“The free man will ask neither what his country can do for him nor what he can do for his country.”
Milton Friedman

'De antiracisten houden racisme in stand'

Door Marco Visscher

23 maart 2017

Hoezo maakt racisme een comeback? Racisme komt nog maar weinig voor, beweert Adrian Hart.

Helaas worden we door antiracismecampagnes aangespoord om in alles racisme te zien en om ons slachtoffer te voelen.

Racisme op en rond de voetbalvelden is menens. Alleen al vorige maand werden in Italië twee clubs (Inter Milaan en Hellas Verona) beboet wegens racistische spreekkoren. Dnjepr Dnjepropetrovsk kreeg een boete voor een racistisch spandoek. In Roemenië kreeg de spits van Concordia Chiajana een bananeschil naar zijn hoofd. Fans van CSKA Moskou misdroegen zich bij de Champions League-wedstrijd tegen AS Roma. Er loopt een onderzoek tegen de racistische opmerkingen die de Braziliaanse spits van Sjachtar Donetsk heeft moeten ondergaan... De lijst is verre van volledig.

Om het tij te keren, overweegt de Engelse voetbalbond clubs op te dragen om tenminste één kandidaat van een etnische minderheid mee te nemen bij een vacature voor een technisch directeur. Actiegroepen roepen op om een wedstrijd stil te leggen bij een racistisch incident. President Poetin moet het racisme in de voetbalstadions gaan bedwingen, anders dreigt een boycot van het WK van 2018 in Rusland.

Niet alleen in het voetbalstadion woekert het racisme. Op schoolpleinen, bij de ingang van de discotheek, op kantoor bij de beoordeling van sollicitatiebrieven: overal ligt racisme op de loer. Ook in ons land, waar al ruim een jaar een verhit debat woedt over Zwarte Piet.

Dat is het gangbare verhaal. Adrian Hart ziet dat anders. In de jaren tachtig voerde hij actie tegen racisme. Maar inmiddels constateert hij dat we nog eens goed moeten nadenken over de negatieve gevolgen van ons antiracismebeleid. Volgens Hart komt racisme nauwelijks nog voor en zijn het juist de antiracisten die het in stand houden.

Als we elkaar in Londen treffen, heeft hij net een stapeltje exemplaren van zijn nieuwe boek opgehaald bij z'n uitgeverij. Ze ruiken versgedrukt. Trots bladert hij erin. 'That's racist!', heet het boek. De ondertitel vermeldt dat de samenleving verdeeld raakt door de regulering van wat 'ze' zeggen en denken.

Er is toch racisme in het voetbalstadion?

"Natuurlijk misdragen sommige mensen zich daar. Dat doen ze ook als ze zaterdagavond in de kroeg zitten. Tijdens een voetbalwedstrijd mag je een beetje los gaan, is het idee. Je hebt er altijd wel een idioot tussen zitten die iets racistisch roept. Maar weet je wat er dan gebeurt? Een paar gezichten in het supportersvak draaien zich om: 'Hé, hou daar eens mee op'. Onder fans leeft een sterk zelfcorrigend vermogen. Zeker vergeleken met dertig jaar geleden is racisme vandaag heel, heel zeldzaam, zowel in als buiten het voetbalstadion."

Spreekkoren kunnen anders behoorlijk intimiderend zijn.

"Jazeker. Maar laten we eerlijk zijn: veruit de meeste spreekkoren zijn grof en geestig. Ze kunnen hard overkomen, maar laten we ze niet zo letterlijk nemen. Voetbalsupporters hebben nu eenmaal een raar soort humor. De elitaire types in de politiek en de journalistiek snappen die niet. Daar denken ze dat alle supporters totale leeghoofden zijn met een moraal uit de zeventiende eeuw. Het antiracismebeleid dat het Europese voetbal teistert, zie ik als een teken van doorgeslagen zero tolerance."

Wat is er mis mee als racistische uitingen niet worden getolereerd? U bent toch ook tegen racisme?

"Natuurlijk keur ik iedere vorm van racisme af. Maar dat betekent niet dat ik iedere vorm van antiracisme toejuich. Zero tolerance betekent het einde van iedere context. Woorden gaan dan een eigen leven leiden. Als iemand is beledigd als jij nikker zegt - en voor de goede orde: ik vind niet dat je dat woord zou moeten gebruiken - word je volgens de Britse wetgeving per definitie schuldig bevonden aan racisme, ook wanneer je het ironisch hebt bedoeld, en zelfs wanneer je het woord hebt gebruikt in een letterlijk citaat!

Ieder gebruik van een racistische term wordt opgevat als racisme. Fans van Tottenham Hot-spur zijn gearresteerd vanwege hun gebruik van het woord Yid (Jood), ook al gebruiken zij dat woord met trots (vergelijkbaar met hoe Ajax-fans zich afficheren als Joden, red.).
 

"We koersen aan op een Orwelliaanse samenleving vol braveriken. Nou, dan leef ik liever in een wereld waarin ook ik af en toe word beledigd"

Zero tolerance klinkt heel stoer, maar het is een teken van een onthutsend simplisme. De neiging om alle context buiten beschouwing te laten, past in een bredere trend waarbij het volk - vooral de lager opgeleiden onder ons - wordt gezien als gajes. Het is alsof wij, gewone mensen, zo ongemanierd en onbeschoft zijn, dat we alleen nog in bedwang kunnen worden gehouden met regels, wetten en toezicht."

De neveneffecten van de goedbedoelde campagnes tegen racisme vielen hem op tijdens zijn werk op scholen. Adrian Hart maakte in 2006 een voorlichtingsfilm over racisme. Met zijn camera registreerde hij enkele workshops op basisscholen, waarin kinderen werd geleerd racisme te herkennen en te melden. Wat hij zag, verbaasde hem.

Telkens wanneer de workshopleiders aan een klas uitlegden dat ze het gingen hebben over ras en huidskleur volgden de eerste verbaasde blikken. Kinderen reageerden: Huh? Wij hebben altijd geleerd dat het niet om uiterlijk gaat, maar om wat van binnen zit. Waarop de docenten dat netjes onderstreepten - om vervolgens omstandig uit te leggen dat er wel degelijk verschillen zijn, dat racisme voortdurend de kop opsteekt, dat een donkere kleur allerlei negatieve reacties bij mensen oproept, et cetera.

Wat viel u op als u rondkeek op schoolpleinen?

"Ik zag een ongelooflijke diversiteit. En al die kinderen waren gewoon met elkaar aan het spelen! Kinderen zijn kleurenblind. Zij kunnen volwassenen nog heel wat leren over hoe we met elkaar kunnen omgaan zonder racistisch te zijn. Die vanzelfsprekendheid verandert pas wanneer je ze gaat vertellen dat racisme fout is. Want daarmee leg je een concept uit dat ze helemaal niet kenden. Zeker niet de huidige generatie: etnisch de meest diverse generatie ooit, met meer gelijke kansen en meer mogelijkheden dan ooit. Het is niet perfect, maar we zijn op de goede weg."

Jaarlijks komen er van Britse scholen niettemin zo'n 40.000 meldingen van racisme binnen. Dat klinkt verre van perfect.

"Ha! Weet u wat er dan doorgaans is gebeurd? Dan is een gekleurd jochie uitgemaakt voor 'chocoladereep', of iets dergelijks. Ik heb een flinke steekproef van die meldingen bestudeerd en het betreft vooral alledaagse beledigingen en ruzies tussen kinderen die worden opgeblazen tot 'raskwesties'. En wat moet de leraar doen? Die moet twee snotapen van zeven, die hun meningsverschil allang zijn vergeten, bij zich roepen om hun raciale verschillen te overpeinzen. Op die manier wordt racisme in stand gehouden door de antiracisten."

Cijfers daarover ontbreken in zijn boek. Maar, zegt Hart, "alle scholen waar we met ons antiracismeprogramma waren geweest, zagen nog wekenlang een toename in de meldingen van racisme."

Je kunt ook beweren: zónder beleid zou er veel meer racisme zijn.

"Ja, dat beweren vooral de beleidsmakers en de campagnevoerders. Zo rechtvaardigen zij hun werk. Ze wijzen op een incident en noemen dat dan het topje van de ijsberg, maar er ís helemaal geen ijsberg! Ze willen met hun regels en interventies het racisme in de kiem smoren, maar het ís geen racisme wat zij smoren; het is eerder racisme wat ze kwéken."

In Nederland legt Zwarte Piet het af tegen vooral Randstedelijk protest. Hart wil er als Brit weinig over zeggen, maar een opvallende parallel ziet hij wel. Hij vergelijkt de ophef met die over het zwarte, 19de-eeuwse popje Golliwog. Met z'n kroeshaar en rode lippen leek hij sterk op Zwarte Piet. Pop Golliwog was razend populair, maar werd, zegt Hart, 'óók door marginale actiegroepen verbannen uit kinderboek en speelgoedwinkel'.

Misschien zijn racismeslachtoffers wel heel blij met zo'n afkeuring van racistische uitingen.

"Het is maar de vraag wat minderheden ermee opschieten. Een streng antiracismebeleid reduceert de mens tot een achterlijk kuddebeest, dat niet in staat is om de intentie achter een bepaalde uiting te begrijpen. Zo'n beleid benadrukt het idee dat wij mensen in essentie uiterst kwetsbaar zijn, alsof we voortdurend ernstige emotionele schade dreigen op te lopen doordat iemand een of ander woord gebruikt dat is aangemerkt als een uiting van racisme.

De antiracisten creëren een cultuur waarin je je meteen slachtoffer moet voelen als je een lelijke opmerking te verduren krijgt. Een cultuur waarin je bij meneer de agent of bij de therapeut moet aankloppen als iemand op jouw tere ziel trapt. Een cultuur waarin je vooral níet geacht wordt om zelf na te denken of om zelf op te treden wanneer iemand je beledigt. Ik weet niet zo goed wie daar bij gebaat zou zijn."

Toen Adrian Hart nog in de schoolbanken zat, vertelt hij, werd hij 'genadeloos' gepest. 'Paki!' riepen zijn klasgenoten. Ook een leraar maakte dergelijke opmerkingen. Heel vreemd - Hart hééft niet eens Pakistaanse wortels. "Mijn broer heeft blond haar en blauwe ogen en hij is écht mijn broer." Maar het haar van de jonge Adrian was net iets zwarter en zijn huid net iets donkerder dan de blanke Britten in de jaren zestig en zeventig gewend waren. "Een beetje antiracismebeleid was toen wel prettig geweest", zegt hij met enige ironie.

In de jaren tachtig liep hij mee in demonstraties tegen racisme. Het waren andere tijden. Racistische moorden kwamen veel voor. Bovendien konden ze rekenen op minder publieke afkeuring en minder media-aandacht dan nu. Hart sloot zich aan bij Workers Against Racism, dat straatpatrouilles opzette, bescherming bood aan gezinnen die soms fysiek werden bedreigd en de deuren langsging om steun te vergaren voor de strijd tegen racisme.

Wat ziet u als het grootste verschil tussen toen en nu?

"Je kon niemand vertrouwen. Racisme zat bij de buurman, de politie, de leraar, de journalisten, de politici, bij iedereen. Onze leus was: Fighting racism: it's up to u'. Wíj moesten er zélf iets aan doen. Nu zijn het overheidsinstanties en subsidielobbyisten die racisme bestrijden; ze zijn blijkbaar veel verlichter en beschaafder zijn dan wij, het gepeupel. Met hun beleid hebben ze de raciale identiteit versterkt. Dus nu nemen we niet zozeer oprecht aanstoot aan een belediging, maar zóeken we naar een belediging om vervolgens erkenning van onze zwakke positie af te dwingen. Daarmee is het moderne antiracismebeleid een frontale aanval op de vrijheid van meningsuiting."

Daarin past de leus van de hedendaagse Nederlandse antiracisten: 'Geef racisme geen stem'.

"Inderdaad! Hoezo zou je racisme 'geen stem' geven, zeker nu het zo weinig voorkomt? Ook voetbalfans die iets onnozels roepen, hebben vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid is absoluut. Als er een paar malloten rondlopen die iets racistisch beweren, dan zég je daar iets van. En als kinderen een bepaalde leeftijd hebben bereikt, dan moet je ze soms even apart nemen om te horen of ze eigenlijk wel weten wat ze precies zeggen. We zullen de morele moed moeten ontwikkelen om racisme aan te vechten als we het tegenkomen. Zo doe je dat met slechte ideeën en overtuigingen."

U bent echt boos, hè?

"Ja, het gaat hier om onze vrijheid. Ik wil niet dat de overheid me voortdurend vertelt wat ik wel of niet mag zeggen. We koersen aan op een Orwelliaanse samenleving vol braveriken. Nou, dan leef ik liever in een wereld waarin ook ik af en toe word beledigd."

 

Over Adrian Hart

Adrian Hart (53) was actief als antiracist, toen hij als filmmaker betrokken raakte bij een voorlichtingsfilm voor basisscholen. Zo ontdekte hij dat vrij onschuldige scheldwoorden op het schoolplein worden aangemerkt als racisme. Op zijn 'The Myth of Racist Kids' (2009) volgde heftig debat. Hij vloekte in de antiracistische kerk, maar de Londense loco-burgemeester Munira Mirza prees het 'pittige, maar evenwichtige verslag'.

Hoogleraar sociologie Frank Furedi onderschrijft Harts 'verontrustende' stelling, dat 'de nieuwe ideologie van het antiracisme' neerkijkt op gewone mensen en dat ze 'veel gemeen heeft met het 19de-eeuwse racisme'.
 

Dit interview verscheen eerder in het dagblad Trouw
 

Over de auteur

Marco Visscher is zelfstandig journalist. Hij is oprichter en samensteller van Tegengeluid, een tweewekelijkse digitale nieuwsbrief met introducties en linkjes naar de meest uitdagende, controversiƫle opiniestukken. MarcoVisscher.nl

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl