Niet eerlijk

Door Karel Beckman

21 januari 2002

Het rijke Westen verbruikt bijna alle grondstoffen in de wereld. Vind je het gek? Tekst op een expositiewand ergens op de Expo 2000 in Hannover: "De eiwitten die worden verspild bij de productie van twee ons biefstuk, kunnen veertig tot vijftig mensen met honger voeden." Die Expo schijnt geen succes geweest te zijn, maar daar wil ik het niet over hebben. Het gaat mij om de boodschap. Al een hele oude boodschap natuurlijk. Ik hoor hem mijn hele leven al - minimaal sinds mijn lessen maatschappijleer op de middelbare school in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Er zijn ook allerlei varianten van in omloop, die steeds weer de kop opsteken. Denk aan de rituele Nieuwjaarsboodschap die rond de jaarwisseling in geen enkele preek of cabaretvoorstelling ontbreekt: "Met het geld dat wordt verspild aan vuurwerk, zouden duizenden kinderen in de derde wereld kunnen worden gevoed". De boodschap komt erop neer dat een bezigheid op de korrel wordt genomen die nutteloos wordt gevonden (hamburgers eten, vuurwerk afsteken) en wordt verketterd omdat er ergens op de wereld behoeftige mensen bestaan. Een mooi voorbeeld vind ik deze ingezonden brief, van een meneer uit Goes, in de Volkskrant van 5 september 1998:

"Een schilderij wordt gekocht voor 80 miljoen gulden en er is niet voldoende geld voor de verzorging/verpleging van lichamelijk en geestelijk gehandicapten en demente bejaarden. Piloten van de Nederlandse luchtmacht krijgen in Amerika les in bombarderen met oefenbommen van tienduizend gulden per stuk en wereldwijd krijgen miljoenen kinderen geen onderwijs. Een voetballer krijgt een baan als voetbaltrainer met een jaarsalaris van 3 miljoen gulden en duizenden vrouwen en kinderen in Sudan sterven van de honger. Wat is er toch met ons aan de hand! Wat is er toch misgegaan?"

Niemand heeft het ooit over scheefgroei in de productie. Waarom lees je nooit eens: "Een kind dat wordt geboren in een westers land zal in zijn leven evenveel goederen en diensten produceren als dertig tot vijftig kinderen in een ontwikkelingsland. Eenvijfde van de wereldbevolking zorgt voor 86 procent van alle productie in de wereld. De rijkste 20 procent produceert 84 procent van alle papier, produceert 45 procent van alle vlees en vis en maakt 87 procent van alle voertuigen ter wereld."
In deze trant kun je natuurlijk eindeloos doorgaan. Gedichtenbundels worden geschreven en honderden miljoenen analfabeten kunnen niet lezen. Nieuwbouwwoningen worden dagelijks gestofzuigd en afgestoft en ieder jaar rukt de woestijn in Afrika verder op. Kaarsen worden aangestoken en minderjarige meisjes worden gedwongen tot prostitutie.

Interessant is dat alle vergelijkingen zich altijd richten op scheefgroei in de consumptie. Typerend is dit citaat uit een rapport van het VN Ontwikkelingsfonds uit 1998: "Een kind dat wordt geboren in een westers land zal in zijn leven evenveel consumeren en vervuiling produceren als dertig tot vijftig kinderen in een ontwikkelingsland. Eenvijfde van de wereldbevolking doet 86 procent van de uitgaven voor persoonlijke consumptie. De rijkste 20 procent verbruikt 84 procent van alle papier, consumeert 45 procent van alle vlees en vis, bezit 87 procent van alle voertuigen ter wereld."

Niemand heeft het ooit over scheefgroei in de productie. Waarom lees je nooit eens: "Een kind dat wordt geboren in een westers land zal in zijn leven evenveel goederen en diensten produceren als dertig tot vijftig kinderen in een ontwikkelingsland. Eenvijfde van de wereldbevolking zorgt voor 86 procent van alle productie in de wereld. De rijkste 20 procent produceert 84 procent van alle papier, produceert 45 procent van alle vlees en vis en maakt 87 procent van alle voertuigen ter wereld." Want daar komt het in de praktijk wel op neer. De rijke landen zijn rijk omdat ze meer produceren dan de arme landen, niet omdat ze meer consumeren. Als de ontwikkelingshulp- en liefdadigheidsindustrie werkelijk geïnteresseerd is in het bevorderen van het lot van de armen in de wereld, zou men zich allereerst de vraag moeten stellen waar welvaart en armoede vandaan komen. In dat verband wijs ik er graag op dat een land als Soedan een dictatoriale staat is waarvan de regering burgeroorlogen voert, dorpen platbrandt, critici opsluit en vermoordt, censuur uitoefent, mensen vermoordt die zich niet aan de Islamitische wetten houden en zich zelfs met slavernij schijnt bezig te houden. Als alle voetbaltrainers in de wereld hun salarissen naar Soedan zouden overmaken, zou dat geen spat veranderen voor de vrouwen en kinderen die daar sterven van de honger.
De oorzaken van armoede zijn: onderdrukking, geweld, corruptie. Oftewel: het ontbreken van een stabiel rechtssysteem, gebrek aan respect voor individuele rechten, gebrek aan vrijheid. Noem mij een land in de wereld waar de staat de rechten van haar burgers beschermt in plaats van verkracht, waar burgers zijn verzekerd van eigendomsrechten - en waar armoede heerst. Zo'n land bestaat niet. Zullen we het daar eens over gaan hebben op de volgende Expo?

(copyright ©: Karel Beckman, alle rechten voorbehouden)

Over de auteur

Karel Beckman is auteur van het nieuwe boek De Staat Voorbij, dat in maart 2017 is verschenen bij uitgeverij Aspekt. Het is te bestellen bij onder meer bol.com.

In dit boek schetst hij een libertarische toekomstvisie die een alternatief biedt voor zowel “linkse” als “rechtse” politieke oplossingen. Het is de opvolger van De Democratie Voorbij, uit 2011, dat hij samen schreef met Frank Karsten, en dat inmiddels in 20 talen is vertaald.

In 1992 publiceerde uitgeverij Balans zijn boek "Het broeikaseffect bestaat niet. De mythe van de ondergang van het milieu."

Hij is momenteel hoofdredacteur van Energy Post.

Beckman is voorheen zes jaar journalist geweest bij het Financieele Dagblad, waar hij over energie, milieu, buitenlandse politiek en het Midden-Oosten schreef.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl