Het fenomeen discriminatie verdedigd

Door Redactie

11 november 2002

De antidiscriminatiewetgeving is niet eens zo oud maar toch wordt het door menigeen onmisbaar geacht.

Deze wetgeving zou min of meer de grens vormen tussen barbarij en beschaving. Progressieve partijen mogen graag een doemscenario schetsen voor wanneer deze wetten worden afgeschaft. Hitler, Anne Frank en de hele Tweede Wereldoorlog worden erbij gesleept.

Zelden vindt er een inhoudelijke discussie plaats over discriminatie. Wat het is, wie het doet en waarom het wel of niet zou mogen. En da's vreemd want iedereen discrimineert dagelijks met veel overtuiging. Op leeftijd, uiterlijk, intelligentie, opleiding, etniciteit et cetera. En onze alwetende en oneindig wijze overheid is ook verzot op discriminatie. Positieve discriminatie heet dat dan, alsof dat voor niemand negatief uitpakt.

Discriminatie is geen geweld. Het hoeft ook niet gelijk te staan met minachting of haat. Het is het maken van onderscheid, de reden waarom je iets niet doet of niet met iemand omgaat. Het recht om te discrimineren is het recht op een vrije keuze, niet het recht om geweld te gebruiken. Sterker nog, antidiscriminatiewetten zijn juist een vorm van geweld omdat ze niet uitgaan van wederzijdse vrijwilligheid maar van gedwongen associatie en mensen verplichten met elkaar om te gaan of zaken te doen. Juist die dwang kan in de toekomst tot meer geweld leiden.

Discriminatie is niet het inslaan van andermans winkelruiten, het mishandelen van burgers of het vergassen van mensen. Dat zijn vormen van geweld die ten alle tijden dienen te worden bestreden. Iemand uitschelden voor "vuile bleekscheet" is evenmin discriminatie als iemand uitschelden voor "stomme dikzak". Het zijn zijn vormen van schelden en niet van discriminatie.

Wanneer mensen vinden dat iemand ten onterechte onderscheid maakt (discrimineert) heeft dat persoon zich echter niet schuldig gemaakt aan het initiëren van geweld. Het individu heeft alleen gehandeld naar zijn voorkeuren, heeft een vrije keuze gemaakt en heeft niemand actief benadeeld. Het dient dan ook niet juridisch bestreden te worden maar desgewenst alleen via passieve private middelen; boycot of uitsluiting. Of gewoon via overleg. Discriminatie kan dan mogelijkerwijs asociaal zijn, immoreel, gemeen en zeer onwenselijk, maar aangezien het geen initiëring van geweld is dient de overheid dit niet te bestraffen.

Het wordt hoog tijd dat over dit fenomeen, dat qua betekenis helaas zo verwaterd is, eens een andere benadering wordt gepubliceerd. In het Nederlands is dat nog te weinig gebeurd. Zelfs in het Engels zijn hierover weinig publicaties te vinden. De Amerikaan Scott W. Sixier schreef eerder "The right to discriminate" en Meervrijheid vertaalde het en brak het op in acht delen. Zijn stuk behandelt de kwestie jammer genoeg niet volledig maar vooralsnog is het een mooi begin. Meervrijheid hoopt in de toekomst een volledig nieuwe, completere verdediging te publiceren die tevens ingaat op de Nederlandse situatie. Da's niet eenvoudig en vereist dus behoorlijk wat tijd en inspanning. Maar stay tuned.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl