Over de ramp met de Columbia en de commerciële ruimtevaart

Door Marc Bajema

2 februari 2003

De explosie van het ruimteschip Columbia op 60 kilometer boven Texas kan leiden tot een voorlopig einde van bemande ruimtevaart in het Westen. Doordat de andere ruimteveren nu waarschijnlijk maanden of zelfs meer dan een jaar aan de grond zullen blijven en de lanceercapaciteit van de Russen zeer beperkt is zal het zeer moeilijk worden om het Internationale Ruimtestation ISS in de lucht te houden. Aan dit ISS is al bijna twintig jaar gewerkt en zonder het station hebben ook de ruimteveren geen noemenswaardige bestemming meer.

De aanloop naar deze situatie begon in 1969; het jaar waarin het Amerikaanse ruimteprogramma haar ultieme triomf behaalde met de eerste bemande maanlanding. De vraag was wat er daarna moest gebeuren en de raketdeskundigen zeiden dat het volgende logische doel Mars was. In tegenstelling tot de Maan zou Mars wel mogelijkheden bieden voor menselijke bewoning en men hield ook de mogelijkheid nog steeds open dat er een primitieve vorm van leven zou kunnen bestaan. Het plan was om eerst een ruimteveer te ontwikkelen, vervolgens een ruimtestation in een baan om de Aarde om van daaruit de interplanetaire ruimte verder te verkennen met een eerste bemande landing op Mars in 1986. President Nixon besloot echter anders. Mars was te duur en de linkse oppositie scoorde goed door te stellen dat het geld beter aan de sociale zekerheid uitgegeven kon worden. In plaats van Mars kreeg de NASA alleen geld voor de eerste stap: het ruimteveer. Dit kon immers ook voor andere zaken zoals defensie gebruikt worden en zou door zijn herbruikbaarheid de kosten met een factor tien kunnen terugbrengen.

Het resultaat was dat het ruimteveer een schip zonder echt doel was. De gedachte was dat door de kosten te verlagen nieuwe markten gestimuleerd zouden worden. Om dit te bereiken moest de shuttle vaak vliegen wat een enorme druk op het personeel legde waarvan de explosie van de Challenger in 1986 het gevolg was. Daarna stelde men de plannen bij: het ruimteveer zou alleen nog maar voor overheidsdoelen gebruikt worden. Maar de overheid had weinig doelen en het resultaat was dat het aantal vluchten per jaar tot zes beperkt werd. Het jaarlijkse budget is $ 3 miljard wat betekent dat iedere vlucht $ 500 miljoen kost; driemaal duurder dan een wegwerpraket met een vergelijkbare capaciteit. Dit terwijl een extra vlucht inboeken maar $ 60 miljoen kost. Het grootste deel van het budget gaat naar de infrastructuur en het vaste personeel. Door bezuinigingen tijdens de Clinton regering is er sprake van veel achterstallig onderhoud en is ervaren personeel ontslagen.

Het bemande ruimteprogramma van de VS leek al voor de ramp hopeloos gestagneerd te zijn. Want ook het nieuwe project, het Internationale Ruimtestation ISS werd geplaagd door uit de hand lopende kosten en steeds verdere vertragingen. De regering Bush heeft geprobeerd de zaak onder controle te krijgen en was daar ook gedeeltelijk in geslaagd. Het was zelfs de bedoeling om maandag 3 februari een nieuw project aan te kondigen genaamd Prometheus dat als doel had om een nucleaire raketaandrijving te ontwikkelen voor eerst onbemande maar later ook bemande reizen naar de planeten van het zonnestelsel. Ook al is er technisch geen reden om hier nu van af te zien zal de toegenomen aandacht voor veiligheid er waarschijnlijk voor zorgen dat Prometheus 'in de vriezer' gezet wordt.

Einde van een tijdperk?


Bemanning Columbia
Kortom, het bemande ruimteprogramma van het Westen en ook van Rusland is in serieuze problemen en de kans is zeker aanwezig dat het voorlopig afgelopen is hoewel China nu juist heeft aangekondigd dat het land dit jaar haar eerste bemande ruimteschip zal lanceren. Maar in de Westerse wereld lijkt de ramp met de Columbia bijna symbolisch voor de afnemende aandacht voor ruimtevaart en techniek en wetenschap in het algemeen. De cijfers over de afnemende studentenaantallen voor deze studies spreken boekdelen. Aan de TU Delft is de opleiding geodesie (toch niet onbelangrijk!) zelfs helemaal opgeheven. De vraag blijft hoe onze complexe samenleving die afhankelijk is van juist techniek en wetenschap verder moet. Het zal best mogelijk zijn om met de nog bestaande capaciteit de zaak draaiende te houden maar de mogelijkheid om nieuwe problemen op te lossen verdwijnt uit beeld.

De vraag is natuurlijk ook of het zo erg is om de bemande ruimtevaart te verliezen. Het ging immers toch vooral om prestige en niet om projecten om concrete maatschappelijke problemen op te lossen. Waar hebben we zo'n fossiel uit de koude oorlog eigenlijk nog voor nodig in een tijd van globalisering en informatietechnologie? Het simpele antwoord is dat als de mensheid zich verder wil ontwikkelen het nodig is om meer kennis te verwerven door onderzoek en nieuwe energiebronnen aan te boren. En wat beide betreft stelt de Aarde grenzen aan de groei. Weliswaar zouden we een globale samenleving kunnen ontwikkelen waarin de geschiedenis 'voorbij' is maar in de praktijk zou dit een gesloten samenleving zijn die door het gebrek aan economische groei en nieuwe inzichten zou fossiliseren om langzaam af te sterven.

Een andere benadering
Het is niet erg waarschijnlijk dat het mogelijk zal zijn om de NASA en haar stagnerende programma nieuw leven in te blazen en de vraag is ook of dat wel zou moeten. Misschien is een van de lessen die getrokken moet worden uit deze tragische ramp dat een overheid niet de juiste instelling is om de ruimte te verkennen. Want een van de oorzaken van de hoge kosten en hoge risico's zou wel eens het gebrek aan concurrentie en alternatieven in deze sector kunnen zijn. Dit remt innovatie af en zorgt voor een eindeloze cyclus van oplopende kosten en uitgestelde deadlines. Ook een beter management komt niet van deze structurele hindernissen af.

Ondertussen begint er zich wel een alternatief te vormen. Zo is er de 'X-prize' naar het model van de Orteig prijs die Lindbergh in 1929 won met zijn eerste nonstop vlucht van Amerika naar het Europese continent. Nu is het doel om een ruimteschip een zogenaamde suborbitale vlucht te laten maken die boven de honderd kilometer komt. Zo'n suborbitale vlucht komt niet in een baan om de Aarde maar kan met een snelheid van zesmaal die van het geluid toch tot honderd kilometer hoogte komen. Na het hoogste punt bereikt te hebben valt het toestel weer terug in de dampkring (met een veel lagere snelheid dan de Columbia). Tot zoiets was de Duitse V-2 raket uit de tweede wereldoorlog al in staat en het lijkt erop dat binnen een jaar of twee een van de teams met de $ 10 miljoen naar huis kan. Zulke ballistische ruimtevliegtuigen zouden op de iets langere termijn voor snel transport en zelfs passagiersvervoer gebruikt kunnen worden. De XCOR corporation is al serieus bezig om een toestel te ontwikkelen voor precies deze doelen. Wordt de prijs gewonnen dan liggen andere voor de hand zoals het bereiken van een baan om de Aarde (wel een snelheid van Mach 25 voor nodig) en ook nog verder. Het gevaar is echter dat de autoriteiten zich hier teveel mee zullen bemoeien (zeker na deze ramp) en onmogelijke voorwaarden gaan stellen. Zou Lindbergh Parijs hebben bereikt als er een ambtenaar in zijn nek had gehijgd?

Toch zal totdat er een echt onafhankelijke sector is de overheid nog een rol moeten spelen. Dat kan bijvoorbeeld door het stimuleren van aankomende ruimtevaartbedrijven door belastingvrijstelling (zero G, zero taxes!) en door het compleet door bedrijven laten uitvoeren van overheidstaken. Zo zal de innovatie weer op gang kunnen komen waardoor de producten betrouwbaarder en goedkoper worden.
En dat moet gebeuren want het is veel te makkelijk om het ruimteprogramma weg te lachen als nutteloze publiciteitsshow. Op de korte termijn merken we er natuurlijk niks van als het wegvalt maar op de langere termijn zouden de gevolgen zeer nadelig zijn. De zeven omgekomen bemanningsleden van de Columbia moeten dat denk ik beseft hebben toen ze dit risico namen.

Twee websites over het particuliere ruimteprogramma:
- www.xprize.com
- www.xcor.com

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl