“De functie van de politiek is het reduceren van de diversiteit van individuele doelen tot een stelsel gemeenschappelijke doelen.”
David Friedman

Hallo aarde, hier de mannenbeweging

Door Marco Visscher

17 juni 2017

Vrouwen hebben het goed voor elkaar. Beter dan de mannen. Niet zo gek, want de touwtjes zijn vandaag in handen van de feministen, zegt een nieuwe lobbygroep.

Vrouwen worden bevoorrecht, mannen gemarginaliseerd. Dat zet alles op z’n kop en is niet alleen slecht voor mannen, maar ook voor vrouwen en kinderen. Welkom in de wereld van de strijdvaardige mannenrechtenactivisten (m/v). 

‘De uitdaging is’, begint Paul Elam, zijn woorden voorzichtig wegend, ‘om niet te vallen voor de verleiding onszelf te presenteren als slachtoffer. Onze beweging’, vervolgt hij – en hij mag het zeggen, want Elam wordt gezien als de vader ervan – ‘moet zijn wat het feminisme beweerde te zijn, maar nooit was: een strijd tégen privileges voor het ene geslacht en vóór gelijke wettelijke behandeling.’ 

Elam is namelijk, voor de goede orde, van mening dat feminisme niets te maken heeft met seksegelijkheid en dat het zó succesvol is geworden, dat vandaag vrouwen worden bevoorrecht. Hij is onderdeel van de wereldwijde mannenrechtenbeweging. 

Ja, er bestáát zoiets als een mannenrechtenbeweging – en afgelopen weekend kwam de avant-garde in Londen bijeen op de Internationale Conferentie voor Mannenzaken. Als u daar nog niet eerder van heeft gehoord, is dat de schuld van de feministen. Want feministen hebben de media overgenomen, houden politici in hun greep en indoctrineren onze kinderen. 

Het is moeilijk niet lacherig te doen over het onderwerp. Voelen de mannen – al ver voorbij mensheugenis dominant op zowat álle sleutelposities in de samenleving – zich achtergesteld? Vinden zij dat mannen de dupe zijn van ‘institutioneel seksisme’? Is dit een grap?!  

Sommigen in de beweging zien humor inderdaad als een goede manier om met de materie om te gaan. Zij wijzen er luchtig op dat blanke jongemannen een studiebeurs verdienen, omdat zij als groep tegenwoordig zijn ondervertegenwoordigd op universiteiten. Of ze merken sarcastisch op dat de mannen in de afvalverwerking, rioolreiniging en mijnbouw zó gemeen zijn dat ze vrouwen niet toelaten tot hun sector – en dat er een wettelijke ondergrens voor hun aanwezigheid moet komen, net als in de politiek en de directies van grote bedrijven. En dan spelen mannen ook nog eens langere wedstrijden op Wimbledon zonder hoger prijsgeld... 

Voor veruit de meesten is het echter een ernstige zaak. Zij wijzen erop dat het de vaders zijn die na een echtscheiding minder rechten hebben op omgang met hun kinderen. Dat er wél allerlei goede doelen zijn om besnijdenis bij meisjes te voorkomen en tegen te gaan, maar niet bij jongens. Dat mannen in de rechtspraak vaker worden bestraft en zwaardere straffen krijgen dan vrouwen voor hetzelfde vergrijp. Dat mannen veel vaker dan vrouwen zelfmoord plegen. En dat er nauwelijks ruimte is om dergelijke misstanden te agenderen. Mike Buchanan, oprichter van ’s werelds enige politieke partij voor mannen: ‘In de ogen van de staat zijn mannen tweederangsburgers.’ 

Stel, redeneren de mannen, dat dit alles andersom was geweest. Dan was er een storm van verontwaardiging losgebroken. Dan moet de benadeelde partij worden beschermd en gecompenseerd. Waarom blijft het dan stil wanneer mannen die benadeelde partij zijn? Wie het ter sprake brengt, wordt genegeerd, bespot of buitengesloten. Het is die dubbele maatstaf die de mannenrechtenbeweging ter discussie stelt. 

Dat is geen typisch Westers probleem. Al jaren vraagt Anil Kumar in het traditionele, conservatieve India – in opspraak wegens een vermeende cultuur van verkrachtingen – aandacht voor het gebrek aan wettelijke bescherming van mannen tegen verkrachtingen, huiselijk geweld of seksuele intimidatie op de werkvloer die vrouwen wél hebben. En bij een aanklacht zijn mannen schuldig tot het tegendeel is bewezen. Kumar: ‘Dat is volledig in strijd met de mensenrechten.’ 
Wie zijn de mannenrechtenactivisten? Wat drijft hen en waarin verschillen ze van mening? Hoeveel invloed kunnen ze hebben? 

** 

De bijna tweehonderd bezoekers van de conferentie zijn, geheel naar verwachting, overwegend man: getrouwd, gescheiden of vrijgezel, vaders en grootvaders of geen van beide. Sommigen dragen een verdrietige familiegeschiedenis met zich mee: gescheiden en daarna afgesneden van enig contact met hun kinderen, of mishandeld door een dominante moeder. Eén man draagt een T-shirt waarop staat: ‘Where’s my foreskin?’ (Waar is mijn voorhuid?). 

Ze komen om eens onder gelijkgestemden te zijn en, niet onbelangrijk, om hun bloggende, vloggende en twitterende idolen een keer in levenden lijve te ontmoeten. Dat verhoogt de klapbereidheid bij iedere presentatie. In enkele gevallen is er al sprake van een staande ovatie nog voordat de spreker is begonnen. 

Wie zijn die idolen? Paul Elam, om te beginnen. Elam, een lange, slanke Amerikaan, zette zeven jaar geleden A Voice for Men op, een website waarop mannenzaken kunnen worden besproken. Feministen hebben zijn werk weggezet als ‘een lobby voor misbruikers’ en voor mannen die geen alimentatie wensen te betalen. Meermaals heeft hij doodsbedreigingen gehad die door de politie serieus genoeg waren om te onderzoeken. ‘Ik ben bereid te sterven voor deze zaak’, verklaart hij. ‘O ja, zonder twijfel.’ 

Of Karen Straughan, een gescheiden moeder uit Canada, ‘pissing off feminists since 2010’, volgens haar eigen omschrijving. In haar reflecties op haar eigen blog, Owning Your Shit, komen nog wel meer krachttermen voorbij. In Londen maakt ze op karakteristieke wijze een einde aan het daverende applaus na haar aankondiging: ‘Oh, shut the f*ck up.’ 

Of Janice Fiamengo, een enigszins verlegen, terughoudende literatuurwetenschapper, eveneens uit Canada, die zichzelf een jaar geleden buiten de academische kringen heeft gekatapulteerd door wekelijkse videoboodschappen op YouTube te plaatsen. Ze richt haar pijlen met name op de beklemmende sfeer op universiteiten, waar studenten zich steeds nadrukkelijker willen onttrekken aan lesmateriaal of discussies waar zij, of anderen, zich ongemakkelijk bij zouden kunnen voelen. In Fiamengo’s eigen vakgebied is de intrinsieke waarde van literatuur – als een product van haar tijd en cultuur – irrelevant geworden. Boeken worden nog louter gelezen ‘om politiek correcte houdingen te onderwijzen’, legt ze uit. 

Jawel, de oplettende lezer heeft het al gemerkt: er zijn ook vrouwen in de mannenrechtenbeweging. De meesten van hen hadden affiniteit met het feminisme, maar raakten vervreemd. Ze vinden dat het feminisme hen niet voldoende uitdaagt om verantwoordelijkheid te nemen, maar in een slachtofferrol plaatst. Ze vinden dat feministen vrouwen leren om zich als zwak en kwetsbaar te presenteren, wachtend op redding van de staat. Op de driedaagse conferentie worden de aanwezige vrouwen stuk voor stuk gekoesterd en op handen gedragen.

Karen McFly (een verzonnen achternaam waarmee ze op internet meepraat over deze thema’s), werkzaam als vertaalster bij een IT-bedrijf en overgevlogen uit Duitsland voor de conferentie, zegt altijd kromme tenen te krijgen wanneer andere vrouwen spreken uit naam van haar seksegenoten. ‘Ik maak me boos als feministen een campagne lanceren waarin ze beweren dat “alle vrouwen” bang zijn om met de bus of metro te reizen vanwege seksuele intimidatie. Ik schaam me daarvoor. Het drijft mensen uit elkaar. Het leidt tot een erosie van compassie.’ Ze vindt dat juist de mannenrechtenbeweging vrouwen in hun kracht zet. 
Zoë Kuijper, uit Nederland, zegt het beknopter: ‘Het maakt toch niet uit of je tieten hebt of niet?’ 

Nou, dat doet het dus feitelijk wél en mannenrechtenactivisten betreuren dat ten zeerste. Zij vinden elkaar in de gedachte dat het feminisme kritiekloos is doorgesijpeld door de hele samenleving. Swayne O’Pie, die 25 jaar geleden de enige man in de schoolbanken was toen hij vrouwenstudies volgde, zegt: ‘Het feminisme is de enige ideologie die niet openlijk mag worden bekritiseerd. Dat zou wantrouwen moeten wekken.’ 

Vrouwen zitten weliswaar niet op de topposities, erkent hij, maar de mannen met invloed hebben hun agenda overgenomen. Bespottelijk, noemt O’Pie het, want: ‘Het idee dat er vandaag in onze moderne samenleving nog zoiets is als een patriarchaat die vrouwen buitensluit of onderdrukt, is klinkklare onzin.’ 

Tja, een mooi patriarchaat is het, zeggen de pleitbezorgers van mannenrechten met onverholen cynisme, dat mannen de oorlog instuurt, de meeste belasting laat betalen en de gevaarlijkste baantjes laat doen. 

**

Een aantal sprekers op de conferentie dragen een overduidelijk rechtse, conservatieve agenda uit. Phillip Davies wordt aangekondigd als de enige Britse parlementariër die het durft op te nemen tegen de neiging om vrouwen privileges te geven. Hij concentreert zich op law and order en vindt het juridische systeem veel te mild, zeker voor vrouwen. Davies wil dat zij net zulke zware straffen krijgen als mannen wanneer ze dezelfde misdaad begaan. 

Een andere spreker, Herbert Purdy, verwijt de feministen dat ze via de achterdeur het marxisme willen invoeren. En de communistische kopstukken hebben opgeroepen tot de afschaffing van het gezin. ‘Wat is de weg naar een revolutie?’, vraagt Purdy zijn gehoor. ‘Begin een staatsgreep. Zo maak je het staatshoofd onschadelijk.’ En wat doen de feministen? ‘Zij doen hetzelfde met het gezinshoofd: de vader.’ En dat is ze goed gelukt, vindt Purdy. Ongeveer de helft van alle huwelijken eindigt in een echtscheiding. Veel jongens missen daardoor een rolmodel. 

Maar voor anderen in de beweging zijn die conservatieve familiewaarden volstrekt irrelevant. Zogeheten MGTOW’ers (‘men going their own way’) zijn de tegenhanger. Zij vinden dat de kosten en risico’s van een relatie met een vrouw niet opwegen tegen de baten. Het zijn mannen die niet langer wensen te daten en zich in extreme gevallen afsluiten van de samenleving. 

Weer iemand anders komt uit de gemeenschap van pick-up artists – u weet wel, mannen die workshops hebben gevolgd over hoe ze een meisje in bed krijgen. Daar wordt neergekeken op de mannenrechtenactivisten; ‘die worden gezien als crybabies, watjes’, vertelt iemand. Een enkeling waagt het in beide groepen actief te zijn. 

‘Ik voel me een beetje ongemakkelijk’, zegt Robert Russell, op vertrouwelijke toon. We zijn al een tijdje in gesprek. Russell, een gepensioneerde leraar Engels uit Londen, is al jaren gedesillusioneerd over de Labourpartij waar hij zijn leven lang op heeft gestemd. Toevallig raakte hij op het spoor van de anti-feministen en, zoals dat ook wel eens gebeurt bij moslimjongeren, zegt Russell met enige zelfspot, radicaliseerde hij. Het feminisme heeft ‘bepaalde, enge overeenkomsten met het nazisme’, zegt hij. ‘Het is gebaseerd op biologie en een vocabulaire vol onbegrijpelijke onzintermen.’ 

Maar nu, op de conferentie, weet hij zich omringd door vooral rechtse mensen – ‘en ik zie mezelf nog steeds als een lefty!’ Hij is het lang niet altijd eens met wat hij hier hoort. Feministen waren helemáál geen marxisten, beweert hij, want Marx was een man en dat moesten de feministen niet. En de Conservatieve Partij is helemáál geen socialistische partij, zoals ze hier lijken te denken. Maar goed, met vrienden erover praten, doet hij niet. Beslist: ‘Oh nee, ik wil mijn vriendschappen niet op het spel zetten.’ 

Dat is een veelgehoord sentiment. Op internet gebruiken veel activisten een schuilnaam als ze bloggen of reageren. Buiten de digitale wereld is het eng om erover te beginnen. Op de conferentie wil iedereen maar al te graag zijn mening vertellen, maar meer dan eens horen we liever niet met hun naam in dit artikel. De fotograaf moet zweren dat hij geen mensen herkenbaar fotografeert die dat niet willen. Niet voor niets zegt Paul Elam: ‘Wat ik de afgelopen tien jaar heb gedaan, zou voor anderen professionele zelfmoord zijn geweest.’ 

Uw razende reporter wordt dan ook tegemoet getreden met een mengeling van achterdocht (de media zijn immers in handen van feministen) en een behoefte om hem te overtuigen en in de gelederen op te nemen. Zo stuurt Jari Selin, die zich in Finland heeft opgeworpen als mannenrechtenactivist, na afloop van ons gesprek een e-mail met liefst 168 linkjes – voor ‘als u echt geïnteresseerd bent’. 

Er liggen ook stapels flyers, brochures en dichtbedrukte A4’tjes om aandacht te vragen voor het onrecht dat mannen wordt aangedaan. Wist u dat besnijdenis bij jongens mannen wel zes keer vaker voorkomt dan bij meisjes en vrouwen? Wist u dat 84 procent van de mannelijke gevangenispopulatie niet vast zou zitten als het juridische systeem hen had behandeld als vrouwen? Wist u dat 78 procent van de mensen die zelfmoord plegen man zijn? Wist u dat in 70 procent van de gevallen waarin huiselijk geweld één richting opgaat, de vrouw de dader is? (Terzijde: huiselijk geweld komt het meest voor bij lesbische koppels.) 

Die nadruk op de man als gedupeerde zit niet iedereen lekker. Kathy Gyngell, een conservatieve blogger, verzucht: ‘Iedereen in onze moderne maatschappij is aan het concurreren om slachtoffer te zijn.’ De vraag is of zo’n wedstrijd om wie het meest deerniswekkend een effectieve strategie is. En wat is de inzet eigenlijk? Moeten de genderspecifieke wetten worden afgeschaft, of moeten ze worden verruimd voor mannen? 

Voorlopig is het vooral een wedstrijdje om zo beledigend mogelijk te zijn over feministen. Mike Buchanan: ‘Eén van de vele gebreken van feministen is hun gebrek aan moreel kompas.’ Gegrinnik. Herbert Purdy: ‘Ik haat feminisme. Het feminisme is een gevaarlijke parasiet, die de kracht uit onze samenleving zuigt.’ Instemmend geknik. Voorzichtig applaus. Janet Bloomfield: ‘Feminisme is een haatdragende, achterlijke ideologie die immuun is voor feiten.’ Gelach. Gejoel. 

**

Zal de mannenrechtenbeweging enige invloed krijgen? Dat antwoord verschilt per land. Michael Odijk uit Nederland twijfelt, maar ziet een opening. Odijk ziet steeds meer protest tegen een ‘technocratische elite die de samenleving inricht zoals zij vindt dat die moet zijn en die democratie ziet als een obstakel’, zegt hij. En omdat het feminisme onderdeel is van de wereldvisie van de politieke klasse, zou ook díe ideologie onder vuur kunnen komen. 

Een Belgische afgevaardigde is er niet in Londen. Guy Van Sanden, werkzaam in de IT-sector, runt een website, mannenrechten.be, maar meldt het te druk te hebben – eigen bedrijf, vier kinderen – om te gaan. Sinds tweeënhalf jaar twittert Van Sanden (@mannenrechten) over deze thema’s. Het loopt niet storm. Hij heeft 33 volgers. 

Dát er iets moet veranderen om opgemerkt te worden, is wel duidelijk. ‘Laten we onszelf niet voor de gek houden en denken dat het tij keert’, houdt conferentie-organisator Mike Buchanan zijn gehoor voor. ‘We willen dat graag geloven, maar het gaat nog lang niet snel genoeg.’ Sommigen, zoals Lucian Vâlsan uit Roemenië, bepleiten infiltratie in politieke organisaties en personeelsafdelingen: ‘Feministen doen dat heel goed, wij niet.’ Anderen verkiezen de strategie van kleinschalige huiskamerbijeenkomsten of één-op-één-gesprekken met collega’s bij de koffieautomaat. 

Janet Bloomfield, een prominente blogger en directeur social media van A Voice for Men, erkent ‘een marketingprobleem’. Er zijn teveel uitgesproken anti-feministen en te weinig bruggenbouwers. Er is geen reden aan te nemen dat de zegetocht van de feministen uit zichzelf zal afremmen en geen enkele aanwijzing dat politici willen luisteren naar mannenrechtenactivisten. Dat alles stemt de aanwezigen somber. 

Toch zijn er ontwikkelingen die sommige aanwezigen positief stemmen. Iemand merkt op dat de robotisering juist een einde zal maken aan de banen waarin vrouwen zich hebben gespecialiseerd, zoals in de zorg en het onderwijs. Dan zitten zíj straks dus mooi thuis, terwijl de chirurgen, softwareontwikkelaars en loodgieters nog altijd werken. 

Ook zullen steeds meer mannen worden benadeeld door het familierecht – en dus zijn er steeds meer mensen die mannen kénnen die benadeeld zijn. Eerst denk je nog: jaja, hij zal wel niet het hele verhaal vertellen waarom hij zijn kinderen niet of nauwelijks meer mag zien. Maar als er voortdurend dit soort verhalen zijn van ogenschijnlijk sympathieke mannen is er mogelijk méér aan de hand. Dat is hoe Fransman David Loup in de thematiek verzeild is geraakt, via een vriend die wel moet opdraaien voor de kosten van de medische behandeling van zijn 3-jarige epileptische dochter, maar haar niet mag zien. ‘Zulk onrecht’, zegt Loup, ‘kan niet eeuwig onder de radar blijven.’ 

‘Ik denk dat veel mensen onderhuids wel aanvoelen dat er iets niet klopt’, zegt Alison Tieman, een Canadese striptekenaar en oprichter van de Honey Badger Brigade, een artiestencollectief rondom mannenrechten. ‘Misschien kunnen ze het nog niet goed articuleren of durven ze er niet over te beginnen.’ Hoe dan ook lijkt het haar dat er toch eens de overtuiging moet doorbreken dat vrouwen volwassen mensen met een eigen wil, die geen overmatige bescherming nodig hebben om zich in deze maatschappij staande te kunnen houden. 

Als Janet Bloomfield haar presentatie afrondt, zegt ze: ‘Feminisme is kanker’ – niet toevallig de tekst op haar knalroze T-shirt – ‘en wij zijn de genezing.’ Een stormachtig applaus steekt op. 
 



Dit artikel verscheen eerder in Knack

 

Over de auteur

Marco Visscher is zelfstandig journalist. Hij is oprichter en samensteller van Tegengeluid, een tweewekelijkse digitale nieuwsbrief met introducties en linkjes naar de meest uitdagende, controversiële opiniestukken. MarcoVisscher.nl

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl