“Some regard private enterprise as if it were a predatory tiger to be shot. Others look upon it as a cow that they can milk. Only a handful see it for what it really is - the strong horse that pulls the whole cart.”
Winston Churchill

Antidiscriminatiewetgeving werkt vaak averechts

Door Frank Karsten

5 april 2019

Antiracismebetogingen, zoals op 23 maart in Amsterdam, tonen aan dat de woede over discriminatie groot is. Ook de politiek probeert uitsluiting en segregatie te bestrijden via allerlei nieuwe wetgeving. Maar antidiscriminatiewetgeving kan discriminatie juist in de hand werken.

Bijna alles wat we zeggen of niet zeggen, doen of niet doen, kan nu als racistisch of seksistisch worden gekarakteriseerd.

Activisme tegen discriminatie werkt vaak averechts. Was je vroeger racist als je vond dat zwarten achterin de bus moesten zitten, tegenwoordig word je voor racist uitgemaakt als je een accent nadoet, een plagerig grapje maakt of gewoon verschillen opmerkt tussen groepen. Bijna alles wat we zeggen of niet zeggen, doen of niet doen, kan nu als racistisch of seksistisch worden gekarakteriseerd.

Door de definitie van discriminatie enorm op te rekken, lopen we op eieren en worden tegenstellingen onnodig vergroot. Bepaalde activisten proberen voortdurend mensen te beschadigen die (bedoeld of onbedoeld) even buiten de lijntjes kleuren. Wie zich onhandig uitlaat, kan zijn Twitteraccount, zijn baan of goede naam verliezen. Wie eenmaal tot racist is verklaard, zit in dezelfde groep als de Ku Klux Klan.

Het gevolg van deze hypersensitiviteit is dat mensen het veiliger zullen vinden om allerlei groepen juist te ontwijken, al zullen weinigen dat durven toegeven. Als samenleving kunnen we tien extra antiracismebetogingen houden, we kunnen straffen op discriminatie verzwaren en de reclame voor diversiteit verdubbelen, maar als we het onaantrekkelijk of zelfs risicovol maken met andere groepen om te gaan, zal de tweedeling groeien.

Wat ook niet tot inclusie en wederzijdse waardering leidt, is het met twee maten meten. Als antiracisten en antiseksisten ongestraft en onbekritiseerd discriminerende uitspraken kunnen doen zoals 'Witte onschuld bestaat niet', 'De universiteit is te wit en te mannelijk', 'Racisme is een probleem van witte mensen', dan vergroot dat de maatschappelijke tegenstellingen.

Ook antidiscriminatiewetgeving kan ongewenste neveneffecten hebben, zoals een recent voorbeeld illustreert. Bij een sollicitatie in 2018 weigerde de Zweedse moslima Fareh Alhajeh de bedrijfsmanager een hand te geven vanwege haar religieuze overtuiging. Het bedrijf wees haar daarom af, waarop Fareh met succes een rechtszaak aanspande. De firma moest vervolgens 3500 euro schadevergoeding betalen.

Dit lijkt een succes in de strijd tegen discriminatie, maar eigenlijk is het een nederlaag. Want zorgt deze gerechtelijke uitspraak ervoor dat moslims vaker zullen worden aangenomen? Waarschijnlijk niet.

Bedrijven die willen dat werknemers handen schudden, zullen voortaan sollicitanten met een Arabisch klinkende naam minder vaak uitnodigen voor een gesprek, dus ook moslima's die dat wel willen. Wie niet gericht mag discrimineren, op bijvoorbeeld kleding of omgangsvormen, zal dat dus breder doen.

Aanklagen

Het onbedoelde gevolg van de antidiscriminatiewetgeving is dat een jonge, blanke, niet-gehandicapte, niet-religieuze man de meest aantrekkelijke werknemer wordt. Met hem loop je namelijk de minste kans wegens discriminatie aangeklaagd te worden. Met een islamitische, gehandicapte, lesbische werkneemster loopt de werkgever een verhoogd risico.

Wie tegenwoordig een accent nadoet of een plagerig grapje maakt, is meteen een racist


Het is uiteraard wenselijk dat we vooroordelen verminderen en mensen zoveel mogelijk als individu beoordelen. Helaas is dat vaak niet mogelijk, doordat we moeten beslissen zonder de ander genoeg te kennen. Maar door bedrijven te verbieden zelf te kiezen wie ze aannemen of waarom, zullen ze juist vaker discrimineren. En wanneer de definitie van racisme en seksisme wordt opgerekt, creëren we een angstige maatschappij. Mensen zullen dan aarzelen hun zorgen en meningen te uiten, maar tonen hun boosheid daarover in het stemhokje.

Voor goede resultaten moeten wij ons niet louter laten leiden door goede intenties. Het beste medicijn tegen sociale onvrede en haat is mensen de mogelijkheid gunnen elkaar te ontwijken, toleranter te zijn jegens afwijkende maar vreedzame meningen en elkaar niet voortdurend de maat te nemen door alles tot haat en racisme te verklaren.

---

Dit opinieartikel verscheen op 2 april 2019 in het Parool
 

Over de auteur

Frank Karsten is oprichter van de Stichting Meervrijheid en hoofdredacteur van de bijbehorende website.

Samen met Karel Beckman schreef hij De Democratie Voorbij, een boek dat inmiddels in 20 talen beschikbaar is.

In 2018 publiceerde hij De DiscriminatieMythe, waarin hij een kritische visie op het gelijkheidsdenken uiteenzet.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl