Parasieten van de Privatisering

Door David Dylan Jessurun

2 september 2003

Het Libertarisme, de meest consequente vorm van het Liberalisme, wordt tegenwoordig vaak voorgesteld als een opstandig broertje van het huidige regeringsbeleid. Het Libertarisme staat immers privatisering voor van zo'n beetje alles wat de overheid voor ons regelt en doet. De gematigde klassiek Liberaal onder ons wil nog wel schoorvoetend praten over een kleine overheid die de beschermingstaken regelt, maar daar houdt het mee op. Dat is, concluderen veel journalisten en andere ter zake ondeskundigen, een extreme variant van het huidige overheidsbeleid. De realiteit is heel anders. Voor privatisering geldt hetzelfde als voor parachutespringen, als je het niet in een keer helemaal goed doet, doe je het niet. (En, met wat pech, nooit meer.)

Een goed voorbeeld van wat de overheid verstaat onder privatisering is de NS. Het bedrijf NS is verzelfstandigd, alle aandelen zijn in handen van de overheid maar in naam is het een zelfstandig bedrijf. (Bedenk wel dat aandeelhouders de-facto eigenaar zijn van het bedrijf waar ze aandelen in hebben. Een aandeel is kort door de bocht genomen een stukje van het bedrijf. Ze hebben dus ook inspraak in het beleid.) De problemen die nu boven water komen hebben hun oorsprong ver in het verleden, vóór deze constructie, maar de overheid wast haar handen in onschuld. En vanzelfsprekend staat er tegenover deze kostenreducerende maatregel geen equivalente belastingverlaging. De treinmonopolist heeft echter wel, met een verwijzing naar de 'vrije markt', de prijzen opgeschroefd. De aldus, hopelijk ooit, gemaakte winst zal waarschijnlijk de aandeelhouder ten gunste komen. Kortom; we betalen als reiziger dezelfde belasting nu twee keer.

Het probleem is dat de overheid kunstmatig monopolies heeft gecrëeerd die je niet zomaar meer in stukjes hakt. Rucksichtlos de tent verkopen aan de eerste aasgier die langs vliegt is dus zeker geen oplossing. Verder geeft de overheid maar met moeite haar invloed op. Het netto resultaat is dus dat we opgezadeld zitten met monopolisten die ons diensten aanbieden waar we bijna niet zonder kunnen, tegen voorwaarden waar we geen enkele echte invloed op hebben als consument. Deze bedrijven worden gesteund door een overheid die de kosten heeft afgestoten maar de betaling (belastingen) blijft innen. We betalen dus dubbel, in ruil voor een marginale dan wel niet bestaande verbetering in de dienstverlening.

Er zijn inmiddels meerdere multinationals, met name in de VS en Japan, die zelf niks produceren of opbouwen maar die zich alleen richten op het opkopen van ex-staatsbedrijven. Voor overheden zijn deze dankbare opkopers erg handig. De meeste 'geprivatiseerde' bedrijven draaien erg slecht. De wereld verandert waar we bij staan en een logge staatsmoloch als bijvoorbeeld de PTT, komt daar niet in mee. (Nu nog steeds niet, overigens.) Als een hete aardappel worden deze bedrijven doorgegeven aan de 'vrije markt'.

De overheid wast haar handen, en de dienstverlening zal initieel vaak verbeteren. Op zijn minst wordt een stuk continuiteit gewaarborgd. Een parasiet heeft er immers baat bij dat haar gastheer nog eventjes blijft leven. En wat blijkt; het politieke voordeel dat je kunt behalen uit het aanbieden van staatsdiensten blijft bestaan, want de opkopers delen de daadwerkelijke macht over de bedrijfstak maar wat graag met vadertje staat. Het is hun er immers niet om te doen een goede dienst te leveren. Zolang het lijk nog beweegt maakt het hun niet uit wie er aan de touwtjes trekt. Kortom; het bedrijf is verkocht, de verantwoordelijkheid is afgeschoven, terwijl de overheid nog steeds precies voorschrijft wat we van het bedrijf mogen kopen.

Een andere vorm van wassen-neus privatisering is de constructie die gebruikt is in het geval van het kabelnet. Weliswaar is het kabelnet niet aan één enkel bedrijf verkocht, de overheid heeft wel verregaande invloed gehouden in de bedrijfsvoering en geeft in ruil concurrentie bescherming aan het kartel dat nu onze breedbandige internetverbinding (ADSL is technisch gesproken, hoewel superieur, geen breedband.) televisie en een aardige hap telefonie aanbiedt. In hun dekkingsgebied zijn de kabelboeren dus wel degelijk monopolist, onder de beschermende hand van de overheid. Van een vrije markt, en echte privatisering, is dus allerminst sprake.

Dat een dergelijke positie van macht wel moet leiden tot misbruik is bijna een gegeven. United Pan-European Communications, oftewel UPC, is daar een treffend voorbeeld van. In heel Europa koopt UPC kabelnetwerken van overheden op onder vergelijkbare voorwaarden als in Nederland; een door de overheid gegarandeerde monopoliepositie. Deze netwerken worden vervolgens met een zo minimaal mogelijke opwaardering geschikt gemaakt voor de nieuwe diensten, en op elkaar aangesloten. UPC hanteert een soort FEBO model. Ze kopen bedrijven op, om vervolgens tegen de waarde van deze bedrijven te lenen. Vergelijk het maar met het kopen van huizen waarop je een hypotheek geeft. Met het aldus geleende geld koop je weer huizen, waarop je een hypotheek geeft, en zo voort. Zolang je maar huizen blijft kopen kun je de winst afromen en daar goed aan verdienen.Voor het moederbedrijf in de US is dienstverlening dus niet de primaire bron van inkomsten. Ze moeten het wel doen, omdat anders hun onderpand in waarde daalt, maar waar ze, de heren en dames die de bedrijven leiden, aan verdienen is aan het tot in einde der dagen door gaan met opkopen en in onderpand geven van bedrijven. Kortom; Een bedrijf dat tot over de oren in de schuld zit, en een zeer matige en te dure dienst levert met steeds rijkere eigenaren. In de volksmond heet zo iets een vuil zaakje. Wanneer de zaak uiteindelijk klapt wassen de heren en dames in de US hun handen. De betrokken bedrijven zijn allemaal hun eigen BV. Ze slachtofferen wat lagere managers, terwijl de winst al veilig in de US op de bank staat.

Deze bedrijven hebben dus weinig belang bij het verbeteren van de dienstverlening voorbij de absolute nullijn die nodig is om het bedrijf interessant te houden voor de banken, of aantrekken dan wel binnendeurs houden van competent personeel. Deze schijn-privatisering, hoewel vaak een verbetering op de situatie voordien, levert dus bij lange na niet de maatschappelijke winst op die er van werd beloofd. Na de roes zitten we nu dus met de kater, en deze kater wordt toegeschreven aan het Kapitalisme, Liberalisme en privatisering.

Klassiek Liberalen en Libertariers, in Nederland verenigd in het Libertarisch centrum en de Libertarische Partij, ageren al vanaf het vroege begin tegen deze gang van zaken. We hebben deze hele gang van zaken ook al ruim van te voren voorspeld. Privatisering en kapitalisme is wat wij voorstaan, daar winden we geen doekjes om. Maar wat ons nu wordt voorgeschoteld als privatisering is een wassen neus. Daadwerkelijke privatisering gaat gepaard met een overheid die zich volledig terugtrekt, monopolies kunnen dan niet bestaan tenzij de consument zo blij is met een bedrijf dat ze simpelweg niet naar een concurrent willen. Het lijkt mij evident dat deze situatie in Nederland bijna niet voorkomt.

Verder wijzen wij er op dat de verkochte bedrijven van het geld van het Nederlandse volk ooit zijn opgezet en onderhouden. Het verkopen van een overheidsbedrijf zou dus niet alleen moeten leiden tot een belastingverlaging gelijk aan de verwezenlijkte besparing, maar ook tot een restitutie van de waarde. Het is immers 'ons' bedrijf dat verkocht is. De opbrengst komt dus ook ons toe. Hier zal de overheid tegenin brengen dat de overheid dit ook heeft gedaan, in de vorm van sociale zekerheid en subsidies. De overheid is er immers alleen maar om ons te dienen. Dit moge zo zijn, maar Libertariers zullen daar tegen in brengen dat de verdeling van de overheidsschatten allerminst parallel loopt aan de inning. Wie meer belasting betaalt krijgt dat geld niet in gelijke mate terug, integendeel. Stelt u zich voor dat u met een paar partners een bedrijf opzet en dat op een goed moment verkoopt. Zou u er mee accoord gaan dat de opbrengst niet verdeeld wordt volgens een verdeelsleutel gebaseerd op wie het meest aan het bedrijf heeft bijgedragen maar op wie er het laagste salaris ontving? De schoonmakers zijn het daar mee eens, en schoonmakers zijn ook stemmers, maar eerlijk is anders.

De privatisering die wij voorstaan houdt in dat (staats) monopolies ophouden te bestaan, en dat daar voor in de plaats een vrije markt komt met, als dat de wens is van de consument, meerdere concurrerende aanbieders. De opbrengst komt diegenen toe die de investering hebben gedaan, en dat zijn wij allemaal. Verder beschouwen wij het als niet minder dan crimineel dat de overheid betaling blijft verlangen voor diensten die ze allang niet meer aanbiedt. Belastingverlaging is dus nummer drie in het rijtje van voordelen van echte privatisering. Van zo'n aanpak valt te verwachten, in lijn met de economische wetten, dat kosten zullen dalen, de diensten zullen verbeteren en onze koopkracht stijgt. In alle opzichten dus winst.

Mijn vriendelijke verzoek aan de dames en heren journalisten, consumentenbonden, beroepsklagers en wat er niet meer de schuld geeft aan 'De privatisering' en 'Het Liberalisme' dan wel 'Kapitalisme' is dan ook om ons niet langer te belasteren door ons neer te zetten als handlangers van de regering. Wij zijn de diametrale opposant van het huidige beleid. Daar waar de meest uitgesproken tegenstander van deze schijnprivatisering, de SP, niet verder wil gaan dan de oude situatie in ere herstellen, pleiten wij voor een alternatief waarbij zowel de overheid als de aasgieren buitenspel staan en de consument daadwerkelijk de invloed krijgt die haar toekomt. Het komt mij voor dat wij het verdienen dat dit erkend wordt, of men het nu in dezen met ons eens is of niet.

David Dylan Jessurun.
(Voorzitter van de Amsterdamse afdeling, en bestuurslid van de Libertarische partij.)

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl