“Als mensen zich gedroegen als overheden zou je de politie bellen.”
Kelvin Throop

Hiroshima en Nagasaki: De massamoord die nog altijd geen massamoord mag heten

Door Gale Boetticher

30 september 2016

Het is deze week zeventig jaar geleden dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki vielen. Op 6 augustus 1945 viel de bom op Hiroshima, één van de weinige steden in Japan die nog niet gebombardeerd waren. Zo’n 70.000 mensen kwamen daarbij vrijwel onmiddellijk om het leven. Een vergelijkbaar aantal overleed in de weken daarna aan de gevolgen van brandwonden, straling en vallend puin. Drie dagen na Hiroshima viel er een bom op Nagasaki, waardoor nog zeker 50.000 Japanners het leven verloren. Het totale aantal slachtoffers van de Amerikaanse atoombommen wordt op minstens 200.000 geschat, waarvan het overgrote deel uit onschuldige burgers bestond. Nooit eerder in de geschiedenis werden zoveel mensen in zo’n korte tijd vermoord, maar toch lijken de meeste Amerikanen en Europeanen de bombardementen als iets positiefs te beschouwen. De atoombommen zouden namelijk snel een einde gemaakt hebben aan een oorlog die anders nog veel meer levens zou kosten. Dat is echter niets anders dan een leugen. Het vernietigen van Hiroshima en Nagasaki was een misdaad van ongekende proporties, niets meer en niets minder.

In de zomer van 1945 waren bijna alle Japanse steden al verwoest door conventionele bombardementen. Brandbommen veranderden de houten huisjes van de Japanse bevolking in vuurzeeën. Hiroshima en Nagasaki hoorden bij de weinige steden die nog intact waren, en dus waren zij de ideale testplaatsen voor de atoombom. De twee werden op 6 en 9 augustus binnen enkele seconden volledig platgegooid. Veel kinderen verloren onmiddellijk hun ouders en grootouders. Hele schoolklassen hielden in één keer op te bestaan. Echter niet alle slachtoffers hadden een snelle dood. Veel burgers waren net niet zwaar genoeg verbrand om onmiddellijk te sterven, en moesten dus nog enkele dagen tot weken lijden voordat ook zij onder hun verwondingen bezweken. Anderen stierven onder het puin door gebrek aan voedsel en water, terwijl vaders en moeders huilend voorbij liepen op zoek naar hun kinderen. De beelden van Hiroshima en Nagasaki na de bom moeten vreselijk zijn geweest.

De Verenigde Staten hebben nooit hun excuses aangeboden voor deze gruwelijke massamoord. Vanuit het publiek is er ook weinig druk om dat in de toekomst wel te doen. De meerderheid van de Amerikanen gelooft dat de atoombommen nodig waren om een snel einde aan te maken aan de oorlog en zo nog veel meer levens te redden. De piloten van de bommenwerpers worden als helden beschouwd, en termen als ‘massamoord’ en ‘misdaad’ worden vrijwel nooit geassocieerd met Hiroshima en Nagasaki. Het Witte Huis en het leger doen er veel voor om die mythe in stand te houden, maar gelukkig weten we door het werk van eigenwijze historici en de bekentenissen van vele topmilitairen en politici nu wat de waarheid is.



Begin augustus 1945 stond Japan op het punt om te capituleren. Bijna heel het land lag in puin en de aanvoer van grondstoffen was volledig afgesneden. Fabrieken produceerden bijna niets meer en er waren tekorten aan alles, inclusief munitie. Bij iedere slag werd het Japanse leger verslagen door een Amerikaanse overmacht, en vrijwel iedereen in het land had door dat de oorlog compleet verloren was. De Amerikanen waren ervan op de hoogte dat Japan van plan was om zich over te geven. “Zijne majesteit [de Japanse keizer] wil aan de oorlog zo snel mogelijk een einde maken”, zo werd gezegd in één van de vele onderschepte Japanse berichten waaruit bleek dat de keizer en zijn regering op het punt stonden om zich over te geven. Dat was nog voordat de atoombommen gegooid werden. Er was slechts één punt dat de Japanners ervan weerhield om daadwerkelijk te capituleren, namelijk dat de Amerikanen onvoorwaardelijke overgave eisten terwijl de Japanse regering zeker wilde stellen dat de keizer mocht aanblijven. Een relatief klein punt waar de Amerikaanse president Truman makkelijk aan had kunnen voldoen.

Het bovenstaande was allerminst een geheim. Veel topofficieren in het leger van de Verenigde Staten waren sterk tegen het gebruik van de atoombom, omdat zij wisten dat Japan verslagen was en zich wilde overgeven. Zo schreef Dwight Eisenhower, de latere president, het volgende in zijn boek Mandate for Change: “Japan was al verslagen en het laten vallen van de bom was compleet onnodig. Ik dacht dat ons land de wereldopinie niet moest shockeren met het gebruik van een wapen wiens inzet niet noodzakelijk was om Amerikaanse levens te redden.” En Admiraal William Leahy, chef-staf van president Truman, zei: “Het gebruik van dit barbaarse wapen [de atoombom] op Hiroshima en Nagasaki leverde geen materiële bijdrage aan onze oorlog tegen Japan. De Japanners waren al verslagen en klaar om zich over te geven vanwege de effectieve zeeblokkade en de succesvolle bombardementen met conventionele wapens.”

President Truman negeerde echter de opinie van een groot deel van zijn legertop en gaf het bevel voor de inzet van atoombommen. Daarmee tekende hij niet alleen het doodvonnis van honderdduizenden onschuldige burgers, maar gaf hij ook het startsein voor een nucleaire wapenwedloop en het begin van de Koude Oorlog. Voor heel de wereld werd het duidelijk hoe sterk de Amerikanen waren en wie er vanaf nu de dominante macht zou zijn. Zoals we weten gaf Japan zich kort na de inzet van de atoombommen onvoorwaardelijk over, waardoor er aan de Tweede Wereldoorlog officieel een einde kwam.

Wat deed Truman echter na de overgave van Japan? Hij liet de keizer in functie, en deed daarmee precies wat de Japanners al voor de inzet van de atoombommen vroegen in ruil voor overgave. De moord op de honderdduizenden inwoners van Hiroshima en Nagasaki was kortom compleet onnodig. Het was een sadistische en wraakzuchtige actie die wellicht bedoeld was om de rest van de wereld te imponeren. Voor het beschermen van Amerikaanse soldaten was het totaal niet nodig.

Deze week herdenken veel Japanners dat zeventig jaar geleden veel van hun landgenoten omkwamen in een onnodige nucleaire tragedie. Een mooi moment voor de Amerikaanse regering om aan hen haar excuses aan te bieden voor die ramp. De redenering dat de atoombommen nodig waren om de levens van Amerikaanse soldaten te redden is niet op de waarheid gebaseerd, en nu we dat weten kunnen we de gebeurtenissen op 6 en 9 augustus 1945 noemen wat ze werkelijk waren: een misdaad tegen de mensheid. Een betere term voor deze massamoord bestaat niet.

 

Gale Boetticher is de auteur van Een Pleidooi voor Vrijheid – libertarisme in ’t kort (nu in vernieuwde druk). Bestel dat boek via Bol.com of in de plaatselijke boekhandel.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl