De rode prins

Door Bart Croughs

24 oktober 2002

Het meest opmerkelijk aan de beschouwingen over prins Claus was wel de unanieme lofzang die werd aangeheven op diens politieke en maatschappelijke betrokkenheid.

Oud-verzetsstrijders en linkse intellectuelen mochten in de jaren zestig nog tegen hem te hoop zijn gelopen, maar Claus heeft overtuigend laten zien dat hij afstand had genomen van zijn verleden bij de Hitlerjugend en de Wehrmacht. Hij had zich ontwikkeld tot een bijzonder nette, progressieve man die ons allen tot voorbeeld strekt, aldus luidde de eindeloos herhaalde boodschap.

Daarbij werd opmerkelijk weinig aandacht besteed aan de vraag waar Claus nu eigenlijk politiek precies stond. Maar wie goed oplette, kwam toch interessante dingen aan de weet. Zo werd in een documentaire over het leven van Claus tussen neus en lippen door vermeld dat hij bij een bezoek aan China in 1977 - de miljoenen slachtoffers van de culturele revolutie waren nog nauwelijks begraven - deze communistische dictatuur 'een voorbeeld voor andere ontwikkelingslanden' noemde.

En Vrij Nederland meldde vorige week terloops dat prins Claus uit respect voor Fidel Castro nog in 1998 op audientie was gegaan bij de Cubaanse dictator, die kennelijk kans zag om tussen het opsluiten van politieke dissidenten door tijd vrij te maken voor de Nederlandse prins. 't Is een opmerkelijk politiek traject: van de Hitlerjugend en de Wehrmacht rechtstreeks in de armen van Mao en Castro. Inderdaad, een voorbeeld voor ons allen.

Vanwaar het grote zwijgen over de communistische sympathieen van Claus? Over de doden niets dan goeds? Die vlieger gaat niet op, gezien bijvoorbeeld de keiharde aanval in NRC-Handelsblad op Leo Derksen na diens overlijden. Wat had Claus dat Derksen ontbeerde?

In de eerste plaats was Claus prominent lid van het koningshuis, en het likken van de macht is de Nederlandse journalist aangeboren. (Denk hier bijvoorbeeld aan Jan Blokker, die trots melding maakte van de ‘vier of vijf gelegenheden’ dat hij Claus de hand mocht schudden.)

In de tweede plaats was Derksen rechts. Sympathiseren met de meest moorddadige en onderdrukkende politieke beweging van de twintigste eeuw is nog tot daar aan toe; maar rechts zijn – dat is pas echt onvergeeflijk.

Bart Croughs

Deze column verscheen eerder in HP/De Tijd

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl