 1,6 procent hemofiliepatiënten, 1,4 procent had een bloedtransfusie ontvangen geïnfecteerd met het HIV-virus, 0,5 procent ging over van moeder op kind, 1,5 procent had geen bekende oorzaak en 9,3 procent was overgedragen door heteroseksueel contact.

Drieduizend aidspatiënten in twaalf jaar is op zich al bijzonder weinig in vergelijking met het aantal patiënten dat overlijdt aan hart- en vaatziekten of aan kanker (respectievelijk zo'n 50.000 en 35.000 per jaar). En het aantal heteroseksuele aidspatiënten is slechts een klein gedeelte van het totale aantal. De afgelopen twaalf jaar zijn in Nederland 294 aidspatiënten geteld die hun ziekte door heteroseksueel contact hebben opgelopen. Maar zelfs dit getal is nog te hoog. Zeventig van deze heteroseksuele aidspatiënten zijn afkomstig uit een zogeheten 'endemisch gebied', dat wil zeggen een gebied waar aids onder hetero's relatief vaak voorkomt. Het zijn voornamelijk immigranten uit zwart Afrika, die hun ziekte uit hun vaderland hebben meegenomen, en dus in feite niet thuishoren in statistieken die gebruikt worden om het risico te berekenen van Nederlandse heteroseksuelen om in Nederland aids op te lopen.

We houden dus 224 heteroseksuele aidspatiënten over. De meerderheid hiervan liep het op van partners die tot de risicogroepen behoorden: immigranten uit 'endemische gebieden', intraveneuze-drugsgebruikers, biseksuelen, hemofiliepatiënten, bloedtransfusie-ontvangers en partners die al HIV-positief waren getest. Slechts 79 heteroseksuele aidspatiënten liepen hun ziekte op door wisselende partners, en daarbij is prostitutiebezoek inbegrepen. Het aantal hetero's dat via 'gewoon' sekscontact aids heeft opgelopen, is nog een stuk kleiner; hoe klein precies, daarover zwijgen de statistieken. Dat is jammer, want het is juist het niet-commerciële sekscontact waarop de overheid de aandacht richt. Wie voorts beseft dat nogal wat aidspatiënten het niet prettig vinden te moeten erkennen dat ze door promiscue homoseksueel gedrag hun ziekte hebben opgelopen, en dat 'prostitutiebezoek' een uitstekende uitvlucht is voor bijvoorbeeld biseksuele mannen met een gezin die hun ware geaardheid liever verbergen, begrijpt dat de werkelijke cijfers nog lager zijn; hoeveel lager, daar kan alleen maar naar worden geraden.

Door in aidscampagnes slechts gezonde Hollandse jongens en meisjes te tonen, en met geen woord te reppen over de risico's van seks met personen uit de risicogroepen, wekt de overheid het idee dat het aidsvirus in Nederland gewoonlijk wordt overgedragen van heteroseksueel op heteroseksueel, zonder dat daar ook maar één junk of Afrikaan aan te pas komt. In werkelijkheid vormt deze groep besmettingen een kleine minderheid van alle heteroseksuele besmettingen.

Er zijn dus momenteel 224 Nederlandse aidspatiënten geteld die hier via heteroseksueel verkeer aids hebben opgelopen; op een bevolking van zo'n 15 miljoen mensen, van wie 95 procent heteroseksueel, is dit niet zoveel. De kans voor een doorsnee-Nederlander om de afgelopen twaalf jaar via heteroseksueel contact aids te hebben opgelopen, is grof geschat niet meer dan zo'n 0,0000158.

Gedurende de twaalf jaar dat deze 224 heteroseksuelen aids kregen, zijn er door auto-ongelukken 17.549 Nederlanders om het leven gekomen. Stel het aantal hetero's onder hen op 95 procent en dan blijkt dat de afgelopen jaren 78 keer zoveel hetero's door een verkeersongeval om het leven zijn gekomen dan er door heteroseksueel contact aids hebben opgelopen. Toch heeft de gemiddelde hetero, geterroriseerd door leugenachtige overheidspropaganda, zich over zijn seksleven veel zorgen gemaakt en over zijn verkeersgedrag niet of nauwelijks.

Vanwaar nu deze desinformatiecampagne van onze overheid? En waarom heeft de rest van Nederland hieraan zo ijverig z'n medewerking verleend? Wat de media betreft is een belangrijke factor natuurlijk verkoopcijfers: griezelverhalen verkopen beter dan de niet zo opwindende realiteit. Ook andere factoren spelen een rol: wetenschappers willen fondsen werven, Durex wil z'n condooms verkopen en voor sommige ambtenaren is het idee om als eenvoudige Jan Lul macht te kunnen uitoefenen op de denkwijze en het gedrag van miljoenen medemensen natuurlijk erg aantrekkelijk.

Maar het belangrijkst zijn de politieke motieven. In Nederland is de mythe van de heteroseksuele aids in het leven geroepen om een tweetal redenen. In de eerste plaats werd gevreesd dat het homo's zou 'stigmatiseren' wanneer aids als een pure homoziekte zou worden beschouwd. De redenering luidt als volgt: als aids een homoziekte is, zou de conclusie weleens getrokken kunnen worden dat homoseksualiteit 'ongezond' is - een conclusie die door conservatieve groeperingen in Amerika ook inderdaad is getrokken. Dat wilde men voorkomen en daarom moesten de verschillen tussen homoseksualiteit en heteroseksualiteit zoveel mogelijk worden weggepoetst. Zo moest de boodschap worden verspreid dat niet alleen homo's, maak ook hetero's grote risico's op aids liepen.

Maar helaas, de verschillen tussen heteroseksualiteit en homoseksualiteit bleven bestaan, en hetero's lopen ook na tien jaar aids nog steeds geen serieus te nemen risico. Dat aids voor hetero's in tegenstelling tot homo's een bijzonder zeldzame ziekte is, is niet zo vreemd als we het seksuele gedrag van hetero's met het seksuele gedrag van homo's vergelijken. Er heerst onder veel homo's een enorme promiscuïteit, waar de meeste hetero's zich niet eens een voorstelling van kunnen maken. Zo hadden de eerste homoseksuele aidspatiënten een gemiddelde van 1100 seksuele partners achter de rug; ze hadden in één wild weekend meer seksuele partners dan de meeste hetero's in hun hele leven.

Verder is de anus, anders dan de vagina, niet gebouwd op het ontvangen van het mannelijk geslachtsorgaan; je zou kunnen zeggen dat het menselijk lichaam homo-vijandig is ingericht. Er ontstaan in de anus eerder wondjes bij geslachtsgemeenschap, waardoor het aidsvirus sneller zal worden overgedragen. Tel daarbij het feit dat de partners van homo's, in tegenstelling tot de partners van hetero's, onveranderlijk tot de risicogroepen behoren (namelijk andere homo's), en de relatief snelle verspreiding onder homo's is niet verwonderlijk.

Een tweede reden waarom de mythe van de heteroseksuele aids in het leven is geroepen, is omdat gevreesd werd dat het, zoals bekend zeer egoïstische, heteroseksuele volksdeel anders niet voldoende geld naar aidsonderzoek zou laten stromen. Zoals Theo van Gogh het in HP/De Tijd uitdrukte, zich kwaad makend over de in zijn ogen te geringe subsidiestroom voor het aidsonderzoek: 'De wereld wordt nog altijd geregeerd door gezonde hetero's die uiteraard zonder condoom op de doos gaan, nergens hinder van ondervinden en menen dat die ziekte een bedrijfsongeval is voor flikkers en Afrikanen.' Pas als Elco Brinkman het gevreesde virus zou oplopen bij zijn vriendin, zou de subsidiestroom naar aidsonderzoek goed op gang komen, aldus Van Gogh (die zelf uiteraard niet tot de egoïstische hetero's hoort). Maar Brinkman heeft geen aids en zal ook nooit aids krijgen. De beste methode om toch voldoende geld los te peuteren voor aidsonderzoek is dan om heel hard te roepen dat Brinkman door een gelukkig toeval gespaard is gebleven, en wel degelijk een reëel risico loopt om aids te krijgen.

Hiermee is ook het gejuich verklaard waarmee de media het nieuws verspreidden dat de Amerikaanse basketbalspeler Magic Johnson geïnfecteerd was met het HIV-virus. Eindelijk was bewezen dat ook heteroseksueel contact gevaarlijk was! Magic Johnson was een held! Dat al voordat Johnson besmet raakte geruchten de ronde deden dat diens seksuele activiteiten niet beperkt bleven tot het vrouwelijk geslacht, werd in geen enkele Nederlandse krant, en in zeer weinig Amerikaanse kranten, vermeld.

De tactiek om de risico's voor hetero's gigantisch op te blazen om op die manier geld los te peuteren voor aidsonderzoek, heeft uitstekend gewerkt: de subsidiestroom vooronderzoek is volgens een bericht in de Volkskrant van 29-5-'93 in Nederland 1400 keer zo groot als de subsidiestroom voor de honderden malen meer slachtoffers eisende hart- en vaatziekten; en dat terwijl de preventie van aids al lang bekend is en de meeste nieuwe HIV-geïnfecteerden van de laatste jaren zelf verantwoordelijk zijn voor hun ziekte. Je kunt je afvragen hoeveel mensenlevens er gespaard zouden zijn als deze enorme subsidiestroom niet naar aidsonderzoek was gegaan, maar in plaats daarvan naar veel voorkomende dodelijke ziekten.

Als de huidige aidsvoorlichting niet deugt, wat moet de overheid dan wel doen? Als we ervan uitgaan dat het tot haar taken behoort om de bevolking voor te lichten omtrent aids, dan zou de overheid zich in het ideale geval beperken tot het verschaffen van informatie, en eventueel te nemen maatregelen aan de individuele burgers overlaten. Elk algemeen advies is namelijk voor een niet onaanzienlijk deel van de bevolking een verkeerd advies, omdat mensen nu eenmaal verschillen wat hun waardering van seks, hun waardering van seks met condooms, hun geneigdheid tot het nemen van risico's, et cetera betreft.

Maar gesteld dat de overheid de burgers per se als kleuters wil behandelen, en geen informatie wil geven, maar in plaats daarvan als goede vader adviezen wil verstrekken. En gesteld dat de overheid om wat voor reden dan ook het waanidee zou hebben opgevat dat aidscampagnes niet moeten worden gericht op de groepen die werkelijk een reëel risico lopen, maar in plaats daarvan op heteroseksuelen. Wat zou dan het beste advies aan heteroseksuelen zijn om hun extreem geringe risico op aids nog verder te beperken zonder dat dit hun leven onnodig verzuurt?

Dit advies zou luiden: 'Heb rustig meerdere partners, condooms gebruiken is niet noodzakelijk, als je je maar houdt aan de volgende regel: selecteer je vaste partners met enige zorg. Een los contact is nooit erg riskant, maar een vaste seksuele relatie met biseksuele mannen, intraveneuze-drugsgebruikers, immigranten uit een aantal Derde-Wereldlanden, hemofiliepatiënten en bloedtransfusie-ontvangers levert een behoorlijk risico op. Wil je toch een vaste relatie met iemand uit deze groepen, dan is het gebruik van een condoom een goed middel om het risico te beperken, maar zelfs dan blijft het risico nog reëel. Het zou dan ook verstandig zijn partners uit een risico-groep aan te sporen een HIV-test te ondergaan. Voor de rest: laat je leven niet verpesten door risico's die kleiner zijn dan het risico om te verdrinken.'

Natuurlijk durft geen Nederlandse regering ooit een dergelijk politiek incorrecte boodschap voor haar rekening te nemen. Een overheid die de burgers waarschuwt voor kansarme minderheidsgroepen als biseksuelen, hoeren, junkies, zieken en immigranten, staat gelijk aan een regering die politieke zelfmoord pleegt. Liever voert onze overheid daarom politiek risicoloze maar leugenachtige aidscampagnes, campagnes die een onbekend aantal mensen het leven hebben gekost en een groot deel van de bevolking onnodig angst hebben aangejaagd.

Na publikatie van bovenstaand artikel in HP/De Tijd (11-11-'94) volgde een serie ingezonden brieven. Mij werd tendentieuze stemmingmakerij verweten, enge meningen, apartheidsdenken, moraliserende vooroordelen; het artikel was dom, discriminerend en walgelijk; de paus kon er nog wat van leren.

Er kwam ook zakelijke kritiek. Martijn Verbrugge, bestuurslid HIV Vereniging Nederland, stelde dat condoomgebruik behalve om aids te voorkomen ook nuttig was om andere geslachtsziekten en zwangerschap te voorkomen. Dat is heel juist opgemerkt, maar daar ging de aidsvoorlichting helemaal niet over, en mijn artikel dus ook niet.

Zelfs in Amsterdam, de aidshoofdstad van Nederland, kan een man elke vijf à tien dagen in bed duiken met een willekeurige vrouw, zonder condoom en zonder erop te letten of ze tot de risicogroepen behoort, zonder dat zijn kans aids op te lopen groter is dan zijn kans om door een verkeersongeval om het leven te komen. Er zijn maar erg weinig hetero's die dit tempo halen.
Drs. Dees, voorzitter Stichting Aids Fonds en professor Roscam-Abbing, voorzitter Nationale Commissie Aids bestrijding, schreven dat het door mij becijferde extreem lage infectierisico van onbeschermd heteroseksueel contact met personen die niet tot de risicogroepen behoren 'principieel niet onjuist' was, maar dat zo'n berekening zinloos is omdat men meestal niet op simpele wijze kan vaststellen tot welke categorie de nieuwe sekspartner behoort. Maar zelfs een onbeschermd heteroseksueel contact met een willekeurige partner, zonder dat er moeite is gedaan de risicogroepen uit te sluiten, levert een bijzonder laag infectierisico op. Helaas zijn er nauwelijks onderzoeken in Nederland gedaan naar de verspreiding van HIV onder de algemene bevolking. Alleen onder zwangere vrouwen in Amsterdam is onderzoek gedaan dat bruikbaar is: 0,1 procent blijkt besmet met HIV. Dit onderzoek geeft waarschijnlijk een redelijk (niet perfect) representatief beeld van de HIV-verspreiding onder seksueel actieve Amsterdamse vrouwen. Gaan we van dit getal uit, dan leert een grove schatting dat de kans dat een man door een onbeschermd sekscontact met een willekeurige Amsterdamse vrouw wordt besmet met het HIV-virus, ongeveer 1 op de 500.000 à 1 op de 1.000.000 is. Dat wil zeggen: zelfs in de aidshoofdstad van Nederland kan een man elke vijf à tien dagen in bed duiken met een willekeurige vrouw, zonder condoom en zonder erop te letten of ze tot de risicogroepen behoort, zonder dat zijn kans aids op te lopen groter is dan zijn kans om door een verkeersongeval om het leven te komen. Er zijn maar erg weinig hetero's die dit tempo halen. Omdat aids in Amsterdam relatief twintig keer zoveel voorkomt als in de rest van Nederland, zal het risico dat de gemiddelde niet-Amsterdamse man loopt vele malen kleiner zijn. Dit risico kan bovendien vrij eenvoudig verder verkleind worden: het is weliswaar niet altijd eenvoudig vast te stellen of iemand tot de risicogroepen behoort, maar vaak wel. Immigranten uit Afrika en junkies zijn vaak redelijk goed te herkennen; door die groepen uit te sluiten kan het al bijzonder lage risico nog verder worden verkleind. En wie hier nog niet tevreden mee is en zijn risico nog verder wil verlagen, kan zijn partner natuurlijk ook vragen naar eventuele risicofactoren. Wie het resterende extreem lage risico nog steeds te hoog vindt, kan uiteraard ook een condoom gebruiken wanneer hij geen overwegende bezwaren heeft tegen condoomgebruik. (Veel mannen hebben dat wel, gezien het feit dat zelfs na jaren angstaanjagende overheidspropaganda veel mannen nog steeds geen condoom gebruiken).

Voorts meenden Dees en Roscam-Abbing dat mijn verwijt dat de vaste partners van mensen uit de risicogroepen door de overheidsvoorlichting een vals gevoel van veiligheid kregen aangepraat, onjuist was. Dit omdat mensen die tot de risicogroepen behoren in 'lokaal uitgevoerde, doelgroepgerichte voorlichting' wel informatie ontvingen over de gevaren van beschermde en onbeschermde sekscontacten. Hier wordt een rookgordijn opgetrokken, aangezien ik geen kritiek had op de voorlichting aan mensen uit de risicogroepen, maar op de voorlichting aan de partners van de mensen uit de risicogroepen.

Ook schrijven Roscam-Abbing en Dees dat mijn suggestie om in de publiekscampagnes 'risicogroepen' op te sommen, 'averechts zal werken door een slechtere bereikbaarheid' van deze risicogroepen. Ik heb lang nagedacht, maar begrijp niet wat hiermee bedoeld wordt.

Tot slot suggereren ze dat het aantal aidsslachtoffers in Nederland tot nog toe zo laag is gebleven juist vanwege de goede overheidsvoorlichting. Hoe 'voorlichting' waarbij de mensen die geen reëel risico lopen worden gewaarschuwd, en mensen die wel een reëel risico lopen, ten onrechte wordt aangepraat dat ze veilig zijn, de verspreiding van aids effectief kan tegengaan, wordt niet uitgelegd. Dat aids zich wel onder homo's maar bijna niet onder hetero's verspreidt, ligt dan ook niet aan de misleidende overheidsvoorlichting aan hetero's; dit verschijnsel heeft andere oorzaken, die ik eerder al uiteen heb gezet.

Bart Croughs, 1994-1995


Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl