De EU als belastingkartel

Door Kim Winkelaar

26 november 2002

Het is een bekend fenomeen dat concurrentie leidt tot lagere prijzen, betere producten en betere service naar consumenten. Die ijzeren wet van de concurrentie geldt ook tussen landen onderling. Als Nederland een hoog belastingtarief kent, en daar weinig voorzieningen tegenover zet, dan zullen bedrijven geneigd zijn zich in een ander land te vestigen.

Dankzij het feit dat we op de relatief kleine oppervlakte die Europa is heel erg veel landen hebben is die concurrentie volop aanwezig. Daardoor worden landen gedwongen om goed na te denken over zaken als belastingdruk, onderwijs, gezondheidszorg, enzovoort.

De hele doelstelling van de EU is om in feite een soort kartel te vormen tussen de staten. Allemaal hetzelfde belastingstelsel, en daarmee verdwijnt de onderlinge concurrentie tussen staten. Rechtstreeks gevolg is logischerwijs dat daardoor de politici meer vrijheid krijgen in het beleid. Ze hoeven minder rekening te houden met de wensen van burgers en bedrijven, immers, die kunnen binnen Europa toch nergens anders terecht.

Overheden zijn net als veel bedrijven dienstverlenende instanties. Met het grote verschil dat overheden burgers kunnen dwingen om diensten af te nemen. In Europees verband hebben we een heel scala aan regels om de concurrentie tussen bedrijven onderling te bevorderen. Monopolies worden verafschuwd en veroordeeld, kartelvorming tussen bedrijven leidt tot veroordelingen en boetes.

Maar aan overheidskant gebeurt precies het tegenovergestelde, er wordt een groot kartel gemaakt. Een kartel waar individuen en bedrijven nooit en te nimmer tegenop kunnen boksen. Als alle bouwbedrijven een kartel vormen kun je er nog voor kiezen om zelf een nieuw bouwbedrijf op te richten. Maar de keuze om zelf een nieuwe en betere overheid op te richten is er niet.

De problemen liggen wat de EU betreft niet zozeer in het hier en nu, of we nu 13 of 15 Euro per persoon betalen aan de EU, de problemen liggen in de (nabije) toekomst. De belastingdruk zal door het gebrek aan onderlinge concurrentie tussen staten ongetwijfeld hoger worden dan ooit. En nooit meer dalen. Duitsland kan in het kader van de EU mooi BPM invoeren, Nederland kan in het kader van de EU mooi de Zweedse accijnzen invoeren, enzovoort.

De EU? Een belastingkartel dat zijn weerga niet kent. Onder het motto van een vrije markt met meer concurrentie wordt de voornaamste concurrentie, die tussen landen onderling, volledig uitgeschakeld.

Heel erg eng.

Over de auteur

Kim Winkelaar (1971) studeerde politicologie en bestuurskunde in Leiden. Hij is werkzaam als account manager in de ICT, en is bestuurslid van de TufTuf-club, een belangenvereniging van automobilisten.

Dankzij een brede interesse en een aangeboren hekel aan hypocrisie schrijft hij, met de nodige humor, over tal van uiteenlopende problemen. Problemen die in zijn visie veelal veroorzaakt worden door linkse politici en een te machtige overheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl