Belastingmonopolie

Door Frank Karsten

11 november 2003

Wat zal een organisatie doen als het over een monopolie heeft op het heffen van belasting?

Wat zou bijvoorbeeld een particulier bedrijf als Shell doen als het een monopolie had? De prijzen verlagen? Service verhogen? Moeilijk, moeilijk. Wat iedereen meteen begrijpt als het om particuliere bedrijven gaat lijken weinigen te beseffen als het om de overheid gaat. Blijkbaar is men van mening dat een democratisch gekozen monopolistische overheid haar monopolistische trekken zal afschudden.

Misschien is men van mening dat de organisatie genaamd 'overheid' er is voor het belang van burgers (welke burgers dan?) en niet toevallig het eigenbelang dat elke organisatie het belangrijkst moet vinden wil het sowieso blijven voortbestaan.

Wellicht dat gegevens over de historische trend de zaak wat inzichtelijker kunnen maken. Rond 1900 was de gemiddelde belastingdruk zo'n 10% van het BNP (Bruto Nationaal Product, wat wij met z'n allen verdienen). Sinds die tijd is het hard gegaan en wel omhoog. Menig burger heeft de illusie dat hij of zij zo'n 30% belasting betaalt. Dat is ongeveer het percentage inkomenstenbelasting dat hij meent te moeten betalen. In werkelijkheid is de belastingdruk veel hoger (accijnzen, huurwaardeforfait, invoerrechten, BPM, BTW, kwartje van Kok, gemeentelijke belastingen et cetera). Zo spreekt een lesboek Economie van de middelbare school over 53%. Andere schattingen cirkelen daar zo'n beetje omheen. Niet zo heel veel geld zou je zeggen voor slecht onderwijs, wachtrijen in de zorg en groeiende criminaliteit.
 

Aan het begin van de jaren tachtig was de belastingdruk hoger dan die nu is. Toen kende Nederland gevaarlijke Zweedse toestanden en werkte iedere belastingbetalende Nederlander tot ergens in augustus voor het collectief terwijl hij nu al begin juli klaar is met solidariteitsheffingen. Hij was dus eigenlijk meer ambtenaar dan particulier burger. Maar de overheid had toen ook wel door dat mensen minder zin hebben zich in het zweet te werken naarmate er hogere belastingen worden geheven. Ergens ligt er een optimum in de zogenaamde Laffer-curve die aangeeft hoe groot de inkomstenbron uit belastingen is voor de staat in verhouding tot de belastingdruk.

Dat de belastingdruk na de piek in de tachtiger jaren iets is verminderd is waarschijnlijk niet zozeer uit empathie met de belastingbetaler maar uit berekening en eigenbelang van de overheid.

Wat niet vergeten moet worden is dat bovenop de belastingdruk enkele 'belastingen' komen die officieel geen belasting heten. Maar de zogenaamde W-wetten (WAO, WW en WAZ) lijken verdacht veel op belastingen terwijl ze premies heten. Immers, als premieplichtige heb je geen keuze uit verschillende verzekeringen, je mag de hoogte van de premie cq. uitkering niet bepalen en je hebt geen enkele rechtszekerheid aangezien je geen contract tekent met de overheid. De overheid wil zo'n contract natuurlijk helemaal niet aanbieden en ondertekenen aangezien men dan niet eenzijdig de voorwaarden kan wijzigen. Op die manier zijn deze premies belastingen geworden en is de zogenaamde sociale zekerheid eerder sociale onzekerheid (of liever onsociale onzekerheid).

Voor feministen is de toegenomen belastingdruk overigens een welkome ontwikkeling. Nu de belastingdruk zo hoog is dat de man niet meer zelfstandig een toereikend inkomen kan verwerven voor zijn gezin moet de vrouw des huizes tevens een baan nemen. En dat is toch wat niet alleen de regering wenst ('Een slimme meid op op haar belastingdruk voorbereid') maar ook vertegenwoordigers van de feministische beweging. Mocht de vrouw de werkdruk dan niet aankunnen dan kan zij in de WAO een andere feministische doelstelling realiseren, namelijk het betaalde moederschap. Een hoge belastingdruk is niet ten nadele van iedereen uiteraard. Niet-belastingbetalers gaan er wel degelijk op vooruit (hoewel daar ook wel veel op valt af te dingen).

Frank Karsten

Gerelateerde links:
- Lastenverlichting? Don't hold your breath
- Privatiseer de WAO

Over de auteur

Frank Karsten is oprichter van de Stichting Meervrijheid en hoofdredacteur van de bijbehorende website.

Samen met Karel Beckman schreef hij De Democratie Voorbij, een boek dat inmiddels in 20 talen beschikbaar is.

In 2018 publiceerde hij De DiscriminatieMythe, waarin hij een kritische visie op het gelijkheidsdenken uiteenzet.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl