Het beperkte recht van verhuurders

Door Redactie

14 oktober 2002

De argeloze burger zou misschien denken dat eigenaren van woningen zelf de voorwaarden mogen bepalen waaronder zij hun woning verhuren. Dat ze een vrijwillige overeenkomst mogen aangaan met huurders en dat beide partijen zich daaraan dienen te houden. Je zou zelfs denken dat huiseigenaren eigenaren waren van hun woning. Op zich namelijk niet zo'n heel vreemd concept, nietwaar?

In de oktoberuitgave dit jaar van het maandblad Vereniging Eigen Huis staat echter het volgende:

"Je wilt er als particuliere verhuurder zo zeker mogelijk van zijn, dat je huis verantwoord bewoond wordt. En dat je dus zelf je huurder uitkiest als je je eigendom verhuurt. Zo niet in Amsterdam. In die gemeente heerst al jaren grote schaarste op de woningmarkt. Daarom vordert de gemeente woningen in het belang van de volkshuisvesting. Een huiseigenaar aan de Eikenweg in Amsterdam-Oost ondervond dat aan den lijve. Hij moest na jarenlange verhuur zijn eigen huurder eruit zetten en zijn huis beschikbaar stellen voor een kandidaat van de gemeente. De huiseigenaar beriep zich op zijn recht op eigendom, maar dat mocht niet baten. Hij voerde de strijd tot en met de Raad van State en die deed uitspraak. De gemeente stond in haar recht. Ook al is het je eigen huis, toch kan het dus gebeuren dat iemand anders bepaalt wat ermee gebeurt."

Albert

Het Parool berichtte er reeds in augustus over.

Bovenstaande huiseigenaar moet niet alleen verhuren aan een persoon die hij niet wenst als huurder maar is tevens gebonden aan een puntensysteem dat vertelt welke maximale huurprijs hij kan vragen. Het is tevens zo dat alleen de huurder kan bepalen wanneer hij de huurovereenkomst opzegt. Alleen als de huurder zich ernstig misdraagt of de huur niet betaalt kan de verhuurder het contract beëindigen, hoewel daar vaak enorm veel juridische rompslomp aan vooraf moet gaan. De overheid veroorzaakt op deze manier veel woningnood aangezien het huiseigenaren sterk ontmoedigt hun huis te verhuren.

En dit is nog niet alles. Na de vuurramp in Volendam werd de Utrechtse gemeente strikt in het naleven van brandeisen van o.a. huurpanden. Een verhuurder aan studenten gaf toen aan zijn woning niet voor tienduizenden guldens te verbouwen om het recht te behouden deze te verhuren. Zo moest hij speciale brandwerende deuren installeren die tevens altijd gesloten moesten zijn. Aangezien dat zeer veel overlast voor de bewoners zou opleveren kon de eigenaar op zijn klompen aanvoelen dat de studenten met een touwtje de deur altijd zouden openhouden. De eigenaar wilde dus deze dure nutteloze voorzieningen niet aanbrengen en stelde dat hij niet meer zou verhuren (hij mocht de huurprijs ook niet verhogen) . En zo verdween er goedkope woonruimte in een studentenstad als Utrecht waar toch al een enorme krapte heerst op de woningmarkt.

De vraag die je je kunt stellen is waarom verhuurder en huurder zelf niet mogen bepalen wat voor hun brandveilig genoeg is. De gemeentelijke overheid heeft makkelijk praten en maakt een eenvoudige afweging in haar eigen voordeel. De gemeente treft nu geen blaam meer wanneer het fout gaat maar de studenten kunnen niet meer wonen. Misschien is het dus beter als de burgers de overheid niet meer overal aansprakelijk voor stellen en hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat levert meer vrijheid op en zo kunnen burgers individueel bepalen welke balans tussen brandrisico en woongenot men reëel acht. Velen zullen een minder brandveilige woning prefereren boven een heel brandveilige waarin ze toch niet mogen wonen. Bovendien kunnen huurders en verhuurders dan de brandveiligheid kiezen die nauw aansluit bij de specifieke woonsituatie en niet bij de van hogerhand opgelegde voorschriften.

Vereniging Eigen Huis

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl