Proeftuin Israël

Door Marc Bajema

4 maart 2003

Nu in het land dat ooit door haar Protestantse stichters als het 'nieuwe Israël' beschreven werd een beweging genaamd Arabisch-Europese Liga (AEL) is opgestaan die als programmapunt het "verdwijnen" van de "Zionistische entiteit" heeft is het goed om nog eens na te denken wat onze relatie met dit bijzondere land en volk is en zou moeten zijn.

Voorgeschiedenis


Het oude Jeruzalem
De geschiedenis van het Jodendom gaat terug naar de 17e eeuw voor Christus naar de patriarchen Abraham, Isaac en Jacob. Van een land was echter nog geen sprake, de bevolking was verdeeld in losse stammen en alleen zeer los samengebonden door religie. Dat veranderde in de vroege ijzertijd toen de dreiging van buitenaf van onder andere de Filistijnen zo groot werd dat de stammen zich verbonden om het gevaar het hoofd te kunnen bieden. Zo ontstond aan het einde van de 11e eeuw voor Christus een echt koninkrijk ingeklemd tussen de grootmachten in Egypte en Mesopotamië. Uiteindelijk kon men toch niet standhouden en in 586 voor Christus veroverde Nebuchadnezzar II uit Babylon Jeruzalem en voerde de bewoners als slaven mee. Een standaard verhaal in de geschiedenis maar er was hier toch iets bijzonders aan de hand. De Joden gaven namenlijk hun god niet op terwijl het gebruikelijk was dat overwonnen volken de superioriteit van de goden van de overwinnaars erkenden en deze voor ware goden aannamen. Op de een of andere manier wist dit volk intact te blijven en later weer naar Israël terug te keren. Geopolitiek gezien stond men zwak: het gebied werd achtereenvolgens veroverd door de Perzen, de Grieken, de Romeinen, de Arabieren, de kruisvaarders, nogmaals de Arabieren en tot slot de Turken en de vele opstanden maakten alleen maar dat de Joden over de windstreken verspreid werden en de Diaspora ontstond. Het is een enorme prestatie geweest dat men de integriteit van de religie heeft weten te bewaren en ook positieve bijdragen aan de landen waar men verbleef heeft kunnen leveren.


Theodor Herzl
Die bijdragen werden helaas vaak niet gewaardeerd en er bleef toch een behoefte aan een thuisland waar men in alle vrijheid het geloof zou kunnen praktiseren. Aan het einde van de 19e eeuw ontstond ineens een kans. Het Turkse Ottomaanse rijk dat ook Israël bezet hield liep op haar laatste benen en was speelbal van de Westerse koloniale rijken. Net als de Grieken zouden misschien ook de Joden hun land terug kunnen krijgen met hulp van het Westen. Al in 1882 begonnen de eerste Joden uit het Russische rijk (ook vanwege de pogroms) naar Israël te emigreren. In 1897 werd onder leiding van Theodor Herzl het eerste Zionistische congress gehouden: een beweging was geboren. Zeker na het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk en het instellen van het Britse mandaat werd er gestaag gebouwd aan de individuele elementen van een moderne Westerse staat zoals een leger, rechtspraak, een universiteit enzovoorts zodat men als de tijd daar was de elementen snel met elkaar zou kunnen verbinden.

Dat moment kwam op 14 mei 1948 toen het Britse mandaat eindigde. De dag daarop verklaarden alle Arabische buurlanden de 'Zionistische entiteit' de oorlog. Wonderwel slaagde Israël er in de daaropvolgende decennia in niet alleen te overleven maar ook een positie als regionale grootmacht te verwerven. Desondanks blijft de situatie er hopeloos uitzien, zeker nu het vredesproces feitelijk mislukt is. Hier zal worden ingegaan op de fundamentele redenen die deze situatie veroorzaken.

Botsende beschavingen

Samuel Huntington
Voor de gemiddelde Nederlander lijkt het conflict rond Israël eindeloos en volkomen zinloos en irrationeel. Er is nog steeds een zekere mate van sympathie met de Joden vanwege de Holocaust maar verder ziet men geen belang bij steun aan Israël en sommigen zien juist redenen om acties tegen het land te ondernemen. Mijn persoonlijke inschatting is dan ook dat maar weinig mensen de theorie van Samuel Huntington over de "Clash of civilizations" aanhangen. Liever ziet men een vriendelijk contact tussen beschavingen waarbij liedjes en recepten uitgewisseld worden.

Toch beginnen historici en sociale wetenschappers de theorie van Huntington steeds serieuzer te nemen. De economisch historicus Avner Greif bijvoorbeeld onderzocht het verband tussen cultuur en de structuur van de economie. Zijn definitie van cultuur is een geloofsysteem dat individuen in staat stelt om het gedrag van anderen in bepaalde situaties te kunnen voorspellen. Het geloofsysteem is gebaseerd op de ervaringen met eerdere gebeurtenissen en is grotendeels verankerd in de dagelijkse omgang maar heeft ook een grote invloed op de wetten en instituten van een maatschappij. Omdat het geloofsysteem gebaseerd is op eerdere gebeurtenissen is geschiedenis dus van cruciaal belang. Hervormingen kunnen niet doorgezet worden zonder hiermee rekening te houden. Zonder cultuur is het ook niet mogelijk om een economie draaiende te houden: de informatie die door de deelnemers verwerkt zou moeten worden zou ze teveel worden zonder de sjablonen die helpen de informatie te versimpelen in behapbare brokken. Het is uit vergelijkend onderzoek naar het verband tussen hersengrootte en groepsgrootte bij verschillende zoogdieren gebleken dat de mens met maximaal 150 anderen op een normale manier om kan gaan. Is de groep groter dan is cultuur nodig om te voorkomen dat de groep uit elkaar gaat vallen in facties. Mensen van dezelfde cultuur kunnen op elkaar rekenen, er is het vertrouwen dat ze in bepaalde situaties op dezelfde manier zullen reageren.


Avner Greif
Greif maakt een onderscheid tussen collectieve en individualistische culturen. Collectieve culturen zijn opgebouwd uit een verzameling facties of stammen die intern zeer hecht zijn maar waarbij individuen uit de verschillende facties nauwelijks contact hebben met elkaar. Bij individualistische culturen is er geen sprake van facties: alle mensen kunnen vrij met alle andere mensen omgaan en handel drijven.

Hij past dit toe op twee verschillende groepen handelaars uit de middeleeuwen: de Maghribi, een groep Joodse handelaren die via het principe van musta'ribun de waarden en normen van de Islam overgenomen hadden en handel dreven in de islamitische wereld en de handelaren uit de Italiaanse stadstaat Genoa. De technologie en kansen van beide groepen handelaren waren even groot en ze hadden ook hetzelfde dilemma: hoe kan ik de agent die ik er met mijn geld op uit stuur vertrouwen?

Beide groepen bedachten vanuit hun cultuur verschillende oplossingen. De Maghribi ontwikkelden vanuit hun aangenomen collectieve cultuur een ingewikkeld netwerk waarin ze onderling informatie uitwisselden en als individu nu eens als handelaar en dan weer als agent op te treden. Zo ontstond een gesloten klasse met een strikte sociale controle waarbij oplichting bijna niet voorkwam maar waarbij de kosten van een agent huren hoog waren en de mogelijkheden beperkt waren zeker op het gebied van handel tussen verschillende culturen. Dat was zo goed als onmogelijk want de Maghribi vertrouwden andere groepen niet. Dat vormde een sterk contrast met de handelaren uit Genoa. Die wonnen nauwelijks informatie in over hun agenten. Hierdoor waren de agenten erg goedkoop en waren de mogelijkheden om handel te drijven bijna onbeperkt. Wel kwam oplichterij vaker voor maar dankzij de rechterlijke macht niet in die mate dat het economische groei in de weg stond. Doordat mensen uit de hogere klassen nooit als agent optraden was het voor slimme mensen uit de lagere klassen mogelijk om veel geld te verdienen als agent. Door die hogere sociale mobiliteit ontstond een middenklasse die in de 13e eeuw de macht in Genoa naar zich toetrok en die een belangrijke basis voor de Renaissance vormde.

Ondanks de indruk dat de Maghribi een betrouwbaarder systeem leken te hebben bleek dat van Genoa uiteindelijk toch vele malen beter in het scheppen van welvaart door handel en Greif trekt hier de conclusie dat de Latijns-christelijke cultuur waarbij de nadruk van de theologie op het individu lag hier een belangrijke rol in speelde. We zouden ook kunnen stellen dat er door de geschiedenis heen een trend is van collectieve naar individualistische culturen en dat beschavingen zoals Huntington die ziet de dragers zijn van die culturen.

Israël als miniatuurversie Westerse beschaving

Klik voor vergroting
Huntington zegt dat Israël deel uitmaakt van het Westen en als we bedenken dat ondanks het antisemitisme van de afgelopen eeuwen Joodse mensen grote bijdragen hebben geleverd aan de muziek, de wetenschap en de economie van onze beschaving dan kunnen we dat ook niet ontkennen. Het land en haar economie zijn ook door en door Westers.

Het land is extra interessant in het bestuderen van de 'botsende beschavingen' omdat het klein is en omdat het precies op een breukvlak ligt tussen twee vijandige beschavingen: het Westen en de Islam. Israël heeft precies dezelfde problemen als het Westen als geheel: een inzakkende bevolking die wordt geconfronteerd met een grote bevolkingstoename van buiten (ook door migratie), het terrorisme dat een moeilijk te bestrijden wapen is tegen de open, individualistische Westerse samenlevingen en een verzorgingsstaat die de economie als een molensteen mee moet slepen.

Nu al zijn er tweemaal meer Palestijnen dan Joden en woont er een aanzienlijke Palestijnse minderheid in Israël zelf. In 2025 zal de Palestijnse bevolking met 16 miljoen mensen (waarvan 2 miljoen binnen Israël) tegenover 6 miljoen Joden staan met nog eens 140 miljoen Arabieren in de directe buurlanden van Israël. Door het zeer goedkope en moeilijk te bestrijden terrorisme is het militaire overwicht van Israël dan al lang teniet gedaan. Een directe aanval was niet meer mogelijk nadat Israël kernwapens kreeg in de vroege jaren zeventig maar een lange terreur campagne blijkt nu een stuk goedkoper en effectiever. In Libanon heeft het zeer goed gewerkt: niet alleen tegen de bezettingsmacht van Israël maar ook tegen de locale Christenen die nu in meerderheid naar het buitenland gevlucht zijn. Ook de Palestijnse campagnes zijn nauwelijks te stoppen tot wanhoop van de burgers die hun gevoel van veiligheid permanent verloren hebben. Dan is er nog de verzorgingsstaat. Ondanks een bijna onafgebroken deelname van de socialistische Arbeiderspartij aan de regeringen moeten nu veel mensen op straat zien te overleven omdat er geen banen meer zijn. De Israëlische economie krijgt natuurlijk klappen door de terreur maar het is ook zo dat de fixatie op het instandhouden van de verzorgingsstaat ertoe heeft geleid dat de economie niet flexibel genoeg is om zich aan te passen aan de veranderde omstandigheden.

Met deze drie problemen krijgt het Westen als geheel ook steeds meer te maken. Is het echt onzinnig om te beweren dat in 2050 de situatie in Europa zal lijken op die in Israël nu? Waar moet de explosief snelle groei van de bevolking in Noord-Afrika en het Midden-Oosten toe leiden terwijl in Europa de bevolking jaar na jaar af zal nemen? Emigratie is altijd makkelijker dan interne hervormingen doorvoeren om de nieuwe generaties nieuwe kansen te bieden. Met de steeds verdere verspreiding van massavernietigingswapens en de groei van terroristische organisaties zal ook ons technologische overwicht van weinig militair nut zijn. Als er sowieso nog geld zou zijn voor een leger door de enorme pensioenkosten waarmee het piramidespel dat verzorgingsstaat heet ons op gaat zadelen. We kunnen maar beter naar de ontwikkelingen in Israël kijken. Zo zijn we ook op onze eigen toekomst voorbereid en is het mogelijk om die naar onze hand te zetten.

Mogelijke oplossingen
Er lijken zich nu in Israël twee soorten oplossingen voor de genoemde problemen aan te doen: een 'duif' en een 'havik' oplossing waartussen op korte termijn gekozen zal moeten worden.

De mensen van het duiven standpunt willen het oude 'land voor vrede' plan laten herleven. Israël zou terug moeten naar de grenzen van 1948 en er zou een Palestijnse staat moeten komen. Volgens de duiven zou er dan door handel en andere vormen van contact een steeds hechtere band komen en zouden beide culturen uiteindelijk vreedzaam in een soort federatie samen kunnen leven. Op het oog een mooi plan en het is ook waarschijnlijk dat het voor een periode van vrede zou kunnen zorgen. De vraag is voor hoe lang. De Arabieren hadden in 1948 niet veel respect voor de grenzen van Israël en waarschijnlijk nu en in de toekomst ook niet. Vooral omdat Israël nooit zal kunnen toestaan dat de miljoenen Palestijnse vluchtelingen zich vrij zouden kunnen vestigen en een soort vijfde kolonne zouden kunnen worden samen met de al aanwezige Palestijnse bevolking die groeit als kool. Zo'n vrede zou slechts een stap in een fase zijn en de volgende stap zou de zee in zijn voor 6 miljoen mensen.

De haviken staan meer drastische maatregelen voor. De militair historicus Martin van Creveld heeft hier al eens EO-kijkers mee opgeschrikt. Volgens hem dient er een muur te komen zo hoog dat "zelfs de vogels er niet overheen kunnen vliegen" tussen Israël en de Palestijnen. De Palestijnen die nog in Israël woonden zouden het land dan al verlaten hebben. Volgens Van Creveld is dit de enige mogelijkheid om het land te redden van de onoverwinnelijke terroristen en de sluipende demografische ontwikkelingen. Steeds meer burgers zijn het met hen eens.

Een harde volgeling van Huntington zou het met Van Creveld eens kunnen zijn. De meeste mensen zullen toch het ongemakkelijke gevoel krijgen dat er iets niet klopt aan de plannen hoe logisch ze ook lijken. Israël zou een gesloten maatschappij worden. De verzorgingsstaat zou waarschijnlijk niet aangepakt worden omdat het nodig zou zijn om een nationale solidariteit in stand te houden achter de muur. Het land zou meer collectivistisch worden en minder individualistisch wat volgens de theorie van Greif zou betekenen dat het land achterlijker zou worden. Veilig achter de hoge muur zouden de burgers langzaam veranderen in een soort proletariaat. Hoe lang zou het dan duren voordat zelfs Van Creveld's muur met succes bestormd zou worden? Korter dan de Romeinse rijksgrens waarschijnlijk.

Waarom niet de beste elementen uit beide visies combineren? Het idee van de duiven dat handel en andere vormen van contact tot een duurzame vrede kunnen leiden klopt waarschijnlijk. Gemeenschappelijke belangen en zeker economische kunnen voor verbroedering zorgen, zeker op de lange termijn. Maar de gevaren van de aanwezigheid van Palestijnen op Israëlisch grondgebied zijn zeker zo groot als de havikken beweren. Zelfs een aanslag per half jaar zou de verhoudingen tussen de groepen grondig verzieken en de demografische tijdbom zou blijven tikken. Daarom ben ik van mening dat het beter zou zijn om een Palestijnse staat te erkennen waarin alle Palestijnen, inclusief zij die nu Israëlisch staatsburger zijn, een thuis kunnen vinden en waarvan het territorium zo ingericht wordt dat het voor Israël makkelijk is om zich tegen terroristische activiteiten te verdedigen. Via vrijhandel zouden beide volken dan van elkaar kunnen profiteren: Palestina van de hoogwaardige producten en kennis van Israël en Israël van de lage lonen van Palestina. De Israëlische werklozen zouden dan door een grondige sanering van de verzorgingsstaat de laaggeschoolde arbeid van de Palestijnen in Israël kunnen overnemen. Beide partijen zouden uiteindelijk beter af zijn en misschien zou het een leerzaam voorbeeld kunnen zijn voor het Westen en vooral Europa in hoe men deze botsing tussen het Westen en de Islam in iets positiefs zou kunnen omzetten zonder de risico's van het falen van de duiven of de havikken die onze beschaving aan de rand van de afgrond zou kunnen brengen.

Literatuur:
Greif, Avner 1994 'Cultural beliefs and the organization of society. A historical and theoretical reflection on collectivist and individualist societies.' The Journal of Political Economy 102, pp. 912-950.

Gerelateerde links:
- De Nederlandse afdeling van de rechts-liberale Likud partij
- Interview met Martin van Creveld
- Pim Fortuyn's visie op het conflict


Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl