“Seriously, what are we doing to those we seek to help?”
Ronald Reagan

Repressie versus preventie

Door Redactie

27 augustus 2002

Volgens het CBS is het aantal geregistreerde misdrijven de laatste 30 jaar gestegen met 1200% (van 350.000 naar 4.600.000) terwijl de bevolking steeg met 18%.

Rotterdam wil zijn steentje bijdragen in de bestrijding ervan. Het Algemeen Dagblad bericht dat de politie van Rotterdam op straat burgers gaat doorlichten op het bezit van wapens en drugs. Daarvoor wordt een mobiele scanner van de douane gebruikt, vergelijkbaar met de scanners voor bagagecontrole op Schiphol. Samen met een toenemend gebruik van surveillancecamera's op straat wordt de privacy van individuen steeds meer in een hoek gedrukt. Een zorgwekkende ontwikkeling.

Dit soort maatregelen om criminaliteit te ontmoedigen of op te lossen is tegelijkertijd repressief en preventief. Preventief omdat het beoogt criminaliteit te voorkomen via afschrikking en het opsporen van potentiële misdadigers. Repressief omdat het gebaseerd is op dreiging, inbreuk maakt op de privacy van burgers en een toename inhoudt van een politiestaat waarbinnen de overheid oppermachtig is.

Er lijkt dus een trend richting repressie. Meer politie op straat, meer camera's, strengere straffen, meer regels en wetten. Vroeger had je tv-spotjes met een brandpreventiemannetje, een stripfiguur die kijkers wees op de mogelijkheden om brand in huis te voorkomen. Tegenwoordig lijkt het regeringsbeleid er meer op gericht te zijn om alles van brandvrij asbest te maken en overal brandblussers te hangen terwijl iedereen met vuur loopt te spelen. Misschien is het in het huidige tijdsbestek beter om meer aan werkelijke criminaliteitspreventie te doen dan aan de repressieve preventie die tegenwoordig zo in zwang is.

De basis van criminaliteitspreventie zou kunnen liggen in discriminatie. Discriminatie is een vorm van preventie die dagelijks door iedereen wordt beoefend. Mensen gaan niet naar bepaalde buurten of mijden bepaalde bevolkingsgroepen om te voorkomen slachtoffer te worden van criminaliteit. Deze vorm van discriminatie vindt iedereen normaal en men zou niet zonder willen leven. Dat is maar goed ook want anders zou de criminaliteit nog verder de spuigaten uitlopen. Maar discriminatie heeft niet alleen met criminaliteit te maken. Mensen discrimineren ook op basis van uiterlijk en weigeren iemand die er niet leuk, gezellig of jong uitziet terwijl die persoon best wel heel gezellig zou kunnen zijn. Zo worden tot veel discotheken alleen hippe extravagante mensen toegelaten, terwijl tot bingo-avonden in het wijkcentrum liever geen flamboyante travestieten worden verwelkomd. En daar is eigenlijk niets mis mee.

In tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht is discriminatie niet slecht. Het is niet goed ook, maar het is toch mooi dat er gebruik van wordt gemaakt. Soms zal discriminatie onterecht zijn en soms terecht. Discriminatie is misschien niet altijd even sympathiek maar het is geen vorm van geweld. Als iemand geen mannen wil toelaten tot zijn winkel is dat vervelend voor de mannen maar de winkelier is eigenaar van de winkel en niet de klanten. Hij zou dus mogen bepalen wie binnengelaten wordt. Net zoals huiseigenaren dat mogen. Als hij klanten terecht weigert omdat ze een verhoogd risico lopen crimineel te zijn heeft de winkelier daar financiëel voordeel bij. Als de winkelier mensen onterecht weigert ondervindt hij daar nadeel van. Immers, hij haalt daardoor minder omzet dan hij zou kunnen halen wanneer hij de gediscrimineerden wel binnenliet. De winkelier zal dus genegen zijn alleen terechte discriminatie toe te passen.

De antidiscriminatiewetgeving gaat uit van de gedachte dat mensen gelijk behandeld moeten worden. Maar mensen zijn niet gelijk en dienen dus ook niet gelijk behandeld te worden. Ook een gelijke behandeling maakt mensen niet gelijk, zeker niet aangezien veel menselijke eigenschappen een genetische oorzaak hebben. Mensen verschillen in vrijwel alles: interesses, verstandelijke vermogens, crimineel gedrag, achtergrond, voorkeuren, uiterlijk et cetera. Het zou waanzin zijn wanneer burgers andere burgers gelijk moeten behandelen. Juist die drang tot gelijkheid heeft tot gevolg dat regels steeds strenger moeten worden omdat ook rekening gehouden moet worden met mensen die zich het minst aan bv (gedrags)regels houden. Denk aan de jonge Marokkanen in zwembaden en bioscopen.

Nu sommige zwembaden door met name Marokkaane jongeren onveilig worden gemaakt lijkt het beter verdachte groepen (bijvoorbeeld alleen bepaalde Marokkaanse jongens) de toegang tot de zwembaden te weigeren dan strenge regels en repressie toe te passen die voor alle bezoekers gelden. Op die manier moeten de goeden inderdaad onder de slechten lijden. Terwijl bij weigering van deze groepen voornamelijk de kwaden lijden en dus gemotiveerd worden hun gedrag aan te passen.

Verder kan men criminaliteit voorkomen door buitenlanders met een verhoogd criminaliteitsrisico niet meer toe te laten tot Nederland. Da's niet alleen een zeer goedkope manier van preventie maar ook erg doeltreffend. Zo zijn sommige groepen allochtonen (Antillianen, bron Elsevier) zo'n 8 keer zo crimineel als autochtonen. Om dit nadeel te compenseren zouden ze wel heel veel andere goede zaken aan de Nederlandse samenleving moet bijdragen (hoge opleiding, culturele bagage, rijkdom et cetera). En dat is niet bepaald waarschijnlijk. Waarom zou Nederland dat risico willen lopen? Waarom spreekt men in Den Haag niet van zulke preventie maar heeft men het voornamelijk over repressieve maatregelen? Blijkbaar rust er na de opkomst van Pim Fortuyn nog steeds een behoorlijk taboe op dit soort maatregelen. Wel heeft minister Nawijn het over het terugsturen van criminele Marokkanen naar Marokko. Dat zal juridisch erg moeilijk worden en bovendien lijkt preventie hier veel beter mogelijk.

Nog even iets over cameratoezicht op straat: voorstanders van de overheidssurveillance stellen dat diegenen die niets op hun kerfstok hebben geen bezwaar hoeven te maken. Die mensen gaan uit van het onterechte standpunt dat de overheid het altijd goed met de burgers voor heeft. Dat is zeer onwaarschijnlijk. Zo is bv het handelen in verdovende middelen niet legaal maar tegelijkertijd ook niet verkeerd. Het is een slachtofferloze misdaad. Niemand wordt kwaad gedaan aangezien de handel uitgaat van vrijwillige transacties tussen verschillende mensen. Waarom zou de overheid dat dan moeten verbieden?

Als we niet uitgaan van criminaliteit maar van belastingplicht (overigens een vorm van overheidscriminaliteit) lijkt het niet verstandig wanneer de staat een ijzeren greep heeft op de belastingplichtigen. De staat kan op die manier haar burgers onbeperkt uitknijpen.
Hetzelfde geldt voor de Big Brother politiestaat. Wanneer de overheid meer macht heeft over burgers kan deze de meest waanzinnige wetten opleggen en bekrachtigen.


De overheid overtreedt overigens haar eigen antidiscriminatiewetgeving. Bart Croughs wijdde er eerder een column aan.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl