Het stresskipje

Door Marcel Roele

31 december 2003

Het wordt langzamerhand onderkend dat het grote aantal zieke of arbeidsongeschikte vrouwen (vaak met psychische of vage lichamelijke klachten) een maatschappelijk probleem vormt. Uitkeringsinstanties gaan op zoek naar de oorzaak hiervan. Maar wetenschappers hebben die al gevonden. Vrouwen zijn geboren zeurkousen.

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) gaat extra aandacht besteden aan vrouwen onder de 36 jaar die een WAO-uitkering aanvragen. In de regio Alkmaar is 1 oktober 2003 een proef gestart, waarbij de jonge aanvraagsters twee keer worden gekeurd. Als twee artsen onafhankelijk van elkaar tot de conclusie komen dat de vrouw volledig arbeidsongeschikt is, wordt het keuringsoordeel ook nog eens kritisch bekeken door een stafarts. Het UWV benadrukt dat de keuring niet strenger wordt. “Wij willen onderzoeken waarom zij in zo grote getale in de WAO belanden,” aldus een UWV-woordvoerder. Minister De Geus (Sociale Zaken) wil alle vrouwen die ziek, zwak en misselijk zijn aan hetzelfde regime onderwerpen.

Eind 2002 zaten (volgens cijfers van het UWV) 51 duizend vrouwen onder de 36 jaar in de WAO, tegenover ‘slechts’ 23 duizend mannen uit dezelfde leeftijdscategorie. In bijna de helft van de gevallen lijden deze jonge WAO-ers aan psychische klachten: ze zijn zwaar gestresst of diep depressief. Overigens lopen ook in andere leeftijdscategorieën vrouwen een hoger risico op arbeidsongeschiktheid. Volgens het CBS raakten in 2000 2,1% van de werkende vrouwen arbeidsongeschikt tegenover 1,3% van de werkende mannen. Ook het ziekteverzuim is bij vrouwen hoger dan bij mannen. Ook onder alleenstaande bijstandstrekkers treft men meer vrouwen dan mannen aan. Zij zijn bij uitstek de uitvallers op de arbeidsmarkt.

In het Nationaal Kompas Volksgezondheid van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) wordt geconcludeerd: “bij bedrijven met veel vrouwen is het verzuim hoger.” De overheid neemt al jaren bijzonder veel vrouwen in dienst. De productiviteit van een werknemer bij de overheid is minder belangrijk dan die van een werknemer in het particuliere bedrijfsleven, dus de overheid kan het zich veroorloven vrouwvriendelijk te zijn. 

Volgens gegevens van het CBS steeg tussen 1996 en 2002 het aantal door vrouwen vervulde overheidsbanen met 29 procent, tegenover 6 procent stijging in het aantal door mannen vervulde overheidsbanen. Een typische groeisector voor vrouwen is het onderwijs. Daar kwamen tussen 1996 en 2002 65.000 banen bij, waarvan er 54.000 naar vrouwen gingen. Het onderwijs is, samen met de ‘zorg’ (waarin vrouwen ook rijkelijk zijn vertegenwoordigd), de sector met het hoogste ziekteverzuim. In het onderwijs is 71% van de arbeidsongeschiktheid stress-gerelateerd. 

Ook vrouwelijke rijksambtenaren (die zelden in het onderwijs of de zorg zitten) kunnen er wat van. In 2000 was het ziekteverzuimpercentage bij particuliere bedrijven 5,5% en bij de rijksoverheid 7,7%. Als we dat laatste percentage naar geslacht uitsplitsen, blijkt dat in 2000 het ziekteverzuimpercentage bij vrouwelijke rijksambtenaren 10% en bij mannelijke 6,6% was. Zwangerschapsverlof en zorgverlof zijn niet eens meegerekend.

De Volkskrant (van 24 september 2003) had al een verklaring bij de hand voor het grote aantal werkneemsters dat ziek thuis zit: “Vaak blijkt de combinatie van werk en de zorg voor kinderen vrouwen uit te putten.” Staatssecretaris Phoa leerde ons dat de mannen schuldig zijn aan de dubbele belasting van vrouwen: de kerels doen te weinig in het huishouden. Dus eigenlijk zijn de mannen er de oorzaak van dat bij vrouwen het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid zo hoog zijn.  Recent wetenschappelijk onderzoek lijkt in een andere richting te wijzen: als je vrouwen ook maar een klein beetje belast, storten ze piepend en kreunend in elkaar.

Tot voor kort was zo’n negentig procent van al het onderzoek naar stress verricht met mannelijke proefkonijnen. De meeste onderzoekers vonden de maandelijkse cyclus van de vrouw een te storende factor: je wist nooit of een verandering in haar gemoedstoestand door haar biologie of door stressvolle omstandigheden in de buitenwereld werd veroorzaakt. Maar in 1995 verordonneerde de Amerikaanse overheid dat medisch onderzoek alleen nog zou worden gesubsidieerd als vrouwen gelijke aandacht van de wetenschappers kregen. Shelley Taylor en Laura Cousino Klein van de Universiteit van Californië in Los Angeles wisten wel een leuk onderzoek. Het was Taylor en Klein opgevallen dat als vrouwelijke collega’s gestresst het laboratorium binnenkwamen ze uitgebreid hun hart luchtten, terwijl gestresste mannen nors zwijgend naar een stille werkplek vluchtten. 

Inderdaad bleken de manieren waarop mannen en vrouwen met stress omgaan verschillend te zijn. De mannelijke stressreactie wordt fight or flight (vluchten of vechten) genoemd en Taylor en Klein doopten de vrouwelijke strategie tend and befriend (zorg en vriendschap bieden aan en ontvangen van vriendinnen). Het sekseverschil is biologisch: het knuffelhormoon oxytocine (waarmee vrouwen rijkelijk zijn gezegend) stimuleert de tend and befriend-reactie en het hormoon testosteron (waarvan mannen tien tot twintig keer meer hebben dan vrouwen) duwt in de richting van fight or flight

Taylor en Klein vinden de tend and befriend-reactie superieur aan fight or flight. Zij wijzen erop dat gestresste mannen zich grimmig op hun werk storten, hun verdriet verdrinken, toch maar weer gaan roken en slecht voor zichzelf zorgen (ze eten snacks in plaats van verse groenten). Daarom zouden volgens Taylor en Klein mannen in westerse landen gemiddeld zeven jaar korter leven dan vrouwen. Ze hebben ongelijk. Mannelijke kloosterlingen leven gemiddeld vijf jaar korter dan nonnen, hoewel ze even gezond leven als nonnen en gespaard blijven van de meeste bronnen van stress waaraan men in het volle leven bloot staat. Het sekseverschil in de stressreactie verklaart hooguit twee jaar van de levensverwachting van mannen en vrouwen. 

De typisch vrouwelijke reactie op stress heeft bovendien als nadeel dat de dames hun problemen op andermans bordje schuiven. Tend and befriend is een overdreven positief geladen term. ‘Hulp zoeken en zeuren’ zou een adequatere omschrijving zijn. Taylor en Klein geven zelf toe dat hun gestresste vrouwelijke collega’s ouwehoeren in de baas zijn tijd terwijl de gestresste mannen werken. Maar het is nog erger. Uit de verzuimcijfers blijkt dat veel gestresste vrouwen zich ziek melden en op de bank liggen te bellen met een vriendin (je vindt er altijd wel eentje die ook ‘ziek’ thuis zit) om te vertellen wat hun man, ouder, baas, collega, kind, kruidenier enzovoort hen nu weer geflikt heeft. Of ze jagen de gemeenschap op nog hogere kosten door met hun vage klachten de dokter of het maatschappelijk werk lastig te vallen.

Niet alleen kost de behandeling van stress bij vrouwen de werkgever en de samenleving veel meer dan stress bij mannen; vrouwen schieten bovendien eerder en heviger in de stress dan mannen. Mannen bezitten van nature een rem op de hoeveelheid stresshormonen die in een vervelende situatie wordt geproduceerd. Het vrouwelijke hormoon progesteron  is er verantwoordelijk voor dat bij vrouwen die rem vaak slecht werkt. Daardoor lopen vrouwen na een ruzie, falen of kritiek met meer stresshormonen rond dan mannen. Ze houden de stress in stand door eindeloos te zeuren over de negatieve gebeurtenis, zo stelde Susan Nolen-Hoeksema van de Universiteit van Michigan vast. Geen wonder dat, zoals Kenneth Kendler van het Virginia Instituut voor Psychiatrische- en Gedragsgenetica constateerde, vrouwen bij een relatief laag niveau van stressverwekkende omstandigheden een relatief hoge kans hebben om in een depressie te geraken.

Depressie is een typische vrouwenziekte. In alle westerse landen zijn meer depressieve vrouwen dan mannen; variërend van anderhalf keer zoveel in Engeland tot vier keer zoveel in Denemarken, met een gemiddelde van twee keer zoveel (Nederland zit dicht bij het gemiddelde). Ook in de rest van de wereld treft men steevast veel meer depressieve vrouwen dan mannen aan: in India, Iran, Jamaica, Kenia, Libanon, Oeganda, Taiwan, Turkije, Zuid-Korea, bij de Amerikaanse indianen, de Maori van Nieuw-Zeeland enzovoort. Slechts bij één onderzoek – in Nigeria – klaagden evenveel mannen als vrouwen over de symptomen van depressie. Uit het internationale onderzoek blijkt geen enkele relatie tussen de mate van arbeidsmarktparticipatie of ‘dubbele belasting’ van vrouwen en hun depressiviteit. De Amerikaanse psychiater Michael McGuire stelde vast dat depressiviteit een sterk erfelijke component heeft. Vorig jaar ontdekte een onderzoeksteam onder leiding van George Zubenko van de Universiteit van Pittsburgh dat negentien verschillende chromosomale regio’s te maken hebben met depressie, waarvan zestien uitsluitend bij vrouwen of uitsluitend bij mannen een rol spelen. Depressie zit dus niet alleen in de genen, maar vrouwen hebben ook andere depressiegenen dan mannen.

De psychische kwetsbaarheid van vrouwen staat als een paal boven water en tot overmaat van ramp zijn ze ook nog kleinzeriger bij lichamelijke ongemakken. Het is al tientallen jaren bekend dat vrouwelijke patiënten meer klagen over pijn en vaker pijnstillers vragen dan mannen die dezelfde behandeling moeten ondergaan. Dat ligt aan stoerdoenerij van de mannen, dacht men tot voor kort. Ze zouden hun kwetsbaarheid en hun lijden niet durven tonen. Maar het lijkt erop dat mannen werkelijk minder pijn voelen. Neurowetenschapper Jon-Kar Zubieta van de Universiteit van Michigan injecteerde vorig jaar zout water in een kaakspier van mannelijke en vrouwelijke vrijwilligers. De vrouwen klaagden meer over pijn dan de mannen, maar er bleek een objectieve grond daarvoor te zijn. De mannen produceerden meer endorfinen (natuurlijke pijnstillers) in hun hersenen dan de vrouwen. Mannen krijgen van nature de pijnstillers mee die vrouwen pas ontvangen als ze zich ziek melden en naar de dokter lopen voor een receptje.

Vrouwen doen een groter beroep op de gezondheidszorg en uitkeringen voor zieken en arbeidsongeschikten. Het Comité Européen des Assurances heeft berekend dat de kosten voor gezondheidszorg voor vrouwen veertig procent hoger zijn dan voor mannen. Slechts tien procent is toe te schrijven aan medische zorg die te maken heeft met zwangerschap en geboorte. De kosten van ziekenhuisopname, ambulante zorg, medicijnen en zelfs van de gebitsverzorging liggen bij vrouwen hoger dan bij mannen. Toch zijn vrouwen objectief gezien gezonder dan mannen.

Op iedere leeftijd lopen mannen een groter risico te overlijden dan vrouwen: ze krijgen vaker een dodelijk ongeluk (omdat ze meer en riskanter autorijden dan vrouwen), plegen vaker zelfmoord (de goedkope oplossing voor mensen die door psychische oorzaken arbeidsongeschikt dreigen te raken) of worden in de bloei van hun leven opeens geveld door een hartaanval, hersenbloeding of agressieve kanker. Het chronische, geldverslindende gekwakkel (de langdurige strijd met kanker, hart- en vaatziekten, diabetes, de ziekte van Parkinson enzovoort) begint zowel voor mannen als vrouwen gemiddeld op eenenzestigjarige leeftijd. Mannen leven gemiddeld dan nog dertien jaar; vrouwen twintig jaar. De zeven jaar die mannen korter leven, is geen maatschappelijk probleem, maar een zegen. Door de vergrijzing rijzen de kosten van gezondheidszorg, pensioenen en AOW de pan uit. Mannen besparen de samenleving handenvol geld doordat ze relatief kort op de zak van hun pensioenfonds en de belastingbetaler teren. 

Een werkgever die de voorkeur geeft aan een vrouwelijke sollicitant boven een man met dezelfde diploma’s hunkert naar een faillissement of zit in de overheidssector en kan onbeperkt met belastinggeld smijten. Een man biedt immers een grotere kans dat hij wat extra’s kan. Op creatief gebied – meer dan negentig procent van alle kunstwerken in musea zijn door mannen vervaardigd. Op het gebied van de exacte wetenschappen – bij de beste promille zitten dertien keer meer mannen dan vrouwen. Tot het zeer selecte groepje met een ruimtelijk IQ van minstens 170 (Einstein-niveau) behoren zelfs meer dan driehonderdvijftig keer meer mannen dan vrouwen.

Bovendien zetten mannen zich meer in dan vrouwen. Uit een enquête onder vierduizend studenten die tot de beste promille in mathematisch inzicht behoorden, bleek dat bijna alle mannen en nog niet de helft van de vrouwen hun hele carrière fulltime wilden werken. Werkgevers kunnen beter in mannelijke dan in vrouwelijke jonge talenten investeren, omdat het risico groot is dat vrouwen de top niet bereiken doordat ze teveel tijd steken in zelfontplooiing, relaties, kinderen en andere hobby’s.  Femke Halsema (in HP/De Tijd van 12 maart 2004) over haar jonge moederschap: “Ik stel me er op in dat ik zeer chaotische jaren tegemoet ga. Ik zal af en toe steken laten vallen, thuis en in de Kamer.” Gelukkig is ze ‘maar’ Kamerlid en geen hersenchirurg. Ook in heel gewone baantjes is de arbeidsproductiviteit van vrouwen lager. Ze gaan met zwangerschapsverlof en nemen ouderschapsverlof op. Daarnaast melden ze zich vaker ziek en lopen een hoger risico op arbeidsongeschiktheid. 

Vroeger kon een man er zelf voor kiezen of hij een vrouw wilde onderhouden (een echtgenote die thuis zat). Tegenwoordig betalen alle mannen via belastingen, collectieve verzekeringen en pensioenpremies de vrouwen die ziek, arbeidsongeschikt of hoogbejaard thuis zitten. Natuurlijk zijn er wel vrouwen die zonder overheidshulp en positieve discriminatie volledig zelfstandig hun brood verdienen (hoeren, bijvoorbeeld), maar voor de meeste vrouwen met leuke baantjes op kantoortjes geldt dat ze direct of indirect door mannen worden gesubsidieerd. Het zou economisch verstandiger en rechtvaardiger zijn om vrouwelijke werknemers een lager salaris te bieden dan mannen. Bovendien zouden mannen lagere premies voor ziektekosten, arbeidsongeschiktheid, AOW en pensioen moeten betalen. Immers, echte emancipatie van vrouwen houdt in dat ze zelf hun broek ophouden.

Over de auteur

Marcel Roele (1961 - 2011) was wetenschaps -journalist, sociobioloog en politicoloog.

Als free-lancer schreef hij voor een heel scala aan bladen, maar was vaste medewerker van HP/De Tijd. Hij verscheen regelmatig in radio- en tv-programma’s en werd gevraagd als spreker op symposia, congressen en corporate events.

Marcel Roele schreef de volgende boeken: De Mietjesmaatschappij, De eeuwige lokroep. Over seks, sekseverschillen en relaties, en De menselijke soort. Hier vindt u zijn homepage marcelroele.meervrijheid.nl.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl