Een argument tegen de oorlog in Irak

Door Peter van Maanen

6 april 2003

Er was eens een land dat geen vijanden had in het Midden-Oosten. Dat land was de VS. Maar toen besloot dit land de bevriende Sjah van Iran te steunen in zijn strijd tegen de moslimoppositie. De VS had nu wel een vijand in het Midden-Oosten, namelijk de fanatieke moslims in Iran. Het gevolg hiervan was dat er vanaf 1979 een golf van gijzelingen, vliegtuigkapingen, en bomaanslagen was op Amerikaanse doelen. Een volgende keer zou de VS zich wel een tweede keer bedenken, voordat ze zich weer met het Midden-Oosten zou bemoeien. Of toch niet...

Begin jaren '80 besloot de VS zich te mengen in de burgeroorlog in Libanon om daar de Christelijke factie militair te ondersteunen. Nu had de VS nog een vijand in het Midden-Oosten: de moslimstrijders in Libanon. Opnieuw waren anti-Amerikaanse bomaanslagen en gijzelingen het gevolg.

In 1986 raakte de VS in conflict met Libië over territoriale wateren. Nadat Libië een raket afvuurde op de vloot van de VS, vernietigden de Amerikanen drie Libische schepen en een raketplatform. Hierop ging Kadhafi over tot het sponsoren van terrorisme --met name bomaanslagen-- en zette daartoe zelfs de Libische inlichtingendienst in. Libië werd de derde vijand van de VS in de omgeving van het Midden-Oosten.

Recente geschiedenis
Eind 1990 valt Saddam Hussein Kuweit binnen, nadat hij overigens van tevoren de Amerikaanse ambassade van zijn plannen op de hoogte heeft gesteld. Wat laat besluit de VS de bezetting niet te tolereren, en Irak wordt aan het lijstje van vijanden toegevoegd.

De Golfoorlog die vervolgens plaats heeft, is in de jaren '90 aanleiding voor een serie van bomaanslagen en verijdelde pogingen daartoe. Niet alleen Iraki's, maar ook andere nationaliteiten, met name fanatieke Saudi's, zitten hierachter. Veel moslims zijn beledigd door de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in het heilige Saudi Arabië tijdens en na de golfoorlog. Het aantal vijanden van de VS in het Midden-Oosten is hierdoor inmiddels niet meer op één hand te tellen.

Naast de golfoorlog en de troepenaanwezigheid in Saudi Arabië was er in de jaren '90 nog een aanleiding voor moslimterrorisme: de militaire acties in Somalië, in het bijzonder de slag om Mogadishu, waarbij Amerikaanse troepen veel Somali's omgebracht hebben. Door de herhaaldelijke Amerikaanse acties in Islamitische landen voelen moslimfundamentalisten wereldwijd zich gekrenkt en krijgt het moslimterrorisme een steeds bredere aanhang. De internationale terreurorganisatie Al Qaeda is hier het duidelijkste voorbeeld van.

Op 11 september 2001 vindt de kamikaze-aanslag van Al Qaeda op de WTC torens plaats. De VS reageert door het Taliban regime in Afghanistan af te zetten, omdat deze niet mee wil werken aan de uitlevering en bestrijding van terroristen binnen haar grenzen. Het volgende doel is Irak, dat waarschijnlijk ook terroristen herbergt en waar bovendien Amerika's vijand Saddam Hussein nog altijd aan de macht is.

Een oog op de toekomst
Vandaag de dag heeft de VS vele vijanden onder moslims, zowel binnen als buiten het Midden-Oosten. Gezien de bovenstaande geschiedenis kan er geen twijfel over bestaan dat Amerikaanse militaire interventie hiervan de oorzaak is. De financiële steun aan Israël doet natuurlijk ook geen goed, maar is van ondergeschikt belang. De anti-Amerikaanse terroristen zullen het wel noemen als medemotief, maar het patroon is duidelijk militaire interventie en dan terrorisme. Anti-Israëlisch terrorisme richt zich direct tegen Israël (uitzondering: in 1968 wordt de pro-Israëlische Robert F. Kennedy vermoord door een Palestijnse immigrant). De gevolgtrekking is hoe dan ook dat het in elke fase van de bovenstaande geschiedenis beter voor de VS zou zijn geweest om geen verdere militaire acties in het buitenland te ondernemen. Dit geldt zelfs voor de situatie na 11 september.

Om de miltaire interventie in Afghanistan mogelijk te maken, had de VS toestemming nodig voor vluchten boven Pakistan. Deze toestemming heeft de VS van Pakistan gekregen, maar de militaire top en de bevolking van dat land waren het daar niet mee eens. Integendeel, er waren anti-Amerikaanse demonstraties in Pakistan, die samengingen met ongeregeldheden. De acties van de VS hebben dus niet bijgedragen aan de interne stabiliteit van Pakistan. En voor de duidelijkheid: Pakistan is een nucleaire mogendheid.

Ook de oorlog in Irak en het spel dat eraan vooraf ging, zijn een nieuwe impuls voor het anti-Amerikanisme. En wat leveren de militaire acties eigenlijk op? Is Saddam een bedreiging die tegen elke prijs verwijderd moet worden? Wordt het terrorisme effectief bestreden door in Irak militair in te grijpen?

Dat Saddam Hussein een bedreiging voor de VS zou zijn is vooralsnog niet bewezen. Zijn acties zijn er vooral op gericht om in het zadel te blijven zitten. Zo gaf hij tijdens de wapenstilstand, die het einde van de golfoorlog inluidde, zijn onderhandelaars de opdracht om met alle eisen van de Amerikanen akkoord te gaan. Wat voor Saddam geldt, gaat overigens op voor de meeste dictators: ze zijn er simpelweg niet bij gebaat om de Amerikanen serieus te bedreigen.

Of vanuit het oogpunt van terrorismebestrijding het netto-effect van de oorlog in Irak positief is, valt ook zeer te betwijfelen. De nieuwe militaire interventie in een Islamitisch land zal het terrorisme eerder doen toenemen. Bovendien is het een illusie om te denken dat terrorisme met militaire acties uitgeroeid kan worden. Terrorisme is mobiel, en kan eigenlijk overal ter wereld georganiseerd worden. Er komt pas een einde aan als de voedingsbodem ervan weggenomen wordt. Maar dit impliceert juist dat de VS geen verdere militaire acties zou moeten ondernemen.

Voor veel mensen is het moeilijk te accepteren dat niets doen soms de beste oplossing is voor een probleem. Er is echter nog een extra reden om optimistisch te zijn over deze optie. De meeste gewelddadige acties worden gepleegd door jonge mannen. Als de VS zich in kan houden, zouden minder jonge moslims geconfronteerd worden met wat zij als een agressor zouden beschouwen. De toestroom van nieuwe terroristen zou hierdoor gestaag afnemen. Misschien is het een weinig ambitieus plan, maar op termijn is deze tactiek verzekerd van succes.

Bevrijdingsoorlog?
Wellicht vindt de lezer de oorlog rechtvaardig, omdat het de Iraki's verlost van Saddam. Dit is inderdaad een belangrijk argument vóór de oorlog. Maar wat vooral opvallend is aan het argument, is hoe recentelijk pas de nadruk erop is komen te liggen in het publieke debat. Toen de VS begon met zijn pleidooi voor de oorlog was het nog slechts een prettige bijkomstigheid. Blijkbaar heeft de Anglo-Amerikaanse propagandacampagne sindsdien effect gehad.

Gerelateerde links:

- Bart Croughs: De voordelen van non-interventie
- A History of Terror

Over de auteur

Peter van Maanen studeerde economie aan de VU en volgde de postdoctorale lerarenopleiding economie aan de UvA.

Hij liep zijn economiestage bij de Directie Economische Zaken van de SER, en deed zijn leservaring op aan het Montessori Lyceum Amsterdam en het Montessori Lyceum Rotterdam. Hij heeft onderzoek gedaan als econoom voor het economisch bureau van ING, als summer fellow voor het Ludwig von Mises Institute in de VS, en is nu al weer enige tijd onderzoeker bij het CBS.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl