“Er is geen verschil tussen communisme en socialisme, behalve in de middelen om hetzelfde uiteindelijke resultaat te bereiken: communisme wil mensen tot slaaf maken via geweld, socialisme via het stemhokje. Het is slechts het verschil tussen moord en zelfmoord.”
Ayn Rand

Kapitalisme in de Bijlmer

Door Redactie

16 juni 2004

Vaak denken mensen bij kapitalisme aan grote bedrijven die mega-winsten maken, aan allerlei nieuwe technologische gadgets, aan glanzende kantoorpanden enzovoorts. Kapitalisme is slecht voor de armen, zo denkt men veelal. In een (relatief) vrije markt moet er altijd een grote rol voor de overheid zijn om hen die niet meekomen, te helpen. Naast het feit dat private liefdadigheidsorganisaties daarin veel beter zullen zijn dan monopolistische overheden, is het een keihard feit dat de overheid juist mensen in de armoede helpt, hen daar permanent in gevangen houdt en de kwaliteit van hun leven danig aantast.

Kapitalisme is niets meer of minder dan een vrije markt, een markt zonder overheidsbemoeienis. Een markt zonder belastingen, regulering of overheidsmonopolies. Een markt die zichzelf door het prijsmechanisme reguleert. Het is hierbij niet van belang in wat voor soort producten gehandeld wordt, producten die vooral voor rijken bedoeld zijn of producten die ook armere mensen zich kunnen veroorloven.

De overheid reguleert nu een groot deel van onze economie door allerlei soorten belasting, door regulering zoals de Arbo-wet, vergunningenstelsels, subsidies enzovoorts. Allemaal met de beste bedoelingen. Maar een gevolg hiervan is dat een groep mensen permanent in de armoede zal zitten. In een documentaire die het onvolprezen programma Tegenlicht een tijd geleden uitzond, komt dit, wellicht onbedoeld, mooi naar voren. De documentaire Bijlmer: the Rough Guide, een reis door de zelfregulerende minimaatschappij laat zien hoe in de Bijlmermeer de overheidsbemoeienis in de vorm van bijvoorbeeld stadsdeelbesturen, langzaamaan verdwenen is om plaats te hebben gemaakt voor een informele wereld, van illegalen, semi-illegalen en legalen, die een zelfregulerend systeem vormt, waar niemand veel invloed op heeft en waar niemand de absolute macht heeft.

Deze mensen vormen een samenleving die wordt gestuurd door een minimum aan regels, zodat weinig hen belemmert de dromen te realiseren waarvoor ze ooit naar Nederland kwamen. Tegenlicht volgt een aantal mensen de klok rond, die deel uit maken van deze samenleving, en die inzicht verschaffen in deze informele infrastructuur. Gifty (Ghana) drijft een illegale crèche. Ze haalt vanaf half vijf ‘s ochtends kinderen van diverse adressen op en brengt ze naar haar crèche. Binnenkort gaat de crèche 24 uur open, omdat veel ouders in ploegendiensten werken. Emmanuel (Kameroen) geeft adviezen aan illegale nieuwkomers. Mensen komen bij hem langs om te horen hoe ze hun weg moeten vinden in de Nederlandse samenleving. De snorder (Ghana); deze illegale taxichauffeur vult het gat dat de legale taxichauffeurs achterlaten: die durven de Bijlmer niet in, zeker ‘s nachts niet. Leider moskee (Suriname); de moskee is net als de kerk een toevluchtsoord voor diegenen die buiten het systeem vallen. Je hoeft geen moslim te zijn om bij het offerfeest vlees te krijgen. De armen weten hun weg naar de moskee te vinden. Beeldend kunstenaar Valentine (Nigeria) biedt al een aantal jaren mensen onderdak in zijn atelier. Mike (Nigeria) is profvoetballer (ex-Rapid Wien) en heeft als einddoel bij Ajax te voetballen. Mike traint actief om zijn droom te verwezenlijken.

Doel van de documentaire is te laten zien hoe illegalen en semi-legalen overleven in een steeds intoleranter wordend Nederland. Maar de manier waarop ze overleven is door ondernemerschap in de puurste zin van het woord. De Bijlmer wordt bevolkt door allerlei entrepreneurs die proberen zich staande te houden, te voorzien in allerlei behoeften, en hun dromen waar te maken. Verder zie je hoe mensen in plaats van bureaucratieën elkaar helpen, hoe ze op allerlei manieren samenkomen, handel drijven, feest vieren, rouwen enzovoorts. Allemaal in zelf gecreëerde voorzieningen. Zo is er de eerder genoemde crèche die nu waarschijnlijk 24 uur per dag open is, zo zijn er geïmproviseerde restaurants en cafés, begrafenisrituelen, voetbalteams die zichzelf kunnen bedruipen en waarvan veel van de spelers ooit een kans hopen te maken om voor een profclub te spelen.

Dit allemaal zonder regulering, subsidies, belastingen, vergunningen enzovoorts. Mensen komen door dit ondernemerschap en door saamhorigheid langzaam uit de armoede, en kunnen verder in de ‘echte’ wereld.

Denk je nu eens in wat er met deze informele wereld en met haar bewoners zou gebeuren als de overheid daadwerkelijk invloed krijgt, even afgezien van de kwestie van illegaliteit: een 24 uurs crèche is uit den boze, een crèche zonder vergunning zal al niet eens van de grond komen. Hierdoor kunnen tal van ouders niet naar hun werk zonder hun kind in de steek te laten. Dit betekent dus dat mensen niet genoeg geld kunnen verdienen om hun familie verder te helpen. En als je een vergunning aanvraagt om een crèche te openen, of een restaurant of café te beginnen, dan zul je eerst vele duizenden euro’s uit moeten geven om aan allerlei regels te voldoen, waardoor zulke zaken nooit van de grond zullen komen, of zo duur zullen worden dat ze in deze wereld niet langer rendabel zijn. Belastingheffing zal eenzelfde desastreuze invloed hebben.

Kijk naar de voetbalteams, en naar de moskeeën die allemaal zichzelf bedruipen zonder enige subsidie. Je ziet trots en enthousiasme. Als je voor deze zaken van subsidies afhankelijk bent, zou het enthousiasme en de trots in rap tempo verdwijnen, ‘jouw’ project of droom wordt dan opeens deel van de overheid, en de overheid is in staat om zelfs de allermooiste dromen door haar bureaucratieën om zeep te helpen.

Daarnaast zorgt de overheid voor sociale uitsluiting van armen. Wat de overheid in feite doet door bijvoorbeeld regulering is zeggen dat uitgaan minstens zoveel geld moet kosten. Immers, om aan alle regulering van de overheid te voldoen zijn forse investeringen noodzakelijk waardoor bijvoorbeeld de prijs van een biertje of een maaltijd in vergelijking met de prijs in deze informele uitgaansgelegenheden fors zal toenemen. En dit heeft als direct gevolg dat arme mensen minder vaak buiten de deur zullen komen, een minder sociaal leven hebben. De stap die tussen thuiszitten en uitgaan zit, namelijk de stap waarin je met restaurants en cafés van lagere kwaliteit genoegen neemt, wordt gewoonweg onmogelijk gemaakt door de overheid. Dit resulteert in een gat dat alleen met een sprong te overbruggen is, en velen zijn niet in staat die sprong te maken.

Dit komt mede doordat hetzelfde fenomeen zich voordoet bij lonen. Door minimumlonen (en vergunningstelsels) maakt de overheid het een grote groep mensen onmogelijk om zich überhaupt op de arbeidsmarkt te begeven, vaardigheden te ontwikkelen, werkdiscipline en ervaring op te doen, enzovoorts. De overheid creëert een gat tussen werkloosheid en werk door minimumlonen en vergunningstelsels. Een gat dat voor een grote groep mensen niet met een sprong te overbruggen is. In een kapitalistische samenleving daarentegen kan structurele werkloosheid niet bestaan, en wordt dus niet een grote groep mensen permanent van de arbeidsmarkt geweerd. De overheid zorgt ervoor dat al deze mensen niet de belangrijke en mooie aspecten van een werkzaam leven kunnen ervaren, sociale contacten, trots en eigenwaarde, ervaring enzovoorts.

Vanzelfsprekend is de overheid niet blind voor deze problemen. Zo zal ze door subsidies, speciale voorzieningen, kortingen enzovoorts de armen willen helpen bij het hebben van een sociaal leven. En dor middel van bijvoorbeeld Melkertbanen probeert ze de kloof tussen werkloosheid en arbeidsmarkt te overbruggen.

Maar het is belangrijk je te realiseren dat de overheid zelf de oorzaak van het probleem is, en dat ze vervolgens ditzelfde probleem gebruikt om haar invloed te vergroten. Kijk naar de sociale uitsluiting van armen, en naar de faliekante mislukking van Melkertbanen, en je ziet dat de overheid niet in staat is om het zelf gecreëerde probleem weer op te lossen. Intussen is ze wel in staat gesteld om haar budgetten, en dus het aantal ambtenaren en macht, danig te vergroten, allemaal ten koste van de vrije economie, en zonder feitelijk resultaat.

De vrije markt, zoals die in de documentaire in de Bijlmer te zien is, zorgt probleemloos voor al deze zaken, Het zorgt voor zelfredzaamheid, solidariteit, armoedebestrijding, zelf-respect, trots enzovoorts.

Een vaak gehoord argument om ondanks dit falen van de overheid, haar rol te rechtvaardigen is de idee dat bijvoorbeeld minimumlonen niet voldoende zijn om een menswaardig bestaan te leiden. Of dat voorzieningen van lagere kwaliteit zoals de restaurants in de reportage een belediging zijn voor de armen.

Met betrekking tot het eerste argument is het belangrijk om op te merken dat wanneer men spreekt over de groep armste mensen men het niet steeds over dezelfde groep heeft. Mensen komen in en uit de armoede. De mensen die bijvoorbeeld in Amerika tien jaar geleden tot de armste groep behoorden, zijn inmiddels veelal geklommen op de sociale ladder. Armoede in een vrije maatschappij is vooral een tijdelijk fenomeen op weg naar een betere toekomst. Door met de beste bedoelingen minimumlonen, en minimale kwaliteitseisen in te stellen wordt de armoede allicht financieel iets draaglijker, maar tegelijkertijd ook permanenter. Daarnaast wordt door sociale uitsluiting, het ontmoedigen van eigen initiatief en het wantrouwen jegens armen dat elke verzorgingsstaat kenmerkt, het arm zijn ook minder aangenaam.
Voor diegenen die in een vrije markt permanent buiten boord vallen zijn private liefdadigheidsorganisaties die concurreren door mensen beter te helpen dan hun concurrenten dat doen, een veel betere oplossing dan een monopolistische overheid die er belang bij heeft de armoede in stand te houden. Zo’n overheid zou wel degelijk werk ‘creëren’, maar dan niet voor de armen zelf, maar louter voor arbeidsconsulenten, sociaal werkers, ambtenaren en cursusleiders die tezamen een uniform aanbod creëren waardoor mensen niet kunnen kiezen, niet hun eigen situatie als uitgangspunt kunnen nemen om te kijken wat voor soort hulp men het beste kan aannemen. Ook zullen private organisaties misbruik beter aanpakken waardoor het wantrouwen jegens armen verdwijnt. Zoals Charles Murray zegt: ‘Er is niets wat zoveel sympathie oproept als iemand die buiten zijn eigen schuld in de problemen is geraakt.’


Charles Murray
Met betrekking tot het tweede argument, dat ook armen kwaliteit verdienen, volstaat het op te merken dat dit werkelijk onzinnig is. Immers, armen hebben nu überhaupt niet de middelen om de kwalitatief hoogwaardigere restaurants, uitgaansgelegenheden enzovoorts te bezoeken. Ze verliezen dus niets. In plaats daarvan biedt de vrije markt ze een keuze: je kunt uitgaan, sociale contacten opdoen etc., maar de voorzieningen zijn minder dan in andere gelegenheden. Het is aan de mensen zelf om die afweging te maken. En zoals blijkt uit de reportage wordt het gebrek aan voorzieningen grotendeels goedgemaakt door het onder elkaar zijn, door er even uit te zijn, door de saamhorigheid enzovoorts. Daarnaast is het zo dat deze restaurants e.d. zich vanzelf steeds meer kunnen veroorloven als ze inspelen op de behoeften van hun gasten. Iets wat ze niet zal lukken als ze vanaf het begin al aan allerlei regelingen moeten voldoen, of belasting moeten betalen.
Ook hier is het zo dat private initiatieven veel effectiever en menselijker zijn in het stimuleren van een rijk sociaal leven voor armen. Museums, theaters, zwembaden, universiteiten, enzovoorts kunnen allemaal uit eigen initiatief kortingen geven aan armere mensen. Dit kunnen ze doen uit liefdadigheid, uit imago-overwegingen of als lange termijn investering. En ze kunnen dit uit eigen middelen doen, of door fondsen die door andere weldoeners gecreëerd worden. Nu is het zo dat de overheid zaken als museumbezoek, studeren, operabezoek enzovoorts over de hele linie goedkoper maakt door subsidies, waardoor in feite armere mensen door middel van belasting meebetalen zodat vooral welgesteldere mensen goedkoper naar het museum, de opera of de universiteit kunnen gaan.

De overheid is niet de vriend of enige hoop van de armen zoals ons door propaganda wordt wijsgemaakt. In plaats daarvan creëert de overheid een permanente onderklasse die als werkvoorziening dient voor een grote groep bureaucraten en welzijnsmedewerkers die allen belang hebben bij het laten uitdijen van de eigen organisatie ten koste van de armen. Het voordeel dat de politiek zelf heeft is dat al deze mensen uit lijfsbehoud op die partijen (en dat zijn feitelijk alle grote partijen, maar vooral die ter linkerzijde) stemmen die deze situatie in stand houden. Ironisch genoeg kunnen we stellen dat in een welvaartsstaat het de overheid is die parasiteert op de armen, in plaats van andersom zoals helaas nog wel eens gedacht wordt.

Gerelateerde links:
- De onzichtbare hand is een zachte hand
- Maar... wat gebeurt er dan met de armen?
- De zwakkerenindustrie
- Liefdadigheid en armoede


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl