Interview 'Nederland is net een Arabisch land, achterlijk en paternalistisch'

Door Alain van der Horst

15 oktober 2003

Dichter, denker en docent Afshin Ellian sprak eerst over zijn herinneringen aan Iran, vervolgens over de gevaren van de islam, en nu is Nederland aan de beurt. Want dat is één groot ziekenhuis geworden vol deerniswekkende patiënten. 'Ons land moet hoognodig gedemocratiseerd worden, net als Turkije en Marokko'.

'Jullie leerden mij pas echt kennen na 11 september. Toen móest ik me met het debat gaan bemoeien. Ik kon niet anders. Ik kom uit de Oriënt. Mijn hele leven heb ik me daar ingezet voor democratisering en mensenrechten. Ik had het vanzelfsprekend af en toe over de islam, maar ik merkte dat dat heel gevoelig lag in Nederland. De politieke verhoudingen hier, de existentiële vragen waarmee Nederlanders worstelen, stelde ik niet aan de orde. Ik ben wetenschapper, geen journalist. Ik kan niet zomaar iets opschrijven, ik moet wachten tot ik een gedegen analyse heb. Het multiculturele vraagstuk, daar heb ik járen mee geworsteld. Uiteindelijk wist ik hoe het zat, en vanaf toen kon ik het dagelijkse nieuws terugbrengen tot die analyse, kon ik reageren op de actualiteit.

Datzelfde geldt voor Nederland. Toen ik hier in 1989 kwam, vond ik alles fantastisch. Ik keek naar het gras. De groenheid ervan raakte me. De rust, de vreedzaamheid van het bestaan. Als ik langs een café liep, zaten de mensen allemaal te drinken; ze kleedden zich zoals ze zelf wilden. En iedereen praatte... hárd vooral. Niemand fluisterde! Ze waren nergens bang voor. Ik vond het ongelooflijk.

Diep in mijn ziel heb ik in die tijd veel gerouwd om mensen die zoiets nooit hebben meegemaakt, die zoiets nooit hebben kunnen zien. Je moet niet vergeten: een groot deel van de wereld leeft in vreselijke duisternis. Je bent niet alleen bang voor gezag binnen je familie, je bent buiten ook bang. Voor je religie, voor de religie die misschien niet meer de jouwe is, maar die daar wel regeert. Voor je broer, je tante, politici. Voor de koning, de keizer, de kalief. Ik kende alleen de radicale inhumaniteit van het Midden-Oosten. Ik was verbaasd, ontroerd, geschokt zelfs. Het tweede wat mij opviel, hoor ik van heel veel vluchtelingen, nog steeds. Je krijgt eten, drinken. Als mensen horen waar je vandaan komt, leven ze met je mee, zijn ze óók intens verdrietig. Ze willen je bijna aaien. Ze zijn zo absurd áárdig. Dat kun je gewoon niet begrijpen als je uit een cultuur komt waar zoiets nauwelijks bestaat.

Ik kwam niet direct naar Nederland. Ik zwierf al een jaar of vijf, zes door de regio daar. Het was helemaal niet mijn bedoeling om naar Europa te komen. Vlak na mijn vlucht zat ik in een hotel in Pakistan, temidden van allemaal vluchtelingen. De een was topjurist, de ander arts. We waren de executiegeneratie: wie niet gevlucht was, was zo goed als dood. Ik herinner me dat een van die mensen ons een brief schreef uit Duitsland, waar hij onderdak had gevonden. Hij had ter plekke diarree gekregen. Omdat alles er zo schoon is, en hij gewend was geraakt aan vreselijke smerigheid. Hij schreef: honden zijn hier aardiger. Duitse honden, Europese honden zijn aardiger dan Pakistani's, Iraniërs, Palestijnen, Arabieren. We waren geschokt. Die man was geen racist. Hij was ook niet al zo lang in Europa dat hij zogenaamd bedorven was door de westerse cultuur. Nee, hij vond het echt. Die aardigheid, daar had hij gewoon geen antwoord op.

Nou ja, als je eenmaal zo'n mooie, geweldige plek hebt gevonden, ga je je niet afvragen of je nieuwe land misschien ook ellende kent. Dat deed ik ook niet in den beginne. Ik zat vooral te studeren en veel, heel veel te lezen. Maar er gebeurde wel al snel iets vreemds. Mijn vrouw en ik moesten voor de eerste keer naar de sociale dienst. Volstrekt normaal natuurlijk, want we waren naar Nederland gekomen zonder een cent op zak en we hadden geen idee wat we moesten doen. Ik had gedacht dat we een paar maanden wat hulp zouden krijgen en dat we daarna een baan moesten vinden of een beurs moesten aanvragen om te studeren.

'De socialistische ideologie, waarvan de sociaal-democratie de milde, West-Europese variant is, bestaat bij de gratie van de verworpenen der aarde. Als ze op zijn, moet je nieuwe creëren. De arbeiders zijn vervangen door de allochtonen, de zieken en de werklozen.'
Dus ik had een pak aan, het enige dat ik had, had me goed geschoren, mijn vrouw ook helemaal chic. Een man van het ministerie begeleidde ons. In de auto zei hij opeens in het Engels: het is niet gebruikelijk zoals jullie eruitzien; we gaan naar de sociale dienst. Nou ja, wij vonden het vanzelfsprekend. Je bent een eerzaam mens. Ik beschouwde het als naar de bank gaan voor een lening die je later terugbetaalt. Maar onze begeleider begon te lachen en zei: `Nee, nee, je kunt beter oude kleren aandoen. .Het is het beste als je een gat in je broek hebt.' Ik schrok. Waarom zou ik me voordoen als een zwerver, als een bedelaar, als een zieke? Ik wist natuurlijk niet dat je eeuwigdurend geld kreeg hier. Wat die man van het ministerie zei... ik kon het niet uit mijn hoofd zetten."

Pas veel later besefte ik dat hij een cultuur representeert, een manier van denken. Die cultuur wordt verzorgingsstaat genoemd, maar het is collectieve bedelarij: niet zorgen voor mensen die korte tijd hulp nodig hebben, geen hoop bieden, niet hun kracht aanspreken. Nee, vooral laten zien dat ze ziek zijn. Patiënten, ellendelingen die niks kunnen en niks weten. Van de hulpverleners die onmiddellijk om je heen zwermen als je dit land binnenkomt, moet je je ter plekke ontdoen, anders bereik je niks in dit leven. Ik kreeg met bijna iedereen ruzie, dat was mijn geluk. Want ik had maar één ding van ze nodig, namelijk: hoe spreek je dit uit? Wat betekent dit woord? Verder niks. Vrienden wel natuurlijk, maar die zocht ik zelf.

De hulpverleners hadden heel andere ideeën. We willen jou helpen, zeiden ze. Je bent op ons aangewezen. Uren praten. In mijn naïviteit dacht ik dat ze naar me wilden luisteren. Maar ze wilden me gek maken, ziek verklaren. Ze handelden uit medelijden, niet uit interesse. Ze konden geen enkele eerbied opbrengen. Ze zeiden: waarom studeer je zo hard? Ga eens met een psychiater praten.

De verzorgingsstaat is een ziektestaat, en die is het gevolg van de overheersende sociaal-democratische cultuur. Dat is niet verbazingwekkend, want links kan niet bestaan zonder zielige mensen. De socialistische ideologie, waarvan de sociaal-democratie de milde, West-Europese variant is, bestaat bij de gratie van de verworpenen der aarde. Als ze op zijn, moet je nieuwe creëren. De arbeiders zijn vervangen door de zieken en de werklozen. Ze vormen de kern van het electoraat van de PvdA. Nederland is één groot ziekenhuis geworden vol deerniswekkende patiënten. En de migrant die allochtoon wordt genoemd, is de ziekste patiënt.

Stel je toch eens voor dat niet deemoed maar ambitie werd beloond in dit land. Dan zouden we zeggen: het is hier veel beter dan in Marokko, man! We hebben hier de rechten van de mens, vrijheid wordt gewaarborgd, iedereen is gelijk - Berber of Brabander. Toen mijn zoon in de brugklas zat, moesten op een dag alle kinderen zeggen wie hun voorbeeld was. Ik had gedacht dat hij zou zeggen: mijn eerbiedwaardige vader. Nou, pech. Hij zei: Colin Powell.

Een migrant uit Jamaica, hopeloos, arm, niks. Wordt minister. Te gek. En hij is zwart nota bene. Die man heeft de samenleving veroverd, niet via anti-racisme comités, maar door hard te werken, door iets van zijn leven te maken. Dát bestrijdt pas racisme.

Een tijdje geleden nam ik deel aan een debat in Amsterdam. Mevrouw D'Ancona was er ook, voor een ander debat. Ik kende haar niet persoonlijk, alleen uit de media. We gaven elkaar een hand en ze zei: `Ik volg u. U doet het goed. U heeft het gemaakt. Maar velen hebben het niet gemaakt, omdat ze niet zo intelligent zijn als u.' Normaal gesproken zou ik gereageerd hebben met een plat scheldwoord. Maar ik was perplex. Alsof het mijn schuld is dat anderen het niet redden. Alsof ik beboet moet worden omdat ik hard werk. Dát is de houding. Echt, hoor. Pervers en immoreel vind ik het.

'Zo lang ik leef, zal ik nooit van Jacques Wallage afkomen. Of van Jan Pronk. Straks kennen mijn kinderen hem óók. Ja, dan moet je niet verbaasd zijn dat dit land steeds dommer wordt.'
Ze hebben zieligerds nodig om zichzelf als Moeder Teresa te kunnen presenteren. Moeder Teresa deed het nog op kracht van God, in wie ze geloofde. Mensen als D'Ancona doen het van andermans geld, ten koste van andermans gastvrijheid. Zij vragen gastvrijheid van de mensen die het minste hebben in dit land. Ik bedoel, zij zullen geen twee vluchtelingen toelaten in hun huis, niet eens in hun achtertuin. Nee, andere mensen moeten het doen. In plaats van dat Hedy D'Ancona zegt dat ik een goed voorbeeld ben, klaagt ze me bijna aan. Niet te geloven, toch?"

Elk volk is geneigd zichzelf te mythologiseren. Dat heet dan volksaard. Maar hoe kom je aan een volksaard? Wat is dat eigenlijk? Wat kenmerkt de gemiddelde Nederlander? Bescheidenheid? Absoluut. Maar je kunt niet zeggen dat gelijkheid en egalitarisme onderdeel zijn van de Nederlandse cultuur. Dit is van oudsher een burgerlijke klassenmaatschappij. Het is echt niet zo dat het hier al vierhonderd jaar verboden is je kop boven het maaiveld uit te steken. De Nederlanders hebben zich ontworsteld aan de Spaanse overheerser. Ze hebben tegen de Spanjaarden gezegd: opdonderen, we willen anders leven.

Als je het zo bekijkt, is het Nederlandse volk juist een revolutionair volk. Zo is Philips ook groot geworden. Als we altijd volgens onze zogenaamde volksaard gehandeld zouden hebben, hadden we niets bereikt in de wereld. Maar dat hebben we wel. Een volk dat de ambitie heeft de zee tegen te houden. Dat is groots! Toen ik hier net was, schreef ik aan mijn moeder in Iran: ik leef tussen de mensen die de grootste, de gewelddadigste zee van de aarde tegenhouden. Ik schreef haar ook: weet je nog dat we op school een verhaal hebben geleerd over een kind dat zijn vinger in een dijk stopt? Dat is hier! Over dat volk heb ik het. Een volk dat barstte van de ambitie. Maar het is allemaal doodgemaakt. Domheid en niet intelligentie is de norm geworden, luiheid in plaats van arbeid, ziekte in plaats van gezondheid. Uitblinken? Alsjeblieft, zeg. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Dat egalitarisme is ons aangepraat. Natuurlijk, voor de wet zijn alle mensen gelijk. Heel goed. Maar materieel gesproken zijn we ongelijk. De een is dom, de ander slim; de een wordt rijk, de ander niet; de een heeft het in zich om president te worden , de ander loodgieter. Als je dát gaat egaliseren, vernietig je de burgerlijke samenleving. En toch is dat wat de huidige verzorgingsstaat doet. Kijk maar eens hoe in Nederland het onderwijs is gelijkgeschakeld, of de gezondheidszorg, of de wetenschap, of de journalistiek. Het heeft te maken met de dominees. Die preekten vanuit de hoogte dat de Dag des Heren komen zou en dat je dan gelukkig werd. Nederland is geseculariseerd, maar vervolgens volledig in de ban geraakt van een nieuwe religie. De linkse postmodernisten zijn de erfgenamen van de dominees. Jan Pronk preekt ook. Ik heb het trouwens niet alleen over de PvdA of over GroenLinks. Ook het CDA heeft een enorme bijdrage geleverd aan de continuering van de ziektestaat, zelfs de VVD gaat niet vrijuit.

Zorg voor zwakkeren is ethisch heel goed. Als mensen geen brood hebben, geen onderdak, ziek zijn, dan kunnen ze niet genieten van hun vrijheid. Ik wijs solidariteit niet af, alleen moet die niet leiden tot bedelarij en afhankelijkheid, maar tot recht en en plichten. In de Sovjet-Unie waren onderwijs en zorg gratis. De metro in Moskou kostte iets van twee kopeke, bijna niets. Maar waren de mensen gelukkig? Absoluut niet. Ik zeg natuurlijk niet dat Nederland een soort Sovjet-Unie is. Dit is geen totalitaire staat. Maar ik zeg wel dat de verzorgingsstaat makkelijk uitgroeit tot een totalitaire staat. Waarom? Omdat zo'n staat zich kenmerkt door controle. Een groot apparaat van ambtenaren en quasi-overheidsorganen die de samenleving in een ijzeren greep houden. Zo'n staat duldt geen tegenspraak, is in feite apolitiek.

Je zag het aan de komst van Fortuyn. Die polariseerde, politiseerde. En werd meteen tot een gevaar voor de mensheid bestempeld. Terwijl botsende standpunten en strijd een samenleving juist verder brengen. De beste, de overtuigendste, die gaat regeren voor een tijdje. Het vergt creativiteit. Daardoor ontstaat literatuur, daardoor ontstaan kunstwerken, daardoor ontstaat ook tragedie. Dat is niet erg. Ongenoegen is de katalysator van verandering.

De mensen die hebben gestemd op de LPF zagen dat er niets van hun wensen terechtkwam en hebben hun keuze binnen vier maanden gecorrigeerd. Het is heel gezond om fouten te maken in een stabiele tijd, want dan is de kans klein dat dezelfde fouten worden gemaakt in een instabiele tijd.

Nihilisme is nu het grootste probleem van Nederland. De mensen hebben aanvaard dat ze ziek zijn, dat ambitie wordt afgestraft en dat ze zich maar het beste kunnen concentreren op hun drie vakanties per jaar. Ik heb geen vertrouwen in de regeringspartijen, maar bij het nieuwe kabinet zie ik wel een intentie die me zint. Ik had gehoopt dat Wouter Bos zich zou ontpoppen tot de Gorbtsjov van de PvdA. Dat hij een perestrojka zou doorvoeren. Maar hij blijkt ideeënloos. Dan liever Aart jan de Geus, een moedige man met een verháál, met visie. Hij zegt: zoals het nu gaat, kan het niet langer. We moeten werkelijk veranderen. Precies. Het gaat niet om budgettaire maatregelen, het gaat om structurele hervormingen.

Je moet met vreemde ogen naar Nederland proberen te kijken. Ik kijk met vreemde ogen. Het is belachelijk: onze commissarissen van de Koningin zijn bijna allemaal mensen die mislukt of uitgeblust zijn. Nederland is een feodaal land. Daarom heeft het concept van de verzorgingsstaat juist hier de meest perverse vorm kunnen aannemen. Hans Dijkstal weigerde de boeken van Fortuyn te lezen. Terwijl hij ze had moeten analyseren, zodat hij zijn tegenstander kon bestrijden. Want er stond veel zinnigs in, maar ook ordinaire kroegpraat. Maar nee, hoor. Dijkstal voelde zich de pater familias. Hij wist zeker dat hij gekozen zou worden. Zo'n man is misschien geschikt als manager van een ziekenhuis, maar niet als politicus.

Je gaat de politiek in om mensen van jouw ideeën te overtuigen, zodat ze op je stemmen. Verlies je, dan ga je weg. Maar niet in Nederland. Als je hier in de politiek komt, is dat voor eeuwig. Neem zo'n Jeltje van Nieuwenhoven. Of kijk naar het gezicht van Klaas de Vries. Hij wil commissaris van de Koningin worden, of burgemeester. En het zal gebeuren. In een echte democratie zou het zo zijn dat iemand die maar vijftienhonderd stemmen heeft gekregen... Nou ja, een Romein zou zelfmoord hebben gepleegd. Die hadden eer. Dat hoeft De Vries van mij niet te doen. Maar laat hem een apotheek beginnen, of buschauffeur worden. Hij hoort in elk geval niet in een functie waarin hij kan beslissen over de burgers die hem niet willen. Onbegrijpelijk. Zelfs zijn eigen mensen vinden hem niks, en hij zit nog steeds in het parlement.


Jacques Wallage
Jacques Wallage
Zo lang ik leef, zal ik nooit van Jacques Wallage afkomen. Of van Jan Pronk. Straks kennen mijn kinderen hem óók. Ja, dan moet je niet verbaasd zijn dat dit land steeds dommer wordt. We verkwanselen al ons talent. Intelligente studenten denken terecht: we moeten weg hier, naar een land waar je wél op basis van je prestaties wordt beoordeeld. Het is treurig en lachwekkend. En eigenlijk ook immoreel. Nederland is net een Arabisch land. Het is soms net zo ondemocratisch, net zo paternalistisch, net zo achterlijk. Mensen moeten zich neerleggen bij hun lot, ze zijn afhankelijk van een regent die ooit toevallig in de politiek is gekomen. Net als een kalief houdt hij van je, zorgt hij voor je, denkt hij voor je. Ons land moet hoognodig gedemocratiseerd worden, net als Turkije, net als Marokko.

Nederland heeft zijn migranten geleerd de Nederlandse zelfhaat over te nemen. Daarom wordt Nederland voortdurend afgezeken en hoor je zo vaak dat hier allemaal racisten wonen. Maar ik bewonder juist de mensenrechten hier, de vrijheid, de democratie. Wees toch zuinig op de enorme verworvenheden, verdedig ze. Ik heb een duistere wereld gekend waar dat allemaal niet bestaat. Helaas leefde bij gevluchte intellectuelen uit de Oriënt lang het idee dat het gevaarlijk was om naar buiten te treden met kritiek op de islam. Ze waren bang dat er misbruik van zou worden gemaakt door neonazi's, door extreem-rechts. Ik ook.

Het is dom geweest, maar dat besefte ik pas na 11 september. In mijn eerste jaren in Nederland was ik in een soort rouw. Ik wilde de wereld begrijpen, dus ik las, ik studeerde. Maar ik was ook naïef. Ik dacht zó romantisch over Nederland dat ik voetstoots aannam dat gevaren voor de democratische samenleving hier wel onderkend zouden worden. Ja, je mag mensen zoals ik echt het verwijt maken dat we pas veel te laat onze mond hebben opengedaan. We hadden recht van spreken. Maar aan de andere kant: denk je dat één krant in 1998 mijn kritiek op de islam zou hebben geplaatst? Ik denk het niet. Zou iemand naar me geluisterd hebben? Nee, toch? De opiniepolitie was onverbiddelijk: de islamitische cultuur was een verrijking. Moslims moesten vooral drie keer per dag naar de moskee blijven gaan.

Je ziet weleens van die oude, nostalgische foto's van de eerste gastarbeiders in Nederland. Ze droegen allemaal een pak, een stropdas. Is dat niet vreemd? Kijk naar die foto's en je ziet de ambitie, de hoop in hun ogen. Die mannen wilden iets van hun leven maken. Maar het is niet gelukt. Ze kunnen niet eens hun eigen kinderen opvoeden. Het is echt dramatisch. Nu ze oud zijn, hebben ze zo'n kalotje op hun hoofd. Zijn ze weer de dorpsbewoner die ze waren, de ongeletterde boer zonder toekomst. Ze zijn het ultieme product van de Nederlandse verzorgingsstaat."


Afshin Ellian werd op 27 februari 1966 geboren in Teheran, Iran. Zijn vader zou Gerard Reve een fantastische schrijver hebben gevonden als hij hem had gekend. Zijn moeder vond het zinloos dat hij zoveel las, want met dat soort kennis kun je nog geen kilo spinazie kopen.

Op jonge leeftijd ging hij bij het linkse verzet, aanvankelijk om te strijden tegen het militaire bewind van de sjah, later tegen de religieuze dictatuur van ayatollah Khomeini.

Hij verloor vrienden en familieleden bij executies en wist zijn land in 1983 te ontvluchten. Korte tijd leefde hij als illegaal in de marginaliteit van de Pakistaanse samenleving. Langer verbleef hij in het door een bloedige burgeroorlog geteisterde Afghanistan, waar later de Taliban de totale heerschappij zou opeisen. Hij studeerde er medicijnen en ontmoette zijn latere vrouw Zarmineh aan de snijtafel van de anatomische les. Via de vertegenwoordiging van de Verenigde Naties kregen ze in 1989, uitgenodigd door de regering, politiek asiel in Nederland. Ze kregen twee kinderen, Ulysse en Julliëtte.

Ellian studeerde strafrecht, volkerenrecht en filosofie aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg. In 1996 studeerde hij op die drie studies tegelijkertijd af. Zijn proefschrift (juni 2003) is een onderzoek naar de Waarheids- en Verzoeningscommissie van Zuid-Afrika. Hij publiceerde twee dichtbundels, Verrijzenis van woorden in 1997 en Mensenherfst in 2001, is docent strafrechtwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft sinds dit jaar een tweemaandelijkse column op de opiniepagina van NRC Handelsblad.



Dit interview, dat werd afgenomen door Alain van der Horst, verscheen in de HP/DeTijd van 3 oktober 2003.

Gerelateerde links:
- Mary Ruwart: Maar…wat gebeurt er dan met de armen?
- Henry Sturman: Negen nadelen van de verzorgingsstaat (en één voordeel)
- Walter Block: De niet-bijdrager aan liefdadigheid
- Weg met de verzorgingsstaat!

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl