Groepsverschillen in aangeboren aanleg? Racist!

Door Marcel Roele

21 januari 2003

Op 31 maart 2000 hield emeritus hoogleraar psychologie Dolph Kohnstamm aan de Universiteit van Amsterdam de eerste Kohnstammlezing, die is vernoemd naar zijn grootvader, een beroemd opvoedkundige uit de eerste helft van de vorige eeuw.


Dolph Kohnstamm
De titel van de lezing was: `Hulp speciaal aan leerlingen met goede werklust.' Kohnstamm stelde voor om als onderdeel van Amsterdamse pedagogische opleidingen iedere student één jaar lang tutor te laten zijn van een kind uit de minderheden. Niet de hoogbegaafden zouden begeleid moeten worden, want zij komen er toch wel, maar leerlingen die blijk geven van een goede werklust. "Misschien dat zij niet tot de intellectuele elite gaan horen, maar zijn andere groepen, zoals het stevige middenkader, voor de emancipatie van een bevolkingsgroep niet minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker gebleken?"

In een terzijde sprak Kohnstamm even over groepsverschillen in aangeboren aanleg: "De negatieve balans van het onderwijsachterstandenbeleid volgt telkens weer uit de grondgedachte dat er tussen de kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen, autochtoon of allochtoon, blank of gekleurd, man of vrouw, gemiddeld genomen geen verschillen in prestaties behoren te zijn. Zolang die verschillen er zijn heeft het beleid `gefaald'. Gedachten aan de mogelijkheid dat bijvoorbeeld kinderen geboortig uit eeuwenlang geïsoleerde bergdorpen, door reeksen van interfamiliale huwelijken, gemiddeld van aanleg minder begaafd kunnen zijn dan kinderen geboortig uit vrijere stedelijke kringen, verwerpen wij onmiddellijk. Zulke gedachten zijn buiten de privé-kring taboe en onbespreekbaar."

Op de dag van de lezing verscheen ook een interview met Kohnstamm in de Volkskrant, waardoor heel progressief Nederland kennis kon nemen van zijn politiek incorrecte opvattingen. Er volgde een stroom van kritiek. Zo verstuurde een groep van zeventien Turks-Nederlandse academici op 8 mei een brief aan de colleges van bestuur van de universiteit en hogeschool van Amsterdam, waarin zij stelde "dat beide instellingen een grens zouden moeten trekken om te voorkomen dat kwaden als racisme, seksisme en antisemitisme onder het mom van vrijheid van meningsuiting dan wel wetenschappelijke interesse naar maatschappelijke ankerplaatsen en legitimeringsbronnen zoeken." De groep vroeg: "Bent u bereid om afstand te nemen van de racistische uitlatingen van Dolph Kohnstamm en deze te veroordelen?"
 

Teun van Dijk
De groep van 17 verwijst "voor een gedetailleerde repliek" van Kohnstamms "racistische" opmerkingen naar Teun van Dijk, hoogleraar tekstwetenschap. Hij schreef in het huisorgaan van de Universiteit van Amsterdam: "Dat toekomstige leraren straks in hun multiculturele klas Dolph Kohnstamms onfrisse ideeën zouden kunnen toepassen, is werkelijk beangstigend. Kohnstamms ideeën zijn zo simplistisch als ze racistisch zijn. Zoals in de traditionele racistische aardrijkskundeboeken blijkt ook bij Kohnstamm ijver en zelfredzaamheid voornamelijk genetisch bepaald te zijn. Dit soort expliciet racisme komt zelfs nauwelijks meer in De Telegraaf of aan de borreltafel voor zonder uitvoerige afzwakkingen of omwegen. En dit is dan het uitgangspunt voor de `rechtvaardiging van een proefneming binnen het Amsterdamse onderwijsachterstandbeleid', een `oplossing' die we een hedendaagse onderwijsversie van de Endlösung zouden kunnen noemen als dat geen Verharmlosung van de holocaust zou zijn: kinderen uit families uit het zuiden zijn lui en achterlijk, dus aan hen verder nog veel aandacht schenken is zonde van het schaarse geld voor de opleiding. Deze racistische (op)stelling van Kohnstamm staat niet op zichzelf. Zijn hele lezing is door neodarwinistische en andere racistische denkbeelden doordrenkt."

In NRC Handelsblad en de Volkskrant verdrongen columnisten en sociale wetenschappers elkaar om soortgelijke veroordelingen uit te spreken over Kohnstamm. Elsbeth Etty noemde in de NRC Kohnstamm een "racist" omdat hij "hardop denkt in termen van `Westerse prestatiegenen' tegenover aangeboren achterlijkheid van niet-Westerse bevolkingsgroepen." Volgens Leo Prick (ook NRC) is Kohnstamm een "charlatan" en Anet Bleich schreef in de Volkskrant: "Wat een vervaarlijke borrelpraat slaat die arme man uit." Henri Gooren, werkzaam bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), liet in de Volkskrant weten: "als cultureel antropoloog schaam ik mij voor een collega sociale wetenschapper die dit soort denkbeelden uitdraagt." Anil Ramdas opperde in de NRC het plan "om zwarte vrouwen massaal te bevruchten met het sperma van Dolph Kohnstamm, die zeker beschikt over een sterk prestatiegen." Bij wijze van ludieke anti-Kohnstamm actie openden studenten websites waarop deze zwarte vrouwen zich konden aanmelden.

De scheldkanonnades geven een verkeerd beeld van Kohnstamm, die een gerenommeerd wetenschapper is en zich bovendien altijd ervoor heeft ingezet om kinderen gelijke kansen te geven. De pers speelt de man en niet de bal: de vermeende genetische ongelijkheid van etnische groepen wordt niet serieus behandeld. Zo verscheen op 15 april in de Volkskrant onder de titel `Kohnstamm trekt zich niets van de feiten aan', een artikel van Aryan van der Leij, hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. "De feiten spreken voor zich," schrijft Van der Leij, "er zijn tussen genoemde allochtone (kinderen van Surinaamse, Marokkaanse en Turkse origine) en autochtone groepen geen groepsverschillen in werkhouding en ook niet in nonverbale intelligentie." Dit is volstrekte onzin. De grootste en best opgezette studies, die met landelijk representatieve steekproeven werken, leveren zeer forse verschillen in gemiddelde nonverbale intelligentie op, zelfs voor allochtonen van de tweede generatie.
 

Erfelijke aanleg?
In theorie zou het kunnen dat alle groepsverschillen worden veroorzaakt door omgevingsfactoren, zoals de cultuur of discriminatie. De meeste experts (wetenschappers met verstand van gedragsgenetica, psychometrie en differentiële psychologie) menen echter dat een gedeelte van de intelligentieverschillen tussen etnische groepen alleen verklaard kan worden uit erfelijke aanleg.

Werklust is een eigenschap die, bijna net zo sterk als intelligentie, wordt beïnvloed door de genen. Ongeveer de helft van individuele verschillen in werklust tussen sekse-, land- en generatiegenoten die tot dezelfde etnische groep behoren, is het gevolg van verschillen in erfelijke aanleg. Er zijn dus `werklustgenen', maar er is nog geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek dat aanwijzingen oplevert dat die genen ongelijk verdeeld zouden zijn over etnische groepen. De persoonlijkheidskenmerken waarin etnische groepen verschillen (zoals het groepsgemiddelde voor de mate van agressiviteit en impulsiviteit), hebben niet direct met luiheid of werklust te maken.

Interfamiliale huwelijken (neef en nicht die met elkaar trouwen) zijn bij moslims heel normaal. In India is goed onderzoek verricht naar de gevolgen daarvan: in één generatie blijkt deze vorm van inteelt een vermindering van de intelligentie van tien IQ-punten (ongeveer het verschil tussen MBO- en LBO-niveau) op te leveren. Maar als daartegenover staat dat intelligente mensen aantrekkelijke partners op de huwelijksmarkt zijn en veel kinderen grootbrengen, wordt het negatieve effect van inteelt op de intelligentie van de groep volledig ongedaan gemaakt. Zo zijn joden, ondanks eeuwenlange inteelt, gemiddeld intelligenter dan niet-joden.
 

Philip Kohnstamm (1875-1951)
In wetenschappelijke kringen circuleert een schat aan informatie over de ongelijkheid van etnische groepen. Degenen die in zogenaamde kwaliteitskranten schrijven, zijn te dom en te lui om daarvan kennis te nemen of te laf om daarover te berichten. Het enige wat werkelijk schandalig is aan de hele Kohnstamm-affaire is dat de Nederlandse pers als gedachtenpolitie functioneert, niet dat de kleinzoon van de grijze eminentie van de opvoedkunde een taboe doorbreekt.

© Marcel Roele. Alle rechten voorbehouden.

De Kohnstamm-lezing is te lezen en te downloaden op http://www.aup.nl/downloadskop.html
Dhr. D. Kohnstamm heeft een eigen website.
Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd

Marcel Roele (1961) is columnist van AD Magazine en schrijft over sociobiologie voor HP/De Tijd en Intermediair. Eerder publiceerde hij De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties (tweede druk, 1996), De menselijke soort en De Mietjesmaatschappij.
 

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage marcelroele.meervrijheid.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl