Hoge belastingdruk maakte een einde aan de Gouden Eeuw

Door Gale Boetticher

30 september 2016

In de eerste helft van de zeventiende eeuw was De Republiek het machtigste en meest welvarende land ter wereld. Nederlandse kooplui waren over de gehele wereld te vinden, terwijl de Hollandse meesters de Europese kunstmarkt domineerden. Frankrijk, Engeland en andere landen probeerden de Republiek kapot te maken in de ene na de andere oorlog. Tevergeefs, maar dat maakte niet uit. Het waren namelijk de Nederlanders zelf die aan hun eigen succes een einde maakten, door een te hoge belastingdruk.

Charles Adams beschrijft in zijn fascinerende boek For Good and Evil – The Impact of Taxes on the Course of Civilization hoe belastingen een belangrijke rol speelden in de opkomst en met name de ondergang van diverse beschavingen uit het verleden. Eén daarvan is de Republiek der Zeven Provinciën.

Door decentralisatie en koopmansgeest waren de Nederlanders het meest vrije volk van Europa gedurende de Gouden Eeuw. Politieke denkers die in andere landen vervolgd werden vonden een warm welkom in Nederland. Onder hen was de bekende liberale filosoof John Locke uit het Verenigd Koninkrijk. Ook de elders sterk gediscrimineerde joodse gemeenschappen konden een veilig bestaan opbouwen in Nederland. De meest briljante geesten kwamen daardoor hierheen. Daarnaast was ons land leider in wetenschappelijke uitvindingen en werd op commercieel gebied volop geïnnoveerd. Zowel de eerste corporatie als de eerste aandelenbeurs werden opgericht in de Republiek.

Aan het einde van de zeventiende eeuw kwam aan de Gouden Eeuw een einde. Niet door een plotselinge ondergang, maar door een langzaam verval. De belastingdruk was hard gestegen als gevolg van continue oorlogsvoering en zelfverrijking door de politieke elite. Daardoor werden Nederlandse producten en diensten te duur om nog competitief te zijn op de wereldmarkt. Goederen uit Amsterdam kostten twee keer zoveel als die uit Londen.

Buitenlanders die naar De Republiek kwamen verbaasden zich over de hoge belastingdruk. Zo zei Sir William Temple, een Engelse diplomaat in Holland, het volgende:

“Wanneer men in een taverne een visgerecht met de gebruikelijke saus eet, moeten ongeveer dertig verschillende accijnzen worden betaald.”

En William Carr, een Engelse auteur, schreef in 1691 het volgende over de Nederlandse belastingdruk:

“Als wij in Engeland dezelfde belastingen zouden moeten betalen als die hier [in Nederland] worden opgelegd, dan zou de ene na de andere opstand volgen.”

Dat was ook precies de reden waarom het Verenigd Koninkrijk de leidende rol in de wereld van De Republiek kon overnemen. Lange tijd was het VK maar een middelmatig, niet al te belangrijk land in Europa. De Britten waren echter zo slim om de positieve aspecten van de Nederlandse provinciën over te nemen (veel commerciële en politieke vrijheid), zonder de fout te maken van een steeds hoger wordende belastingdruk. Zo was het aantal accijnzen er een stuk lager en maar van toepassing op een paar producten. Hun commercie kon daardoor bloeien, wat de Britten de middelen gaf om de achttiende en negentiende eeuw te domineren. Het plantte ook de zaadjes voor de Industriële Revolutie die in Engeland begon.

De Republiek zakte ondertussen steeds verder weg. Tijdens de Gouden Eeuw kwamen nog veel briljante intellectuelen naar ons land toe, maar nu vond er juist een brain drain plaats. In het VK waren simpelweg veel meer mogelijkheden. Onder de intellectuelen die vertrokken was Matthew Decker, wiens werk later een belangrijke inspiratiebron zou worden voor Adam Smith.

Hoe kwam het dat de Nederlanders het verval van hun natie zo makkelijk accepteerden? Charles Adams zei daarover het volgende:

“De grote tragedie van de hoge belastingdruk [in Nederland] was niet alleen het verlies van vrijheid, maar ook de economische neergang als gevolg van de hoge prijzen van Nederlandse goederen in de wereldhandel. De Britse belastingdruk werd beperkt door [de bloei van] de economische wetenschap en de opstandige aard van het Britse volk. Als de Nederlanders wat minder onderdanig en meegaand waren geweest, dan had hun economische neergang niet zo groot hoeven te zijn.”

Helaas lijkt er vierhonderd jaar later zich iets vergelijkbaars af te spelen. Terwijl er steeds meer concurrentie komt uit de opkomende landen in Azië en andere werelddelen, lijken Nederlanders vrijwel kritiekloos te bukken voor nog hogere belastingen en andere inperkingen van onze economisch vrijheid. Als we niet leren van onze fouten uit het verleden, dan zijn we gedoemd die te herhalen en net als De Republiek in obscuriteit te vervallen.

Gale Boetticher is de auteur van Een Pleidooi voor Vrijheid – libertarisme in ’t kort (nu in vernieuwde druk). Bestel dat boek via Bol.com of in de plaatselijke boekhandel.

Over de auteur

Gale Boetticher is de auteur van Een Pleidooi voor Vrijheid – libertarisme in ’t kort (nu in vernieuwde druk). Bestel dat boek via Bol.com, boekenbestellen.nl of in de plaatselijke boekhandel.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl