“Vakbonden hebben als belangrijkste bestaansreden het tegengaan van competitie. Zij zijn een door de overheid beschermd kartel, net als elk ander.”
Walter Block

Saddam Hoessein: een survival

Door Marc Bajema

18 maart 2003

Wat de uitkomst van de komende oorlog van de VS en haar bondgenoten tegen Irak ook mag zijn, vast staat wel dat toekomstige historici het debat dat eraan voorafging zullen bestuderen om de gedachten en visies achter de latere historische invulling hiervan te reconstrueren. Zeer veel mensen volgen 'het debat' en bijna iedereen heeft moeite om er een duidelijke mening over te vormen. Sommige vroegere pacifisten en linkse activisten zijn nu voor terwijl een aantal havikken nu weer tegen zijn. Een groep Scandinavische neo-Nazi's is zelfs naar Baghdad afgereisd om Saddam te helpen. Wat zijn toch de diepere oorzaken van deze verwarring en twijfel?

Twijfel en spraakverwarring
Een van de belangrijkste meningsverschillen gaat over de vraag of de VS wel of niet het recht hebben om Irak aan te vallen gegeven het internationale recht. Volgens deze rechtsorde is iedere natiestaat, door de anderen als zodanig erkent, soeverein. Een preventieve aanval is alleen toegestaan als er sprake is van een concrete dreiging zoals het mobiliseren van het leger en het samentrekken daarvan voor de grenzen met een buurland. Een aantal juristen voert nu aan dat er geen sprake is van een concrete dreiging en dat de oorlog dus juridisch gesproken niet legitiem is en de internationale rechtsorde ondermijnt. De voorstanders brengen hier weer tegenin dat het begrip 'concrete bedreiging' uit de tijd is en onbruikbaar in een wereld waar terroristen onverwachts kunnen toeslaan, mogelijk met massavernietigingswapens. Het idee is dat de infrastructuur waar het terrorisme gebruik van kan maken uitgeschakeld moet worden om het terrorisme zelf te voorkomen. De verouderde regels moeten dus vervangen worden door nieuwe en daar zou Irak (maar ook Afghanistan) als precedent voor kunnen dienen.

Een puur juridische discussie zou niet zoveel stof doen opwaaien: de ideologische discussie erachter is belangrijker en maakt veel emotie los omdat het om basisprincipes van ons denken gaat. Het gaat om de vraag of er werkelijk sprake is van een botsing van beschavingen (tussen de westerse en de islamitische). Zo ja, is er dan sprake van een nieuwe koude oorlog, is het overbruggen van de kloof mogelijk en hoe moet het met de islamitische minderheden in het westen? Iedereen geeft vanuit zijn of haar (westers-) ideologisch perspectief een ander antwoord op al deze vragen. Omdat ideologie in het westen in de laatste decennia versnipperd is lijkt de huidige Babylonische spraakverwarring over het onderwerp onvermijdelijk. Het aantal mogelijke combinaties van standpunten is simpelweg te groot om een redelijke discussie mogelijk te maken.

Universaliteit en botsende beschavingen


Samuel Huntington
Maar laten we eens naar de basis terugkeren: de botsende beschavingen. Er is wel behoefte aan een goede definitie van wat een beschaving nu eigenlijk is en wat het 'botsen' nu precies inhoudt. In zijn zeer invloedrijke boek 'The clash of civilizations' geeft Samuel Huntington geen precieze definitie van wat een beschaving nu eigenlijk precies is. Hij citeert wetenschappers als Max Weber, Arnold Toynbee, Fernand Braudel en William McNeill die allemaal het begrip beschaving gebruikten als gereedschap om historische feiten op de lange termijn te ordenen. Dit is het macro-historische perspectief en is volgens Huntington een handig hulpmiddel om de internationale politiek te analyseren.

De kritiek hierop is natuurlijk: wat is de basis voor de beschavingen, wat is hun dynamiek en waarom zouden ze uniek zijn? Een antwoord op deze vraag is alleen te geven met behulp van het micro-historische perspectief: de mensen in hun dagelijkse leefomgeving. Is er echt een groot verschil tussen de bewoners van de Chinese stad Ansi en de burgers van Arnhem? Uit antropologisch onderzoek is gebleken dat de mens van nature maar een beperkte capaciteit voor communicatie met andere mensen heeft. De biologische limiet lijkt bij een groepsgrootte van 150 individuen te liggen. Is de groep groter dan wordt de kans dat zij in facties uiteen zal vallen zeer groot. Het grootste deel van de menselijke evolutie was dan ook het verhaal van vechtende, wegtrekkende en uiteenvallende stammen. Na het einde van de laatste ijstijd was er sprake van een forse toename van de bevolking en in bepaalde, voor die tijd zeer dicht bevolkte, gebieden leidde dat tot de vorming van veel grotere groepen. Deze groepen hadden als kenmerk dat ze allerlei nieuwe culturele gebruiken hadden zoals primitieve 'tempels', rituelen voor de doden en grote hoeveelheden kunstvoorwerpen. Cultuur werd toen uitgevonden en haar belangrijkste functie was de grote hoeveelheid informatie over de sociale en de fysieke leefomgeving te kanaliseren door middel van geschreven en ongeschreven leefregels (tegeltjeswijsheden!). Door de steeds verdere groei van de bevolking en complexere economie was er sprake van steeds grotere eenheden zodat er nu nog maar enkele over zijn: Huntington's acht beschavingen.

De verschillen tussen de beschavingen moeten verklaard worden uit een groot aantal omgevingsfactoren die kunnen verschillen (zoals aanwezige hulpbronnen, transportroutes en dergelijke) maar ook uit verschillende geschiedenissen zoals die hun neerslag hebben gevonden in het denken van de mensen. Zelfs in het huidige westen gaan de meeste mensen er nog steeds vanuit dat de geschiedenis een leidraad is voor de toekomst en dat hier een bepaalde logica inzit. Wat dat betreft zijn wij als westerlingen dus inderdaad uniek, net als mensen van andere beschavingen. Volgens postmoderne 'multiculturele' denkers is dat inderdaad alles: je bent wat je cultuur is, niet wat je als individu verder nog voor zou stellen en een vrije wil heb je al helemaal niet.

Aan de andere kant is het zo dat de verschillende beschavingen vaak dezelfde problemen zijn tegengekomen en daar vaak ook dezelfde oplossingen voor gekozen hebben. Een universalist zal vragen: hoeveel verschilt de rechtbank in Bombay nu eigenlijk van een in New York behalve dat die in Bombay mogelijk nog wat achterloopt op die in New York. De 19e eeuwse antropoloog Tylor bedacht een term voor dit soort achterstanden, 'survivals': cultuurelementen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren of functieloos zijn geworden maar desondanks zijn blijven bestaan. In wezen is Saddam Hussein ook zo'n survival die zichzelf als de nieuwe Nebukadnezar (een oude, wrede Assyrische keizer) ziet. Maar voor diegenen die in een universele beschaving geloven zit er eigenlijk niets in de geschiedenis dat tussen de mensen in zou mogen staan: mensenrechten zijn voor iedereen en er mag niet tussen bepaalde (toevallige) groepen gediscrimineerd worden. Survivals verdwijnen vanzelf als de samenleving complexer wordt.

Huntington aarzelt over de vraag of zijn beschavingen uniek zijn of toch deel van een universele beschaving. Aan de ene kant wijst hij het bestaan van een universele beschaving resoluut af maar aan de andere kant pleit hij er in het laatste hoofdstuk van zijn boek wel voor dat de beschavingen op zoek gaan naar de elementen die ze binden en op basis daarvan gaan samenwerken. Precies dezelfde aarzeling is nu te zien in het debat over Irak dat zich vooral toespitst op de vraag wat er na de oorlog met het land moet gebeuren. Bush heeft geen plan is de vaak gehoorde klacht. Dat is echter niet waar: er is een volledig uitgewerkte doctrine die bovendien op internet geplaatst is.

De Bush doctrine
Op 17 september 2002 gaf de Amerikaanse regering het stuk 'The National Security Strategy of the United States of America' vrij. Uit het stuk blijkt echter wel dat het begrip nationale veiligheid zeer breed opgevat wordt aangezien maar een klein deel over de krijgsmacht zelf gaat. In plaats daarvan gaat het eerste deel over "de menselijke waardigheid". De regering Bush gaat ervan uit dat er bepaalde waarden zijn die geldig zijn voor alle mensen zoals vrijheid van meningsuiting en godsdienst, gelijkwaardige rechtspraak, limieten aan de macht van de staat, religieuze en etnische tolerantie en respect voor vrouwen en eigendommen. Allemaal waarden die de menselijke waardigheid beschermen tegen kwaadwillenden. Bush is dus een universalist die een machtsbalans wil scheppen die in het voordeel van de vrijheid is. Hoe denkt hij dat te bereiken?

In de eerste plaats door bedreigingen tegen die machtsbalans van schurkenstaten en/of terroristen met massavernietigingswapens te voorkomen. Hiervoor dient het internationale recht aangepast te worden om een nieuwe categorie van preventieve aanvallen te legaliseren. De dreiging met dit soort wapens door een combinatie van schurkenstaten en terroristen is zo groot dat de oude regels niet meer voldoen. Is het niet mogelijk om de regels op tijd aan te passen door politieke problemen dan is de regering Bush bereid om een precedent te scheppen.

In de tweede plaats is het de bedoeling dat de wereld vrijer en opener wordt. Gesloten, tirannieke landen moeten opengebroken worden en democratiseren. Hievoor zijn twee middelen beschikbaar: ontwikkelingshulp en vrijhandel. Bij de ontwikkelingshulp gaat het erom dat deze de fundamenten legt voor economische groei. Dat wil zeggen dat de nadruk ligt op basale zaken als goede medische voorzieningen, onderwijs en eerlijke regels. Is die basis er eenmaal dan kan vrijhandel de motor voor economische groei zijn. Het is dan ook de bedoeling om met veel landen bilaterale vrijhandelsakkoorden te sluiten en de internationale rechtsorde voor vrijhandel beter te laten werken. Bush ziet vrijhandel zelfs als een moreel principe: de mogelijkheid om in het eigen bestaan te voorzien door vrij economisch verkeer als mensenrecht.

Het hele stuk ademt ook de sfeer van het zeer universalistische boek 'The end of history and the last man' van Francis Fukuyama (een oud-student van Huntington en nu adviseur van de Bush regering op het gebied van biotechnologie). Fukuyama stelt dat de geschiedenis ten einde gelopen is omdat de westerse liberale democratie de waardigheid van ieder mens erkent zodat niemand de behoefte voelen om de maatschappij werkelijk te veranderen door middel van revoluties en dergelijke. Natuurlijk zijn er nog mensen met een revolutionaire inslag maar ook zij proberen via het systeem hun gelijk te halen. Het is ook voor andere landen en beschavingen niet mogelijk om aan deze maatschappijvorm te ontsnappen omdat ze dan achterop zouden raken en vooral ook op militair gebied. Of zoals Bush het in zijn stuk stelt: "History has not been kind to those nations which ignored or flouted the rights and aspirations of their people".

Conclusie

Oriana Fallaci
De regering Bush heeft dus een universalistisch programma om de wereld te verbeteren waarbij men realistisch genoeg is om te onderkennen dat survivals als Saddam Hussein door de mogelijkheden van terrorisme en massavernietigingswapens een grote bedreiging zijn en dus weg moeten. Zo kan de botsing tussen de beschavingen voorkomen worden: door daadkrachtig optreden en vrijhandel als motor van de vooruitgang. De multiculturalisten (links en rechts) en antikapitalisten walgen hiervan. Hun wereld is die van elkaar bestrijdende facties en primitieve economische systemen: zoals de wereld eruit zag voor het einde van de laatste ijstijd.

Toch is er ook voor universalisten ook nog genoeg ruimte voor twijfel. Zal de Bush-doctrine voldoende zijn om de tegenstellingen in de wereld te verkleinen die de afgelopen decennia door economische en demografische ontwikkelingen verscherpt zijn? En is de liberale democratie echt het eindstadium van de menselijke geschiedenis? Ook Fukuyama aarzelt er nog over en vraagt zich af of de mogelijkheden van de biotechnologie geen nieuwe mens zullen scheppen waardoor een nieuw tijdperk van de geschiedenis van het leven op Aarde zal aanbreken.

Moeilijk te voorspellen allemaal en daarom is het ook goed dat in ieder geval de regering van de VS en die van haar bondgenoten leiderschap toont. Alleen met leiderschap is het mogelijk om een twijfelende wereld tot verandering te bewegen. Niets doen zou de situatie alleen maar erger maken. De Italiaanse schrijfster Oriana Fallaci beseft dat ook als ze na al haar twijfels opgesomd te hebben schrijft: "As a proud defender of the West's civilization, without reservations I should join Mr. Bush and Mr. Blair in the new Alamo. Without reluctance I should fight and die with them. And this is the only thing about which I have no doubts at all."

Gerelateerde links:
- Bush doctrine
- Fukuyama's originele artikel
- Huntington's originele artikel
- Fallaci's gedachten over de oorlog

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl