“Vakbonden hebben als belangrijkste bestaansreden het tegengaan van competitie. Zij zijn een door de overheid beschermd kartel, net als elk ander.”
Walter Block

Tolerantie

Door René van Wissen

16 juli 2004

“Ik ben behoorlijk tolerant” is tegenwoordig een veelgehoorde uitspraak. Het lijkt wel of iedereen zichzelf tolerant vindt. Toch wordt het woord tolerant nog vaak verkeerd gebruikt. Je bent tolerant als je een situatie laat voortbestaan die je 1) irriteert; 2) die je bevoegd bent te verbieden; en 3) zonder dat dat door angst wordt gemotiveerd. Een voorbeeld kan dit verduidelijken.

Het homohuwelijk wordt nogal eens aangehaald als mensen willen aantonen dat ze tolerant zijn. Ze zeggen dan dingen als “Ik heb niks tegen homoseksualiteit en als homo’s met elkaar willen trouwen moeten ze dat toch zelf weten.”

Aan de eerste eis is dan niet voldaan, omdat het niet iets is wat die mensen irriteert. Bij tolerantie is het juist zo dat je je eraan stoort en er tóch niet tegen bent. Het Latijnse woord tolerare betekent lijden. En dat is iets wat niet van toepassing lijkt op iemand die schouderophalend aangeeft dat hij geen problemen heeft met het homohuwelijk.

Ook aan de tweede eis is niet voldaan. Want de mensen die tolerant menen te zijn ten aanzien van het homohuwelijk zijn in het algemeen niet in een positie om het te verbieden. En als iemand niet in een positie is om iets te verbieden maakt het niet zo heel veel uit of hij er voor of er tegen is.

Aan de derde eis zal in het algemeen ook niet zijn voldaan (al blijft dat speculatie), omdat het not done is om tegen het homohuwelijk te zijn en je er kritische reacties uit je omgeving op kunt krijgen. De ergste daarvan is misschien nog wel dat je bekend komt te staan als intolerant.


Intolerantie?
Iemand die wél tolerant is ten aanzien van het homohuwelijk zou een Tweede-Kamerlid kunnen zijn van een christelijke partij die zich uitspreekt vóór het homohuwelijk. Zo iemand zal zich in het algemeen wél storen aan homoseksualiteit. Verder is hij wel bevoegd om het te verbieden (althans mede bevoegd, al zal een libertariër een politicus op dit gebied niet als bevoegd zien). Of ten slotte ook aan de eis dat de ‘ruimdenkendheid’ niet door angst wordt gemotiveerd wordt voldaan is lastig te beoordelen.

Veel zaken waarover mensen tolerant menen te zijn, zijn zaken waaraan ze zich niet storen. Bovendien zijn het zaken ten aanzien waarvan ze niet bevoegd zijn. Het zijn maatschappelijke kwesties, waarover in de Tweede Kamer beslissingen worden genomen.

Het zou nuttiger zijn als mensen echt tolerant zouden zijn. Dat zullen in het algemeen meer zaken op microniveau betreffen waar ze wél bevoegd zijn. Een goed voorbeeld van een situatie van huis-, tuin- en keukentolerantie is die waarin een kind dat tegen de muur van iemands huis aan het voetballen is en de eigenaar van dat huis dat kind gewoon laat spelen, terwijl het hem irriteert, hij bevoegd is het te verbieden en dat doet zonder bang te zijn voor een eventuele boze vader. En omdat ze er dan rechtstreeks mee te maken hebben, valt het ze vaak lastig om tolerant te zijn.

'Een consequente libertariër hoeft helemaal niet tolerant te zijn, want als hij bevoegd is om iets te verbieden staat het hem vrij om dat te doen.'
Ed van Thijn zei eens iets met de strekking dat alles moest worden getolereerd behalve intolerantie. Voor een libertariër is dit bepaald niet vanzelfsprekend. Een consequente libertariër hoeft helemaal niet tolerant te zijn, want als hij bevoegd is om iets te verbieden staat het hem vrij om dat te doen. Een libertariër vindt daarentegen wel dat mensen alles mogen doen tenzij ze inbreuk maken op het eigendomsrecht van een ander. Maar libertariërs zijn in het algemeen vrij open en zullen ook veel dingen waar ze eigenlijk tegen zijn niet verbieden.

Een zeer vaak gebruikt citaat van Voltaire laat duidelijk de redeneertrant van een tolerantie iemand zien: “Ik ben het in alles wat u zegt met u oneens, maar ik zal er tot mijn dood voor strijden dat u het mag blijven zeggen.”

René van Wissen

Gerelateerde link:
- Defending the Undefendable


Over de auteur

René van Wissen (1973) is jurist. Hij studeerde civiel recht in Leiden.

Hij is voorzitter van de Frédéric Bastiat Stichting, een onafhankelijke klassiek-liberale/libertarische denktank.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl