Wapentuig

Door Hans Bennink

12 november 2002

In Nederland zijn er ruwweg twee groepen mensen die zich met een wapen op straat begeven: agenten en criminelen. De eerste heeft zo'n ding bij zich om de samenleving te kunnen beschermen tegen de invloed van de andere groep. En waar de crimineel steeds succesvoller schijnt te worden, lijkt de politie in steeds beperktere mate hierop een antwoord te kunnen geven.

'De politie is je beste vriend' deed de Staat ons geloven sinds de jaren 70; een buurtkameraad die een oogje in het zeil houdt of met zachte hand welzijnswerk komt verrichten om orde op zaken te stellen. Ondertussen werd er steeds minder in het gefeminiseerde politiekorps geïnvesteerd, maar werd de papierwinkel almaar groter. Het gevolg is dat we nu zitten met een lief politiekorps dat veel typt en met name binnen zit.

Het resultaat is dat de misdaad lekker doorgroeit, de burger zich onveilig voelt en Opsporing Verzocht nadenkt over een dagelijks bulletin. De overheid zit met z'n handen in het haar en heeft geen flauw idee hoe dit probleem kan worden bestreden.

Als een overheid ons niet meer kan beschermen, dan wordt het tijd dat we de discussie over het wapenbezit eens aangaan. Momenteel is dat gekoppeld aan het lidmaatschap van een schietclub op voorwaarde dat alleen daar het wapen wordt geladen. De situatie is momenteel zo, dat de Nederlandse wapenwet een van de meest stringente ter wereld is, maar dat in de ons omringende landen nette burgers gewoon een wapen kunnen aanschaffen voor persoonlijke protectie.

En natuurlijk moet je net als bij het autorijden duidelijke regels voor het bezit en gebruik van een wapen opstellen. Zo zal een vergunning moeten worden gekoppeld aan een minimumleeftijd en een onbesproken gedrag. Ook mag je van de wapeneigenaar verwachten dat deze regelmatig zijn schietvaardigheid en wapen komt tonen om ongewenste zaken te voorkomen.

Het argument dat je daarmee de boeven bewapent is tamelijk onzinnig: ze zijn al lang bewapend. En een geweldspiraal hoeven we ook al niet te verwachten, in bijvoorbeeld Duitsland en België vinden er immers ook geen buitenproportionele schietpartijen plaats.

Een burger die in staat is zichzelf te beschermen voelt zich een stuk zekerder in een land waar politie en justitie niet langer antwoord kunnen geven op de onveiligheid. Het is hoog tijd dat de discussie over wapens in Nederland wordt opengebroken en dat er sentimentloos kan worden gesproken over het bezit ervan.

Hans Bennink

Over de auteur

Hans Bennink (1969) is van beroep internetprovider en is daar sinds 1996 professioneel mee bezig na een studie International Business aan de HEAO.

Uit zijn pennevruchten -die vaak op de actualiteit inspelen- komt zijn streven naar een vrijere maatschappij tot uiting. Het is daarbij zijn overtuiging dat uit het kunnen maken van keuzes de verrijking en verdieping van de mens tot haar volste wasdom kunnen komen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl