“Communism is neither an economic nor a political system, but a form of insanity, an aberration...”
Ronald Reagan

Zelfrealisatie

Door Sjef Roark

22 maart 2004

Staat? wat is dat? Welaan! Zet nu de oren open, want thans zeg ik u mijn woord over de dood der volken. Staat beduidt het koudste van alle monsters. Koud is ook zijn leugen; en deze leugen kruipt hem uit de mond: "Ik, de staat, ben het volk." Leugen is het! Scheppenden waren zij, die schiepen de volken en dekten ze met een geloof en met een liefde: aldus dienden zij het leven. Vernietigers zijn het: zij zetten vallen uit voor velen en noemen ze staat: zij dekken hen met een zwaard en honderd begeerten. Waar nog volk leeft, vat het de staat niet en haat hem als het kwade oog en zonde tegen zeden en rechten.

Dit teken geef ik u: ieder volk spreekt zijn taal van goed en kwaad: die verstaat de buurman niet. Zijn taal was zijn vondst in zeden en rechten. Maar de staat liegt in alle tongen van goed en kwaad; en wat hij ook spreekt, hij liegt - en wat hij ook heeft, gestolen heeft hij het. Vals is alles aan hem; met gestolen tanden bijt hij, de bijter. Vals zijn zelfs zijn ingewanden.

- Friedrich Nietzsche


Om een consequente visie te geven op de individualistische toekomst die ons te wachten staat, zal ik in dit hoofdstuk het objectivisme bespreken. Dit is een filosofie die goed past bij het individualisme, en die in de tweede helft van de twintigste eeuw ontwikkeld werd door de Amerikaanse filosofe Ayn Rand. Het ethische hoofdstuk van haar filosofie is een individualistische moraal, die volgens mij goed de logica weergeeft van de moraliteit van de individualistische maatschappij.

De vijf hoofdstukken van het objectivisme zijn: de metafysica (denken over het wezen van de natuur), de kennisleer, de ethiek, de politiek en de kunstbeschouwing.

Metafysica

De metafysica van het objectivisme zegt dat het bestaan
bestaat. Elk object bestaat als zichzelf (A = A), en heeft dus een vaste identiteit. Met andere woorden, alleen de waarheid is waar: ik besta, ook als je mij niet kunt zien. Er bestaat dus een onafhankelijke werkelijkheid. Dit past uitstekend in het nieuwe realisme, dat de nadruk legt op de feiten zoals ze zijn.

Kennisleer

De kennisleer van het objectivisme zegt dat we de werkelijkheid kunnen leren kennen. Onze zintuigen vangen signalen op uit die werkelijkheid, die door het zenuwstelsel worden omgezet in stroompjes die in onze hersenen herkenningspatronen vormen (percepties). Op basis van de percepties vormen wij concepten (bevattingen). Zo kunnen wij de trap oplopen met behulp van de waarneming van de treden. Op diezelfde basis kunnen wij ook natuurkundige theorieën vormen, zoals het draaien van de aarde om de zon. De waarneming en de vorming van concepten stellen ons in staat om te leven. Op grond van onze concepten ontwikkelt ons denken zich.

Ethiek

De ethiek van het objectivisme zegt dat de ontwikkeling van je denken bepaalt hoe je met de werkelijkheid omgaat en tot welke keuzes je komt. Je maakt keuzes op grond van je opvattingen van wat goed en slecht is. De ethiek is de code die de basis vormt van deze keuzes. Het is noodzakelijk voor ieder individu om een ethiek te hebben: om te weten welke keuzes goed zijn en welke slecht. Wie het eten van voedsel bijvoorbeeld niet als een goede keuze beschouwt, zal doodgaan van de honger. Eten of niet eten is namelijk een keuze. Zonder enige moraliteit, enig besef van wat goede keuzes zijn en wat slechte keuzes zijn, zul je een trieste dood sterven.

Ayn Rand stelt dat geluk de afgeleide en de leidraad van het leven is:

Existentially, the activity of pursuing rational goals is the activity of maintaining one's life; psychologically, its result, reward and concomitant is an emotional state of happiness. It is by experiencing happiness that one lives one's life, in any hour, year or the whole of it. And when one experiences the kind of pure happiness that is an end in itself the kind that makes one think: 'This is worth living for' what one is greeting and affirming in emotional terms is the metaphysical fact that life is an end in itself. [7].

Alles waar je waarde aan hecht is een waarde in je hoofd en als zodanig onderdeel van je geluk. Je geluk en je leven zijn dus altijd de zaken waar het om gaat en dienen de basis te vormen van de ethiek. De ontkenning van dit principe ondermijnt je geluk, dat de leidraad van de ontwikkeling van je denken vormt. Door de ondermijning van je denken ondermijn je je levensmogelijkheden.

Ethische theorieën zijn in tweeën te delen. Het individualisme en het collectivisme. Het "collectivisme" (de verzamelnaam voor socialisme, communisme, democratie, fascisme en nationalisme) stelt dat het de taak van ieder individu is om zijn medemensen (de maatschappij) tot dienst te zijn. Het nut van je leven is je medemensen dienen. "Wij zijn er op de wereld om mekaar te helpen nietwaar?"

Als het nut van je leven is om je medemensen te dienen, dan wil dat zeggen dat je op zoek bent naar een nut van je leven dat buiten jezelf ligt. Dan kan ik bijvoorbeeld nuttig zijn door mijn buurman te dienen. En mijn buurman dient dan weer diens buurman, en die weer diens buurman, enz. Ieder mens legt dan zijn nut in een ander, maar die ander verschuift het nut weer naar weer een ander, enz. Zo schuift iedereen het nut van zijn leven van zich af, en blijft het nut in cirkeltjes ronddraaien. De hele maatschappij van elkaar dienende mensen heeft dan op zich geen enkel nut. Het nut om je medemensen te dienen is dus nergens op gebaseerd, omdat er geen uiteindelijk nut kan worden gevonden.

De speurtocht naar een nut van het leven, waarbij voor iedereen geldt dat dat nut buiten jezelf moet liggen, loopt daarom altijd op niets uit. Het nut moet dan namelijk buiten iedereen liggen. Uiteindelijk moet deze cirkel ergens worden doorbroken.

Deze cirkel wordt doorbroken door de individualistische mens: het nut van de individu is om zichzelf te dienen. De individu is dan een doel op zich!

Jij bent op de wereld om jezelf te dienen en ik ben op de wereld om mijzelf te dienen. Jij bent er niet om aan mijn wensen en verwachtingen te voldoen. Ik ben er niet om aan jouw wensen en verwachtingen te voldoen. Als jouw leven niet een doel op zich is, is het ook niet nuttig dat ik je een plezier doe, want dan heeft jouw plezier geen nut voor jou. Pas als jij een doel op zich bent, kan het voor mij nuttig zijn om iets voor jou te doen je ergens mee te plezieren - want het is voor jou nuttig dat je plezier hebt. Pas dan kan het voor ons beiden zin hebben om samen te werken. De mensen maken zich dan nuttig door "zelfrealisatie": het realiseren van dat wat je gelukkig maakt.

Deze individualistische moraliteit, dat het goed is om te doen wat je gelukkig maakt, en slecht om datgene te doen wat je ongelukkig maakt, kan worden vertaald in een omgangsvorm tussen mensen. Als mensen in het algemeen zodanig met elkaar omgaan dat mensen kunnen realiseren wat hun gelukkig maakt, dus niet worden gedwongen om dat te doen wat anderen gelukkig maakt, dan is dat een morele omgangsvorm. Als mensen over het algemeen zodanig met elkaar om gaan dat mensen niet kunnen realiseren wat hun gelukkig maakt, maar dat je steeds moet doen wat anderen gelukkig maakt, dan is dat een immorele omgangsvorm.

Zo kun je ook uitspraak doen over het recht: als het recht zegt dat je datgene mag realiseren wat je gelukkig maakt, dan is dat moreel recht. Als het recht zegt dat je mag worden gedwongen om te realiseren wat een ander gelukkig maakt, dan is dat immoreel recht. Aangezien het recht algemene uitspraken doet, moet wel gelden dat het recht algemeen toepasbaar is. Wanneer iemand zijn "geluk" zou realiseren door een ander op onvrijwillige wijze als slaaf te gebruiken, dan zou het geluk van de een ten koste gaan van het geluk van de ander. Als dergelijke vrijheidsaantastingen in het recht werden toegestaan, dan zouden mensen elkaar mogen vermoorden, bestelen, verkrachten, etc. Er zou dan een situatie ontstaan waarin heel veel mensen het met hun tijd en energie opgebouwde leven, lichaam en eigendom zouden zien aangewend voor de realisatie van het geluk van anderen. Het recht, de structuur van de macht van de samenleving, zegt dan dat je mag worden gedwongen om te realiseren wat een ander gelukkig maakt. Dat je mag worden gebruikt als het werktuig van andermans geluk. Dat je als voorwerp tot andermans plezier mag worden misbruikt. Dat is immoreel recht. Het morele recht zegt daarom dat je een ander niet mag dwingen tot wat dan ook. Het morele recht doet dus uitspraken over bepaalde handelingen die niet rechtmatig zijn, en die met structurele macht moeten worden tegengegaan.

Het individualistische recht kan dan aldus worden ingevuld: Ik mag jou niet dwingen om "er te zijn voor mijn wensen en verwachtingen". Ik mag jou ook niet dwingen om "er te zijn voor de wensen en verwachtingen van een derde". Dat zou namelijk handelen tegen het uitgangspunt dat jij een doel op zich bent.

Als dit consequent wordt doorgetrokken, dan mag niemand dwangmatig aanspraak maken op een ander. Niemand mag dwangmatig beschikken over andermans lichaam, (arbeids)tijd en energie. Je dwingt dan namelijk iemand "er te zijn voor een ander", en dat is tegen het individualistische recht. Als Karel jou verkracht, dan beschouwt Karel jou niet als een individu, maar als een middel dat dient voor het bereiken van zijn doelen. Karel handelt tegen het individualistische recht.


Al ik iets van Kees steel en Kees is iemand die werkt, dan beschik ik met terugwerkende kracht over zijn arbeidstijd en energie. Kees werkt immers, zodat zijn arbeidstijd en energie worden omgezet in producten. Werkverdeling en ruil maken dit proces ondoorzichtiger, maar doen geen afbreuk aan het principe dat datgene wat iemand verdient de vruchten zijn van diens arbeid. Diefstal komt dus neer op het beschikken over andermans vruchten; andermans (arbeids )tijd en/of energie. Door te stelen van Kees gebruik je Kees met terugwerkende kracht als een middel voor jou plezier. Je gebruikt zijn arbeidstijd en energie tegen zijn wil. Als Kees niet werkt geldt dit principe ook, maar het voert nu te ver om daar dieper op in te gaan.

In het individualistische recht is het dus niet toegestaan om over het lichaam en de spullen van een ander te beschikken [eindnoot]. Je dwingt dan de ander om te hebben gewerkt voor jouw wensen en verlangens, en handelt dan tegen het individualistische nut van die ander in "om zichzelf gelukkig te maken". Is dit wel in overeenstemming met de egoïstische filosofie van Max Stirner, die stelt dat de individu het recht niet boven het eigenbelang moet plaatsten, omdat dat ingaat tegen de idee dat het de individu juist in de eerste plaats om dit eigenbelang te doen is? Volgens mij is het daarmee niet in strijd, omdat de individu met het individualistische recht niet het recht boven zichzelf plaatst, maar wel van het recht verlangt dat het hem beschermt tegen de andere individuen. Vandaar dat hij toch voor een structurele macht zal kiezen die zijn rechten beschermt. Verder in dit boek ga ik hier dieper op in.

Politiek

In de politiek van het objectivisme wordt het morele principe dat de mens een doel op zich is, toegepast op politiek, recht en economie. Alleen een stelsel van individuele vrijheid en rechten is logisch verenigbaar met de individualistische moraal. Alleen in een situatie van vrijheid en eigendom kunnen mensen op hun eigen manier hun eigen doelen nastreven en gelukkig zijn naar hun eigen maatstaven.

Belastingheffing, de oorlog tegen drugs, handelsbelemmeringen, etc. zijn allemaal voorbeelden van beschikking door de overheid over het lichaam of het eigendom van een individu. Daarom is de structuur van onze overheid immoreel. De verzorgingsstaat is per definitie een instituut dat de vrijheid van de individu aantast met als doel om de individu te betuttelen.

Het politieke gevolg van de individualistische gedachte is dat ieder individu het recht zou moeten hebben om zijn eigen leven te leiden, zoals hij zelf denkt dat goed is. Dit politieke stelsel is het werkelijke liberalisme zoals dat door de grondleggers van het liberalisme (John Locke, Adam Smith, etc. [8]) is bedoeld.

Kunstbeschouwing

Voor een volledig overzicht van de objectivistische filosofie zal ik hier ook wat zeggen over kunstbeschouwing. Wat de kunstbeschouwing betreft gaat het objectivisme over objectieve principes in de kunst. Zo blijken bepaalde principes in de muziek voor mensen uit allerlei culturen op te gaan. Een toon op dubbele frequentie wordt zo altijd ervaren als dezelfde noot, maar dan hoger. Pythagoras heeft beschreven hoe de dubbele frequentie steeds een octaaf hoger is. Ook harmonie, dissonantie en droevige, vrolijke en triomfantelijke melodieën hebben veel cross culturele ondersteuning. Volgens Ayn Rand zouden deze principes het beste worden uitgebuit door de componisten uit de "romantiek", met name door Sergei Rachmaninov. Het waarderen van verschillende typen muziek heeft te maken met de levenshouding en gedachten/gevoelswereld van de individu. Op andere aspecten van de kunst zijn vergelijkbare principes toepasbaar. Dit alles wil niet zeggen dat Ayn Rand zich uitspreekt tegen andere stijlen van kunst dan de romantiek, die de principes van kunst wellicht minder maar toch ook heel goed kunnen uitbuiten. Zij spreekt zich wel uit tegen kunstvormen die de willekeur of het onvermogen van de mens benadrukken.

Leve Het Werkelijke Liberalisme

Het werkelijke liberalisme past logisch in de filosofie van het objectivisme, maar past ook logisch bij de werken van veel meer en geheel andere grote denkers die zich niet eens allemaal als liberaal hebben omschreven (waarschijnlijk veelal wegens het hoge compromis-gehalte van alles wat onder de naam liberalisme is komen te vallen). Bij de verdedigers van vrijheid valt m.i. te denken aan Milton Friedman, Ludwig von Mises en Friedrich Hayek. De Belgische Rechtsfilosoof Frank van Dun heeft in zijn boek "Het Fundamenteel Rechtsbeginsel" een uitstekende logische fundering gegeven van het liberale rechtsprincipe. En de Nederlandse Psycho filosoof Jan Smid heeft in zijn werk "Aanzet Tot Een Waardevolle Levensmethodologie" zijn filosofie "Suoïsme" weergeven, dat o.a. een uitstekende filosofische basis vormt voor fundamentele vrijheid.

Maar tot de verdedigers van het werkelijke liberalisme reken ik ook Friedrich Nietzsche, Rudolf Steiner, Lao Tsé en zelfs Max Stirner. Hoewel Stirner zich in zijn boek "De Eenige en zijn Eigendom" fanatiek tegen het liberalisme verzet, is de anti-authoritaire samenleving die hij voorstaat eigenlijk een soort ontheemd liberalisme. Een liberalisme dat zo enorm consequent is in het vrijheidsstreven dat het wars is van bijna elke structuur. Een liberalisme van zeer veel vrijheid, in tegenstelling tot datgene wat in Stirners tijd in de praktijk van het liberalisme terecht was gekomen. En in tegenstelling tot een aantal verdedigers van het liberalisme uit de tijd van Max Stirner, die een humanistisch ideaal voor ogen hadden, waarbij de Staat de nieuwe God was voor de humanistisch geworden Christenen. Vandaar dat Stirner de liberalen niet eens als bondgenoten zag, maar als vijanden. En dat terwijl het liberale ideaal van John Locke niet erg ver van dat van Stirner was verwijderd. Ook John Locke was wars van de overheid en ging uit van de individu die opkomt voor zijn eigenbelang. Locke wilde echter, in tegenstelling tot Stirner, nog een klein stukje overheid bewaren om diefstal en moord e.d. te voorkomen. Stirner wilde juist de overheid geheel laten verdwijnen, zodat de armen kunnen stelen als ze niet genoeg verdienen.

Ik verwacht dat met de opkomst van de individualistische moraal, het politieke klimaat steeds liberaler wordt. Het liberalisme sluit namelijk logisch op aan op het individualistische tijdperk.

Mensen zijn vaak geneigd om te zeggen "het communisme is niet haalbaar, en zo is het werkelijke liberalisme ook niet haalbaar". Hoewel dit klinkt als een hele wijze uitspraak ben ik het daar niet mee eens. In de staat Nevada (VS) zijn de persoonlijke vrijheden (o.a. vrije meningsuiting, vrije prostitutie, vrijheid van gokken) behoorlijk goed gewaarborgd, met uitzondering van een vrij gebruik van soft- en harddrugs. In Kopenhagen is een wijk met de naam Christiania, die begon als een hippie-experiment, waar ook veel persoonlijke vrijheden zijn gewaarborgd. Hier zijn juist soft- en harddrugs deels vrijgegeven. In de Verenigde Arabische Emiraten betaalde men tot enkele jaren geleden slechts 1% belasting, die bestemd was voor de PLO. Thans betaalt men 4%. En in Hong Kong is, op belastingen na, een ongereguleerde markteconomie. Combineer de vrijheden van deze landen en je hebt al bijna een werkelijk liberale samenleving.

In het individualistische tijdperk past een individualistische moraal, zodat individuen massaal voorstander van individualistisch recht zullen worden. Aangezien de politiek altijd min of meer een afspiegeling is van wat het volk wil, omdat de politici het zich niet kunnen veroorloven daar te ver van af te wijken, zal ook de politiek zich langzaam maar zeker in individualistische richting moeten gaan bewegen. Met andere woorden: de politiek zal moeten afnemen, tot zij uiteindelijk zal verdwijnen als het inzicht ontstaat dat de overheid een overbodig instituut is.

Aangezien de overgang naar een werkelijk liberale samenleving geleidelijk zal gaan, is het interessant om nader in te gaan op geleidelijke terugtrekking van de macht van de politici, waardoor de individu meer vrijheid krijgt.

In het volgende hoofdstuk zal mijn gastauteur, Henry Sturman, de voordelen aangeven van een overheid die zich alleen bezig houdt met nivellering (herverdeling van inkomens), op zich een bijzondere verbetering ten opzichte van de huidige verzorgingsstaat.

Over de auteur

Sjef Roark is het pseudoniem van de schrijver van "Politiek Speelt Geen Rol in het ik-tijdperk". De achternaam Roark verwijst naar de architect Howard Roark in het boek van Ayn Rand The Fountainhead

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl