“The environmental movement I helped found has lost its objectivity, morality and humanity. The pain and suffering it is inflicting on families in developing countries must no longer be tolerated.”
Patrick Moore

Waar zijn de Mensenrechtengroeperingen?

Door Richard Pollock

16 april 2003

Toen een team van speciale commando eenheden een gewaagde reddingsoperatie uitvoerde en soldaat Jessica Lynch bevrijdde, vonden ze meer in het Saddam Hussein Ziekenhuis dan een aangedane 19-jarige krijgsgevangene. Ze vonden wapens, munitie en een soort martelkamer. De strijdkrachten van de Coalitie heeft soortgelijke kamers op andere 'neutrale' plaatsen gevonden, die voor de Irakese troepen dienst deden als militaire uitvalsbasis en zelfs als commandopost. Verslaggevers die met Coalitie troepen meereisden hebben verschillende artikelen gepubliceerd over Irakese soldaten die burgers neerschoten en tieners onder bedreiging dwongen in de oorlog te strijden. Ook zijn er gepubliceerde rapporten over executies van Irakese vrouwen en kinderen door de Saddam-loyale fidayeen.


Dergelijk bewijsmateriaal (en meer) openbaren de Irakese schendingen van de mensenrechten en haar voortdurende breuk met internationale wetten met betrekking tot oorlogvoering. Maar u zou hier niets van horen als u luisterde naar de 'heersende' mensenrechtengroeperingen. Zij kunnen blijkbaar overal mensenrechtenschendingen vinden behalve in Irak.

En dat is de reden waarom ik een gevoel van déjà vu heb. Ik was een toegewijde anti-oorlogs activist tijdens de oorlog in Vietnam. In 1969 was ik actief binnen de leidingscommissie van één van de belangrijkste anti-oorlogsgroepen, "the People's Coalition for Peace and Justice". Deze groep beweerde - onder andere - dat de Verenigde Staten en de overheid van Saigon zich aan oorlogsmisdaden schuldig maakten.
Het was interessant te zien hoe die kwestie werd behandeld in de besloten commissievergaderingen waar ik bij aanwezig was in Washington. Ik was verrast dat niemand de wreedheden van de Vietcong en het Noord Vietnamese leger aan de kaak stelde, of zelfs de kwestie zelfs maar aanroerde. Het was simpelweg een taboe-onderwerp en onderdeel van een cultuur die zich alleen concentreerde op aanvallen op burgers door de V.S. Één van de hartstochtelijkste personen op dit punt was een zacht sprekende oudere heer genaamd Abe. Iedereen hield van Abe. Hij was vriendelijk en hartelijk. Hij was ook één van de officiële commissievertegenwoordigers van de Communistische Partij in de V.S. Hij volgde strikt de lijn van het Centrale Comité van zijn partij en onder pastoors, advocaten en activisten van de commissieleiding, werd zijn voorstel goedgekeurd: slechts boosaardig Amerika kon wreedheden begaan.

Ik herinner me dat Amerikaanse B-52 bommenwerpers per ongeluk het Bach Mai ziekenhuis dichtbij Hanoi raakten. Uit verontwaardiging, schreven de belangrijkste anti-oorlogs organisatoren van PCPJ en andere organisaties dat het hier om een "oorlogsmisdaad" ging. Later, toen anti-oorlogs activisten een bezoek brachten aan Hanoi in oorlogstijd, brachten ze ook een verplicht, plechtig, bezoek aan Bach Mai. Het werd een Vietnamese pijler van het Noorden, een heiligdom ter herdenking aan de Amerikaanse "misdaden tegen de mensheid".

Nu, 30 jaar later, voel ik me alsof ik dit punt eerder ben gepasseerd.
Deze keer is het overduidelijk voor mij, en met mij vele Amerikanen, dat opnieuw oorlogsmisdaden worden gepleegd. Maar het is Baghdad, niet Washington, die in het beklaagdenbankje zit. De oorlogsmisdaden van de Iraakse overheid zijn transparant en talrijk.

In een perfecte wereld zou men van anti-oorlogs en mensenrechtengroeperingen mogen verwachten zich bovenop deze vreselijke verhalen te storten. Zij claimen immers een 'hogere moraal' te hebben en zich zorgen te maken over Iraakse burgers en de Iraakse rechten van de mens. Zou het niet geweldig zijn als mensenrechtengroeperingen van Baghdad zouden eisen haar gebruik van burgerziekenhuizen voor militaire doeleinden onmiddellijk te staken? Zou het niet prachtig zijn als de vaste stem van de mensenrechten gemeenschap Saddam zou vervloeken voor het afdwingen van dienstplicht voor kinderen en het gebruiken van kanonnen tegen zijn eigen burgers?

Jammer genoeg leven wij niet in een perfecte wereld. Wij krijgen het zoals het is. Het is zo ontmoedigend om slechts stilte van de mensenrechtengroepering te ervaren. Op bijvoorbeeld de website van het International ANSWER, een van de huidige anti-oorlogsorganisaties, zult u niets vinden over om het even welke stuitende schendingen van de mensenrechten door Irakese ambtenaren. Daarentegen bestormen zij met elke ademstoot de Verenigde Staten.

Het International Action Center, een onderdeel van ANSWER dat wordt geleid door de vroegere V.S. procureur generaal Ramsey Clark, publiceert updates over de oorlog op haar website. Toch zijn er geen rapporten over-, of verwijzingen naar Iraakse acties tegen haar eigen mensen. Clark publiceert "Report from Baghdad". De meeste van die 'rapporten' worden echter niet vanuit Baghdad geschreven, maar vanuit Havana. Clark rapporteerde op de vierde dag van de oorlog: bombardementen door de Coalitie raakten het Al Qadisiya district in Bagdad, "dichtbij het Universitaire Ziekenhuis in Yarmuk."

De CV van belangrijke mensenrechtengroeperingen zoals Amnesty International en Human Rights Watch is zelfs nog ontmoedigender. Net als de anti-oorlogsgroeperingen heeft geen van beide Irak bekritiseerd. Op 30 maart zond Amnesty International een petitie naar Tony Blair, met een verzoek aan de Britse en Amerikaanse overheden om meer informatie openbaar te maken over Irakese burgerdoden en waarschuwde het beide regeringen zich aan de internationale wetten te houden.

Gedurende de week dat rapporten over Iraakse wreedheden binnen sijpelden, hield Amnesty International een protestactie: het had bewijzen gevonden van mensenrechten schendingen in 14 landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, maar niet Irak. De begane misdaden? Amerika en Groot-Brittannië zouden anti-oorlogs protesten hebben belemmerd.

Op dezelfde manier spreekt Human Rights Watch nauwelijks over Irakese overtredingen. De groep maakte een omzichtige verwijzing naar Irak en de Conventies van Genève, maar gebruikte deze alleen om de V.S. aan te klagen. Zij beweerden: "de Verenigde Staten hebben gelijk als zij er op aandringen dat Irak de Conventies van Genève eerbiedigt. Maar zij ondermijnt haar eigen positie door zelf na te laten wat zij preekt, door 641 mensen zonder aanklacht gevangen te houden op de militaire faciliteit in Guantánamo Bay, Cuba".

Het nalaten van anti-oorlogs- en mensenrechtenorganisaties, Baghdad verantwoordelijk te houden voor haar misdaden, tast hun geloofwaardigheid en legitimiteit aan. Wanneer zelfbenoemde waakhonden in aanwezigheid van moord, verschrikking, en verminking van onschuldige burgers stil blijven, zijn de waakhonden niet alleen nutteloos, maar drijven zij de spot met de rechten van de mens en diens vrijheid.

Richard Pollock is verbonden aan het Cato Instituut.

Vertaling door MJ.

Gerelateerde link:
- Bart Croughs: De hypocrisie van Amnesty
- Amerikaanse burgerrechtenbeweging toont ruggegraat

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl