“Every joke is a tiny revolution. ”
George Orwell

Issues - Inflatie

Door Redactie

28 januari 2005

Oorspronkelijk bedoelde men met inflatie meestal geldinflatie, het vergroten van de geldhoeveelheid door de centrale bank. Geldinflatie leidt op haar beurt meestal tot prijsinflatie, het stijgen van de prijzen.

Tegenwoordig bedoelt men met inflatie meestal prijsinflatie. Inflatie is niet prettig voor de gewone burger. Ons geld wordt steeds minder waard. Vooral als we willen sparen is dat vervelend. Op veel spaarrekeningen wordt de rentewinst al gauw teniet gedaan door de inflatie. En als we dan ook nog eens vermogensbelasting over ons spaargeld moeten betalen, is het zelfs mogelijk dat we netto een negatief rendement hebben.

Inflatie is een merkwaardig fenomeen. Het is enerzijds een vorm van oplichting die makkelijk te doorzien is, en tegelijkertijd iets dat al zo lang gemystificeerd is met wetenschappelijk klinkende processen als monetair beleid, dat zowel de daders als de slachtoffers van het inflatiedrama niet zien dat de keizer geen kleren aanheeft.

Inflatie is een merkwaardig fenomeen. Het is enerzijds een vorm van oplichting die makkelijk te doorzien is, en tegelijkertijd iets dat al zo lang gemystificeerd is met wetenschappelijk klinkende processen [...]
Laten we eerst illustreren dat inflatie simpelweg een vorm van oplichting is. Stel Jan, Piet en Klaas komen op een onbewoond eiland terecht. Het is gelukkig een rijk eiland, met eetbare planten en vruchten, dieren waar je op kunt jagen en bomen om hutten van de maken. De drie mannen leren op te overleven en er treedt een zekere arbeidsspecialisatie op. Jan is goed in jagen, Piet in timmeren, etc. Er onstaat ruil van goederen en diensten. Op een gegeven moment komen ze op het idee dat die ruil efficiënter zal gaan met een ruilmiddel. Aangezien Jan drukker is, en toevallig zijn drukkersspullen bij zich had toen ze op het eiland aanspoelden, vragen ze Jan om 300 biljetten te maken. Elk biljet wordt een "Zeuro" genoemd en zal dienen als geld. Iedereen krijgt om te beginnen 100 Zeuro's en daarmee kunnen ze van elkaar goederen en diensten kopen. Als de een wat minder geld heeft zal hij weer wat meer moeten werken om bij te verdienen. Als een ander wat meer heeft, kan hij het een tijd lang wat rustiger aan doen en wat meer van anderen kopen. Zo schommelt van iedereen zijn vermogen rond de 100 euro, terwijl alle geldtransacties ervoor zorgen dat er een eerlijke en efficiënte verdeling is van werk en consumptie.

Iedereen is tevreden. Totdat Piet een idee krijgt. Hij is wel blij met zijn welvaart, maar zou toch nog liever lui zijn en minder werken, en toch dezelfde hoeveelheid goederen en diensten consumeren. Dus midden in de nacht breekt Piet in in de hut van Jan. Stiekem laat hij de drukmachine draaien, drukt 300 extra Zeuro-biljetten en neemt ze mee. De komende dagen werkt hij minder hard en begint meer geld uit te geven, om lekker te kunnen genieten. Hij heeft immers 300 Zeuro extra, dus hoeft hij voorlopig niet zuinig meer te zijn. Maar het gaat Jan en Klaas opvallen dat hoewel er veel vraag is naar hun producten, wat op zich prettig is, de prijzen van de producten van iedereen flink zijn gestegen. Sterker nog, hun inschatting is dat de prijzen zelfs ongeveer verdubbeld zijn. Dat is voor de verkoop niet erg, maar het is wel vervelend voor al hun spaargeld waar ze zo hard voor gewerkt hadden, en dat nu ongeveer nog maar de helft waard is. Ze kunnen maar niet begrijpen hoe dit komt. Maar de reden is dat, zonder dat ze het weten, er nu dubbel zoveel geld in omloop is. Als ze met zijn drieën nu gezamenlijk daardoor de neiging hebben ook ongeveer dubbel zoveel uit te geven per dag, dan is er dagelijks een dubbele hoeveelheid geld om de dagelijkse productie op te kopen. Dus moeten de prijzen ongeveer verdubbeld zijn om vraag en aanbod aan elkaar gelijk te maken. Er is meer geld dat concurreert om dezelfde hoeveelheid producten op te kopen en daardoor worden de marktprijzen omhoog geboden. Heel logisch allemaal.

Maar Jan en Klaas kunnen het maar niet begrijpen. Totdat Jan een ingeving krijgt. Hij vraagt iedereen al zijn geld op tafel te leggen zodat ze het kunnen optellen. Jan en Klaas leggen elk 200 Zeuro op tafel. Piet, die argwaan begint te krijgen, weet dat hij ook 200 Zeuro heeft. Zenuwachtig zegt hij dat hij geen geld meer heeft, dat hij alles heeft opgemaakt. Helaas voor Piet ligt er echter al 400 Zeuro op tafel, dus 100 Zeuro meer dan er in totaal oorspronkelijk gedrukt werd. Piets zenuwachtig gedrag leidt tot vermoedens bij Jan en Klaas. Het een leidt tot het ander en uiteindelijk legt Piet zijn 200 Zeuro ook op tafel en legt een volledige bekentenis van valsemunterij af. De hoeveelheid geld wordt weer teruggebracht tot 300 Zeuro, ze spreken met Piet een regeling af waarbij hij over een bepaalde periode de financiële schade aan Jan en Klaas afbetaalt en daarmee is de kous af. Iedereen leeft weer gelukkig en welvarend door en het probleem doet zich niet opnieuw voor.

Goed, het verhaal is duidelijk en makkelijk te begrijpen. Piet heeft aan valsemunterij gedaan. Hij heeft bankbiljetten bijgedrukt waardoor hij zelf financieel voordeel kreeg ten koste van de rest. Het is iedereen duidelijk dat dit een vorm van oplichting is die moet ophouden en waarvan Piet te schade moet terugbetalen. Stel nu dat het iets anders was gegaan. In plaats van Piet was het Jan, de eigenaar van de drukpers, die stiekem 300 Zeuro had bijgedukt en zichzelf daarmee verrijkt had. En Stel dat Jan op dezelfde manier betrapt was en beschuldigd was van valsemunterij. Dan had Jan zich als volgt kunnen verdedigen:

"Ik ben geen valsemunter. Ik ben eigenaar van de geldpers, en jullie hebben mij verantwoordelijkheid gegeven voor het uitgeven van geld. De biljetten die ik gedrukt heb zijn geen valse biljetten, maar officiële Zeuro's. Kijk maar naar de kwaliteit, ze zijn niet te onderscheiden van alle eerder gedrukt biljetten. Ik heb het geld niet gedrukt om mezelf te verrijken, maar ik heb het gedaan om de economie voor iedereen gezond te houden. Het was me opgevallen dat niet iedereen altijd aan het werk was. Er was werkloosheid, wat heel erg was. Daarom besloot ik een goede daad te doen, namelijk de uitgaven te verhogen en zodoende de economie te stimuleren en de werkloosheid tegen te gaan. Om de uitgaven te verhogen moest ik wel geld bijdrukken. Maar dat geld dient niet alleen voor mijn eigen consumptie. Dat geld is een investering in de economie waar iedereen ontelbare voordelen van heeft. Door het multiplier-effect wordt iedereen rijker. Ik geef het extra geld uit aan Karel, waardoor de productie van vruchtenplukken gestimuleerd wordt. Karel geeft zijn verdiende geld weer uit aan Piet, waardoor de productie van bomenkappen gestimuleerd wordt. Het geld dat ik bijdruk wordt wel tien keer uitgegeven en de extra vraag die ik uitoefen wordt zodoende wel met een factor tien vermenigvuldigd. Ik ben een weldoener van de maatschappij en heb gezorgd dat de economie voor iedereen beter is gaan draaien.

Bovendien heb ik het grote gevaar van deflatie bestreden. Jullie werden steeds productiever, waardoor de dagelijkse productie toenam en de prijzen daalden. Maar omdat de prijzen daalden, daalden ook de lonen en de winsten, waardoor de vraag bijna ineenstortte. Daardoor moest ik de geldhoeveelheid verhogen om de vraag op peil te kunnen houden. Dat is niet mijn schuld, maar iets dat door de groeiende economie noodzakelijk werd. Bovendien waren extra investeringen nodig om de economie te moderniseren en de economische groei te verhogen. Zoals jullie weten heb ik jullie vorige week nog tegen een heel laag rentetarief geld geleend. Dat was enorm aardig van me. Maar om eerlijk te zijn was dat ook wel nodig voor de economie. De economie stond namelijk op dat moment op een laag pitje, dus was het broodnodig om goedkoop geld ter beschikking te stellen om investeringen te stimuleren en de economie weer op gang te brengen. Dus het was onvermijdbaar om extra geld bij te drukken om al jullie kredietaanvragen te kunnen honereren. Het was niet mijn beslissing om extra geld bij te drukken, dat is gewoon een automatisch proces dat in werking treedt zodra het aantal kredietaanvragen groter wordt.

Maar dat is juist goed in plaats van slecht. Die gelduitbreiding is juist een teken dat er weer groei zat in de economie, dat er weer investeringen gedaan werden. Die investeringen tegengaan door de geldkraan dicht te draaien zou gekkenwerk zijn geweest. Maar goed, ik probeer het jullie zo goed mogelijk uit te leggen, maar in werkelijkheid is monetair beleid zo complex dat het niet allemaal door leken zoals jullie te begrijpen valt. Maar je kunt erop vertrouwen dat ik de meest moderne econometrische modellen en theorieën gebruik om de geldhoeveelheid en kredietexpansie optimaal aan de benodigdheden van de economie aan te passen. Dus jullie moeten maar op mij vertrouwen en me dankbaar zijn, want ik vervul een onmisbare functie voor het gezond houden van onze economie en geld is veel te belangrijk om zomaar aan onpersoonlijke marktkrachten over te laten."

Zouden Piet en Klaas hier in trappen? Natuurlijk niet. Ze zullen hem niet anders beoordelen dat in het geval van Piet, waarin hij gewoon toegaf ter eigen verrijking geld bijgedrukt te hebben. De reden dat Piet en Klaas hier niet in zullen trappen is omdat zij er te dicht op zitten. Het is hun evident dat Jan zich verrijkt ten koste van de anderen. Zij hebben zelf ervaren hoe het vroeger prima ging, en dat ze opeens een stuk armer werden toen Jan extra geld ging drukken. Al zijn rationalisaties maken daarom geen indruk op ze. Ze weten dat de keizer geen kleren aanheeft en ze zien in dat die rationalisaties slechts rationalisaties zijn.

Maar onze overheid (of tegenwoordig de Europese Centrale Bank) doet precies hetzelfde als Jan. Net als Jan verdient de overheid aan inflatie ten koste van het armer worden van de rest van ons. En ze gebruikt precies dezelfde rationalisaties. Maar de manier waarop de overheid inflatie creëert is wel veel complexer. Inflatie maken door simpelweg bankbiljetten bij te drukken zou tegenwoordig als hopeloos ouderwets worden bestempeld. Tegenwoordig doen ze het voornamelijk door giraal geld te creëren. Dat gebeurt o.a. door kredietexpansie, manipulatie van de rentestand en door het aanpassen van het percentage uitgeleend geld dat banken verplicht zijn in reserve te houden. En uiteraard is dit allemaal nodig om de economie gezond te houden en te zorgen dat de vraag op peil blijft en dat de economie niet onder- of oververhit raakt. Het nieuwste excuus is het zogenaamde gevaar van deflatie. Om deflatie te voorkomen kunnen we voor de zekerheid maar het beste voor een redelijk niveau van inflatie zorgen.

Er is maar een reden voor het afschaffen van de goudstandaard geweest: het mogelijk maken van inflatie. Daarnaast heeft de overheid natuurlijk al het goud van haar burgers gestolen toen de goudstandaard werd afgeschaft.
Significante geldinflatie, wat in het algemeen de oorzaak is van prijsinflatie, werd pas mogelijk door het afschaffen van de goudstandaard. Als het geld door goud gedekt moet zijn, kun je immers niet zomaar de geldhoeveelheid laten stijgen. De geldhoeveelheid is gekoppeld aan de hoeveelheid goud, wat met hoge kosten uit de grond moet worden gehaald. Gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw was er juist prijsdeflatie, dalende prijzen. Omdat de economische groei groter was dan de stijging van de geldhoeveelheid hadden prijzen de neiging om te dalen in plaats van te stijgen. Het feit dat we nu nepgeld hebben is historisch gezien een zeldzame situatie. Het heeft eeuwen geduurd voordat de overheid mensen kon overtuigen dat nepgeld ook geld was (in Nederland rond 1914), in vroeger tijden was het begrepen dat geld zijn waarde krijgt doordat het gedekt is door iets van waarde. Er is maar een reden voor het afschaffen van de goudstandaard geweest: het mogelijk maken van inflatie. Daarnaast heeft de overheid natuurlijk al het goud van haar burgers gestolen toen de goudstandaard werd afgeschaft. Van het ene moment op het andere trok te overheid haar belofte terug om papiergeld op verzoek in te wisselen tegen goud. Tot op de dag van vandaag verkoopt de overheid regelmatig een deel van de goudreserve. Goud dat door eerlijke mensen vroeger na hard werken en sparen bij de overheid in vertrouwen in bewaring werd gegeven, in ruil voor de garantie dat ze het op elk moment konden terugvragen, wordt nu door de overheid verkocht en de opbrengst wordt in eigen zak gestoken. Een particuliere bank zou voor zoiets door de rechter zwaar veroordeeld en gestraft worden.

MeerVrijheid is voor het weer invoeren van de goudstandaard. Opmerkelijk is dat zelfs de president van de Amerikaanse Centrale Bank voor de goudstandaard is. Om preciezer te zijn is MeerVrijheid voor free banking. Dat wil zeggen dat er volledige vrijheid moet zijn voor iedereen om geld uit te geven zoals hij wil. Dat wil niet zeggen dat je het geld van anderen mag namaken, maar dat de uitgifte en afspraken over geld aan de markt dienen te worden overgelaten en dat de overheid zich er niet mee dient te bemoeien, behalve ingrijpen als er fraude wordt gepleegd. Hoewel de goudstandaard niet verplicht is onder free banking, lijkt het MeerVrijheid waarschijnlijk dat de goudstandaard op de markt weer de meest gebruikelijke geldstandaard zal worden. Als je, zoals MeerVrijheid, de waarde en noodzaak van een vrije markt inziet, dan is het logisch dat je om te beginnen voor een vrije markt op het gebied van gelduitgifte bent. Geld is immers de kern van de hele economie die de rest van de vrije markt mogelijk maakt. Met de huidige monopolisatie van het geld, krediet en de rentetarieven door de overheid kan de hele economie niet goed functioneren. Economen als Rothbard en von Mises denken ook dat recessies voornamelijk worden veroorzaakt door het monetaire beleid van de overheid. Met free banking zouden die recessies vermeden worden.

Quotes:

Inflatie is de enige vorm van belasting die opgelegd kan worden zonder wetgeving.
- Milton Friedman

Inflatie is even gewelddadig als een rover, even beangstigend als een gewapende overvaller en even dodelijk als een huurmoordenaar.
- Ronald Reagan

Gerelateerde links:
- Henry Sturman: Inflatie
- Alan Greenspan: Het goud en de economische vrijheid
- Peter R.A. van Maanen: Recessies zijn onnodig
- J. G. Hülsmann: De Culturele en Spirituele Erfenis van Fiat-Inflatie
- Koopstakinggekte
- Berdt van der Lingen: Inflatie is diefstal!
- Deflatie, de nieuwe werkelijkheid
- Wie veroorzaakt nu eigenlijk inflatie?
- Geldontwaarding
- De Japanse Crisis
- De geschiedenis van de goudstandaard
- Free banking
- De goudstandaard
- Murray Rothbard: What Has Government Done to Our Money
- Business Cycle Primer

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl