Zinloos Geweld

Door René van Wissen

6 augustus 2004

"Als iemand klappen krijgt sla je meteen...alarm" luidt de tekst van een van de nieuwe posters van de campagne van de overheid tegen zinloos geweld: het is een geniale vondst. Je mag de dader dus niet slaan, zoals op het eerste gezicht wordt gesuggereerd, maar alleen alarm slaan. Ook de meeste andere posters suggereren dat je iets daadkrachtigs moet doen en maken vervolgens duidelijk dat je je afzijdig moet houden tot de dader weg is.

“Je moet voorkomen dat je als omstander actief betrokken raakt bij het geweld. Maar een te passieve houding leidt tot een cultuur van afzijdigheid en gevoelens van onveiligheid.” Dat staat te lezen op de speciaal hiervoor gemaakte website www.meldgeweld.nl. Ook briljant: je moet je afzijdig houden maar je moet je niet afzijdig houden.

Toen een dergelijke campagne voor het eerst werd gelanceerd waren er drie dingen die je moest doen: 112 bellen, kenmerken van de dader onthouden en eerste hulp verlenen. Blijkbaar moest je iemand die bijvoorbeeld een onschuldig persoon in elkaar aan het slaan was rustig zijn gang laten gaan, terwijl je 112 belde en intussen kenmerken van de dader onthield. Als de dader klaar was met zijn zinloze geweld mocht je naar het slachtoffer toe lopen en eerste hulp bieden. Als de overheid denkt dat deze procedure leidt tot gevoelens van veiligheid bij mensen is dat vreemd. Integendeel: als je beseft dat de overheid dan ook nog mensen expliciet oproept om niet te hulp te schieten vergróót dat juist het gevoel van onveiligheid.

Met de nieuwe campagne is er iets bijgekomen: mobiliseer omstanders. Dus dat betekent dat je met een groep naar de dader toe mag lopen en hem mag uitschakelen? Nee, als je de nieuwe tv-reclame mag geloven is het alleen maar toegestaan een groepje te vormen, daarmee naar de dader toe lopen en dingen zeggen als “Zeg, houd daar eens mee op” en “Waar ben je mee bezig?” In eerste instantie lijkt het komisch bedoeld maar het is serieus. Het is taalgebruik dat rechtstreeks afkomstig lijkt van veldwachter Bromsnor die zich richt tot een paar kwajongens in een braaf kinderboek uit de jaren 50. Je kunt niet verwachten dat een dader van zinloos geweld onder de indruk is van zulke vriendelijke verzoeken om te stoppen met waar hij mee bezig is. Het is van ongeveer hetzelfde niveau als het idee van minister Donner van Justitie om in dergelijke situaties “Boe!” te roepen. Overigens is niet duidelijk of je strafbaar bent als je dit niet doet.

Toch is het wel logisch dat de overheid impliciet verbiedt dat je geweld pleegt wanner je iemand die aangevallen wordt wilt helpen mag plegen. De overheid heeft immers nog steeds het geweldsmonopolie. Artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht luidt namelijk: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.” Je hebt dus geen recht om jezelf of een ander te verdedigen: je bent niet strafbaar als je dat doet (mits het proportioneel is). Dit betekent feitelijk dat de overheid alle vormen van geweld heeft gemonopoliseerd. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken heb je dus geen recht om jezelf of een ander te verdedigen.

'In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken heb je [...] geen recht om jezelf of een ander te verdedigen.'
Vandaar dus de wat slappe oproep van de overheid om mensen te mobiliseren om dingen als “Zeg, houd daar eens mee op” te gaan roepen. De dader kan met dit gegeven in ieder geval rustig doorgaan met het plegen van geweld, want het enige dat hij van hen heeft te vrezen is dat ze op vriendelijke toon verzoeken om ermee op te houden. En tegen de tijd dat de politie er is zal de dader vermoedelijk weg zijn. Er staat namelijk ook nergens dat je de dader wanneer hij klaar is met zijn zinloos geweld moet vasthouden tot de politie er is.

De overheid zou eens kunnen overwegen om iets van haar geweldsmonopolie prijs te geven en omstanders op te roepen om wél echt in te grijpen. Want als geweldplegers beseffen dat ze het risico lopen zelf het slachtoffer te worden van het geweld van omstanders, zullen ze minder snel overgaan tot het plegen van zinloos geweld. Nu wordt ze in elk geval geen strobreed in de weg gelegd.

René van Wissen


Over de auteur

René van Wissen (1973) is jurist. Hij studeerde civiel recht in Leiden.

Hij is voorzitter van de Frédéric Bastiat Stichting, een onafhankelijke klassiek-liberale/libertarische denktank.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl