Armoede in Amerika

Door Frank Karsten

17 november 2003

Het Algemeen Dagblad berichtte recentelijk dat in 2002 34,8 miljoen mensen in armoede leefden in de Verenigde Staten.

Dat waren er 1,4 miljoen meer dan in het jaar ervoor. De toename is volgens de krant een gevolg van de economische neergang in de VS. Het aantal armen komt overeen met 12,4 procent van de Amerikaanse bevolking. Volgens Amerikaanse definities is een gezin arm als het een inkomen heeft van minder dan 18.380 dollar bruto per jaar. Vooral eenoudergezinnen hadden het slecht.

Maar wat is arm? Johan Norberg schrijft in zijn boek Leve de globalisering het volgende:

"Armen gaan niet altijd gebukt onder armoede. Vele definities van het begrip armoede zijn relatief. In plaats van de graad van armoede te bepalen, zeggen ze hoe arm iemand is in vergelijking met anderen. Eén omschrijving die vaak gebruikt wordt is bijvoorbeeld de definitie van de UNDP die zegt dat je arm bent als je minder hebt dan de middelste inkomensklasse in het land waar je woont. Dat betekent dat een 'schatrijke' Nepalees in een welvarend land als de Verenigde Staten zo arm als een kerkrat zou zijn. Zulke relatieve cijfers kunnen niet internationaal met elkaar vergeleken worden. Wie in de Verenigde staten als arm wordt beschouwd leeft daarom nog niet in wat wij armoedige omstandigheden zouden noemen. 72% van de arme Amerikaanse gezinnen hebben één of meerdere auto's, 50% beschikt over airconditioning, 72% bezit een wasmachine, 20% een vaatwasser, 60% een magnetronoven, 93% een kleurentelevisie, 60% een videotoestel en 41% woont in hun eigen huis (de armoede slaat alleen op het vast inkomen, eigendom wordt daar niet bij opgeteld) Bron : Cox & Alm 1999, pp 14 e.v."

Een andere vraag die je je kunt stellen over de armoede in de VS is hoe groot de sociale mobiliteit is. M.a.w. in hoeverre kun je als arme student opklimmen naar een beter inkomen? Vele studenten kunnen als arm worden bestempeld maar in de meeste gevallen is hun armoede tijdelijk en stijgt men snel op de socale ladder. In India daarentegen, waar men nog een kastensysteem kent, kun je als 'onaanraakbare' veel studeren maar is je sociale mobiliteit veel kleiner dan in de V.S.

Verder zijn vele armen in de V.S. immigranten (ongeveer 1 miljoen per jaar) die weliswaar arm zijn maar aanzienlijk rijker dan men was in het land van herkomst. Het lijkt daarom niet terecht hun armoede te wijten aan het Amerikaanse economische systeem. Eigenlijk zou je hun relatieve rijkdom moeten danken aan het Amerikaanse systeem. Het is ook niet vreemd dat het land een van de populairste emigratiebestemmingen is voor mensen in de Derde Wereld.
 

Thomas Sowell
Thomas Sowell
Thomas Sowell schreef over sociale mobiliteit in de V.S.: "...studies die bepaalde individuen volgden door de tijd hebben aangetoond dat de meeste Amerikanen niet in een inkomensgroep blijven gedurend hun leven of zelfs voor tien jaar. Zowel de top 20 procent die meestal aangeduid worden met "de rijken" als de onderste 20 procent - "de armen" - vormen een constant veranderende groep individuen. Een studie naar inkomensbelasting toont aan dat meer dan viervijfde van de personen in de onderste 20 procent van diegenen die in 1979 hun belastingformulieren inleverden niet meer in die groep zaten in 1988. Net iets meer mensen hadden de topgroep bereikt in 1988 dan er onderaan bleven. Zeker is dat individuen na verloop van negen jaar ook negen jaar ouder zijn en waarschijnlijk ervaring, vaardigheden, senioriteit of promoties hebben opgedaan." (Uit The Vision of the Anointed, pagina 44)

Dat iemand in de V.S. (of waar dan ook) arm is heeft vaak ook te maken met de persoon. Niet iedereen is gelijk en sommige mensen hebben minder cognitieve kwaliteiten. Dan is het begrijpelijk dat men geen hoog inkomen kan verwerven. Daarbij komt dat grote groepen mensen onverantwoordelijk gedrag vertonen waarvan het resultaat is dat men arm wordt. Zo kent de V.S. relatief veel tienermoeders of eenoudergezinnen. De zwarte bevolking is relatief arm in de V.S. maar meer dan twee derde van alle zwarte kinderen groeit op in eenoudergezinnen (was 30% in 1960, dus voor alle sociale programma's van de Great Society). In die gevallen zou je kunnen stellen dat hun armoede min of meer zelfverkozen is. Wie vier kinderen baart maar geen betrouwbare duurzame partner selecteert kan de overheid moeilijk haar armoede verwijten.

Wat betreft de armoede onder zwarten kan echter wel enige zware kritiek worden geuit op het Amerikaanse systeem. Maar deze kritiek is tegengesteld aan wat gangbaar is. Zo kent ook de VS minimumlonen. De economen Walter Block en Milton Friedman beschreven de desastreuse gevolgen van deze wetten voor met name de onderkant van de samenleving. Zo betoogt professor Block in "Het vette kapitalistische zwijn van een werkgever:

"Zo op het eerste oog is de wet op het minimumloon geen werkgelegenheidswet, maar een werkloosheidswet. Zij verplicht een werkgever er niet toe om een werknemer aan te nemen tegen het minimumloon of welk ander loon dan ook. Zij dwingt de werkgever om de werknemer niet aan te nemen tegen bepaalde loonniveau’s, namelijk die onder het wettelijk minimumloon. Zij dwingt de werknemer ertoe, hoe graag hij ook een baan zou aannemen voor een salaris dat onder het minimumloon ligt, de baan niet aan te nemen. Zij dwingt de werknemer die de keuze heeft tussen een laag betaalde baan en werkloosheid, te kiezen voor werkloosheid. De wet verhoogt evenmin de lonen; zij kapt gewoon de banen weg die niet aan de standaard voldoen."

Ook econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman keert zich tegen de minimumloonwetten. Hij beschouwt de minimumloonwet als één van de ergste, zoniet de allerergste anti-zwartenwet die er is.
 
Milton Friedman
"Eerst zorgt de overheid voor scholen waar veel jonge mensen voor het grootste deel zwarten, zo'n slecht onderwijs krijgen dat ze geen goed loon kunnen verdienen. Dan bestraft ze hen een tweede keer, door te voorkomen dat ze hun arbeid tegen een laag loon aanbieden om de werkgevers ertoe te brengen hen tijdens het werk op te leiden. En dat allemaal zogenaamd om de armen te helpen."

Zou de Amerikaanse overheid meer moeten doen voor de armen in het land? Hoewel je dat gevoelsmatig zou denken is dat niet de oplossing. Henry Sturman schreef in zijn artikel "Negen nadelen van de verzorgingsstaat (en één voordeel)":

"Charles Murray (bekend van The Bell Curve) publiceerde in 1984 Losing Ground, een uitgebreide analyse van het Amerikaanse sociale beleid. Het bleek dat hoe meer sociale programma's er kwamen, hoe groter het aantal armen, werklozen en alleenstaande moeders. Volgens Murray hebben uitkeringen een groot demoraliserend effect. Als mensen niet meer voor zichzelf hoeven te zorgen, verliezen ze zelfrespect en worden ze lui en afhankelijk. Murray concludeert dat het afschaffen van de verzorgingsstaat niet alleen goed zou zijn voor de mensen die er de belasting voor betalen, maar ook voor de armen die erdoor in de armoedeval terechtkomen.

Toen Murray's boek verscheen, waren zijn ideeën nog erg controversieel. Maar een jaar of tien later waren ze gemeengoed geworden in Amerika. Tijdens Clinton's presidentschap werd de bijstand drastisch verlaagd en werden de toelatingseisen een stuk strenger. Tussen 1993 en 2000 halveerde het aantal mensen in de bijstand en het aantal armen nam sterk af."


Dat de overheid, teneinde de armoede te bestrijden, minder de armoede moet bestrijden is tegenintuitief. Echter, als we iemand in onze eigen omgeving persoonlijk helpen komen we er snel achter welke hulp slaagt en welke faalt. Hulp is met name geslaagd als het een einde maakt aan de noodzaak tot hulp. Als particuliere (lees: vrijwillige) hulpverleners zullen wij zo snel mogelijk de ontvangers ervan op eigen benen willen zien staan. Aangezien wij dan ons eigen geld uitgeven zullen wij snel merken wanneer een hulpbehoevende gewoon lui is of ongeinteresseerd. De overheidsinstanties die zich met armoedebestrijding bezighouden staan ver van hulpbehoevenden af. Afgezien van het nadeel dat daardoor de hulp onpersoonlijk wordt en geinstitutionaliseerd stimuleert het fraude en afhankelijkheid. De hulpbehoevenden worden als klant gezien en omdat men uiteraard liefst zoveel mogelijk klanten heeft zal het aantal hulpbehoevenden niet afnemen maar juist doen toenemen. De cijfers in Nederland en de VS wijzen dat nu ook uit. Het wordt hoog tijd dat de achterliggende logica van oorzaak en gevolg algemener bekend wordt.

Als de overheid werkelijk wat wil doen om de armoede te bestrijden kan zij het beste de barrières wegnemen die voorkomen dat mensen hun eigen positie verbeteren. Helaas kun je van een monopolistische organisatie als de overheid, wiens werk het juist is regels te maken en belasting te heffen, niet eenvoudig verwachten dat men regels afschaft en belastingen verlaagt.

Frank Karsten

Gerelateerde links:
- Milton Friedman: De bron van vakbondsmacht
- Negen nadelen van de verzorgingsstaat (en één voordeel)
- Mary Ruwart: Maar…wat gebeurt er dan met de armen?
- Walter Block: Het vette kapitalistische zwijn van een werkgever
- De zwakkerenindustrie
- Heritage Foundation: Understanding Poverty in America

Over de auteur

Frank Karsten is oprichter van de Stichting Meervrijheid en hoofdredacteur van de bijbehorende website.

Samen met Karel Beckman schreef hij De Democratie Voorbij, een boek dat inmiddels in 20 talen beschikbaar is.

In 2018 publiceerde hij De DiscriminatieMythe, waarin hij een kritische visie op het gelijkheidsdenken uiteenzet.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl