Over Werkloosheid en Looploosheid

Door Sjef Roark

8 september 2003

Werkloosheid is een vreemd probleem. Er is een tekort aan werk. Rob van Glabbeek vergeleek werkloosheid eens met looploosheid: Een aantal mensen kan niet meer lopen, want de loop is op. Er is een vaste hoeveelheid loop; wat de een méér loopt moet de ander minder lopen. De migranten die naar Nederland komen om te lopen, zouden hier looploosheid veroorzaken. De Nederlanders houden zo zelf nog maar een paar kilometer over.

Stel dat mensen elkaar zouden betalen om ergens naar toe te lopen (om elkaar te stimuleren om sportief te zijn). Men komt er echter achter dat mensen soms in het wilde weg gaan lopen, zonder ogenschijnlijke kennis van zaken. Men maakt dan een wet dat het alleen toegestaan is om te lopen als je een diploma hebt en een vergunning om te lopen. Vervolgens gaat het mensen opvallen dat mensen soms stilstaan. Men komt erachter dat mensen elkaar soms nogal weinig betalen om te gaan lopen. Men stelt een wet in dat het verboden is om te lopen als iemand je niet minimaal € 3,- per kilometer betaalt om te lopen. Het valt op dat nog meer mensen stilstaan. Omdat mensen terwijl ze stilstaan niet kunnen verdienen besluit men mensen die stilstaan een uitkering van € 10 per uur te geven. Vervolgens valt het op dat er nog meer mensen stil staan. Om dit ernstige probleem op te lossen stelt men subsidies in voor mensen die wandelingen organiseren. De uitkeringen en subsidies worden betaald uit een bepaalde hoeveelheid geld die een ieder moet betalen die geld verdient met lopen. Op een gegeven moment staat iedereen stil in de samenleving. Men zit met een ernstig probleem: de loop is op.

Hoe meer er beperkingen en verboden in het rijk zijn, des te armer wordt het volk. Hoe meer wetten en verordeningen uitgevaardigd worden, des te meer treden rovers en dieven op. Daarom zegt de hogere mens: ik oefen het nietsdoen uit, en het volk modelleert zich vanzelf. Ik oefen geen-bemoeienis uit in de economie, en het volk wordt vanzelf rijk.

- Lao Tsé
Nog vreemder wordt het werkloosheidsprobleem wanneer men bedenkt dat er mensen in Nederland zijn die zichzelf niet rijk genoeg vinden, of zelfs arm. Iemand die arm is heeft niet zozeer een gebrek aan geld, maar meer een gebrek aan produkten (voedsel, kleding, onderdak etc.). Vaak zijn dit dezelfde mensen die ook een gebrek aan werk hebben. En dat terwijl werk toch uiteindelijk het (helpen) maken van produkten is. Hoe kan in een samenleving tegelijkertijd een tekort aan werk bestaan, en een tekort aan de resultaten van het werk?

Volgens mij zijn hier drie redenen voor:

1.Veel mensen hebben geen volledige toegang tot de economie, omdat ze niet de vereiste diploma's en bijpassende vergunningen hebben.
2.Door instelling van het minimumloon daalt de vraag naar de minst produktieve arbeiders.
3.Door het uitkeringsstelsel kunnen vrijwillige werklozen profiteren, als zij liever niet werken.Voor de duidelijkheid: met reden nummer 3 wil ik niet zeggen dat alle werklozen met een uitkering vrijwillig werkloos zijn. Redenen 1 en 2 worden hierna achtereenvolgens behandeld.

Initiatieven van werklozen

Stel bijvoorbeeld dat een groep werklozen samen als coöperatie in hun eigen onderhoud wil voorzien. Zij moeten dan tenminste voedsel en kleding maken. Om voedsel te produceren heeft men land nodig. Een klein stuk land voor vlees- of zuivelprodukten, meer land voor plantaardige produktie. Om kleding te produceren heeft men niet zoveel nodig. Iedereen kan in feite zijn/haar eigen kleding maken wanneer men de juiste technieken beheerst. Maar zonder eigen land zul je tevens huur moeten betalen, om te wonen en voor eventuele landbouwgrond. De coöperatie zou dan extra voedsel en kleding kunnen maken voor de verkoop. Van de opbrengst kunnen ze dan de huur van huis en volkstuin betalen. En ook zouden ze gewoon in hun woning allerlei bedrijfjes kunnen beginnen. Helaas komt men hier bij het probleem van de vergunningen. HET MAG NIET! Tenzij je natuurlijk eerst je diploma's en vergunningen binnen hebt, waarbij je dus ook eerst een dure opleiding moet volgen.

Door het vergunningenstelsel af te schaffen zou een groot deel van de werkloosheid kunnen worden opgeheven. Denk bijvoorbeeld aan de markt. Kooplui mogen in veel gebieden slechts één of twee dagen in de week op slechts een bepaalde plaats markt houden. Als er onbeperkte handel werd toegestaan zou men van alles op de markt kunnen verkopen. Heel veel nu werkloze mensen zouden zelf produkten kunnen maken en op de markt kunnen gaan verkopen. Een ander voorbeeld zijn taxi's. Iedere werkloos die auto kan rijden zou zonder vergunningenstelsel gewoon taxi op zijn auto mogen schilderen en mensen kunnen vervoeren tegen betaling. Ook zouden mensen voor elkaar kunnen klussen, knippen of koken.

Met het vergunningenstelsel creëert de overheid dus werkloosheid.

Het minimumloon

Maar er is ook een andere manier waarop de overheid werkloosheid veroorzaakt. Eerst werden de mensen (inclusief de laagst betaalden) armer gemaakt door de belastingen. Vervolgens werden de armsten te arm bevonden, en werd er een minimumloon ingesteld "om ze te beschermen". In het vorige hoofdstuk werd de werkloosheid die hierdoor ontstaat verklaard uit het marktevenwicht dat verstoord raakt door loon- of prijsregulering. Hier illustreer ik wat er gebeurt op een iets andere manier.

Voor een werkgever vertegenwoordigt elke werknemer een bepaalde marktwaarde: de waarde die deze werknemer toevoegt aan de grondstoffen of de dienstverlening. Voor een werkgever is het dan onverstandig om een werknemer meer te betalen dan de marktwaarde die deze werknemer vertegenwoordigt, want dan leidt de werkgever verlies aan deze werknemer.

In het algemeen denk ik dat de zaken niet zo persoonsgebonden zijn. Produktiewerk op het laagste niveau is iets dat iedereen kan doen die niet arbeidsongeschikt is. Stel dat een werkgever eerst 100 werknemers had die werkten voor 20.000 per jaar. Dan kan de werkgever na instelling van een minimumloon van 40.000 met hetzelfde budget bijvoorbeeld 50 werknemers tegen het minimumloon van 40.000 betalen. Of hij kan die honderd werknemers behouden tegen een budget dat twee maal zo groot is.

Dit laatste zal in werkelijkheid meestal niet gebeuren: Hoe hoger het minimumloon wordt, hoe hoger de kosten om het produkt te maken. Dat betekent dan ook dat bij een hoger minimumloon de prijs van het produkt moet stijgen. Minder mensen zouden dit produkt dan kunnen kopen, zodat de produktie moet worden verkleind. Dit betekent dat er uiteindelijk toch ontslagen moeten vallen wil het bedrijf blijven draaien.

Een hoger minimumloon zal in de praktijk meer werkloosheid betekenen (als het minimumloon tot € 100.000,- per jaar zou worden verhoogd zou er waarschijnlijk heel veel werkloosheid komen).

Aan de ene kant betekent afschaffing van het minimumloon voor sommigen een verlaging in hun inkomsten (zoals al eerder gesteld verdien je namelijk precies de marktwaarde van je produktie). Als de overheid tegelijkertijd met het afschaffen van het minimumloon de belastingplicht zou afschaffen, dan zouden deze mensen waarschijnlijk toch rijker uitkomen dan nu. Het is onterecht om te denken dat de huidige werklozen mensen zijn die een dusdanig lage marktwaarde hebben dat ze in een vrije-markteconomie in ernstige armoede zouden verkeren. Wanneer er werk voor iedereen is kunnen zijn zich nuttig maken en een redelijk inkomen verdienen op de vrije markt. Het blijkt zelfs in de praktijk mogelijk te zijn om een sociale werkplaats winstgevend te maken, dus voor iedereen die tenminste de handen uit de mouwen kan steken zijn er altijd mogelijkheden. Voor mensen met een handicap kan het uiteraard anders liggen. Hierop kom ik later terug in het hoofdstuk over zekerheden.

Het is overigens een misverstand dat het minimumloon de allerzwaksten beschermt: juist met het minimumloon zullen de werkgevers niet iedereen op het "minimumniveau" aannemen. Dat betekent in de praktijk dat vooral gehandicapten en zwakkere werknemers de slachtoffers van het minimumloon zullen zijn, en werkloos zullen zijn.

Niet alleen HET minimumloon, maar ook loonmaatregelen in CAO’s, die ook een vorm van minimumloon zijn, veroorzaken werkloosheid. In alle CAO’s zijn loonmaatregelen opgenomen, zelfs met betrekking tot leeftijd (daardoor zijn oudere werknemers die hun baan verliezen vaak niet in staat ergens anders te beginnen). Op het eerste gezicht lijken de huidige CAO’s geen overheidsmaatregelen, maar dit is schijn. Door de algemeen verbindend verklaring, en het door de overheid uitkiezen van de collectieve onderhandelaar is de overheid weldegelijk schuldige aan de door de CAO’s veroorzaakte werkloosheid.

Na het afschaffen van loonmaatregelen, belastingen en het vergunningenstelsel kunnen de werkloosheidsuitkeringen worden geschrapt bij gebrek aan noodzaak hiervan. Net zoals in Hong Kong is er dan geen structurele werkloosheid meer. Er is dan slechts vrijwillige frictiewerkloosheid (het bij verandering van baan enige tijd zoeken naar een leuke nieuwe baan).

Over de auteur

Sjef Roark is het pseudoniem van de schrijver van "Politiek Speelt Geen Rol in het ik-tijdperk". De achternaam Roark verwijst naar de architect Howard Roark in het boek van Ayn Rand The Fountainhead

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl