Het einde van Nederland

Door Marcel Roele

4 januari 2003

Nederland is een democratie, een verzorgingsstaat, een immigratieland en een multiculturele samenleving. Dat zijn vier kenmerken die zich niet laten combineren

Een multiculturele samenleving ondermijnt de democratie; en immigratie ondermijnt de verzorgingsstaat.

In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vormen niet-westerse allochtonen momenteel ruim een derde van de bevolking. Op de basisscholen in de vier grote steden zijn allochtone kinderen nu al in de meerderheid en in 2015 is in heel Nederland meer dan de helft van de jeugd allochtoon. Driekwart van de bevolkingstoename komt op rekening van niet-westerse allochtonen. Iedere twintig jaar verdubbelt hun aantal, voornamelijk door het hoge geboortecijfer in allochtone gezinnen en de import van huwelijkspartners uit het land van herkomst. Als het zo doorgaat, zullen aan het eind van deze eeuw blanke Europeanen in de minderheid zijn in Nederland.

Hoe zal Nederland er over honderd jaar uitzien? Een bont geheel van etnische groepen die door elkaar heen wonen, allerhartelijkste betrekkingen onderhouden en zich verrijken aan elkaars cultuur? Vergeet het maar. In 1969 toonde de Amerikaanse econoom Thomas Schelling met een simpel wiskundig model al aan dat segregatie (opdeling in blanke en zwarte wijken) spontaan en onvermijdelijk ontstaat. Schelling vroeg zich af of in de Verenigde Staten blanke en zwarte wijken waren ontstaan als Amerikanen er absoluut geen bezwaar tegen hadden gehad om naast iemand te wonen die een andere huidskleur heeft. Hij bedacht een virtuele wereld waarin witte en zwarte schijven wonen in de vakjes van een enorm spelbord. Iedere schijf neemt zelf beslissingen volgens een paar simpele voorgeprogrammeerde regels. De schijf kan om zich heen kijken en besluiten naar een leeg vakje op het bord te verhuizen. Hij is tevreden in zijn eigen vakje als een van de acht schijven die op aangrenzende vlakken wonen van dezelfde kleur is als hij.

Schellings schijven vinden een multi-etnische, multiculturele buurt gezellig, maar zij willen niet de enige afwijkende zijn in een cluster van blanken of zwarten. In het begin van het spel strooide Schelling willekeurig de schijven over het bord uit. Iedere spelronde mochten ontevreden schijven verhuizen. Zwarte schijven verlieten blanke voor zwarte buurten; witte schijven kwamen ervoor in de plaats. In een mum van tijd waren de kleuren van elkaar gescheiden.


Thomas C. Schelling (1921)
In werkelijkheid spelen meer factoren een rol bij de beslissing om te verhuizen dan de huidskleur van de buren – het wooncomfort bijvoorbeeld. Daardoor klitten rijken bij elkaar in villawijken. Als geld een rol speelt, verloopt de segregatie nog sneller dan in het model van Schelling, omdat allochtonen gemiddeld armer zijn dan autochtonen. Meer dan de helft van de Turken en Marokkanen in ons land zijn uitkeringstrekkers en slechts een derde heeft een vaste baan. Een kwart van de moslimjongeren verlaat de school zonder diploma. De gastarbeiders die zo’n dertig jaar geleden naar Nederland kwamen om het ongeschoolde werk te doen, zijn niet bepaald geselecteerd op hun intellectuele gaven, integendeel. Gezien de hoge mate van erfelijkheid van intelligentie is het geen wonder dat de intelligentie van de tweede generatie achterblijft bij die van de kinderen van bijvoorbeeld Chinese of Vietnamese immigranten, die hierheen kwamen als entrepreneur of als politiek vluchteling. De Nederlandse Turken en Marokkanen komen doorgaans uit eeuwenlang geïsoleerde bergdorpen, waar al generaties lang ongeveer de helft van de huwelijken tussen neef en nicht plaatsvindt. Ongeveer driekwart van onze Turken en Marokkanen importeren een huwelijkspartner uit de streek waar de ouders zijn geboren. Zo’n reeks van interfamiliale huwelijken kan ertoe leiden dat één op de vijf kinderen met een ernstige afwijking wordt geboren. In één generatie blijkt inteelt al een vermindering van de intelligentie van tien IQ-punten (ongeveer het verschil tussen MBO- en LBO-niveau) op te leveren. Als de gemiddelde moslimallochtoon een relatief lage intelligentie heeft, zal hij of zij ook relatief arm blijven.


Voormalig Joegoslavië
Tweedracht
Een gesegregeerde bevolking is een politieke tijdbom die ook zonder een volksmenner als Adolf Hitler kan ontploffen. Toen in Joegoslavië, Libanon, Rwanda en Indonesië leden van verschillende etnische en religieuze groepen elkaar opeens afslachtten, was er absoluut geen sprake van een collectieve gekte of verstandsverbijstering. Volgens wetenschappers blijven de burgers waaruit de plunderende en moordende massa bestaat net zo nuchter en calculerend als altijd. Er is slechts een klein beetje etnische spanning en wat opgekropte frustratie nodig voor een uitbarsting na jaren van vreedzame coëxistentie. In een geavanceerde versie van Schellings bordspel waarin individuele schijven agressief kunnen worden, breken zelfs af en toe bloedige rassenrellen uit in de computer zonder dat collectieve agressie is voorgeprogrammeerd en zonder dat de schijfjes met elkaar kunnen communiceren. Het enige wat nodig is, is dat het schijfje kan waarnemen dat de buurman agressief wordt.

Schellings schijven kunnen niet van kleur veranderen, maar etnische groepen kunnen over meerdere generaties in een smeltkroes opgaan door gemengde huwelijken. In een blank land gebeurt dit vrij snel met Oost-Aziatische en blanke immigranten; met zwarte immigranten en hindoes gaat dat al veel langzamer. Moslims trouwen in eigen kring. Geloofsafval is een doodzonde. De verstikkende sociale controle uit de dorpen in Turkije en Marokko wordt in stand gehouden. Vrouwen mogen helemaal niets. Men maakt zich niet bekend met de cultuur van het nieuwe vaderland; men heeft geen abonnement op de Nederlandse kabel maar kijkt per satelliet naar zenders uit het Midden-Oosten. De loyaliteit ligt niet bij de Nederlandse cultuur, overheid, koningin en voetbalteams, maar bij hun tegenhangers in het land van herkomst.


Rassenrel Bradford UK 2001
Tweedracht tussen autochtonen en moslimallochtonen lijkt op den duur onvermijdelijk. Volgens de heilige schriften van de islam heerst vrede waar de islam heerst en verkeren moslims in permanente staat van oorlog met de bevolking van landen waarin het ware geloof niet de baas is. Zolang moslims een machteloze minderheid zijn, mogen zij zich volgens de koran tijdelijk schikken naar de zondige bestaande orde. Maar zo gauw de kans zich voordoet, moeten de rechten van vrouwen, homo’s, andersgelovigen en vrijdenkers drastisch worden ingeperkt. De heilige schriften van christenen en joden zijn bijna net zo intolerant als die van moslims, maar worden door de gelovigen doorgaans niet meer letterlijk geïnterpreteerd. In de islam is fundamentalisme de norm. Weliswaar is slechts een kleine minderheid bereid met geweld het koninkrijk van Allah dichterbij te brengen, maar volgens de computermodellen van collectief geweld kan een kleine minderheid aanstichter zijn van massale actie. Ook in kringen van blanke autochtonen kan zo’n potentieel agressieve minderheid aangetroffen worden, die weliswaar niet wordt geïnspireerd door verheven gedachten aan een heilige oorlog, maar door primitieve vreemdelingenhaat.

Robert D. Kaplan
Robert D. Kaplan
Onder het tapijt
Is een goed functionerende democratie nog wel mogelijk in een multi-etnische of –culturele samenleving hebben waar makkelijk tweedracht kan worden gezaaid? De praktijk leert van niet. Een redelijk welvarende, goed geschoolde middenklasse en etnische en culturele homogeniteit zijn voorwaarden voor een florerende democratie. Als die ontbreken, zoals in Afrikaanse landen het geval is, maakt in een democratisch bestel een rijke elite die mijlenver boven het volk is verheven de dienst uit en kiest het onmondige stemvee op basis van loyaliteit aan de stam. De Oegandese president Yoweri Museveni en de Amerikaanse publicist en opinieleider Robert Kaplan concluderen hieruit dat democratie in een bananenrepubliek leidt tot het tegen elkaar uitspelen van stammen en religieuze groepen.

Houdt Nederland een gezonde basis voor een functionerende democratie? Een halve eeuw geleden was ons land verdeeld in drie zuilen (protestants, katholiek en liberaal/sociaal-democratisch), maar etnisch homogeen; de zuilen baseerden zich op de joods-christelijk-humanistische beschaving en konden elkaar vinden in stabiele coalitieregeringen. Ze hadden, om met Pim Fortuyn te spreken “de Nederlandse identiteit als fundament.” Dit fundament is verlaten; de gevestigde politieke partijen zijn multi-culti. De PvdA bijvoorbeeld, behartigt de belangen van alle armoedzaaiers – allochtoon en autochtoon. In de praktijk werkt dit niet, omdat anti-westerse islamitische allochtonen andere belangen hebben (voor immigratie, tegen integratie) dan autochtonen en pro-westerse allochtonen. In een paar maanden tijd pikte Fortuyn de stemmen van de minder gefortuneerde autochtonen en van de pro-westerse allochtonen van de PvdA af.


Pim Fortuyn
Fortuyn was een tegenstander van het huidige immigratiebeleid, maar speelde niet de kaart van de rassenhaat. Hij wilde slechts dat allochtonen bereid waren om te emanciperen, integreren en participeren. Het commentaar van PvdA-er Marcel van Dam (Fortuyn is “een buitengewoon minderwaardig mens” en “een ophitser” die “de sfeer oproept waarmee de NSB voor de oorlog stemmen trachtte te winnen”) was kenmerkend voor de reactie van de gevestigde orde. De brenger van het onaangename nieuws wordt verbaal of fysiek afgeschoten.

Als de democratie kwakkelt, sneuvelt als eerste het recht om onaangename waarheden te vertellen. Dat is nu al het geval. Wetenschappelijk onderzoek waaruit de nadelen van de multiculturele samenleving blijkt, wordt onder het tapijt geschoven. Wanneer een fundamentalistische christen of een imam erop wijst dat volgens hun heilige boeken homoseksuelen de doodstraf verdienen, worden er aanklachten ingediend. De illusie moet in stand worden gehouden dat we in harmonie met elkaar samenleven – tot het moment waarop het te laat is.

Fortuyn was een voorstander van een spreidingsbeleid voor allochtonen (ze moesten niet allemaal in de achterbuurten van grote steden worden gepropt) en gedwongen vermenging van zwart en blank op school. Dat laatste is in Amerika geprobeerd (kindertjes uit zwarte wijken werden per bus naar blanke scholen gebracht – en omgekeerd) zonder noemenswaardige verbetering van de relaties tussen de rassen en de schoolprestaties van zwarten. Bovendien gaan die pogingen tot geforceerde integratie gepaard met heel wat dwang van de kant van de overheid – is dat wel verenigbaar met democratie en ‘de Nederlandse identiteit’?


Gated community in de V.S.
Een alternatief is het accepteren van segregatie. Joshua Epstein van het Brookings instituut in Washington speelt een variant van Schellings bordspel, waarbij etnisch homogene wijken door ordehandhavers bewaakt worden. Zo kun je rellen in de kiem smoren, mits je niet zo dom bent om pas een veilige haven te creëren wanneer een vloedgolf van geweld in aantocht is. Srebrenica is dus geen goed praktijkvoorbeeld; de honderdduizenden afgeschermde gemeenschappen (gated communities) in de steden van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika (bijvoorbeeld Atlanta, Mexico City en Rio de Janeiro) zijn dat wel. Je mag je er niet zomaar vestigen en zelfs de weg is niet openbaar. Je komt er alleen maar in als je tot de ‘juiste’ etnische groep of sociale klasse behoort, je aan het huisreglement houdt en je je aan controle door een particuliere bewakingsdienst onderwerpt. Als integratie uitblijft, splitst het reuzenspelbord zich spontaan in een groot aantal overzichtelijke eenheden.


Stabiele samenleving
Homogene kantons
Er zijn zeer veel multiculturele samenlevingen (Libanon, Soedan, Maleisië, Joegoslavië, India, Nigeria, Indonesië, Suriname, China, Rwanda, Zuid-Afrika enzovoort), maar geen van alle is een democratische verzorgingsstaat en rechtsstaat met een lage criminaliteit, weinig corruptie waar redelijke harmonie heerst tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Alleen in Zwitserland gaat het goed. Het Zwitserse succes lijkt gebaseerd te zijn op separatie en decentralisatie – kleine gemeenschappen beslissen zoveel mogelijk zelf. Ieder kanton is onafhankelijk op beleidsterreinen die met cultuur en onderwijs te maken hebben. De kantons zijn tamelijk homogeen: zeventien Duits, vier Frans, één Italiaans en vier gemengd. Een halve eeuw geleden ging het eventjes mis: de Franstalige bewoners van de Jura-regio van het kanton Bern begonnen een gewelddadige afscheidingsbeweging, maar werden weer rustig toen ze een eigen kanton kregen.


Wapens kantons
In Zwitserland bepaalt het lokale parlement wie burger mag worden. Men laat de mensen die met de vreemdelingen moeten samenleven zoveel mogelijk beslissen wie zich mag vestigen. Zo kiest men buren met wie men het redelijk kan vinden. Wanneer van bovenaf (door de staat of de Europese Unie) wordt besloten wie binnenkomt, is de autochtone arbeidersklasse hiervan de dupe. In Nederland hebben we er dankzij de immigratie een stel briljante wetenschappers, kunstenaars en ondernemers bij gekregen, maar die zijn bij de regenteske elite in de villawijken gaan wonen. Percentueel zijn er echter meer probleemgevallen onder allochtonen dan onder autochtonen – en die worden door de elite in de arbeiderswijken gedumpt. Tussen de helft en driekwart van de zeventienjarige Marokkaanse jongens in de grote steden is ‘een bekende van de politie’. In de gevangenissen en in de gesloten opvanginstellingen voor minderjarigen is al jarenlang het grootste deel van de populatie allochtoon. Autochtonen die de nieuwkomers in hun wijk niet zo heel erg leuk vinden, kunnen in het stemhokje uiting geven aan hun ongenoegen. Maar anderzijds kan de elite de macht van dit ongehoorzame electoraat beperken door partijen die immigratie ter discussie stellen te demoniseren en door soepele naturalisatie of kiesrecht voor buitenlanders, waarmee men een volgzame kudde geïmporteerd stemvee kan creëren.

Zwitserland is een land gebleven waar de overgrote meerderheid van de bevolking tot in lengte van dagen huidskleur en de christelijke cultuur gemeen zal hebben. Nederland kan er nu niet meer voor kiezen een tweede Zwitserland te worden; daarvoor is onze bevolking religieus en raciaal te geschakeerd. Misschien gaan we dezelfde kant op als de Verenigde Staten. Kleine gemeenschappen kunnen in de Verenigde Staten iets makkelijker voor (behoud van) hun eigen identiteit kiezen dan in Nederland het geval is. Doorgaans worden de burgemeester, de sheriff, de openbare aanklager, de griffier, de lijkschouwer en de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de financiële administratie en de belastingen door de plaatselijke bevolking gekozen.


Harlem, New York
Op kleine schaal is in de Verenigde Staten segregatie de norm, met zwarte getto’s en gefortificeerde wijken voor de rijken. Deze vorm van segregatie bestaat al tientallen jaren en levert zelden problemen op. Er is nu echter ook sprake van versnippering op grotere schaal. Zo begint Californië steeds meer te lijken op een Mexicaanse staat. Engelstalige blanken zijn er in de minderheid en dat vinden ze klaarblijkelijk niet leuk: jaarlijks verhuizen er honderdduizend leden van deze groep naar een staat met minder (niet-integrerende) immigranten. Meer dan negentig procent van de Spaanstalige immigranten die voor het eerst mogen stemmen, kiezen voor de Democratische Partij. De tien Amerikaanse staten met de minste immigranten zijn daarentegen vast in handen van de Republikeinse Partij.

Wanneer etnische en culturele achtergrond steeds vaker de stemkeuze bepalen, politieke partijen hun machtsbasis hebben in verschillende delen van het land en burgers over grote afstanden verhuizen om een sociale omgeving te vinden waarin zij zich thuis voelen, kun je je afvragen hoe lang ze nog met elkaar in hetzelfde land kunnen leven. Tot het moment waarop er een Partij voor de Autochtonen ontstaat onder leiding van een Amerikaanse Karadzic? En hoe zal dat met Nederland gaan naarmate de niet-geïntegreerde moslims talrijker worden? Zal over dertig jaar het bestuur van de grote steden in handen zijn van een islamitische partij die misschien ook de nationale verkiezingen dreigt te winnen? Zullen de autochtonen die de verkleuring van de stad zijn ontvlucht en de meerderheid vormen in de provincies het dan nog wel op prijs stellen dat Nederland bestaat en er parlementsverkiezingen worden gehouden?

Vrijhandel
Immigratie bedreigt niet alleen de democratie maar ook de verzorgingsstaat. Het risico is vooral groot wanneer de immigratie niet wordt gecontroleerd door degenen die gastheer of –vrouw zijn voor de nieuwkomers, maar plaatsvindt via asielprocedures, gezinsvorming en gezinshereniging. Uit de hele wereld reppen zich meeëters naar onze staatsruif. Volgens berekeningen van de econoom Pieter Lakeman hebben immigranten en hun nazaten de autochtone bevolking tot nu toe bijna honderd miljard euro gekost. Je kunt het mensen uit de derde wereld niet kwalijk nemen dat ze verhuizen naar een land waar het geld op straat ligt; wel de nationale overheid dat zij het geld van de belastingbetalers op straat smijt.


Immigranten V.S.
In vroeger eeuwen, toen er niet of nauwelijks sociale voorzieningen waren, kon immigratie vrijwel probleemloos verlopen. In de Verenigde Staten gingen de pioniers op in de smeltkroes, ondertussen hard werkend voor de kost. Ook iedere autochtone Nederlander heeft een of meerdere (doorgaans uit andere Europese landen afkomstige) allochtonen in de familiestamboom die zich nuttig maakten in hun nieuwe vaderland en integreerden. Niet dat immigranten vroeger altijd met open armen werden verwelkomd. Ze beconcurreerden de autochtonen op de arbeidsmarkt en waren vaak bereid voor een relatief laag loon te werken – vandaar dat de Amerikaanse vakbonden de belangrijkste voorstander waren van de wet uit 1924 die immigratie beperkte. Bescherming van de arbeidsmarkt in eigen land vergt bovendien het optrekken van tariefmuren: het is niet de bedoeling dat de eigen bedrijven de poorten moeten sluiten omdat ze worden weggeconcurreerd door goedkope import uit lagelonenlanden. Een paradijs voor arbeiders wordt vanzelf een fort dat nieuwkomers afweert. Gastvrijheid is alleen mogelijk in een samenleving met maximale economische vrijheid. De consequentie van economische vrijheid is, dat bedrijven naar plekken trekken waar de prijs-kwaliteitsverhouding van de benodigde arbeid het gunstigst is; bijvoorbeeld naar arme landen. Als de bedrijven mobiel zijn, wordt de neiging van arbeiders uit arme landen om naar het Westen te trekken gereduceerd – alleen immigranten aan wie westerse arbeidsmarkt behoefte heeft, blijven komen.


Hong Kong
Vrijhandel is een oplossing voor veel van de problemen rond immigratie. De tendens in Europa is echter om steeds meer bevoegdheden over te dragen naar de Europese Unie en centralisering van macht en schaalvergroting komen de vrijhandel doorgaans niet ten goede. Naarmate economische eenheden kleiner zijn, kiest men eerder voor vrijhandel. In een huishouden (de kleinst mogelijke economische eenheid) haalt men het niet in zijn hoofd om het onderkomen en alle voedsel, drank, kleding en wat er verder nog aan goederen en diensten nodig is zelf te produceren onder het mom dat het zonde is om werk uit handen te geven aan buitenstaanders en om een vreemde te betalen voor iets wat je zelf (zij het met grote en tijdrovende inspanningen) had kunnen produceren. Kleine landjes, zoals Monaco, San Marino, Liechtenstein, Singapore en Hong Kong (vóór de annexatie door China) kozen voor vrijhandel en werden mede daardoor welvarend. In de Middeleeuwen deden onze Hanzesteden goede zaken met alles en iedereen en in de Gouden Eeuw de Zeven Provinciën en relatief autonome steden zoals Amsterdam. Daarentegen werpen de Verenigde Staten en de Europese Unie voortdurend economische barrières op tegen de buitenwereld en subsidiëren zij hun eigen producten.

In een zeer liberale samenleving waar burgers, bedrijven en lokale overheden grotendeels eigen baas zijn, hoeft immigratie geen problemen op te leveren. Voor een verzorgingsstaat als de onze, waar de nationale overheid en de Europese Unie juffrouw Albedil spelen, is immigratie op den duur dodelijk. Het is echter politiek onhaalbaar om hetzij ons humanitaire immigratiebeleid, hetzij onze menslievende verzorgingsstaat op te offeren. Laten we maar rustig afwachten tot de boel met donderend geraas ineenstort.

UNHCR
UNHCR
De liefdadiger
Nederlanders helpen graag behoeftige medemensen – en dat mag wat kosten. Zo heeft ons land dit jaar krap 2 miljard euro uitgetrokken voor de opvang van een geraamd aantal van 80.000 asielzoekers. De vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) moet met ruim 1 miljard euro per jaar wereldwijd zeker twintig miljoen vluchtelingen in leven houden. Met andere woorden: voor het geld dat wordt besteed aan een Somalische vluchteling in Nederland kun je vijfhonderd Somalische vluchtelingen opvangen in Afrika.

We laten Afrika en andere gebieden waar ellende en armoede troef zijn echter niet in de steek: jaarlijks besteden we zo’n 4 miljard euro aan ontwikkelingshulp. Alsof de duivel ermee speelt: landen die ontwikkelingshulp ontvangen, ontwikkelen zich niet. Afrikaanse landen zoals het socialistische Tanzania bleken een bodemloze put voor westerse ontwikkelingsgelden, terwijl Zuid-Korea en Singapore (veertig jaar geleden beide straatarm) zichzelf hebben ontwikkeld door het kapitalisme te omarmen. Ontwikkelingshulp verstoort de werking van de vrije markt: men raakt aan hulp verslaafd en kleine ondernemers worden weggeconcurreerd door de verstrekking van gratis goederen.

Ook de miljarden die onze nieuwe Medelanders kosten, worden verspild. Een interessant voorbeeld daarvan is het Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT) en zijn voorganger, het Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur (OETC). Met dit ‘eigen’ werd niet de Nederlandse taal en cultuur bedoeld, terwijl je zou verwachten dat immigranten die gemotiveerd zijn om te integreren thuis Nederlands spreken met hun kinderen. Zo plachten Nederlandse immigranten in de Verenigde Staten, Canada en Australië hun kinderen Engelstalig op te voeden. OETC en OALT gaan er zonder meer van uit dat de eerste generatie immigranten uit Turkije en Marokko te beroerd is om Nederlands te leren en dat Nederlands voor de kinderen van deze immigranten een vreemde taal is. Zelfs als we dit accepteren is dit nog geen argument voor OETC en OALT, want menige deskundige meent dat totale onderdompeling in het Nederlands de beste manier is om de taal te leren – zoals een kind in drie weken op een Franse camping beter Frans leert dan in drie maanden op Franse les waar voortdurend uit of naar het Nederlands wordt vertaald. Maar zelfs als onderwijs in de taal van de niet-geïntegreerde ouders de beste manier zou zijn om uiteindelijk Nederlands te leren, is toch het grootste deel van het OALT- en OETC-geld bij voorbaat weggegooid. Kinderen van Turkse immigranten krijgen Turks; van Marokkaanse immigranten Arabisch. Echter, de eerste taal van de helft van de Turkse immigranten is Koerdisch en van de helft van de Marokkaanse immigranten Berbers (de overige Marokkaanse immigranten spreken Marokkaans, wat zich ongeveer verhoudt tot het Arabisch als het Fries tot het Nederlands) – dus voor hen zijn Turks en Arabisch niet eens de ‘eigen taal.’

Wie profiteert er van die eindeloze stroom belastinggeld voor asielzoekers, de Derde Wereld en de integratie van allochtonen? Dat zijn de beleidsmakers, sociale werkers, ontwikkelingswerkers, jongerenwerkers en andere liefdadige types. Zij doen telkens een succesvol beroep op ons geweten. We kopen een aflaat voor ons zondige, kapitalistische egoïsme. Wat doet het ertoe dat daarmee geen arme stakkerds daadwerkelijk vooruit worden geholpen. Als wij maar in ruil voor ons geld een goed gevoel krijgen over onszelf.

De nobele vreemdeling
Een wrede dictator; een bloedige oorlog. Gelukkig: een vrijheidsstrijder of een lid van een vervolgde minderheid weet te ontkomen naar Nederland. Wij zijn ondertussen nog volop bezig met het verwerken van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat hadden we toch graag in het verzet gezeten, neergestorte geallieerde piloten geholpen en Anne Frank een werkelijk veilig onderduikadres geboden. Helaas, we zijn te laat geboren. Maar we willen toch nog wel even bewijzen dat we moediger zijn dan de generatie die de oorlog bewust heeft meegemaakt.


Voormalig dictator Idi Amin van Oeganda
Ongeveer gelijktijdig met de behoefte om een naoorlogse oorlogsheld te zijn, kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw de neiging op tot idealisering van gewapende bewegingen in verre, vreemde landen. Als ergens een dictator aan de macht was, moesten degenen die tegen hem streden wel de Goeden zijn – democraten in hart en nieren. Werden ergens mensenrechten (of, erger nog: vrouwenrechten) vertrapt, waren de vijanden van het regime natuurlijk voorstanders van emancipatie en vrijheid van meningsuiting. Wie tot een onderdrukte etnische minderheid behoorde, was natuurlijk zelf geheel vrij van racisme. Aan vluchtelingen uit de derde wereld konden wij decadente westerlingen, van huis uit opgescheept met blanke superioriteitswaan, een puntje zuigen.

In de praktijk valt dat allemaal nogal tegen. Veel asielzoekers komen uit gebieden (Irak, Afghanistan, Somalië of Syrië, bijvoorbeeld) waar een aloude traditie bestaat dat iedereen die niet tot de kliek of stam van de dictator behoort, wordt onderworpen, en iedereen die bij hem in ongenade is gevallen, wordt gemarteld of gedood. Degenen die voor dit lot op de vlucht slaan, zijn doorgaans geen verlichte democraten. Soms hebben ze voor de recentste machtswisseling in hun vaderland vuile handen gemaakt en vaak willen ze dolgraag vuile handen maken, mocht hun factie ooit het heft in handen krijgen. Nederlandse vluchtelingenwerkers die voorstanders zijn van universele mensenrechten schrikken zich rot wanneer ze erachter komen dat hun beschermelingen de bloedige onderdrukking van hun vijanden als ideale staatsvorm zien. Het enige wat de aanhangers van de verschillende krijgsheren verenigt, is afkeer van het Westen in het algemeen en van de Verenigde Staten en Israël in het bijzonder. De aanwezigheid van dergelijke politieke vluchtelingen zal niet bijdragen aan het uitdragen van de humanistische normen en waarden die degenen die hun gastvrijheid verschaffen zo dierbaar zijn.

© Marcel Roele. Alle rechten voorbehouden
Dit artikel verscheen eerder in de HP/De Tijd van 6 december 2002.

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage marcelroele.meervrijheid.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl