Het recht uit de Staat te stappen

Door Guy Verhofstadt

18 september 2003

Met de invoering van vrij te bestemmen belastingen, zetten we een beslissende stap in de richting van echte burgerdemocratie, ver van de drukkingsgroepen en met alles onder de controle van het algemeen stemrecht. Een definitieve stap moet ons dan voeren naar het recht om alle essentiële zaken van het eigen leven, die nu nog door de politiek worden behartigd, zelf in handen te nemen.

De burger zou met andere woorden de mogelijkheid moeten krijgen vitale kwesties zoals het onderwijs voor zijn kinderen, zijn oude dag of zijn gezondheid, te vrij- waren zonder tussenkomst van de staat en de politiek. Hij zou dus het recht moeten krijgen uit het gepolitiseerde overheidssysteem te treden, en niet langer van de wieg tot het graf door dat soort samenleving te worden begeleid. Hij hoeft daarom geen kluizenaar te worden, en zelfs geen egocentrist. Zijn vertrek uit de Staat ontslaat hem niet van de plicht tot solidariteit met de anderen. Hij blijft aan de gemeenschap een basisbelasting verschuldigd, terwijl hijzelf zijn eigen boontjes dopt.

Een praktisch voorbeeld: de pensioenvorming. Vandaag is het de staat die dat regelt, overigens op een lamentabele manier: hoge bijdragen, beschamend lage uitkeringen en geen reserves. De staat geeft de maandelijks ingezamelde premies ogenblikkelijk weer uit. Hij heeft geen spaarpot aangelegd om, met de renteopbrengsten ervan, de pensioenen geheel of gedeeltelijk uit te betalen. In Nederland of Duitsland is dat anders. Daar behoren de pensioenfondsen tot de rijkste en grootste investeerders van Europa. Zij hoeven niet elke maand de kassen leeg te schrapen. Zij hebben na de oorlog door verstandig beheer een indrukwekkende financiële voorraad aangelegd.

Bij ons zou de burger het recht moeten hebben uit dat slecht beheerde systeem te stappen en zelf zijn pensioen op te bouwen. Hij zou dat kunnen door individueel of met zijn vrij samengestelde groep (een bedrijf, een familie) een contract aan te gaan met een verzekeraar of zich bij om het even welk pensioenfonds aan te sluiten. Van zijn huidige bijdrage aan de overheid zou slechts een solidariteitsbijdrage overblijven om die overheid in staat te stellen ook voor de minder fortuinlijke medemens een pensioen te vormen. De enige verplichting die nog zou bestaan, is deze om hoe dan ook een pensioen aan te leggen. Hoewel, hoe en met wie maakt de burger zelf uit.

Het recht om uit de staat te treden zou een nieuw burgerrecht moeten worden, op tal van domeinen toepasbaar. In de gezondheidszorg zou het een einde maken aan de plundering door de ziekenfondsen, artsen-syndicaten en andere partners binnen het medicomutualistische systeem. In het onderwijs zou de geldverslindende strijd tussen netten en types ophouden. Ondernemingen zouden, als ze afstand doen van alle mogelijke kapitaalpremies en expansiekredieten, vrijgesteld kunnen worden van vennootschapsbelasting. In de culturele en artistieke wereld zou het onze kunstenaars, ontheven van fiscale en andere aardse beslommeringen, kunnen toelaten bij ons te blijven en zich niet ontgoocheld in Frankrijk of Ierland terug te trekken. In ruil voor hun vrijheid, zouden we de hele bureaucratische cultuurpolitiek vaarwel kunnen zeggen.

Bovenstaande fragment is afkomstig uit "Het eerste Burgermanifest" van Guy Verhofstadt. Verhofstadt (1953) is premier van België.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl