“A government big enough to give you everything you want, is strong enough to take everything you have.”
Thomas Jefferson

Friedman: 'De val van Enron is een ode aan de markt'

Door Jeroen Ansink

12 juni 2003

Nobelprijswinnaar Friedman (90) is naar eigen zeggen 'veel te oud' voor het onderwijs, maar interviews geeft hij nog wel. De in San Francisco woonachtige econoom gelooft rotsvast in het belang van geldgroei voor conjuntuur en inflatie, en wil de invloed van de overheid zo veel mogelijk terugdringen. 'Overheidsmonopolies zijn de ergste monopolies.'

'U heeft in het verleden vaak gepleit voor liberalisering van onder meer de energiemarkt. Na het Enron-schandaal en de Californische electriciteitscrisis komen veel mensen daarop terug. Volgens collega-econoom John Kenneth Galbraith ligt de macht door deregulering bij de leidinggevende bureaucratie. Kunt u zich hier in vinden?
'Nee. Galbraith heeft een socialistische blik op de wereld, die ik zeer misleidend vind. Want wie ontdekte dat Enron de boel belazerde? De markt! Het uitkomen van al die schandalen vormt juist een ode aan de efficiëntie van de particuliere markt.'

Dus de deregulering van overheidsdiensten kan wat u betreft gewoon doorgaan?
'Ja.'

Hoe moeten debacles à la Enron in het vervolg dan worden voorkomen?
'Ik heb een groot vertrouwen in het zelfhelende karakter van de markt. Als het aan de overheid had gelegen, waren de schandalen rondom Enron immers nooit blootgelegd. De markt heeft de managers die zo schaamteloos hun zakken vulden daarnaast een zware boete opgelegd. Ze hebben allemaal hun baan verloren; hun reputatie is voorgoed naar de maan. Dat is toch heel gezond? Tijdens de turbulente jaren negentig groeide de economie zo hard, dat het onvermijdelijk was dat sommige bedrijven de hype niet zouden overleven. De rotte appels zijn er als vanzelf uitgezeefd. Zodra dat duidelijk wordt, zal het vertrouwen in de financiële markten automatisch herstellen.'

Het consumentenvertrouwen krijgt in de tussentijd een steuntje in de rug van Amerikaanse centrale bankpresident Alan Greenspan, die de afgelopen tijd driftig renteverlagingen doorvoert. Dat staat op gespannen voet met uw adagio van een stabiele geldgroei. Toch heeft u zich vooralsnog niet erg kritisch uitgelaten over Greenspan.
'Greenspan heeft naar omstandigheden een uitermate goede job gedaan.'

Naar omstandigheden?
'Als je dan toch een centrale bank hebt, moet je er ook iets mee doen. En dat kan op een goede of op een slechte manier. Historisch gezien zijn centrale banken - om het voorzichtig uit te drukken - niet echt betrouwbare partners gebleken bij het voorkomen of verzachten van crises. We hebben tot nog toe drie perioden van snelle economische groei gehad waarbij nieuwe technologie een belangrijke rol speelde, en de jaarlijkse productie met meer dan vier procent steeg. De eerste vond plaats in de Verenigde Staten in de jaren twintig, de tweede in Japan in de jaren tachtig en de derde in de jaren negentig, wederom in de Verenigde Staten.
De eerste twee zijn rampzalig geëindigd. In de jaren twintig greep de Federal Reserve pas in toen de crisis al een feit was. Veel te laat dus. De maatregelen waren ook niet toereikend. De bank koos voor een verdediging van de dollar en verhoogde de rente om ervoor te zorgen dat dollars niet werden omgezet in goud. De geldvoorraad ging daardoor sterk omlaag, wat tot een catastrofe leidde.
Tijdens de Japanse technologiehype van de jaren tachtig bleef een reactie van de centrale bank ook te lang uit. De gevolgen waren minder dramatisch, maar de afwachtende houding leidde wel tot een onaantrekkelijke stagnatie.
Greenspan heeft juist voor de piek van de internetgekte de rente verlaagd. Hoewel de volledige impact daarvan nog niet helemaal te overzien is, lijkt de terugslag mee te vallen. Tot nu toe hebben we een milde recessie meegemaakt, gevolgd door een periode van bescheiden groei.'

Naar omstandigheden dus een goede prestatie. Had u de zaken liever anders gezien?
'Ik zou de centrale bank het liefst afschaffen.'

Waarom?
'Omdat er geen duidelijke rol voor bestaat. Ik ben van mening dat centrale banken zich afzijdig moeten houden van zaken als het herstellen van het beleggersvertrouwen. De enige taak die je een centrale bank kan toedichten, is het constant houden van de geldstroom. En dat kun je net zo goed aan de markt overlaten. Het is erg eenvoudig om een mechanisme in het leven te roepen waarbij bijvoorbeeld de rente automatisch omhoog gaat, als het aantal leningen stijgt.'

Ziet u dat ooit gebeuren?
'Nee.'

Waarom niet?
'De centrale bank is een overheidsorganisatie, en dat zijn de moeilijkste organisaties om vanaf te komen. Neem het Internationaal Monetair Fonds. Dat is in het leven geroepen om het systeem van Bretton Woods, waarin valuta waren gekoppeld aan de dollar, en de dollar een vaste prijs in goud vertegenwoordigde, te reguleren. Met het afschaffen van de gouden standaard in 1973 is dat stelsel in elkaar gestort, waardoor het IMF feitelijk geen bestaansrecht meer had. Toch betekende dat niet de doodsklap voor het fonds. Het enorme budget vond als vanzelf een nieuwe functie, namelijk het verstrekken van leningen aan landen die in een acute crisis zijn geraakt. En voilá, jaren nadien bestaat het IMF nog steeds, en veroorzaakt het tal van problemen.'

Het IMF heeft met de Wereldbank wel geprobeerd de financiële markten te liberaliseren. Dat moet toch in uw straatje passen.
'Ik vind inderdaad dat kapitaalmarkten zo vrij mogelijk moeten zijn. Maar de manier waarop het IMF dat voor elkaar probeert te krijgen, is een verkeerde. De financiële contributies die overheden van het fonds krijgen in ruil voor hervormingen, leiden alleen tot meer overheidsuitgaven, en hebben geen enkel positief effect op het particuliere initiatief in die landen. De steunmaatregelen van het IMF hebben zo dus een averechtse uitwerking.
De Wereldbank is van hetzelfde laken een pak. De bank doet niets om het geld dat ze in arme landen investeert te laten groeien. Het kapitaal dat in het land wordt gepompt komt van de ene plek en gaat ergens anders heen. Het is een kwestie van verschuiven, verder voegt de bank niets toe. Mijn collega Peter Bower stelde het mooi: "De Wereldbank belast de arme mensen in de rijke landen, om de rijke mensen in de arme landen te ondersteunen." Wat mij betreft mag ook de Wereldbank worden afgeschaft.'

Maar zijn de intenties van de Wereldbank niet goed?
'Natuurlijk. Niemand doet verkeerde dingen om de verkeerde redenen. Verkeerde dingen gebeuren meestal om de juiste redenen. Maar dat neemt niet weg dat het een verkeerd beleid blijft.'

Probeert de Wereldbank niet gewoon de zwakkeren in de wereld te beschermen?
'Er valt niets te beschermen. Als de Wereldbank ingrijpt steunt ze regeringen, niet de markten. Het gros van de leiders die de hulp ontvangen, zijn in het beste geval verlichte despoten, en in het slechtste geval communistische dictators.
En wat je daarnaast ook in ogenschouw moet nemen: wat was er gebeurd als het geld ergens anders voor zou zijn gebruikt?'

Hoe kunnen arme landen dan concurreren met de Verenigde Staten of met Europa?
'Dat is een kwestie van comparatief voordeel. Een land als Brazilië kan misschien niet concurreren op het gebied van informatietechnologie, maar heeft weer andere sectoren waarin het de westerse wereld de loef kan afsteken.'


Armoede in Peru


Maar hoe zit het dan met de angst dat westerse bedrijven een land binnendringen en die sectoren simpelweg overnemen? Kunnen Braziliaanse ondernemingen wat dat betreft echt concurreren met het Amerikaanse bedrijfsleven?
'Je loopt inderdaad het risico dat ontwikkelingslanden onder de voet worden gelopen. Maar dat komt vooral doordat er zoveel oneerlijke concurrentie is. Het westen heeft een enorme muur van tarieven en andere protectionistische maatregelen opgeworpen, terwijl ontwikkelingslanden juist het meest gebaat zijn bij het volledig vrijgeven van handel. De subsidies op de eigen landbouw van de Verenigde Staten - en overigens ook die van de Europese Unie - richten veel meer schade aan dan de Wereldbank ooit goed kan maken.'

Het protectionistische subsidiebeleid is niet uw enige punt van kritiek op Europa. U heeft zich ook herhaaldelijk uitgesproken tegen de euro.
'Om te beginnen wordt de euro niet breed gedragen onder de bevolking van de lidstaten. De Denen hebben geweigerd mee te doen, de Ieren waren er in eerste instantie ook niet weg van. Zeer waarschijnlijk hat ook het Duitse volk gekozen voor behoud van de eigen munt, als een referendum over de kwestie was gehouden.
Zoals we allemaal weten, dient Europa in eerste instantie een politiek, en geen economisch doel. De Europese Unie is vooral in het leven geroepen om Duitsland en Frankrijk bij elkaar te houden, om bloedige conflicten als de Eerste en Tweede Wereldoorlog in de toekomst te voorkomen. Daarom zou ik zeggen: zorg eerst voor politieke eenwording, en richt je dan pas op de monetaire aspecten. Ik ben ervan overtuigd dat het Europese systeem op dit moment het meest gebaat is bij flexibele wisselkoersen.'

'Het zou me niets verbazen als de Europese Monetaire Unie vanwege al die culturele en economische verschillen binnen vijf tot vijftien jaar ineenstort'
Waarom?
'De Europese Unie bestaat uit afzonderlijke landen met verschillende talen en eigen culturen. Lonen en prijzen zijn er minder flexibel, en er is bovendien een lage arbeidsmobiliteit. Onder die omstandigheden vormen zwevende wisselkoersen het beste aanpassingsmechanisme voor ongelijkheden tussen de lidstaten. De werkloosheid in Duitsland schommelt momenteel rond de tien procent. Maar een land als Ierland doet het een stuk beter. Als Duitsland zou kiezen voor een lager loonpeil in verhouding tot Ierland, dan ligt het veel meer voor de hand om de wisselkoers te veranderen, dan om al die afzonderlijke lonen te verlagen. Het zou me niets verbazen als de Europese Monetaire Unie vanwege al die culturele en economische verschillen binnen vijf tot vijftien jaar ineenstort, helemaal als de tien kandidaat-lidstaten ook overstappen op de euro. Maar misschien heb ik ongelijk. De EMU is in ieder geval een fantastisch experiment. Het is boeiend om te zien hoe de Europese eenwording zich ontwikkelt in vergelijking met die in de Verenigde Staten, die economisch en cultureel toch een stuk homogener zijn.'

De Europese eenwording staat ook van binnenuit onder druk, met name op het gebied van immigratie en integratie. Is de Amerikaanse manier op deze punten ook beter?
'Ook op het gebied van integratie hebben de Verenigde Staten naar mijn mening de beste geloofsbrieven. We hebben een land met één dominante cultuur, in plaats van een multiculturele samenleving zoals in Europa. Al moet ik zeggen dat het ook hier steeds meer de Europese kant op gaat.'

'Wat mij betreft mag ook de Wereldbank worden afgeschaft'
Hoe kun je verschillende bevolkingsgroepen laten integreren?
'Ik denk dat hoogstaand onderwijs een van de belangrijkste middelen is. Op dit moment is het schoolsysteem het privilege van de overheid. Daar moet veel meer concurrentie in. Neem de discussie rond "zwarte" scholen, slechte onderwijsinstellingen waar kinderen van minderheden vaak tegen wil en dank op terecht komen. Veel mensen vinden dat kinderen van minderheden op deze manier niet kunnen integreren, maar als het om hun eigen kinderen gaat, kiezen de meeste ouders óók liever voor een "blanke" school. Als er daarentegen meer keuze is, en de kwaliteitsverschillen zijn kleiner, dan sturen sommige ouders hun kinderen misschien juist wèl naar een gevarieerde school. Daarom maak ik me ook sterk voor vouchers [door de overheid verstrekte waardebonnen, goed voor een school naar keuze, red.]. Een voucher-systeem zwengelt de concurrentie aan. Overheidsgeld dat normaliter automatisch bij openbare scholen terecht zou zijn gekomen, vloeit via vouchers direct naar de ouders, die de waardebonnen naar eigen inzicht kunnen besteden. Scholen zullen moeten strijden voor de gunst van de ouders, wat vervolgens tot een hogere kwaliteit leidt. Dat is hard nodig, want onderwijs is een van de meest achterlijke industrieën ter wereld. De manier van lesgeven is de afgelopen twee tot drie eeuwen in principe niet veranderd. Onderwijs is een monopolie dat niet alleen gefinancierd, maar ook nog eens gestuurd wordt door de overheid. En overheidsmonopolies zijn de ergste monopolies.'

U bent wel erg negatief over de overheid. Zou de overheid wat u betreft afgeschaft kunnen worden?
'Nee, dat zou te ver gaan. Maar in ieder geval kunnen we toe met een veel kleinere overheid dan degene die we nu hebben.'

Waartoe zou die overheid zich dan moeten beperken?
'In eerste instantie het land beschermen tegen de buitenwereld. Daarnaast de eigen burgers beschermen tegen elkaar. En tenslotte toezichthouden op de particuliere sector, door spelregels vast te stellen, bijvoorbeeld met betrekking tot eerlijke concurrentie, en ervoor te zorgen dat iedereen zich daar ook werkelijk aan houdt. Voor de rest mag de burger wat mij betreft volledig vrij gelaten worden.'

Controversiële Nobelprijswinnaar

Milton Friedman staat bekend als een van de grootste economen van de twintigste eeuw. Voor velen geldt hij ook als de meest radicale. Hoewel hij een warm pleitbezorger is van de vrije marktwerking, heeft de inmiddels negentigjarige Nobelprijswinnaar ook opvattingen die geen enkele Amerikaanse politicus - Republikein of Democraat - zou durven uitspreken. Zo is hij een voorstander van de liberalisering van drugs, en een tegenstander van openbaar onderwijs. De kern van Friedmans gedachtengoed is echter wel gemeengoed geworden. Als grondlegger van het monetarisme is hij de intellectuele tegenpool van de beroemde econoom John Maynard Keynes, die vond dat recessies het best bestreden kunnen worden door extra overheidsbestedingen. Volgens Friedman zijn landen juist gebaat bij een stabiele geldgroei die in stand wordt gehouden door een strikt rentebeleid. Een toenemende geldgroei leidt volgens Friedman op den duur niet tot meer werkgelegenheid, maar juist tot inflatie, omdat door hogere overheidsuitgaven immers meer geld in omloop komt.

Hoewel het gedachtengoed van Friedman met name in zijn jonge jaren veelvuldig in twijfel is getrokken, heeft de zoon van arme joodse immigranten in New York inmiddels uitgebreid eerherstel gekregen. Zo verzuchtte president Bush afgelopen mei tijdens een erediner in het Witte Huis nog dat het maar goed is dat Friedman ooit gezakt is voor zijn verzekeringsagentenexamen, en toen maar econoom is geworden.

Niettemin is er altijd iets van controverse rond Friedman blijven hangen. Het toekennen van de Nobelprijs voor Economie in 1976 leidde tot massale protesten. In Stockholm gingen vijfduizend mensen de straat op omdat de econoom in maart 1975 het Chili van dictator Augusto Pinochet bezocht, dat toen een diepe economische crisis doormaakte. Ondanks de commotie weigert Friedman zich te zien als verlengstuk van een dictatuur: 'Ik ben nooit adviseur geweest van Pinochet, net zomin als ik adviseur ben geweest van de wereld. Ik ben zes dagen in Chili geweest, en heb er twee speeches gehouden. Daarnaast zijn mijn leerlingen betrokken geweest bij de bestrijding van de recessie in Chili.'
Hoewel de crisis in de eerste maanden na Friedmans bezoek alleen maar verergerde, is Chili er momenteel beter aan toe dan het in potentie veel rijkere buurland Argentinië. Friedman ziet dit als een bewijs voor zijn gelijk: 'Chili ging door een periode van hoge inflatie. De enige manier om inflatie te bestrijden, is ophouden met het drukken van zoveel geld. En dat kan alleen als de overheid minder uitgeeft. Zowel Pinochet als zijn opvolgers hebben dat advies overgenomen. Als dat de reden is dat Chili het nu relatief goed doet, ben ik zeker tevreden met mijn bezoek.'


Dit interview door Jeroen Ansink verscheen eerder in het financieel-economische tijdschrift SAFE.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl