“De overheid is een handelaar in gestolen goederen, en elke verkiezing is een soort van vooruitgeschoven veiling van die goederen”
H.L. Mencken

Carl Menger – Oostenrijkse School

Door Seneca

20 april 2017

Carl Menger is één van de grondleggers van de Oostenrijkse School.

Hij stelde dat het individu de maat der dingen is en dat subjectivisme het fundament vormt voor waarde. In zijn boek ‘Grondbeginselen van de economie’ uit 1871 verbeterde hij Adam Smith met zijn essentie van de economie: de bevrediging van menselijke behoeften. 

De centrale rol van Menger’s individuele economische subject vormt niet alleen de kern van de Oostenrijkse School maar is ook de basis voor de moderne economische wetenschap. 

Geboren in 1840 in Galicië – Zuid-Polen (destijds deel van het Oostenrijkse-Hongaarse keizerrijk) studeerde hij rechten aan de universiteiten van Wenen, Praag en Krakow. Na zijn doctoraat begon hij op de persafdeling van de premier in Wenen waar hij zich voor economie ging interesseren.

Die belangstelling leidde tot zijn baanbrekende werk Grundsatze der Volkswirtschaftslehre (Grondbeginselen van de economie) in 1871. Volgens Menger gaat het niet om arbeidsverdeling maar om de groei van kennis over behoeften en hoe die het beste te bevredigen (via producten en diensten).

Het uitgangspunt van Menger is dat individuen subjectieve behoeften hebben en daarvoor (consumptie-)goederen aanwenden. Bijvoorbeeld de behoefte aan ontspanning via een abonnement op een sportkanaal, een voetbal of lid worden van een voetbalclub. 

Goederen die een behoefte beter kunnen bevredigen, hebben een hogere waarde. En naarmate iemand meer heeft van een bepaald goed, hechten ze minder waarde aan een extra eenheid daarvan. Ofwel het afnemende marginale nut van goederen.

De vraag naar productiegoederen loopt synchroon met die van consumptiegoederen. Die ontlenen hun waarde aan de waarde van de goederen die ze kunnen voortbrengen. Zijn waardetheorie koppelt waarde direct aan behoefte en niet aan de arbeid of kosten die in het maken van de goederen gaan zitten.

Het individu neemt dus een centrale plaats in. Zonder de subjectieve waardering door individuen hebben goederen geen waarde.

In 1873 werd Menger Privat-Dozent aan de universiteit van Wenen waar hij zich wijdde aan de vraag welke onderzoeksmethode het meest geschikt is voor de economische wetenschap. Dat bracht hem in conflict met de Duitse Historische School die probeerde op grond van empirisch materiaal de wetmatigheden van de sociaal-economische ontwikkeling te ontdekken. 

Menger stond juist voor het belangrijkste aspect van menselijk handelen; subjectieve oordeelsvorming. Ofwel macro-economische wetten zijn zonder micro-economische onderbouwing waardeloos.

Daarna bracht hij een nieuwe theorie over het ontstaan en de waarde van geld. De waarde van geld wordt ook verklaard uit de behoeften die het kan bevredigen. Geld is ontstaan uit het feit dat individuele beslissers zochten naar manieren om hun transactiekosten te verlagen. Geld vergemakkelijkt ruil waardoor individuen meer tijd en middelen overhouden voor hun directe behoeftenbevrediging. 

Het fenomeen geld kwam niet dus voort uit een welbewuste actie van iemand om dat te creëren maar was het onbedoelde en spontane gevolg van de acties van vele mensen die allemaal hun eigen individuele transactiekosten wilden verlagen.

Met zijn onderzoek en werk heeft Menger belangrijke vernieuwingen doorgevoerd in de economische wetenschap. Hij stond aan de voet van de Oostenrijkse School en heeft o.a. Ludwig von Mises geïnspireerd om econoom te worden.
 



Dit artikel verscheen eerder op de Vrijspreker.nl
 

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl