Het einde van positieve discriminatie?

Door Marcel Roele

5 november 2003

De VVD wil af het voorkeursbeleid voor vrouwen en allochtonen.




Mohammed Rabbae
Dat vertelde haar Kamerlid Ruud Luchtenveld bij het debat over de Wet Gelijke Behandeling. Minister Thom de Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing reageerde opmerkelijk tolerant op de politiek-incorrecte uitspraken van Luchtenveld. Zonder zelfs maar te refereren aan het dagboek van Anne Frank liet de D66-er in het parlement weten dat hij een voorstander is van positieve discriminatie maar dat hierover “discussie mogelijk is,” hoewel hij die niet wil openen.

Minister De Geus van Sociale Zaken laat eerst een nota schrijven. Nu is die discussie al lang geleden geopend en toen kon men op pittiger reacties rekenen als men tegen positieve discriminatie was. Zo sprak in 1994 Industriebondvoorzitter Van der Weg de mening uit dat er in CAO’s geen afspraken meer moeten worden gemaakt over een voorkeursbehandeling voor allochtonen. Prompt werd hem in een commentaar in de Volkskrant toegeeflijkheid aan racisme en aan het eigen-volk-eerst principe verweten. GroenLinkser Mohammed Rabbae liet in Trouw weten dat Van der Weg toelaat “dat groepen tegen elkaar worden uitgespeeld.” FNV-baas Johan Stekelenburg tikte Van der Weg op zijn vingers over diens “heel ongelukkige” uitspraken. “Zodra wordt gesignaleerd dat allochtonen er benard voorstaan, moeten aanvullende maatregelen worden genomen.”

Eén kroonjuweel van de positieve discriminatie wordt alvast geofferd. Enkele weken geleden besloot de regering om de wet SAMEN per 1 januari 2004 af te schaffen. Deze wet dwingt werkgevers stamboekgegevens van hun personeel te registreren (het geboorteland van de ouders – een indirecte indicatie voor etniciteit) en jaarlijks te rapporteren welke actie ze ondernemen om het percentage niet-westerse allochtonen in hun personeelsbestand te vergroten. Werkgevers met ‘teveel’ werknemers van het ‘verkeerde’ ras moeten zich hiervoor verantwoorden.

Andere wetten blijven in stand. Zo zijn werkgevers wettelijk verplicht (artikel 2 van de arbeidswetgeving) om te streven naar een “aandeel van personen uit de doelgroepen [van het positieve discriminatiebeleid] binnen de onderneming [dat] verhoudingsgewijs overeenkomt met hun aandeel in de regionale beroepsbevolking.” Ondernemings- en medezeggenschapsraden hebben de wettelijke opdracht de inschakeling van gehandicapten en allochtonen te bevorderen en te waken tegen discriminatie (een contradictio in terminis: hoe kun je je speciaal inzetten voor bepaalde groepen zonder te discrimineren?). En nog steeds schrijven veel CAO’s positieve discriminatie voor (indien aan de functie-eisen wordt voldaan, dient voorrang gegeven te worden aan vrouwen, gehandicapten en allochtonen).




George Orwell (1903-1950)

Sinds de uitvinding van de term ‘positieve discriminatie’ leven we in een Orwelliaans wereld: wie zich uitspreekt tegen wetten die op ras discrimineren, loopt het risico een racist te worden genoemd; de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ontkent mannen het recht op gelijke behandeling; de wettelijke plicht te waken tegen discriminatie moet worden geïnterpreteerd als een oproep om (positief) te discrimineren. Tegenstanders van positieve discriminatie krijgen het verwijt dat ze groepen tegen elkaar uitspelen, terwijl dat nu juist de onvermijdelijke consequentie is van positieve discriminatie.

De overheid noemt discriminatie die zij prefereert ‘positief’. Waarom zou de manier waarop u en ik discrimineren fout zijn en de manier waarop de overheid wenst te discrimineren goed? Nooit heeft een vorm van overheidsdiscriminatie positieve gevolgen gehad – noch voor de groep die men wilde bevoordelen, noch voor de groep die men wilde benadelen. Als de wetgever discrimineert, raken de slachtoffers van discriminatie het vertrouwen kwijt dat de overheid hen een eerlijke kans geeft. Degenen die geacht worden te profiteren van discriminatie raken het vertrouwen van de rest van de bevolking kwijt.

Er zijn voorbeelden te over van de merkwaardige consequenties van positieve discriminatie. Zo biedt de Nederlandse overheid vrouwelijke ambtenaren gesubsidieerde kinderopvangplaatsen. Deze voorziening is niet beschikbaar voor mannelijke ambtenaren. Het Europese Hof acht dit geen schending van artikel 1 van de Grondwet dat discriminatie verbiedt, want positieve discriminatie van achterstandsgroepen is toegestaan.

Sinds 1997 is de Wet inzake Evenredige Vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies in het onderwijs van kracht. Elk schoolbestuur is verplicht aan te geven welke instrumenten worden ingezet om, in relatie tot de personele samenstelling van de onderwijssector, een evenredig aantal vrouwelijke schoolleiders te bereiken. Dat mannen relatief vaak de ambitie hebben om de lange uren te draaien die een managementfunctie vereist en doorgaans wat meer politieke dieren zijn, kan ertoe leiden dat bij de bekwame kandidaat-schoolleiders relatief veel mannen zitten. Die hebben pech, want het voetvolk is overwegend vrouw (in het onderwijs kwamen er tussen 1996 en 2002 65.000 banen bij, waarvan er 54.000 naar vrouwen gingen), dus is het een door de wet voorgeschreven streven om vrijwel uitsluitend vrouwelijke schoolleiders aan te nemen.

Duizenden militairen worden in de komende jaren ontslagen, maar VVD-minister van Defensie Henk Kamp wil niet dat er ook maar één vrouw uitvliegt. Als er een vrouw op een overtollige functie zit, zou zij volgens Kamp de plek moeten krijgen van een man die niet op een overtollige functie zit. Dat ze waarschijnlijk minder goed functioneert op die post dan haar ontslagen voorganger die speciaal voor dit werk is geselecteerd en opgeleid en er ervaring in heeft, schijnt er wat Kamp betreft niet toe te doen. Als het percentage vrouwelijke militairen maar stijgt van acht procent nu naar twaalf procent in 2010 en er als het even kan dan een vrouwelijke generaal is, liet Kamp in Opzij weten. De Israëlische militaire expert Martin van Creveld heeft al lang geleden uitgebreid gedocumenteerd aangetoond dat je alleen een aanzienlijk aantal vrouwen in het leger krijgt door speciaal voor hen veel lagere eisen te stellen. Het gevolg: de gemiddelde vrouwelijke militair komt de stormbaan niet over, kan haar uitrusting niet dragen, zware wapens niet bedienen en vergt zoveel hulp en zorg van haar mannelijke collega’s dat die ook niet aan vechten toekomen. Alleen een leger dat nooit oorlog voert, zoals het Nederlandse, kan zich positieve discriminatie van vrouwen veroorloven.

Discriminatie moet je aan de gewone burgers en de particuliere bedrijven overlaten. Bij de keuze van onze seksuele partners, vrienden en kennissen discrimineren we allemaal op uiterlijk, leeftijd, intelligentie, geslacht, etniciteit en religie.
De gemeente Amsterdam voert al jaren een beleid van ‘positieve actie’. Het personeelsbestand van de gemeentediensten moet een afspiegeling zijn van de bevolking (wat betreft de vertegenwoordiging van vrouwen, etnische minderheden en gehandicapten). In 1997 maakte Pieter Fleury de film Mene Tekel over positieve discriminatie bij de brandweer. We zagen een la vol sollicitatiebrieven van autochtonen, voor onbepaalde tijd in de wacht gezet. De toelatingseisen werden naar beneden bijgesteld om het verlangde allochtonen-quotum binnen te halen. En vooral: er was een onaangename sfeer tussen de autochtone oudgedienden en de nieuwe allochtone brandweerlieden ontstaan. Voor de dagen van positieve discriminatie hadden allochtone collega’s hun baan ‘eerlijk’ verdiend en kon men ervan op aan dat zij gemiddeld even goed zouden presteren als hun autochtone collega’s. Nu was dat niet meer het geval.

Vijf groepen waren het slachtoffer van positieve discriminatie: de autochtonen wier sollicitaties in een la waren beland; de autochtone brandweerlieden die opeens wanpresterende collega’s kregen; het publiek dat de dupe werd van een minder goede service van de brandweer door het relatief grote aantal incompetente medewerkers; de competente allochtonen die in de beeldvorming over een kam werden gescheerd met incompetente allochtonen - en tot slot de allochtonen die disfunctioneerden in hun baan, waar je ook niet bepaald gelukkig van wordt. Alleen de politici en de ambtenaren uit de met veel belastinggeld betaalde minderhedensector waren blij: zij hadden hun kostje dik verdiend door een stukje goed bedoeld beleid te realiseren. Dit is kenmerkend voor positieve discriminatie: alleen bureaucraten profiteren ervan. Daarom is het ook zo moeilijk voor politici en beleidsambtenaren om tot het besluit te komen die heilloze positieve discriminatie af te schaffen.

Discriminatie moet je aan de gewone burgers en de particuliere bedrijven overlaten. Bij de keuze van onze seksuele partners, vrienden en kennissen discrimineren we allemaal op uiterlijk, leeftijd, intelligentie, geslacht, etniciteit en religie. Als we een auto, computer of wasmachine kopen willen we graag overtuigd worden van de deugden van deze apparaten door verkopers die slim en innemend overkomen en de indruk wekken onze normen en waarden te delen. Maar zelfs in banen waarin werknemers nooit in contact komen met klanten verdient het aanbeveling om aantrekkelijke employees te engageren, want de rest van het personeel werkt harder als ze mooie mensen op de afdeling hebben. In principe zijn de inspanningen van de werknemers die relatief intelligent, ambitieus en gewetensvol zijn het meest lonend voor de werkgever. Maar ze moeten wel in het team passen – en dan kan het nuttig zijn bij de personeelsselectie ook rekening te houden met hun uiterlijk, leeftijd, geslacht, ras of religie. Bovendien moeten zij zich kunnen identificeren met de klanten en vice versa. Soms is het dan juist het beste allochtonen voorrang te verlenen.

Op dit ogenblik zijn vijf procent van alle medewerkers van het energiebedrijf Nuon allochtoon – en geen van hen zit in de top van het bedrijf. Nuon heeft nu allochtonenquota vastgesteld: in 2006 moeten tien procent van de medewerkers en acht procent van de hoogste managementlaag uit een etnische minderheid komen. Managers die hun allochtonenquotum niet halen verliezen hun bonus, wat kan betekenen dat ze tot vijftien procent verliezen op hun jaarsalaris. Nuon discrimineert: in plaats van kleurenblind de bekwaamste sollicitant aan te stellen, hebben zwarten en (nakomelingen van) immigranten uit islamitische landen een streepje voor. “We doen dit omdat we een afspiegeling van de samenleving willen zijn,” zegt een woordvoerster van Nuon. “Ook omdat we dan onze klanten beter begrijpen, die groep bestaat immers ook niet alleen uit autochtonen. Voor een betere communicatie is het handig.” Kortom, Nuon gokt dat de winst op het gebied van communicatie doordat het bedrijf kleurrijker wordt zwaarder weegt dan het verlies dat wordt veroorzaakt doordat men niet altijd de bekwaamste sollicitant aanneemt of de slimste en productiefste medewerker promoveert. De markt zal uiteindelijk bepalen of dit een verstandige keuze is. Anders dan discriminatie door de overheid is bij het particuliere bedrijfsleven een zelfcorrigerend mechanisme ingebouwd.

Wetten inzake discriminatie kunnen de werking van dat zelfcorrigerende mechanisme verstoren. Microsoft investeerde in de afgelopen jaren honderd miljoen dollar in pogingen om aan bekwame zwarte en vrouwelijke aspirant-medewerkers te komen, waarvan ruim 86 miljoen werd gestopt in een partnerschap met het United Negro College Fund. Dit wordt niet zozeer gezien als een winstgevende investering maar als een poging om slechte publiciteit en rechtszaken wegens discriminatie te voorkomen, want politiek-correct Amerika vindt het verdacht als in de high tech weinig vrouwen en zwarten werken. Terwijl nerds nu eenmaal relatief vaak blanke of Oost-Aziatische mannen zijn – dat heeft niets met het seksisme of racisme van het human resource management van Microsoft te maken. Bij gebrek aan concurrentie kan het bedrijf van Bill Gates het zich veroorloven geld te verspillen aan politiek-correcte window-dressing. De klant betaalt ervoor via een te hoge rekening voor zijn software.

Waar echte concurrentie op een vrije markt bestaat, zijn wetten tegen negatieve discriminatie overbodig en maatregelen om positief te discrimineren evident belachelijk. Neem bijvoorbeeld het betaald voetbal. Iedereen ziet in dat het onzinnig zou zijn Ajax te verplichten minstens vijf vrouwen maar hoogstens twee zwarten in het eerste elftal op te stellen omdat zo evenredige vertegenwoordiging van deze twee groepen wordt gerealiseerd. Soms kies een club niet de best beschikbare kandidaat-werknemer maar iemand met wie de klant zich kan identificeren – PSV bijvoorbeeld Koreaantjes ter wille van de Aziatische afzetmarkt. Maar de vormen van discriminatie die de overheid met wetgeving wil bestrijden, kunnen in de voetballerij niet bestaan dankzij de werking van de markt. Een club die weigert zwarte of islamitische spelers aan te kopen, wordt nooit kampioen.

Het eindresultaat van vrije marktwerking zal niet zijn dat in elke sector en in ieder type functie mannen en vrouwen en autochtonen en allochtonen proportioneel zijn vertegenwoordigd. Deze vier groepen zijn niet gelijk in hun belangstelling, ambities en talenten. Zo zijn zwarten en (de nakomelingen van) Marokkaanse en Turkse immigranten gemiddeld minder intelligent dan de andere etnische groepen die in Nederland wonen. Waardoor dat komt, weten we niet en er valt vast nog heel wat aan te verspijkeren, maar niet meer bij volwassenen. Voor de werkgever is de intelligentie van zijn sollicitant een gegeven. Er zijn nog andere verschillen tussen de seksen en tussen etnische groepen. Zo genoot in 1999 8,7 procent van de mannelijke autochtone beroepsbevolking een WAO uitkering; 17,3% van de mannelijke beroepsbevolking van Turkse afkomst en 26,2% van de vrouwelijke beroepsbevolking van Turkse afkomst. Werknemers die ziek en vervolgens arbeidsongeschikt worden zijn peperduur voor hun werkgever – geen wonder dat hij bij de selectie van zijn personeel dit risico zoveel mogelijk wil beperken. Liever geen Turkse troel dus.

Hij kan beter wachten tot ze in de WAO is beland en haar dan in dienst nemen. Want het merkwaardige is dat de werkgever het risico draagt als hij een vrouw of allochtoon aanneemt, maar dat de belastingbetaler het risico draagt van het inhuren van een arbeidsgehandicapte. De wet Reïntegratie Arbeidsgehandicapten regelt subsidies voor het aanpassen van de werkplek en de scholing en begeleiding van de arbeidsgehandicapte. De eerste vijf jaar betaalt de overheid het loon door bij ziekte van de arbeidsgehandicapte, werkgevers met minstens drie procent arbeidsgehandicapten krijgen korting op de WAO-basispremie en wordt de arbeidsgehandicapte binnen zes jaar na in diensttreden weer arbeidsongeschikt, dan kost dit de werkgever niets. Als we vrouwen en allochtonen met een uitkering automatisch als arbeidsgehandicapt zouden kwalificeren, lukt het vast wel om ze allemaal aan werk te helpen. Zo’n regeling is te verdedigen als de besparing op uitkeringen meer oplevert dan de subsidie van arbeid en mits de arbeidsgehandicapte niet de plaats inneemt van een niet-gehandicapte die vervolgens uitkeringstrekker wordt. Positieve discriminatie die echt werkt is een vorm van werkverschaffing: het creëren van banen die zonder subsidie niet hadden bestaan.

Het kan ook anders. Restaurantjes en snackbars met allochtone uitbaters en personeelsleden zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten omdat allochtonen met relatief lage verdiensten genoegen nemen. Dus in deze sector leveren allochtonen minstens zo goede prestaties als autochtonen voor minder geld.

De verzorgingsstaat Nederland heeft minder laag betaalde banen beschikbaar dan de Verenigde Staten. Daar heb je veel werkende armen; in Nederland zitten de armen thuis met een uitkering, verkeren ze in een sociaal isolement en worden ze door velen als uitvreters gezien. Door de gebrekkige arbeidsmarktparticipatie van allochtone armen vindt ook weinig integratie plaats. Sinds in Amerika een jaar of vijfendertig geleden de positieve discriminatie voor het eerst werd toegepast, is de melting pot danig van de kook geraakt, maar de combinatie van positieve discriminatie en verzorgingsstaat die we in Nederland hebben, is pas echt schadelijk voor de economie en de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen. Eén van de twee zal in de komende tijd moeten verdwijnen. De linkse liefhebbers van de verzorgingsstaat zouden er goed aan doen zich acuut achter het voorstel van Ruud Luchtenveld te scharen.

Marcel Roele

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage marcelroele.meervrijheid.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl