Virginia Postrel, optimist in Armani

Door Flip Vuijsje

6 oktober 2003

Ze vindt dat het een stuk beter gaat met de wereld dan conservatieven en progressieven denken.

De mensen worden mooier, de vooruitgang is onstuitbaar. Als de overheid niet te veel in de weg loopt, tenminste. Wie is Virginia Postrel, de vrouw die het libertarisme verloste van zijn saaie dode-mannenimago?

Jazeker, schreef ze op 5 augustus vanuit Dallas in Texas, dat was inderdaad heel blauwe nagellak, daar op die foto van gisteren. Aruba Blue van het merk Essie om precies te zijn - ‘mijn favoriete kleur’.

Die lak zat op de duim van een vrouwenhand die een fel roodkleurig boekomslag omhoogsteekt, zodat alle bezoekers van www.dynamist.com het goed konden zien. Want als er iets is dat Virginia Postrel, de vrouw achter deze dagelijks ververste ‘weblog’, van de doorsnee intellectueel onderscheidt, dan is het wel haar enthousiasme. Een vrolijke, positief gestemde kijk op van alles en nog wat - en dus ook op haar nieuwste eigen publicatie, waarvoor ze zonder valse bescheidenheid veelvuldig en goedgemutst reclame maakt.

Het thema van dit boek, dat The Substance of Style heet en dezer dagen bij HarpersCollins uitkomt, is de esthetische renaissance die Virginia Postrel in zo’n beetje alle domeinen van het leven signaleert. Die renaissance wordt gedreven door die typisch Amerikaanse tandem van technologische vooruitgang en onbelemmerd ondernemerschap, en zorgt ervoor dat bijna alles steeds mooier wordt. Niet alleen de prodúcten van onze moderne economie. Maar ook de ruimtes waarbinnen die worden geproduceerd, zoals de kantoren van nu. De locaties waar die worden gekocht, zoals de nieuwste shopping malls. En de woningen waarbinnen die worden verbruikt. Tot en met de mensen zelf die dit allemaal voor hun rekening nemen, en die er gemiddeld steeds beter uitzien: in mooiere kleren, met mooiere nagels en beter haar, en met steeds rechtere en wittere tanden…

En als u nu denkt: ‘Wat een onzin! Een beetje de pathologie verheerlijken van die decadente, materialistische, op uiterlijkheden gefixeerde en aan shoppen verslaafde samenleving van nu!’, dan kunt u twee dingen doen. Gauw dit nieuwste boek van Virginia Postrel lezen, en zo misschien op andere gedachten raken over de kwaliteit van de moderne wereld. Of dit juist niet doen, omdat u zich niet wilt ergeren aan een brutale, blonde, nota bene Amerikaanse vrouw die geen millimeter respect toont voor het hoogverheven cultuurpessimisme waaraan u uw gevoel van intellectuele eigenwaarde ontleent.

Maar wat u in dat laatste geval misschien wél kunt doen, is het eerste boek van Virginia Postrel lezen. Dat verscheen in 1998, en heette The Future and its Enemies. En ging dus over u.

Zichzelf omschrijft ze als geen ‘raving beauty’ maar gelukkig wel ‘perfectly decent looking’. Maar omdat zij de pech had om al in 1960 te worden geboren, in het stadje Ashville in North Carolina, had Virginia Postrel in haar jeugd wel degelijk problemen met haar uiterlijk. In lijn met de tijdgeest van toen werd haar subtiel maar effectief te verstaan gegeven ‘that because I was smart, I could not be attractive’, en dat iemand als zij, die ontegenzeggelijk héél erg smart was, zich toch niet kon bezighouden met zoiets als kleren.

Terwijl zij, zegt zij zelf, juist ‘heel érg in kleren is geïnteresseerd’. Gelukkig heeft zij dit later, als ‘selfconfessed Giorgio Armani freak’, goed kunnen inhalen, op de vleugels van een mooie en snelle loopbaan. En slim, dat is Virginia Postrel intussen nog steeds - volgens Camille Paglia is zij zelfs ‘one of the smartest women in America’.

Na haar studie Engels aan de universiteit van Princeton werkte Virginia Postrel eerst als verslaggever bij het zakentijdschrift Inc. en bij het dagblad The Wall Street Journal. Daarna belandde ze bij het maandblad Reason, waar ze in 1989, nog pas 29 jaar oud, hoofdredacteur werd.

Reason noemt zichzelf een tijdschrift voor ‘free minds and free markets’. Het heeft een bescheiden oplage van zestigduizend, maar geniet een serieuze reputatie als platform voor het meer weldenkende type libertarians. Libertarians zijn mensen die vinden dat de beste samenleving er een is, waarin burgers een zo groot mogelijke keuzevrijheid hebben bij de inrichting van hun eigen leven. In Europese oren klink dit natuurlijk naar ‘liberaal’, maar zo simpel ligt het niet. Omdat in Amerika liberal juist voor links staat. Maar ook omdat echte libertarians zichzelf als links nóch rechts beschouwen.


Friedrich Hayek
In het Nederlandse Amerika-tijdschrift Dakota beschreef politicoloog Kees Heesters eerder dit jaar hoe libertarians zich onderscheiden van zowel conservatieven als progressieven: ‘De eersten willen je vader zijn en je vertellen wat te doen; de tweeden willen je moeder zijn, en je voeden, je instoppen voor het slapen gaan en je neus vegen.’ Ook Reason is niet-partijgebonden, en hoewel Virginia Postrel bij de laatste presidentsverkiezingen op George W. Bush stemde, en verwacht dit komende keer opnieuw te doen, geeft zij nooit blijk van een binding met welke politieke partij dan ook.

Bij Reason zat zij niet stil. Al vroeg, in 1995, introduceerde zij de website Reason Online. Ook het blad zelf werd gemoderniseerd. Dat leverde veel lof op uit vakjournalistieke kring, maar zorgde ook voor wat controverse. Zoals alle ideologische hoofdstromingen uit de vorige eeuw, is ook het libertarisme het intellectuele erfgoed van ernstige-mannen-die-al-heel-lang-dood-zijn, zoals de Oostenrijkse econoom Friedrich von Hayek. Die laatste heeft ook Virginia Postrel nog steeds hoog zitten, maar dit weerhield haar er niet van om de kolommen van Reason ook open te stellen voor geluiden en gedachten uit haar eigen tijd. Een tijd dus waarin de vrije keuzes van steeds meer individuen zich richten naar het soort jonge, beweeglijke en niet te vergeten hippe popcultuur waar veel oudere libertarians toch maar moeilijk bij konden aanpikken.

Het was ook in haar tijd bij Reason dat Virginia Postrel in 1998 haar eerste boek The Future and its Enemies publiceerde. Die naam werd bedacht door haar man, hoogleraar managementwetenschap Steven Postrel; maar is ook een directe afgeleide van The Open Society and its Enemies, het standaardwerk waarin de Oostenrijks-Britse filosoof Karl R. Popper al in 1945 afrekende met een traditie van vrijheid-vijandige wereldbeelden die teruggaat tot Plato.


Karl Popper
De ondertitel van Postrels boek luidde ‘The Growing Conflict over Creativity, Enterprise, and Progress’. De twee partijen in deze ideeënstrijd omschrijft Virginia Postrel als ‘stasism’ versus ‘dynamism’. ‘Stasists’ hebben een heel pessimistisch wereldbeeld en een heel negatief mensbeeld. Ze willen niet inzien hoezeer de wereld er intussen op vooruit is gegaan, en hoeveel rijker, gezonder, kansrijker en vrijer het leven voor de doorsnee burger is geworden. En ze willen bovendien niet inzien dat al die vooruitgang niet is te danken aan centrale sturing van de kant van de overheid of van ‘deskundigen’, maar enkel en alleen aan het ongecoördineerde samenspel van particuliere initiatieven van ontelbaar veel in vrijheid handelende individuen op zoek naar een beter bestaan.

De hekel die ‘stasists’ hebben aan de combinatie van vrijheid en vooruitgang is er in verschillende varianten. Er is de puur reactionaire, die wil dat vroeger alles beter was, toen de mensen nog hun plaats kenden. Er is de links-progressieve, die niet tegen verandering als zodanig is zo lang die maar van boven wordt gestuurd in die éne correcte richting. En er is de technocratische, die het niet uitmaakt wélke kant de wereld uitgaat, mits dat maar wordt gestuurd door een professionele beleidselite.

Natuurlijk is er ook overlap tussen varianten van ‘stasism’. Virginia Postrel wijst er graag op dat mensen zoals de ‘paleo-conservatieve’ commentator Pat Buchanan vaak standpunten innemen die je precies zo aantreft bij links of bij de milieubeweging, bijvoorbeeld in hun gedeelde afkeer van globalisering of van genetische gewasverbetering.

Wat Postrel hier tegenover stelt, als zelfbenoemde spreekbuis van diegenen die zij ‘dynamists’ noemt, is helemaal niet zo extreem. Naar het model van zowel de loony left als de loony right, heb je zeker in Amerika ook de nodige loony libertarians. Dat zijn mensen die, in een dolle mix van anarchisme en markt-fundamentalisme, eigenlijk álle overheid willen afschaffen, en die bijvoorbeeld alle drugs helemaal willen vrijgeven, of vinden dat ouders het recht moeten hebben om hun kinderen te verkopen.

Zo niet Virginia Postrel. Het belang van wet- en regelgeving staat voor haar niet ter discussie; het gaat haar alleen om de dosering, en vooral om de bewijslast. ‘Vijanden van de toekomst’ vinden dat dingen van bovenaf moeten worden geregeld ténzij er bijzondere redenen zijn om dit niet te doen. Postrel vindt precies het omgekeerde: laat de mensen toch gewoon hun gang gaan, en de vrije loop geven aan hun zakelijk instinct en hun technologisch vernuft, als individuen of als bedrijven, in een proces dat ondanks alle vallen en opstaan en trial and error, uiteindelijk tot superieure uitkomsten leidt. Een voorbeeld waar ze vaak op hamert is de ontwikkeling en introductie van nieuwe medische technologie, die nu door allerlei regelgeving nodeloos wordt vertraagd

Voor zover je dit soort ideeën überhaupt onder politici aantreft, is dat in Amerika binnen de Republikeinse Partij. Maar ook daar heeft het stasisme grote invloed, wat ook niet zo raar is: geen enkele politicus gaat in de politiek om zijn eigen maatschappelijke rol te minimaliseren. Ook de Republikeinen van George Bush tonen zich vaak de vijand van vrije markten en maatschappelijke vooruitgang, en piekeren bijvoorbeeld niet over het afschaffen van het ook in Amerika abjecte stelsel van torenhoge landbouwsubsidies.

Nadat zij in 2001 bij Reason vertrok, werkt Virginia Postrel zelfstandig, leunend op de reputatie van haar eerste boek. Ze is actief in het sprekerscircuit, en schrijft columns voor de economiebijlage van The New York Times en voor het citymagazine van haar woonplaats Dallas. Ze zit ook veel in Los Angeles, en mag graag milde plaagstoten uitdelen aan Oostkust-intellectuelen die denken dat Amerika in New York begint én ophoudt. Ook de mode vindt ze in Californië trouwens beter.
Daarnaast runt zij haar eigen website, vol dagelijkse feiten en meningen. Soms met een persoonlijke touch, in gevallen waar dit functioneel is. Zo houdt zij zich relatief afzijdig in Amerika’s weer oplaaiende culture wars over moraal-issues als abortus en het homohuwelijk. Maar kon zij toch niet haar boosheid bedwingen over de uitspraak van de Democratische aspirant-presidentskandidaat John Kerry dat het huwelijk er is om kinderen voort te brengen - wat zij opvat als een ontoelaatbare belastering van haar eigen (kinderloze) huwelijk van intussen zeventien jaar.

Maar ook van positieve ervaringen doet zij in haar weblog graag verslag. Zoals eerder dit jaar over de geslaagde laserbehandeling van haar ogen. Net zoals zij in haar eerste boek al uitlegde hoe verschrikkelijk veel levensvreugde zij te danken heeft aan de uitvinders en ondernemers die de contactlens in de wereld brachten (en met haar álle bijzienden die belang hechten aan hun uiterlijk). En net zoals zij in datzelfde boek schreef dat bijna alle geleerde, vaak sombere beschouwingen over het Rusland van na de val van het communisme voorbijgaan aan zaken die er daar écht toe doen. Zoals de monumentale verbetering van de kwaliteit van het leven voor Russische vrouwen als gevolg van de introductie van dat wonder van kapitalistische beschaving dat tampon heet, en waar in het sovjetparadijs niet aan te komen viel.

Dat laatste voorbeeld bewijst nog eens: aan cultuurkritiek op shoppen en consumeren heeft Virginia Postrel geen boodschap. Uit principieel-libertariaans respect voor de vrije keuzes van individuen. Maar ook omdat zij vindt dat ieder intellectueel dédain jegens ‘materiële’ aspiraties ook filosofisch volstrekt misplaatst is, omdat de aangeboren drive naar het creëren van ‘artefacten’ die het leven nóg beter kunnen maken dan het al is, nou net datgene is wat mensen echt mensen maakt.

Haar nieuwste boek, The Substance of Style, trekt deze lijn door. Nu, in onze schatrijke samenleving, waarin in al onze ‘basisbehoeften’ al honderd keer méér wordt voorzien dan strikt functioneel bezien nodig is, resteert als domein voor verdere verrijking en vooruitgang alleen nog het esthetische. Vandaar dus dat alles steeds mooier wordt. Doordat producten zich alleen nog maar via vormgeving en design kunnen verbeteren en onderscheiden. En doordat mensen steeds meer geld overhouden voor de aanschaf van zaken die alléén maar bedoeld zijn ter verfraaiing: van de eigen omgeving, en van zichzelf.

Ter verfraaiing, maar ook ter individuele onderscheiding. Want anders dan veel cultuurpessimisten, ziet Virginia Postrel overal aanwijzingen dat mensen deze nieuwe esthetische rijkdom zullen gaan gebruiken om de wereld alleen nog maar gevarieerder en rijker geschakeerd te maken, in plaats van steeds meer ‘gehomogeniseerd. Waarmee ‘stijl’ niet langer meer een randverschijnsel is, maar een autonome waarde op zichzelf is geworden: niet minder ‘substantieel’ dan andere waarden zoals efficiency of gebruikersgemak.

Natuurlijk: ‘mooi’ is niet voor iedereen hetzelfde. En natuurlijk, zegt Virginia Postrel: Als ik door een straat loop, zie ik overal huizen waar ik in geen miljoen jaar in zou willen wonen. Maar dat geeft helemaal niet. Want haar diepste esthetische voorkeur ‘is to let people do whatever they want. I have an aesthetic taste for variety’.

Flip Vuijsje

Dit is de tweede aflevering van een maandelijkse serie Vrijdenkers, over Anglo-Amerikaanse intellectuelen.

De auteur is publicist. Dit artikel verscheen eerder in Vrij Nederland, 6 september 2003.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl