Vergrijzing en bevolkingspolitiek

Door Marc Bajema

27 juli 2003

Na het verschijnen van het rapport van het Centraal Planbureau (CPB) over de kosten en baten van immigratie om de vergrijzing tegen te gaan is de discussie over de wenselijkheid en zin van een bevolkingspolitiek door de staat weer losgebarsten. Helaas wordt tot nu toe over het hoofd gezien dat deze vergrijzing vooral door de overheid zelf veroorzaakt is.

De vergrijzing
Wat is nu precies de vergrijzing? Het is vrij simpel: om de bevolking op peil te houden moet iedere vrouw gemiddeld 2,1 kind krijgen (de 0,1 is voor ongelukjes). Is het gemiddelde kindertal per vrouw hoger dan 2,1 dan is er sprake van bevolkingsgroei en is het lager dan 2,1 dan is er sprake van vergrijzing. Stel bijvoorbeeld dat het gemiddelde kindertal per vrouw 1,2 zou zijn. Dan zou de volgende generatie slechts 1,2/2,1 x 100%= 57% van de omvang van de eerdere generatie hebben. De generatie die daarna zou komen zou 57% van de 57% van de eerste generatie tellen ofwel een kleine 33%. Maar deze generaties moeten nog wel voor de eerste, relatief zeer talrijke generatie zorgen! In dit scenario zou een groot deel van hun werkende leven besteed worden aan de zorg voor de ouderen.

Precies dit scenario zien we in alle Europese landen (behalve in het islamitische Albanië) en in de VS, Canada en Japan. In Nederland ligt het kindertal per vrouw bij de autochtone bevolking op ongeveer 1,6. Uit de cohort 1960-1980 van 4,2 miljoen mensen is dus de cohort 1980-2000 van 76% ofwel 3,2 miljoen mensen voortgekomen. Als deze trend doorzet telt de cohort 2000-2020 2,4 miljoen mensen en die van 2020-2040 1,8 miljoen. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat er hiervan nog minimaal 10.000 per jaar zullen emigreren en dat de aantallen dus nog lager zullen zijn. Als de jongeren van de laatste cohort vanaf 2040 de arbeidsmarkt opkomen zien ze dat er vele miljoenen ouderen zijn waar ze voor moeten zorgen. Geen aantrekkelijk vooruitzicht.

Bevolkingspolitiek
Om deze problemen op te vangen zou er een bevolkingspolitiek moeten komen stelt men vaak. Dat is spraakverwarring want die is er al. Het beleid dat in de jaren tachtig en negentig werd ingezet was gericht op arbeidsmigratie. Niet langer haalde men tijdelijk gastarbeiders naar Nederland om conjuncturele tekorten op te vangen maar er werd een echt immigratiesysteem opgezet. Men begon met de groepen gastarbeiders die mochten blijven en familie over lieten komen. Daarnaast werd het vluchtelingenverdrag op zo'n manier gelezen dat het als basis ging dienen voor een zeer ruim opvangsbeleid. Dit alles om de pensioenkosten van cohort 1940-1960 (de babyboomers) te kunnen betalen die weigerden om genoeg kinderen te krijgen.

Nu blijkt volgens de recente CPB studie Immigration and the Dutch economy dat deze immigratie geen positieve bijdrage kan leveren aan het oplossen van het vergrijzingsprobleem. Brachten immigranten uit Vlaanderen, de Franse hugenoten en de Portugese joden vroeger kapitaal en kennis mee, de huidige immigranten uit de derde wereld doen dat niet. Het gaat meestal om laag opgeleide mensen die geen plaats kunnen vinden in de hoogwaardige industrie en dienstensector van Nederland. In plaats daarvan komen ze vaak in de sociale voorzieningen terecht die waren bedoeld voor de afstervende arbeidersklasse en vormen ze een extra belasting voor de publieke sector.

Volgens professor Van Praag van de Universiteit van Amsterdam is het dan ook tijd voor een ander soort bevolkingspolitiek. Immigratie (ook met quota's) moeten we maar vergeten stelt hij. Het is tijd om het kindertal per vrouw terug naar minimaal de 2,1 te krijgen. Volgens Van Praag is de belangrijkste oorzaak van het dalende kindertal de mogelijkheid van paren om zich te verschuilen achter de collectieve ouderdomsvoorzieningen. Vroeger steunden de bejaarden op hun kinderen en kleinkinderen en nu op de staat. Veel paren kiezen er dan voor om de kosten en de tijd van het opvoeden van kinderen aan andere zaken als vakanties en dure spullen te besteden en het krijgen van kinderen aan anderen over te laten. Een typisch voorbeeld van free riding ofwel parasietengedrag.

Voor de minder welgestelden is er ook een reden om minder kinderen te krijgen: het is nauwelijks meer op te brengen. De kinderbijslag is gering en de kinderaftrek allang afgeschaft terwijl de kosten voor de oppas, het onderwijs en de woning steeds verder stijgen. Van Praag ziet hier een taak van de overheid. De staat zou deze mensen moeten gaan steunen en daarvoor de belastingen moeten verhogen. Ook zou er een cultuuromslag moeten komen waarbij het traditionele gezin weer als de normale vorm van samenleven wordt gezien.

Staat en vergrijzing
Ik deel de mening van Van Praag over de oorzaak van het dalende kindertal. De collectieve voorzieningen moedigen parasitair gedrag aan en de stijgende kosten bedreigen de lagere middenklasse. Helaas trekt hij niet de conclusie die zo logisch uit zijn redenering volgt: de toenemende macht van de staat en de daarmee oplopende belastingdruk zijn de oorzaken van de vergrijzing. Het is de staat die de rol van het traditionele gezin overneemt en daardoor de sociale fragmentarisatie stimuleert. Het is ook de staat die het gezinnen, via de belastingen, onmogelijk maakt om meer kinderen te nemen.

Een succesvol gezin wordt in feite gestraft door de staat voor haar succes. De afgedragen kosten voor de sociale voorzieningen gaan naar mensen die niet bijdragen aan de toekomstige generaties terwijl het gezin in haar mogelijkheden wordt beperkt om meer voor haar oude dag te doen (door meer kinderen te krijgen).
Voor een succesvolle bevolkingspolitiek zou het dan ook voor de hand liggen om de invloed van de staat sterk terug te dringen. Ten eerste door de voorzieningen voor de oude dag van collectieve verzekeringen naar individuele verzekeringen terug te brengen. Ten tweede door de belastingdruk in het algemeen maar vooral voor gezinnen sterk te verlagen zodat het weer betaalbaar wordt om kinderen te krijgen.
Zo kan het kindertal weer stijgen en kan de vergrijzing opgevangen worden door een nieuw en talrijk cohort van jongeren die de toegenomen vrijheid zouden kunnen gebruiken om de economie sterk te laten groeien.

Marc Bajema

Literatuur:
Van Praag, B.M.S., 2003 'Nederlanders moeten meer kinderen krijgen.' NRC Handelsblad 7 juli, p. 7.

Gerelateerde links:
- De CPB studie

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl