Dwang?

Door René van Wissen

12 mei 2004

Veel mensen spreken over “uitbuiting” als ze het hebben over mensen uit arme landen die voor bijvoorbeeld minder dan $ 1 per dag werken. Mensen in arme landen worden naar hun idee gedwongen om voor zo’n loon te werken.

Als je dan vraagt of ze bedoelen dat die mensen met een pistool tegen hun hoofd worden gedwongen om een dergelijke baan aan te nemen is de reactie meestal als volgt. “Nee, dat niet, maar ze hebben gewoon geen redelijk alternatief.”

Dat zou dus betekenen dat het ontbreken van een redelijk alternatief voor degene die een aanbod krijgt gelijkstaat aan dwang door degene die dat aanbod doet. De volgende twee voorbeelden volstaan waarschijnlijk om aan te tonen dat met een dergelijke redenering veel te veel wordt bewezen.

Stel dat iemand bij een overstroming ligt te verdrinken. Er komt iemand langs met een luxe jacht die hem aanbiedt om zonder enige tegenprestatie aan boord te komen, droge kleren aan te doen en mee te eten. Degene die ligt te verdrinken heeft in dat geval geen redelijk alternatief voor het genereuze aanbod dat hem wordt gedaan. Immers, als hij er niet op ingaat zal hij vermoedelijk verdrinken. Volgens bovengenoemde redenering zou er dus sprake zijn van dwang.

Een ander voorbeeld. Iemand ligt in de goot en niemand wil hem helpen. Hij heeft geen geld en geen eten. Iemand loopt langs en biedt hem een baan aan met een hoog salaris en een auto van de zaak. Degene die in de goot ligt heeft, net als degene die in het vorige voorbeeld ligt te verdrinken, geen redelijk alternatief voor het aanbod dat hem wordt gedaan. Als hij het afwijst zal hij waarschijnlijk doodgaan van de honger. Ook hier is volgens meergenoemde redenering sprake van dwang.

Het moge duidelijk zijn dat het criterium voor dwang van “geen redelijk alternatief hebben” onzinnig is. Het brengt tenslotte met zich mee dat er ook in situaties waarin iemand in een uitzichtloze situatie is en een fantastisch aanbod krijgt daartoe zou worden”gedwongen”.

Uiteindelijk is de vraag of we het begrip dwang willen definiëren tegen de achtergrond van een criterium als ‘wederzijds voordeel’ of tegen de achtergrond van een criterium als ‘gelijkheid’.
Mensen mogen het begrip dwang natuurlijk definiëren zoals ze zelf willen. Maar wanneer daarmee zowel handelingen worden bedoeld die we goed vinden als handelingen die we slecht vinden is een preciezer onderscheid misschien toch wenselijk. Uiteindelijk is de vraag of we het begrip dwang willen definiëren tegen de achtergrond van een criterium als ‘wederzijds voordeel’ of tegen de achtergrond van een criterium als ‘gelijkheid’. ‘Wederzijds voordeel’ lijkt meer in aanmerking te komen, omdat het acceptabeler is voor een grotere groep mensen en niet een groep mensen opoffert aan een abstract ideaal als ‘gelijkheid’ of ‘gelijke kansen’.

René van Wissen

Over de auteur

René van Wissen (1973) is jurist. Hij studeerde civiel recht in Leiden.

Hij is voorzitter van de Frédéric Bastiat Stichting, een onafhankelijke klassiek-liberale/libertarische denktank.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl