Vermoorde onschuld

Door Marcel Roele

24 februari 2003

In de afgelopen honderd jaar zijn ruim tweehonderd miljoen mensen door hun soortgenoten gedood.

Een flink aantal slachtoffers komt op rekening van ideologieën, zoals communisme en nationaal-socialisme. Toch was de twintigste eeuw helemaal niet bloediger dan de rest van het millennium.

In het dertiende eeuwse Engeland, waar iedereen behoorde tot godvrezende, kleinschalige gemeenschappen, werden per duizend inwoners twintig keer meer mensen vermoord dan tegenwoordig. Men bracht de misdaadcijfers tijdelijk wat omlaag door zoveel mogelijk jonge mannen op kruistocht te sturen. Zo konden ze met pauselijke zegen elders bloedbaden aanrichten. De religieuze oorlog werd gevoerd met de bijbel in de hand, opengeslagen bij psalm 137: "Welgelukkig zal hij zijn, die uwe kleine kinderen grijpen, en aan de steenrots verpletteren zal!"

Volgens de Franse filosoof Jean Jacques Rousseau raakte de mensheid op het slechte pad toen zij haar eenvoudige, natuurlijke levenswijze verliet. Antropologen toetsten het gelijk van Rousseau. Zij bezochten de laatste natuurvolken die in afgelegen woestijnen en oerwouden leefden. Daar bezat niemand meer dan hij kon dragen, speelde geld geen rol en werd voedsel eigenhandig verzameld of gevangen.

Zo primitief leefden onze verre voorouders ook. Als de jager-verzamelaars lief zijn voor elkaar, redeneerde men, dan is de mens waarschijnlijk van nature goed. Elizabeth Marshall Thomas' beschrijving van de onschuld en vredelievendheid van een stam van vijftienhonderd leden van het San-volk in de Kalahari-woestijn, werd een bestseller.

Een blijde boodschap verkoopt goed, maar is zelden waar. Richard Lee telde eens na hoeveel moorden er werden gepleegd door de San. In een halve eeuw tijd waren dat er tweeëntwintig; vijf meer dan het aantal moorden per vijftienhonderd inwoners per vijftig jaar in New York.

De mannen van de Gebusi van Nieuw Guinea zouden helemaal geen last hebben van haantjesgedrag en onderlinge rivaliteit. De kameraadschap bleek schone schijn: Bruce Knauft berekende dat in de periode voor de aankomst van de eerste westerlingen de moordcijfers bij de Gebusi tien keer hoger waren dan in de grote steden van de Verenigde Staten. Het meest voorkomende motief was ruzie over het bezit van jonge vrouwen.

Carol Ember toonde aan dat natuurvolken regelmatig stammenoorlogen uitvochten: van de dertig samenlevingen van jagers en verzamelaars trokken er twintig gemiddeld iedere twee jaar ten strijde. Slechts drie natuurvolken kenden een langdurige vrede, maar zij leefden volkomen geïsoleerd of omringd door een moderne beschaving die stammenoorlog verbood.

Bij natuurvolkeren die een oorlogszuchtige traditie hadden, zoals de Huli, de Mae Enga en de Dugum Dani van Nieuw Guinea, de Murngin uit Noord-Australiâ en de Yanomamö uit het zuiden van Venezuela en het noorden van Brazilië, kwamen twintig tot dertig procent van de volwassen mannen door onderling geweld om het leven.

Oudheidkundige opgravingen leverden bewijzen van slachtpartijen uit het verleden: in Zuidoost Frankrijk ontdekte men een massagraf met mannen, vrouwen en kinderen die in het Stenen Tijdperk met pijl en boog waren geëxecuteerd. In de Kraaienkreek van het Amerikaanse Zuid-Dakota werden de stoffelijke resten van vijfhonderd indianen opgegraven die rond het jaar 1325 waren doodgemarteld door leden van een andere stam. Alleen jonge vrouwen ontbraken in het massagraf; die waren waarschijnlijk als oorlogsbuit meegenomen.

De primitieve oorlogvoering bij de mens verschilt niet veel van de strijd tussen groepen chimpansees. Een kwart tot de helft van de mannelijke chimpansees vindt de dood in onderlinge gevechten om macht, grondgebied en vrouwen.

De cultuur is wreed, maar de natuur is nog veel wreder. Rousseau had ongelijk: als alle mensen op een natuurlijke manier samenleefden, waren er deze eeuw miljarden doden gevallen.

Marcel Roele

Deze column verscheen eerder in het Algemeen Dagblad

Gerelateerde link:
- De tien grootste genocides van de 20ste eeuw

Marcel Roele (1961) is columnist van AD Magazine en schrijft over sociobiologie voor HP/De Tijd en Intermediair. Naast "De Mietjesmaatschappij" publiceerde hij De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties (tweede druk, 1996), De menselijke soort .

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage marcelroele.meervrijheid.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl