“Achter de meeste argumenten tegen de vrije markt ligt een gebrek aan geloof in vrijheid zelf.”
Milton Friedman

‘Het probleem van de democratie ligt bij de kiezers’

Door Marco Visscher

11 mei 2017

De slecht geïnformeerde kiezer zou niet evenveel te zeggen mogen hebben als de goed geïnformeerde kiezer, vindt politiek filosoof Jason Brennan. ‘In een democratie bestaat geen prikkel om je beter te laten informeren.’

Ontevredenheid met democratie is nog nooit zo bon ton geweest als vandaag. De keuze voor de Brexit zou bewijzen dat je belangrijke beslissingen niet bij het volk moet neerleggen.

Het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne (‘een leuk zomerdingetje’, in de legendarische woorden van GeenPeil) zou laten zien dat tegenwoordig zelfs een paar bengels met een website de Europese politiek kunnen kapen. Intussen liep de Amerikaanse presidentsrace uit op een felle, kwaadaardige strijd tussen twee van ’s lands meest gehate kandidaten ooit.

In De Wereld Draait Door mocht cultuurhistoricus David Van Reybrouck onlangs uitleggen waarom 2016 ‘het slechtste jaar voor de democratie’ was sinds 1933, de vooravond van nazi-Duitsland.

Maar pleiten tégen democratie? Zo ver wil niemand gaan. Behalve Jason Brennan dan. De Amerikaanse politiek filosoof geldt als expert op het gebied van de ‘ethiek van stemmen’, waarover hij twee boeken schreef, en werkt als professor aan de Georgetown University. De titel van zijn laatste boek laat weinig te raden over de kern van zijn betoog: Against Democracy, tegen democratie.

Ziet u Donald Trump als een voorbeeld van waarom democratie niet werkt?

‘Ja, absoluut. Trump is heel, heel goed geweest om mijn argumenten over te brengen.’

Toch komt zijn naam in uw boek niet voor.

‘Trump heeft niets van doen met mijn bezwaren tegen democratie. Het is zonder meer een serieus probleem dat in een democratie zo’n slechte kandidaat als Trump naar voren kon komen. Maar het probleem ligt veel dieper en is net zo geldig voor alle eerdere verkiezingen in de Verenigde Staten en daarbuiten.’

Wat is het onderliggende probleem?

‘Het probleem van de democratie ligt bij de kiezers. De beleidsvoorstellen van de kandidaten moeten de gemiddelde stemmer aanspreken en die gemiddelde stemmer is slecht geïnformeerd. Dat is geen elitair waardeoordeel; we weten dat uit talrijke studies. Met een beter geïnformeerd electoraat zou je betere kandidaten hebben met betere beleidsvoorstellen. Ook dat blijkt uit studies: mensen stemmen anders als zij beter geïnformeerd zijn.’

Voor de duidelijkheid: met ‘ongeïnformeerd’ bedoelt u ‘dom’?

‘Nee, zeker niet. Mensen die stemmen zijn niet dom. Ze zijn zich gewoon niet bewust van relevante feiten of ze vergissen zich.’

Waaruit blijkt volgens u de onwetendheid van kiezers?

‘Uit Amerikaanse studies – en het beeld in andere westerse landen is vergelijkbaar – blijkt dat de meeste mensen nog wel weten wie de president is, maar daar houdt het ongeveer op. Minder dan de helft weet wie de vicepresident is. De meeste mensen kunnen niet één buitenlandse leider noemen. Een overweldigende meerderheid weet niet welke partij het Congres domineert, wat betekent dat kiezers misschien wel dénken dat ze bij een verkiezing politici naar huis kunnen sturen als ze het slecht doen, maar ze weten niet eens wie in werkelijkheid de macht heeft.’

Dan kunnen we mensen toch beter informeren via campagnes of aanmoedigen om zich beter te informeren voordat ze gaan stemmen?

‘Het probleem is dat er in een democratie geen prikkel bestaat om je beter te laten informeren. De kans dat onze individuele stem een bepalend verschil maakt, is namelijk zo miniem dat we het ons kunnen veroorloven om ongeïnformeerd te blijven en ons in het stemhokje irrationeel te gedragen. Sterker, democratie moedigt ons aan om in bizarre collectieve fantasieën te geloven.’

Hoe bedoelt u dat?

‘In veel aspecten van ons leven dragen wijzelf de consequenties van onze ideeën en inschattingen. Als ik de straat oversteek, kijk ik eerst beide kanten op om te zien of het veilig is. Komt er een grote vrachtwagen aan, dan waag ik het niet om te fantaseren dat het eigenlijk de Optimus Prime van de Transformers is die me zal meenemen op een spannend avontuur wanneer ik me voor de wielen gooi; als ik het mis heb, heb ik namelijk een serieus probleem. Maar in de politiek staat het ons geheel vrij om te fantaseren dat we probleemloos in staat zijn om een ontwikkelingsland binnen te vallen om er een democratie op te zetten, of om te denken dat we de kwaliteit van het onderwijs of de zorg zullen verbeteren door er gewoon meer geld tegenaan te gooien. Het raakt mij persoonlijk op geen enkele manier als ik ongelijk blijk te hebben.’

Goed, maar in een democratie telt iedere stem even zwaar. We moeten er dus maar mee leren leven dat sommigen minder goed geïnformeerd zijn dan anderen.

‘Daar ben ik het niet mee eens. Ik vind dat het electoraat een morele plicht heeft zich te laten informeren. Laat ik een vergelijking maken met de juryrechtspraak in de Verenigde Staten. Stel, de jury bestaat uit twaalf mensen die geen enkele interesse hebben in de feiten van een moordzaak en besluiten om de verdachte schuldig te verklaren omdat hij zwart is en toevallig hebben ze een hekel aan zwarten. Dat zouden we zeer onrechtvaardig vinden, nietwaar? Of ze bekijken weliswaar de beschikbare informatie, maar ze geloven dat de verdachte alle kenmerken vertoont van een buitenaardse reptielensoort die de aarde wil overnemen, dan vinden we dat ook onrechtvaardig, toch? Een jury heeft nu eenmaal in een rechtszaak de plicht om alle relevante informatie boven tafel te halen en rationeel te wegen op basis van rechtvaardigheid. Dat zijn ze niet alleen verplicht aan de verdachte, maar ook aan de samenleving, want zij hebben het monopolie op een beslissing die zwaar weegt.

Datzelfde geldt in de politiek voor het electoraat. Stemgerechtigden beslissen over serieuze zaken, zoals oorlog en vrede en welvaart en armoede. Hun wil leggen zij op aan de hele samenleving. Daarom hebben zij als groep net zo goed een plicht om geïnformeerd en rationeel te zijn. Wanneer zij daarin falen – en dat doen ze telkens, zo blijkt – dan rechtvaardigt dat twijfel aan hun legitimiteit.’

U keert zich tegen de democratie. Maar de beste landen om te wonen zijn toch democratieën?

‘Dat klopt. Inwoners van een democratie hebben doorgaans een hogere levensstandaard en hun persoonlijke en economische vrijheden worden redelijk beschermd. Ik zeg ook niet dat democratie een complete mislukking is. De vraag is: kunnen we niet nog iets beters verzinnen?’

Epistocratie

Over die vraag – is er niet iets beters? – heeft Jason Brennan langer dan een avond en een paar glazen wijn nagedacht. In zijn boek pleit hij voor een ‘epistocratie’: een regeringsvorm waarbij de stem van beter geïnformeerde kiezers zwaarder telt. In een democratie heeft iedereen een gelijk recht om te stemmen of om een politiek ambt te bekleden, maar in een epistocratie wordt dat recht gewogen op basis van kennis. De concrete invulling ligt nog open, wat Brennan betreft. Het stemrecht wordt bijvoorbeeld alleen verstrekt als je er blijk van geeft te beschikken over enige politieke kennis. Of iedereen behoudt stemrecht, maar de groep van goed geïnformeerde mensen krijgt een extra stem.

Een perfect systeem? Nee, beseft Brennan. ‘Er is geen twijfel aan dat epistocratie onderworpen zal worden aan misbruik,’ schrijft hij in Against Democracy, ‘maar dat gaat ook op voor democratie. De vraag is of een epistocratie met al haar tekortkomingen betere en rechtvaardiger resultaten oplevert dan een democratie met al haar tekortkomingen.’

Epistocratie breekt resoluut met een kerngedachte van de democratie, namelijk dat iedereen een gelijke stem heeft.

‘Ja, maar dat is volgens mij niet zo’n probleem. In een democratie hebben we misschien wel een gelijke stem, maar onze stem telt niet echt, omdat er maar zo weinig kans is dat onze stem enig gewicht heeft. Ik heb altijd gestemd voor vrije immigratie, maar geen enkele immigrant is ook maar één minuut langer in ons land gebleven vanwege mijn stemgedrag. Ik heb altijd gestemd tegen oorlog, maar het heeft niet één kogel bespaard. Ik heb altijd gestemd voor legalisering van drugs, maar niemand is daardoor eerder uit de gevangenis vrijgelaten wegens bezit van marihuana. Omdat onze individuele stem niet echt telt, maakt het ook niet uit als onze stem wordt afgenomen. Geloof me, als we u uw stemrecht vandaag zouden afnemen, zal dat uw leven op geen enkele relevante manier veranderen.’

Maar het verandert ook niet als mijn stem dubbel zou tellen, zoals mogelijk het geval is in een epistocratie als ik zou behoren tot de geïnformeerde klasse.

‘Klopt. Ook met een extra stem zal uw stemgedrag geen bepalende invloed hebben. Wat wél uitmaakt, is hoe het stemrecht wordt verdeeld onder groepen mensen. En als we de gehele groep van geïnformeerde mensen meer stemrecht geven, zullen we betere, rechtvaardiger uitkomsten krijgen, omdat dat is gebleken uit studies.’

Wat voor kennis zou volgens u moeten worden getest?

‘Ach, op dit moment boeien die details mij niet zo. Misschien kun je een paar basisvragen stellen: wie is de president, wie is de vicepresident, welke partij heeft de meerderheid in het Congres. Maar je kunt ook vragen om het werkloosheidspercentage te schatten of hoeveel geld wordt besteed aan sociale zekerheid of buitenlandse hulp. Uit studies blijkt dat je stemgedrag verandert als je het antwoord weet op dergelijke vragen.’

En dat stemgedrag verandert toevallig ook nog zodanig dat ze opschuiven in de richting van uw eigen, libertarische ideeën?

‘Niet helemaal. Meer geïnformeerde mensen staan inderdaad, zoals ik, meer open voor uitbreiding van onze burgerlijke vrijheden, vrije migratie en vrijhandel. Maar ze zijn ook, in tegenstelling tot libertariërs, voor hogere belastingen en een zekere mate van milieuregulering en buitenlandse interventie. De visie van geïnformeerde mensen is geen spiegel van wat Democraten, Republikeinen of libertariërs willen; hun visie bestaat uit een mengelmoes van redelijk genuanceerde opinies.’

Dreigen we in een epistocratie niet een bepaalde bevoorrechte groep, namelijk de blanke, hogeropgeleide mannen, te bevoordelen en nog meer invloed te geven dan ze al hebben?

‘Ja, geen enkele test zal dat kunnen voorkomen. In iedere samenleving zijn nu eenmaal de meer bevoorrechte mensen beter geïnformeerd dan de minder bevoorrechte mensen. Maar we moeten dat effect niet overdrijven. In een democratie is deze groep ook al meer geneigd te stemmen.’

Dan versterkt dat effect toch alleen maar?

‘Ik maak me daar niet zo’n zorgen om. Het is een misverstand om te denken dat jouw achtergestelde situatie – het feit dat je geen hoger onderwijs hebt genoten en weinig mogelijkheden hebt op de arbeidsmarkt – jou helpt om bij verkiezingen een juiste keuze te maken. Natuurlijk willen we dat politici zich bewust zijn van de situatie en er iets aan doen, maar wellicht helpt het helemaal niet als al deze mensen hun stemrecht gebruiken. Want om te weten wat goed voor hen is, moeten ze kennis hebben van de sociaaleconomische gevolgen van beleidsmaatregelen – en we weten dat juist zíj niet over die kennis beschikken.’

Dus maken we hun stem maar minder belangrijk?

‘Wanneer ik dit zeg over arme, laagopgeleide, zwarte mensen raakt iedereen overstuur. Wanneer ik dit zeg over arme, laagopgeleide, blanke mensen die op Trump stemmen, staat iedereen begripvol te knikken. Als presidentskandidaat sprak Trump tot de verbeelding van een grote groep arme, laagopgeleide, blanke mensen die slecht geïnformeerd waren en die ervan uit gingen dat hij hen zou helpen als hij president zou worden. Maar economen zijn het erover eens dat het beleid dat Trump tijdens zijn campagne heeft lopen promoten, hen juist zou tegenwerken.’

Geeft u eens een voorbeeld.

‘Trump beweert dat vrijhandel goed is voor de rijken en slecht voor de armen, maar in werkelijkheid – en dit is algemeen geaccepteerd onder economen – is vrijhandel nog beter voor de armen dan voor de rijken. Laatst nog verscheen een rapport waaruit blijkt dat vrijhandel in de Verenigde Staten ongeveer 30 procent toevoegt aan het inkomen van mensen in de hogere inkomensklasse en wel 60 procent aan het inkomen van de lagere inkomensklasse.

Dit voorbeeld laat zien dat je niet automatisch een “goede” stemmer wordt wanneer je tot een achtergestelde groep behoort. Sterker, het zou wel eens goed kunnen zijn voor achtergestelde groepen wanneer we de stem van mensen die over weinig kennis beschikken minder zwaar laten meetellen. Iemand als Trump zou in een epistocratie nooit zo ver zijn gekomen.’

Klakkeloos geaccepteerd

De kritiek van Brennan op de democratie is niet mals. Maar zijn voorstel voor een aanpassing is eigenlijk nog vrij mild en weinig revolutionair. Immers, alles – van politieke partijen tot aan periodieke verkiezingen – blijft gewoon bestaan. In zekere zin gaan andere pogingen tot politieke vernieuwingen veel verder. In Nederland pleit Thierry Baudet hartstochtelijk voor een drastische uitbreiding van referenda zodat het volk veel meer directe invloed heeft bij politieke besluiten. David Van Reybrouck, wiens boek Tegen verkiezingen dezer dagen op de Amerikaanse boekenmarkt wordt gebracht, pleit al jaren voor een loting die burgers aanwijst om zitting te nemen in het landelijk bestuur als alternatief voor de rituele gang naar het stemhokje, waarna de gekozen beroepspolitici vooral in de ban zijn van een ‘permanente verkiezingskoorts’.

Wat vindt u van het idee om meer politieke betrokkenheid te creëren door meer referenda uit te schrijven?

‘Een slecht idee. Stelt u zich een referendum voor over de legalisering van drugs. Om de voor- en nadelen goed af te wegen, moet je behoorlijk veel weten. Je moet kennis hebben van criminologie, van de economie van de zwarte markt, van andere landen waar drugs zijn gelegaliseerd of juist niet, et cetera. Een referendum vereist kennis en als één ding nu wel duidelijk is geworden, is het dat de meesten van ons helemaal niet beschikken over kennis.’

’En wat vindt u van lotingen, zodat een overzichtelijke, willekeurige groep stemgerechtigden besluiten mag nemen?

‘Ik denk dat het de moeite waard is om te experimenten met vormen van loting. Wat me aanspreekt, is de aselecte steekproef van de bevolking. Maar ik heb wel enkele zorgen. Wanneer mensen weten dat hun stem een grotere kans heeft om beslissend te zijn, zoals wanneer er maar weinig mensen een stem hebben, dan is de kans groter dan zij hun keuzes baseren op hun persoonlijke belangen in plaats van het publieke belang. Dat blijkt keer op keer uit studies. Bovendien: als kiezers willekeurig worden geselecteerd en daarna worden klaargestoomd om kennis op te doen, zullen partijen en politici waarschijnlijk proberen om invloed uit te oefenen op de beschikbare informatie, waardoor zij en hun standpunten in een gunstig licht komen te staan.’

Is de tijd rijp voor vernieuwing van de democratie?

‘Ja, maar ik vraag me af of het ervan komt. Democratie heeft een heilige status. Wie de democratie bekritiseert, toont een gebrek aan eerbied voor een hoog ideaal. Toen de koning nog de beslissingen voor ons nam, werd zijn macht door de meesten klakkeloos geaccepteerd en zelfs aangezien voor verheven. Vandaag gaat dat op voor onszelf. We zijn politieke participatie gaan zien als het hoogtepunt van ons burgerschap.’

U bent het daar niet mee eens?

‘Klopt. Ik denk dat je de samenleving een veel grotere dienst bewijst door bijvoorbeeld een goede automonteur, loodgieter of huisvrouw te zijn dan door te stemmen.’

Een epistocratie is ongrondwettelijk. Hoe kan het ooit democratie vervangen?

‘Een epistocratie is ongrondwettelijk in de Verenigde Staten, omdat het is verboden vanwege amendementen. Dat betekent niet dat een epistocratie nooit kan worden ingevoerd, want als de rechters het toestaan, kan het natuurlijk wel. Er is overigens wel een eenvoudige manier om nu al zonder probleem het electoraat aan te moedigen om voor de verkiezingen het kennisniveau op te schroeven. De overheid kan vlak voor de verkiezingen een quiz voorleggen aan alle stemgerechtigde burgers om algemene kennis te testen. Wie slaagt voor de quiz, wordt beloond met een belastingvoordeel. Dat zou volgens mij een legale manier zijn om te zorgen dat het kennisniveau in elk geval omhoog gaat.’

Hoe populair denkt u dat uw ideeën zijn?

‘Ik ben realistisch: geen politicus zal pleiten voor een epistocratie. Dat is niet omdat epistocratie een slecht idee is, maar omdat we van jongs af aan hebben geleerd dat democratie heilig is, dat het de beste regeringsvorm is, dat welke uitkomst ook inherent rechtvaardig is en dat het duivels is om democratie af te vallen. Ik wil simpelweg dat mensen daaraan gaan twijfelen en zich afvragen: is democratie eigenlijk wel de meeste rechtvaardige regeringsvorm, of is er iets beters? Is democratie niet gewoon een stuk gereedschap, zoals een hamer, en moeten we dus niet gewoon vrij zijn om een betere hamer te gebruiken als we er eentje hebben gevonden? Ik denk dat ik er eentje heb gevonden.

Dit interview verscheen in november 2016 in Vrij Nederland
 

Wie Jason Brennan (1979)

Bekend van Een niet aflatende reeks boeken rondom politieke filosofie, want Brennan schrijft graag en veel. Zo schreef hij in afgelopen jaren onder meer The Ethics of Voting, Compulsory Voting: For and Against en Markets without Limits. Brennan is professor aan Georgetown University met een specialisatie in politiek, filosofie en economie.

Waarom Onlangs verscheen zijn boek Against Democracy, uitgegeven door Princeton University Press.

Enz Momenteel werkt Brennan aan een boek samen met de Nederlandse politiek filosoof Bas van der Vossen. In dat boek, Global Justice as Global Freedom, bepleiten ze onder meer open grenzen. Het verschijnt volgend jaar bij Oxford University Press.



 

Over de auteur

Marco Visscher is zelfstandig journalist. Hij is oprichter en samensteller van Tegengeluid, een tweewekelijkse digitale nieuwsbrief met introducties en linkjes naar de meest uitdagende, controversiële opiniestukken. MarcoVisscher.nl

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl