Leve het sekstoerisme!

Door Bart Croughs

7 januari 2002

Sekstoeristen zijn weinig geliefd.

Discriminerende, stigmatiserende en vooroordeelbevestigende uitlatingen over deze minderheid vormen schering en inslag, zonder dat er ooit een progressieve intellectueel opstaat die daar bezwaar tegen aantekent. De uitzending van Lief en Leed in januari over sekstoerisme bevestigde dit beeld: de aanwezige sekstoeristen werden door het publiek hard aangevallen, en was er niemand die een goed woordje voor ze deed.

Een van de stigmatiserende vooroordelen over sekstoeristen luidt aldus: sekstoeristen zijn lelijke, oude, kale, vette mannen die alleen in de Derde Wereld nog aan hun trekken kunnen komen. Stel dat dit waar is, wat is daar dan precies zo verwerpelijk aan? Het lijkt me dat iedere verlichte intellectueel deze gang van zaken zou moeten toejuichen. Immers, door het sekstoerisme wordt de ongelijkheid in de wereld teruggedrongen -toch het ultieme doel van de progressieve denker. Mannen die door ouderdom, kaalheid, vetheid, etcetera weinig aantrekkelijk zijn, komen op seksueel gebied slechter aan hun trekken dan mannen die jong, slank, etcetera zijn. Een schandelijke vorm van ongelijkheid, zeker niet minder erg dan de ongelijkheid in inkomens die onze kapitalistische samenleving zo onrechtvaardig maakt. Gelukkig bestaat er voor de seksueel kansarmen de mogelijkheid om de Derde Wereld te bezoeken, alwaar ze hun achterstandssituatie kunnen inlopen. Men zou kunnen zeggen dat het sekstoerisme de emancipatie van het seksuele proletariaat betekent. Dat juist verlichte geesten kritiek uiten op deze vorm van gelijkheidspolitiek, is dan ook zeer merkwaardig.

Een veelgehoord bezwaar tegen sekstoeristen is dat ze 'misbruik' maken van de Derde Wereld-hoertjes, die slechts door armoede gedwongen voor hoer spelen. Een merkwaardige redenering. Wie zich de armoede van de Derde Wereld-hoertjes aantrekt, zou ze juist zoveel mogelijk klanten moeten toewensen. Als de sekstoeristen wegblijven uit de Derde Wereld, is het enige gevolg dat de armoede onder de Derde Wereld-hoer- tjes, die de inkomsten van de sekstoeristen moeten missen, nog schrijnender vormen zal aannemen. De sekstoeristen doen in feite aan een vorm van ontwikkelingshulp, en een bijzonder effectieve vorm van ontwikkelingshulp ook nog: het geld verdwijnt voor de verandering niet in de zakken van corrupte ambtenaren en politici, en wordt ook niet besteed aan wapens of zinloze prestigeprojecten, maar komt rechtstreeks in de zakken van de arme bevolking terecht. Daar komt bij dat de sekstoeristen over het algemeen zeer vrouwvriendelijk zijn, en vrij massaal aan positieve discriminatie doen: de overgrote meerderheid geeft de voorkeur aan vrouwelijke prostitués boven mannelijke prostitués. Daarmee bieden ze de achtergestelde Derde Wereld-vrouwen een extra mogelijkheid om hun economische positie te verbeteren.

Een ander bezwaar tegen sekstoeristen is dat ze de Derde Wereld-hoertjes zouden afschepen met een fooi; termen als 'uitbuiting' worden niet geschuwd. In deze optiek is sekstoerisme op zich niet verwerpelijk, als de sekstoeristen maar meer zouden betalen voor de hun aangeboden diensten. Ook dit is een merkwaardig bezwaar. Immers, sekstoeristen betalen ook voor eten, drinken, overnachtingen, vervoer, etcetera in de Derde Wereld 'een fooi', zonder dat ooit iemand zich daar druk over maakt, en zonder dat iemand de sekstoerist aanspoort restauranthouders, taxichauffeurs, en anderen meer te betalen dan de marktprijs. Waarom dan wel voor de hoertjes meer zou moeten worden betaald dan de marktprijs, blijft volledig in het duister.

Een laatste bezwaar luidt dat er in de Derde Wereld vrouwen zijn die onder dreiging van geweld gedwongen worden de hoer te spelen, en dat het sekstoerisme daarom verwerpelijk is. Maar als je de Nederlandse media mag geloven zijn er ook in Nederland de laatste jaren vele vrouwen die onder dreiging van geweld in de prostitutie te werk worden gesteld. Wie om deze reden tegen het sekstoerisme is, zou dus ook tegen de prostitutie in Nederland moeten ageren; er is geen reden om de sekstoeristen aan te vallen maar de hoerenlopers in Nederland met rust te laten. Eerder omgekeerd: wanneer de Nederlandse hoerenlopers besluiten niet meer naar de hoeren te gaan, dan kunnen de Nederlandse hoeren die op die manier brodeloos worden gemaakt gewoon de bijstand in; dit in tegenstelling tot de hoeren in de Derde Wereld, voor wie het alternatief doorgaans bittere armoede is. Voorts is het natuurlijk een merkwaardige gedachte dat wanneer er in een bepaalde industrie misstanden voorkomen, dat dan die hele industrie maar moet worden afgeschaft. Logischer lijkt het me om te pogen die misstanden aan te pakken. Men kan hier een voorbeeld nemen aan Max Havelaar. Deze vooruitstrevende organisatie heeft een keurmerk ingesteld, zodat progressieve chocolade-eters en koffiedrinkers zeker weten dat er geen uitbuiting kleeft aan hun versnaperingen. Waarom is er nog geen progressieve organisatie opgestaan die een keurmerk voor Derde Wereld-bordelen heeft ingesteld, zodat de verlichte sekstoerist de garantie heeft dat in het bordeel van zijn keus alle vrouwen op vrijwillige basis werkzaam zijn?

Conclusie: de bezwaren tegen het sekstoerisme berusten op drijfzand, terwijl met het sekstoerisme wel drie zeer progressieve doelen worden gediend: 1) het bevordert de seksuele gelijkheid in de wereld; 2) het bestrijdt de armoede in de Derde Wereld; 3) het bevordert de economische positie van de vrouw. Door het heersende taboe op sekstoerisme worden heel wat vooruitstrevende en andere conventioneel denkende mannen ervan weerhouden om tijdens hun vakantie deze mooie doelen te verwezenlijken. In plaats van het taboe op sekstoerisme in stand te houden, zou het sekstoerisme dan ook door iedere verlichte intellectueel zoveel mogelijk moeten worden aangemoedigd.

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl