Politiek moet geen afspiegeling van de samenleving zijn

Door René van Wissen

10 juli 2003

"De politiek moet een afspiegeling van de samenleving zijn" is een veelgehoorde uitspraak. Het idee is dan dat bijvoorbeeld de samenstelling van de Tweede Kamer ongeveer zo is als die van de bevolking. De eerste vraag is dan natuurlijk op welke punten die afspiegeling moet bestaan. Je zou verwachten op alle punten. Volgens de meeste mensen die dit bepleiten zouden Tweede-Kamerleden autochtonen en allochtonen zijn, mannen en vrouw, homo's en hetero's… Maar dan stop het meestal. En dat is vreemd.

Want de gedachte is natuurlijk dat die mensen weten wat er leeft in hun eigen groep en dat ze op die manier de belangen van hun groep kunnen behartigen. Waarom zou je dan geen gehandicapten, rokers, criminelen, drugsverslaafden, winkeliers en noem maar op deel laten uitmaken van de Tweede Kamer? Wat is het criterium om te bepalen welke groep wel onderdeel moet vormen van de Tweede Kamer en welke niet? Daarop gaan de mensen die bovengenoemde stelling poneren meestal niet in.

Je zou zeggen dat het met maar 150 mensen in de Kamer onmogelijk is om een getrouwe afspiegeling van de maatschappij te vormen. Een alternatief dat nog veel meer in de richting komt van een afspiegeling van de samenleving is als iedereen een computer krijgt (van de overheid uiteraard) en daarop kan meestemmen over alle onderwerpen die door de regering worden besproken. Niet gehinderd door enige vorm van kennis kunnen ze dan meebeslissen over zaken die ons allemaal aangaan. Door internet lijkt een directie democratie opeens heel wel mogelijk. Maar toch geven mensen de voorkeur aan het systeem dat we nu hebben.

Het is overigens merkwaardig dat mensen suggereren dat alleen mensen die deel uitmaken van een bepaalde groep de belangen van die groep kunnen vertegenwoordigen. Je hoeft toch zelf niet zwakbegaafd te zijn om te begrijpen dat zwakbegaafde kinderen ander onderwijs nodig hebben dan normaal begaafde kinderen? Je hoeft toch geen kip te zijn om de belangen van kippen tijdens de dioxinecrisis te kunnen behartigen. En je hoeft toch geen kind te zijn om de belangen van kinderen te kunnen vertegenwoordigen?

Verder wil het feit dat iemand tot een bepaalde groep behoren natuurlijk helemaal niet zeggen dat er binnen die groep maar één belang is. Onder bijvoorbeeld homo's zijn mensen die conservatief, liberaal of socialistisch zijn. Datzelfde geldt voor de andere groepen. Ook kunnen ze weer hun eigen deelbelangen hebben.

Ten slotte impliceert het idee dat alleen mensen die deel uitmaken van een bepaalde groep die groep kunnen behartigen dat mensen alleen in staat zijn om voor hun eigen belang op te komen. Maar mensen vinden juist dat zo vaak dat ambtenaren en politici zich bezighouden met het algemeen belang, ook al klagen ze over ambtenaren en politici. Als je tegen de gemiddelde mens zegt dat de overheid zou kunnen worden afgeschaft zeggen ze dat mensen elkaar dan allemaal de hersens zouden inslaan. Het idee van representatieve Tweede Kamer legitimeert daarmee het idee dat je voor je eigen belang (lees: dat van de groep waarvan je onderdeel bent) opkomt. Blijkbaar is er toch nog best vertrouwen in de politicus, zij het dat het natuurlijk het mooiste zou zijn, zo zal de redenering ongeveer gaan, als de Tweede Kamer een goede afspiegeling van de samenleving vormde. Maar het blijft onduidelijk welke groepen dan deel zouden uitmaken van de Tweede Kamer en op basis van welk criterium.

René van Wissen

Gerelateerde link:
- Kieskleurig.nl

Over de auteur

René van Wissen (1973) is jurist. Hij studeerde civiel recht in Leiden.

Hij is voorzitter van de Frédéric Bastiat Stichting, een onafhankelijke klassiek-liberale/libertarische denktank.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl