Kernenergie, een morele keuze

Door Marc Bajema

23 februari 2003

Op de achtergrond bij de huidige kabinetsformatie van CDA en PvdA speelt ook de vraag heel erg mee of Nederland door moet gaan met kernenergie. Moet Borssele openblijven is de vraag en net als bij andere hete hangijzers als de Joint Strike Fighter en Israël zijn de partijen netjes in een links en een rechts kamp verdeeld met CDA, VVD, LPF, CU en SGP rechts en PvdA, SP, GL en D'66 links. Vooral ex-greenpeace man Diederik Sampson is er erg op gebrand om Borssele zo snel mogelijk te vervangen door zwaar gesubsidieerde windenergie. De PvdA laat zelfs in het midden of het al dan niet openhouden van de centrale een breekpunt in de formatie kan zijn.

Sluiting zou een logische uitkomst zijn van een proces dat eind jaren tachtig net na de Tsjernobyl ramp begon met als einddoel de Nederlandse kernindustrie een zachte dood te laten sterven. De twee geplande kernreactoren verdwenen in de ijskast en de in aanbouw zijnde en de door mismanagement geplaagde kweekreactor Kalkar werd in de mottenballen gedaan en later door een handige zakenman tot pretpark omgetoverd. In 1997 werd de kernreactor in Dodewaard stilgelegd en waren alleen Borssele en Petten (waar isotopen voor de kankerbestrijding worden geproduceerd) nog over. Ook Petten kwam de afgelopen jaren zwaar onder vuur te liggen en werd zelfs enige tijd gesloten door de toenmalige PvdA milieuminister Pronk die vervolgens de 'klokkenluider' een mooie baan aanbood. Ondertussen was het plan om Borssele in 2003 te sluiten door de exploitanten van de centrale bij de rechter aangevochten die hen in het gelijk stelde. De centrale is grondig gemoderniseerd en kan technisch tot 2015 en met extra verbeteringen zelfs tot 2030 mee. De enige mogelijkheid om van de centrale af te komen is een nieuwe wet aan te nemen in de tweede kamer. Groen links kamerlid Vos heeft al een initiatiefswetvoorstel hiervoor klaar.

Nieuwe kansen en bedreigingen
Het lijkt er dus op alsof de kernindustrie in Nederland op haar laatste benen loopt maar juist de laatste tijd komen er steeds meer berichten dat er een tegenontwikkeling gaande is. Via het Programma Instandhouding Nucleaire Competentie (PINC) wordt constant onderzoek gedaan naar nieuwe technologie die kernenergie veiliger, schoner en goedkoper kan maken. Tsjernobyl heeft de technici aan het denken gezet en er is nu een derde generatie reactoren in aanbouw in Japan en straks ook Finland. Nog beter is de pebble-bedreactor ook wel bekend als de ballenbakreactor. Zelfs het afvalprobleem lijkt gedeeltelijk oplosbaar door middel van nieuw ontwikkelde chemische processen. Ook het onderzoek naar kernfusie lijkt uit het slop geraakt te zijn met het internationale ITER project waaraan nu ook de Verenigde Staten hebben toegezegd mee te zullen doen. De ITER zou de eerste fusiereactor moeten zijn waar meer energie uitkomt dan er ingaat om de fusiereactie in gang te zetten. Echt grootschalige toepassing van kernfusie ligt nog wel dertig tot vijftig jaar in de toekomst schatten de experts maar de mogelijkheden van kernfusie zouden bijna onbeperkt zijn en bijna niet vervuilend.

Deze technische meevallers komen op een goed moment want de andere energiebronnen worden steeds minder betrouwbaar. De belangrijkste, olie, lijkt op haar hoogtepunt te zijn. Volgens een toenemend aantal analisten ligt de huidige jaarproductie al ver boven de nieuwe voorraden die elk jaar ontdekt worden. Met de huidige groei van het energieverbruik betekent dit dat op een gegeven moment (misschien al binnen tien jaar) de productie zal gaan afnemen en onvoldoende zal zijn om aan de vraag te voldoen. Door de hogere energieprijs worden alternatieven als olie uit teerzanden dan winstgevend en de concurrentie zal ervoor zorgen dat ook deze goedkoper zullen worden. Het blijft echter schipperen met de fossiele brandstoffen en het is duidelijk dat als de mensheid verdere vooruitgang wil boeken ze de komende eeuw hier niet genoeg aan heeft.

Het bekende alternatief uit de groene hoek zijn dan de 'duurzame energiebronnen' als biomassa, windenergie en zonnepanelen. Energie uit biomassa ('groene stroom') is in feite oplichterij omdat het noch schoon noch efficiënt is om hout, mest en tuinafval te verbranden. De opbrengsten van windenergie vallen blijkbaar ook tegen omdat alleen dankzij grote subsidies en allerlei belastingvoordelen de sector overeind kan blijven. In feite zijn het ook niet meer dan verbeterde windmolens. Schattig maar niet voldoende om een industrieland te laten draaien, laat staan te laten groeien. Zonnepanelen lijken meer succes te hebben. Geïnstalleerd op de daken van huizen zouden ze in principe in staat zijn om in de energievoorziening van die huizen te voorzien. Er wordt zelfs gesproken over de mogelijkheid om brandstofcellen in huizen te installeren. In brandstofcellen vindt een chemische reactie plaats tussen vloeibare waterstof en vloeibare zuurstof (met als product water) waarbij energie vrijkomt. Met de zonnepanelen zouden dan de vloeibare waterstof en de vloeibare zuurstof gemaakt kunnen worden zodat de brandstofcel als een soort accu dienst zou doen. Omdat brandstofcellen ook gebruikt kunnen worden om auto's aan te drijven denken sommigen dat dit plan het ei van Columbus is. Helaas vergeten ze hierbij dat voor het maken van de huizen, auto's, wegen en brandstofcellen ook heel veel energie nodig is. Veel meer dan het laten functioneren van een huis.

Energie en vrijheid
Veel milieuactivisten erkennen de problemen en beperkingen van de 'duurzame energiebronnen' en verplaatsen de discussie dan naar het morele vlak. Hoog energieverbruik is in hun ogen immoreel en sommigen hebben het over het 'verkrachten van de Moeder Aarde' als het over de winning van fossiele brandstoffen gaat. Anderen spreken losjes over de mensheid als een kankergezwel waar de natuur vanzelf wel mee af gaat rekenen. Hun oplossing, de enige moreel juiste, is een terugkeer naar de steady state. In deze situatie blijft de mensheid precies in evenwicht met de natuur en zal de 'normale situatie' van voor de industrialisatie (voor sommigen zelfs van voor de landbouw) hersteld worden. Een uitgebreid stelsel van regels zal ervoor zorgen dat individuen en bedrijven de natuurtoestand niet zullen verstoren. Niet alleen regels maar ook indoctrinatie met behulp van 'ethiek' is een handig hulpmiddel waardoor mensen intern hun gedachten gaan corrigeren.

Dit proces is duidelijk in volle gang in Nederland en Europa waar de milieuregels steeds verder om zich heen grijpen en het Kyoto verdrag is een manier om dit ook internationaal vast te leggen. Ook de nadruk op de ethische kanten wordt steeds verder opgevoerd. De studenten van de door bezuinigingen geplaagde faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Leidse universiteit moeten nu bijvoorbeeld verplicht twee weken per jaar aan ethiek besteden. Misschien is het geen toeval dat de baas van de faculteit, Frans Saris, een belangrijke rol speelde in het laten stilleggen van de reactor in Petten toen hij nog de baas was van het onderzoekscentrum van energie daar. Vast staat wel dat er in de 'ethieksector' de komende jaren een hoop geld verdiend kan worden zonder dat daarvoor vakinhoudelijk wat gepresteerd hoeft te worden. Iedereen is eigenlijk toch een expert in ethiek als het erop aankomt.

Dit alles komt de vrijheid niet ten goede. Weliswaar zijn de mensen achter deze beweging in grote meerderheid tegen het inperken van vrijheid en hebben zij niet als doel om een soort groene dictatuur te vestigen maar dat is wel het logische gevolg van hun inspanningen. Het tempo van maatschappelijke vooruitgang wordt namenlijk bepaald door de sector die het langzaamste vooruitkomt. Door de hele geschiedenis heen zijn maatschappelijke hervormingen stukgelopen op de achterlijkheid van bepaalde sectoren. Als nu het doel is om de energiesector achterlijker te maken door op morele gronden voor minderwaardige technologie te kiezen dan is het gevolg dat de hele maatschappij achterlijker zal worden. Het gevolg daarvan is dan weer dat de keuzemogelijkheden en dus de vrijheden van mensen beperkt worden.

Conclusie
De kernindustrie staat in Nederland met de mogelijke sluiting van Borssele op een cruciale tweesprong van afsterven of voortbouwen op de kennis en ervaring uit het verleden om een veel grotere rol in de energievoorziening te gaan spelen. Door de staat van de energiesector als geheel staat Nederland ook voor een duidelijke keus: kiezen voor verdere vooruitgang of vrijwillige achteruitgang op grond van morele principes. Uit de initiatieven van het personeel van Borssele blijkt wel dat de kernindustrie mensen heeft die ervoor willen gaan om de Nederlandse economie verder te helpen. Het lijkt me ook belangrijk dat er gekeken gaat worden naar, mocht de centrale openblijven, hoe privatisering de sector de kans zou geven om haar potentieel waar te maken.

In de late oudheid waren er in de oostelijke provincies van het Romeinse rijk christenen die de woestijn introkken om daar als dieren te leven van de waterplassen, grassen en karkassen van dode dieren en in grotten te schuilen. Op deze manier dachten zij dichter bij God te komen en zo de ultieme vrijheid te bereiken. Hun denkfout was dat ze niet inzagen dat juist in de slechte en verdorven maatschappij die vrijheid te bereiken was door hard te werken om de wereld te verbeteren. Hopelijk wordt deze denkfout niet nog eens gemaakt.

Gerelateerde links:
- Site van het personeel van Borssele
- Site over de komende oliecrisis

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl